18 Wim Eijk verantwoordelijk voor uitschrijvingen bij de R.K. Kerk!

Op 18 september 2018 heb ook ik me laten uitschrijven bij de R.K. Kerk.
Directe aanleiding is de repliek van Wim Eijk aan Klaas Dijkhoff.
Daarmee alleen al is dus recht gedaan aan de titel van deze blog, maar de oorzaak is natuurlijk veel groter, dus even wat feiten ‘van binnenuit’!

Omdat Wim Eijk en ik ongeveer even oud zijn, schets ik hieronder eerst de typische situatie van een katholiek gezin destijds en wat ik daarin heb meegemaakt… en vervolgens mijn ervaringen als dirigent/organist met het ‘kerk-management’.

Als kind krijg je van huis wat dingen mee… Eén daarvan was (vroeger) meestal het lidmaatschap van een of andere geloofsgemeenschap. Je ouders hadden de overtuiging dat het goed was of… ze konden er in hun sociale context (sociale druk) niet omheen… Dat laatste is natuurlijk triest, maar niet zeldzaam. Het is mij ook overkomen en ik ga er van uit dat zij de overtuiging hadden dat het goed was maar ik weet zeker dat de sociale context ook een heel belangrijke rol had. Daar zit je dan keurig ’s zondags in de kerk en je weet nog niet zo goed wat je er van moet vinden. Zo’n gezin met zeven kinderen zo keurig op een rij maakte blijkbaar indruk want met enige regelmaat kreeg ik dan te horen dat het zo’n keurig gezin was en dat paps en mams ons zo keurig in het gareel hadden. Dat was natuurlijk ook zo. Schone kleren, tanden gepoetst, haren (had ik toen nog) netjes gekamd etc… Als oudste met zes jongere kinderen is het echter thuis ook niet altijd feest. Ik heb er niet onder geleden hoor, maar toch… Er kwam een missiepater in de zesde klas op bezoek (dat bleek een jaarlijks fenomeen) die prachtige verhalen had over de missie en over een seminarie met een bos er bij, biljarten, iedere week film, gezamenlijk sporten, dicht bij zee, etc. etc.. Ik was gelijk verkocht. Eindelijk weg van de drukte van ons gezin. Jeroen ging naar het seminarie… In die tijd trouwens de gewoonste zaak van de wereld, als oudste in een groot Katholiek gezin… En… er was inderdaad elke week een film op de vrijdagavond! Ik heb er, in drie maanden tijd, echter slechts één gezien. Reden? Ik had altijd straf. Voor m’n gevoel zat ik (in wisselend gezelschap) vrijwel iedere avond op de knieën voor m’n chambrette (drie wandjes met een gordijntje ervoor) op de slaapzaal. Het stokje of de kokosmat onder de (blote) knieën maakte dat het al na korte tijd verdomde veel pijn deed. Ik weet ook nog dat het zelfs als een ‘geluksmomentje’ voelde als ik eens een dag geen straf had en zo maar m’n bed in mocht, dus het moet toch een bijna dagelijks fenomeen zijn geweest. Er waren ook fijne paters hoor, dus ik had ook best goede momenten, maar die waren er toch te weinig. Nu waren de opvoedkundige uitdagingen ook daar in de provo-tijd (1966) natuurlijk enorm en het enige correctiemiddel was (lijf)straffen. Dát heb ik geweten. Eén keer was het zelfs zo erg dat ik met een ‘Spaans Rietje’ (ik kende dat woord tot dat moment niet eens) vier slagen op m’n blote achterwerk heb gehad terwijl ik met de onderbroek op m’n enkels over het biljart lag! Ik heb vervolgens twee of drie dagen in bed gelegen en kon niet op m’n rug liggen vanwege de gezwollen striemen. Mijn klasgenoten maakten er foto’s van voor de politie, maar het ontwikkelen werd gedaan door de broeders, dus die foto’s hebben nooit het daglicht gezien. Toen ik, nadat ik blijkbaar weer eens wat uitgevreten had, de piemel van een broeder in de hand moest nemen, was ik het zat en ben ik ‘gevlucht’. Ik zal vast een vreselijk jongetje geweest zijn, maar een kind van twaalf mag je zoiets echt niet aandoen dunkt me. Eenmaal thuis werden er nauwelijks vragen gesteld en er werd ook niet over gepraat. Ik ben er, gek genoeg, voor m’n gevoel niet door beschadigd. Een ding was echter wel helder, het respect dat mijn ouders als vanzelfsprekend voor onze religieuze leiders hadden, was er bij mij niet, zeker niet op voorhand en geloven wat ons door diezelfde mensen werd voorgespiegeld was voor mij toen al ‘met een hele grote korrel zout’.

Ik was wel gek op de pijporgels en kerk-akoestiek en mocht vanaf m’n dertiende (dacht ik) soms (bij gebrek aan beter natuurlijk) een kerkdienst begeleiden op het orgel. Dat liep door de jaren heen op tot wel vijf keer in een weekeinde maar ik vond het prachtig. Vanaf m’n negentiende kwam daar het dirigeren bij en dat alles doe ik nu nog steeds als ik gevraagd wordt. Ik ben zelf helemaal niet gelovig, maar zag dat een kerkgemeenschap voor veel mensen zoveel kon betekenen dat ik het wel, als agnost, een maatschappelijk zinvol gebeuren vond/vind (zie ook blog 1). Het maakt me dus niet uit of iemand ergens in gelooft, zolang ik daar verder geen last van ondervind. Ik heb met plezier altijd dus wel een rol vervuld in die gemeenschap op een positie in direct contact met de leiders.
Lange tijd heb ik me gestoord aan het voetstuk dat sommige (lang niet alle!) kerkleiders (van pastoor tot bisschop) menen te moeten claimen. “Ik ben de pastoor dus…” past niet in mijn wereld en daar ageer ik dan dus tegen (hetgeen ook meerdere malen is gebeurd in de 45 jaren dat ik speel en/of dirigeer). Respect verdien je en dat staat geheel los van de formaliteit. Het feit dat Wim Eijk (aartsbisschop) een aantal jaren geleden meende de kerkmuziek te moeten ‘corrigeren’ was voor mij de eerste echt onverteerbare actie. Dat iemand, blijkbaar zonder empatisch gevoel bij de gemeenschap, ineens op basis van de overtuiging van zijn onfeilbaarheid alle muziek die nog een beetje aan een levende samenleving doen denken, dus zomaar schrappen kan, zorgde voor onbegrip alom. We moesten terug naar teksten die niemand meer snapte op melodieën die niet meer van deze tijd zijn (in oorspronkelijke diensten kwam helemaal geen muziek voor dus waar haal je het recht vandaan dit te doen?). Het koor waarvan ik toen dirigent was, had er al helemaal geen zin meer in want voor ons gevoel werden alle mooie liederen geschrapt. Zo’n besluit valt op, dus je probeert de reden te achterhalen en als je vervolgens geen rationeel argument kunt vinden, kom je automatisch terecht bij degene die deze onzin (zo wordt het ervaren) heeft bedacht. Ik heb toen wat meer uitspraken en geschriften van deze man onder de loep genomen, discussies gevolgd en kreeg steeds meer de indruk dat het hier slechts gaat om een dictator die wellicht met een redelijk stel hersenen geboren is, maar waarbij het gevoel van eigenwaarde en het eigen-gelijk inmiddels wel tot een extreem hoog niveau zijn gestegen zodat er van enige reflectie al sinds lange tijd geen sprake meer zal zijn. Hij ziet zichzelf als beschermer van de waarheid en de kerk (Wie kent de waarheid? Dus die opmerking op zich is al een veeg teken!), maar hij heeft dus niet door dat hij juist zelf mede de oorzaak is van de vele uitschrijvingen. Zijn uithaal naar De Korte (zijn opvolger in het noorden die er wat genuanceerder over denkt) en zijn kritiek op de Korte’s meldingen omtrent seksueel misbruik doen me denken aan iemand die op een machtige positie zit die ie niet zou moeten bekleden in het belang van de gemeenschap! Peter’s Principle heeft er dus in mijn ogen weer een wapenfeit bij. Zijn hang naar een uiterst conservatieve kerk getuigt niet van enige compassie met datgene dat een kerkgemeenschap nog het meest van belang vindt, namelijk het lokale sociale vangnet. De opmerking van Klaas Dijkhoff in de richting van Wim Eijk dat hij misschien toch een iets minder grote broek moet aantrekken (toontje lager zingen) klonk mij dan ook als muziek in de oren. Eindelijk iemand die z’n mond open doet! Als er al iemand de oorzaak van de leegloop in zijn kerk is dan is dat zeker niet Dijkhoff (zoals Eijk beweert) maar eerder Wim Eijk zelf! Hij zelf is, in mijn ogen, de kerkelijke blunder die mede verantwoordelijk is voor de situatie in ‘zijn’ kerk. 
Ik was het al lange tijd van plan, maar naar aanleiding van dit gebeuren heb ook ik me dus laten uitschrijven, voorzien van de volgende  motivatie:
…………………………………….

Dat ik als jongetje van 12 op het kleinseminarie ben misbruikt en mishandeld heb ik nooit gemeld. Ik heb er gelukkig ook niets aan over gehouden, zelfs geen rancune jegens de kerk. Omdat ik een deel van de ‘kerkfunctie’ wel van groot gemeenschappelijk belang acht (zorgzaam zijn voor elkaar) heb ik me er desondanks dus toch voor ingezet. De dictatoriale wijze waarop deze gemeenschap al jaren bisschoppelijk wordt geleid getuigt echter niet van eenzelfde compassie vanuit het management maar slechts van een, in mijn ogen zinloze en verwoestende rigiditeit. De directe aanleiding tot mijn besluit is de narcistische houding van Wim Eijk in zijn uitingen naar Klaas Dijkhoff. Een kerk moet zich van zo’n ‘mis-leider’ ontdoen, wil ze nog een enigszins intelligente achterban overhouden.

Ik verzoek u hem hiervan een afschrift te sturen hoewel ik betwijfel of het verder ergens bij helpt.
Met vriendelijke groet en altijd bereid om wat voor de lokale gemeenschap te doen!
…………………………………….

Omroep Brabant nieuws

Hart van Nederland artikel

Trouw artikel

Jeroen Teelen 2018