12 Verbreden van je gedachtegoed…

Luisteren naar ‘de tegenpartij’!
In m’n jonge jaren ging ik echt niet naar lezingen over onderwerpen die niet in mijn directe vizier lagen of niet in mijn politieke of professionele lijn pasten. Ik vond toen dat ik daar geen tijd voor had. Druk, druk, druk en alleen aandacht voor die zaken die hielpen bij het bereiken van je directe doelen zoals voordrachten en artikelen over het eigen vakgebied. Alleen dat was van belang en wat daarbuiten lag vond ik eigenlijk niet zo interessant. Een heel sterke focus dus en geen of nauwelijks aandacht voor verbreding van het fundament, dat voelde toen niet zo maar zo kijk ik er nu wel op terug. Misschien kon het ook niet anders en had ik al die tijd nodig om voldoende diepgang in m’n eigen vakgebied te ontwikkelen, maar ik denk nu achteraf dat dit niet de echte reden was. Ik miste destijds gewoon de bredere nieuwsgierigheid zag de toegevoegde waarde ervan voor mijzelf ook niet. Ik weet niet of dat min of meer een generiek kenmerk is bij jongeren die hun weg moeten vinden, maar het valt me nu (achteraf dus) op dat ik, nu ik wat ouder ben, dit dus juist wel doe en ik ervaar het als een grote verrijking maar dus tegelijk ook als een gemiste kans als jongere. Ik ga nu bewust naar bijeenkomsten waar andersdenkenden hun verhaal houden. Het voelt wel eens ongemakkelijk en een opmerking als “Jou had ik hier niet verwacht” geeft al aan dat ze toch denken dat je in het ‘andere kamp’ thuishoort maar het luisteren naar ‘soortgenoten/gelijkgestemden’ levert je veel minder nieuwe inzichten op dan het luisteren naar ‘tegenstanders’ of andersdenkenden! Niet alleen leer je daardoor waar precies de pijn/strijdpunten zitten, maar je leert ook je eigen standpunten beter te nuanceren of argumenten scherper te formuleren en respect te ontwikkelen voor de andere kant van het verhaal. Soms gaat zelfs je gehele overtuiging overstag! Kortom, het levert je meer wijsheid op. Zo voel ik dat nu tenminste. Jammer dat ik daar vroeger geen (priori)tijd voor had…

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...

11 Wielrenners op het fietspad?

Snelle jongens… ouderen in het verkeer… scootmobielen en wandelaars…
De strakke racers hebben op de weg steeds meer last van langzame ouderen. “Die bejaarden zijn niet vooruit te branden en die scootmobielen blokkeren het hele fietspad! Achter de geraniums met dat spul!”. Er zijn ook wel snelle ouderen met een E-bike maar die zijn natuurlijk helemaal een gevaar op de weg want hun reactievermogen past al lang niet meer bij hun snelheid…

Ik heb sinds kort ook een E-Bike en dat bevalt me uitstekend. Ik wilde nooit zo’n bejaardenvervoermiddel en was altijd blij met mijn ‘carbon-racer’ maar inmiddels wil ik niet meer anders. De toenemende vergrijzing leidt natuurlijk ook tot toenemende drukte op de Nederlandse fietspaden want de prachtige fietsroutes trekken de ouderen massaal uit de stoel. Het is dus druk geworden op het fietspad. Heel druk soms… en er gebeuren dus ook meer ongelukken en die oudjes zijn dan wel wat kwetsbaarder dan de gemiddelde jeugdige wielrenner. Vandaag schrok ik me een hoedje. Overal staan tegenwoordig van die knooppunt-borden waarop de fietser z’n vervolgroute kan uitstippelen. Ze staan vlak bij het fietspad (anders vind je ze natuurlijk niet) dus is er nogal eens een klein opstoppinkje en niet iedereen verlaat onmiddellijk het fietspad… (verbeterpunt voor knooppuntrijders, maak het pad vrij!).
Wielrennen/Racefietsen is eveneens sterk in populariteit toegenomen, dus met grote groepen vliegen ze in hoog tempo over de weg… maar het moet allemaal wel over datzelfde, net iets te smalle fietspaadje… Vanmiddag klonk er ineens van achter me een schreeuw “PAS OP!”. Ik vloog dus de berm in… Op ongeveer twintig meter afstand kwamen een vader en zoon met hoge snelheid onze kant op en paps wilde er zeker van zijn dat ze ongestoord hun tocht konden vervolgen. De moeder die even verderop met haar kinderwagen liep, had ook op tijd een veilige plek in de berm en zo ook de kleine van drie op haar fietsje… hij zij keurig “Dank je wel”…

Vorige week in Kinderdijk (je weet wel, met al die windmolens waar alle Chinezen en inmiddels ook bijna alle Japanners al geweest zijn) was er een vergelijkbaar voorval. Er loopt een fiets/voetpaadje door dat gebied en het was zondagmiddag, mooi weer en dus heel druk. Overal Japanners met camera’s (waarschijnlijk de laatste groep) en mijn vrouw en ik, inderdaad… met onze E-bike. We stonden stil naast het pad en keken op de knooppuntenkaart… Ineens een schreeuw “Aan de kant!” en ja hoor… een groepje Belgische wielrenners meende het recht te hebben… Ik roep dus: “Rustig aan! Je ziet toch dat het druk is, pas je snelheid aan, dit kun je toch niet maken!”. Maar de mannen reden gewoon door en een van hen riep: “Dit is ook een fietspad, dus @#$%&*!”… Ik zal je de verdere woordenwisseling besparen… maar hij stapte af omdat hij vond dat hij de discussie nog wat kracht moest bijzetten. Gelukkig zorgden alle camera’s er voor dat de Belg toch afdroop en ik geen blauw oog opliep, maar het had niet veel gescheeld.

Dit soort situaties leidt dus tot ongewenst gedrag, ongelukken en ergernis of erger dus er moet echt iets gebeuren. Persoonlijk vind ik dat als je op een racefiets zo hard wilt rijden, dat je dit dan op de weg moet doen samen met de brommers, auto’s en andere snelheidsgenoten en niet op het fietspad, maar dat zal ik ongetwijfeld verkeerd zien want anders was die regel al lang van kracht geworden dunkt me. Echter, tót het moment dat er regels of faciliteiten zijn die hier orde op zaken stellen, lijkt het me goed om ook de wielrenners de gedachte aan te reiken dat ze zich aanpassen aan de verkeersomstandigheden. Als ik op het fietspad een moeder met een kinderwagen, een wandelaar of een scootmobiel zie dan rem ik toch af in plaats van dat ik ze de berm in stuur? Dus wielrenner… Niet roepen (schreeuwen en vloeken heb ik zelfs ook al eens meegemaakt) maar gewoon, hoe vervelend ook, even bijremmen zodat er geen gevaarlijke situaties ontstaan voor jezelf en andere kwetsbare weggebruikers! Dat geldt op de fiets, maar natuurlijk ook in de auto. Je kunt de ouderen achter het stuur vervloeken (niets menselijks is mij vreemd), maar je hebt er mee te dealen en wees blij dat ze zelf nog mobiel zijn en jij er niet mee opgezadeld wordt om ze rond te rijden…

Jeroen Teelen 2018, toekomstig bejaarde…

Lees verder...

10 Behoud van het Nederlands belangrijk?

Verdwijnt de Nederlandse Taal?
Natuurlijk, dat houd je niet tegen. Het zal heus nog wel ‘een paar’ generaties duren dunkt me maar het kan haast niet anders. Ik mocht me vroeger een beetje tegen het hoger onderwijs aan bemoeien en ik pleitte voor (waar mogelijk en zinvol) Engelstalig hoger onderwijs (dat werd toen dus nog vrijwel niet gedaan). Dat was niet alleen om de mondiale student de kans te bieden hier onderwijs te volgen. De achterliggende gedachte was meerledig. Wetenschappers zelf, communiceren onderling mondiaal in het Engels en op alle belangrijke congressen is Engels de voertaal. Op dat niveau is de wereld dus altijd al ‘klein’ geweest. De wereld wordt nu ook steeds kleiner voor de niveaus daaronder.

De kans dat iemand nu in het ene land afstudeert en in het andere een baan neemt is vele malen groter dan bijvoorbeeld 30 jaren geleden. Alleen al bij mij in de straat (16 gezinnen) zijn vier! dertigers die in Nederland hebben gestudeerd en vertrokken zijn naar het buitenland. Zij moeten zich dus in het Engels kunnen handhaven, dat wordt van ze verwacht. Eén van hen heeft zich inmiddels met ega en ‘kids’ weer in Nederland gevestigd en die kinderen worden nu drietalig opgevoed (Frans, Engels en Duits, dus Nederlands alleen fonetisch!). Eén zwaluw maakt nog geen zomer maar het bevestigt dat zij het belang van het Nederlands inmiddels voor hun kinderen wat anders inschatten dan wij vroeger deden.

Het tegenargument dat ik destijds kreeg van docenten was dat ze in het Engels de finesses van hun vak niet goed konden overbrengen. Die hele discussie werd dus dertig jaar geleden al gevoerd en ik was het allemaal al weer vergeten tot deze vorige week weer oplaaide in de pers. Opmerkingen als: “In het Engels kan ik het nooit zo goed uitleggen dus het moet in het Nederlands” of “Het Nederlands mag niet verdwijnen”. Het zijn dezelfde argumenten als destijds. Het eerste betekent eigenlijk “Ik kan het niet goed en daarom moeten we dat niet doen” (het persoonlijk tekort wordt daarmee groter gemaakt dan het algemeen belang) en het tweede is van hetzelfde kaliber (niet rationeel verdedigbaar) “Als we dat doen dan verdwijnt het Nederlands”. Primair staat het doel dat je wilt dienen en niet de taal die je daarbij wilt hanteren.

Een functioneel doel verdient een functionele afweging. Als het doel ‘onderwijs’ is en de potentiële toehoorder is wereldburger (bedenk dat veel goede colleges mondiaal reeds in het Engels via het internet worden gevolgd) dan is de meest logische keuze op dit moment nog steeds het Engels. Als je daar als docent niet zo goed in bent is dat het punt waaraan gewerkt moet worden. Ik heb zelf ervaren als lector in het hoger onderwijs dat het niet altijd eenvoudig is (ik had klassen vol o.a. slecht Engels sprekende Chinezen), maar dit is een tijdelijk (vanzelf uitstervend) probleem. Als wij vasthouden aan het Nederlands dan prijzen we ons zelf op termijn uit de markt, niet alleen bij de buitenlandse student, maar ook bij de slimme Nederlandse studenten want die gaan elders Engelstalige colleges volgen omdat ze zich willen voorbereiden op een multinationale toekomst!

Als het doel “Cultuurbehoud” is, dan kan het Nederlands misschien beter op een andere wijze worden gekoesterd. Het cultuurbelang mag het functionele belang (onderwijs) natuurlijk niet in de weg staan (om het ‘zeilen’ te behouden hoefde je niet de ‘stoommachine’ te verbieden). 

Bedenk dat ook de Nederlander op termijn op alle niveaus steeds meer wereldburger wordt en dus ook op alle niveaus steeds meer behoefte krijgt aan een universele taal. Het belang van een wereldtaal zal zich dus steeds verder door alle lagen van de bevolking heen aandienen en het functionele Nederlands als eerste verdringen. Zelfs de prachtige realtime vertaalcomputers zullen dat niet voorkomen. Onze taal migreert langzaam naar een mondiale taal ten gevolge van onze technologische ontwikkeling en mondiale economie. Je kunt het niet leuk vinden, maar dat is niet belangrijk genoeg dunkt me!

Naast deze benadering vanuit het internationale belang, is er in dat kader ook nog een eigenbelang: Globalisering vereist toenemende communicatie en ook China maakt een grote ontwikkeling door. Een Globale taal zou Engels kunnen zijn (als we die taal tenminste allemaal snel omarmen), maar als we dat zelf niet inzien zal het waarschijnlijk toch Chinees worden… Aan ons de keuze… Ik heb mijn keuze al lang geleden gemaakt, maar misschien was het zelfs toen al veel te te laat…

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...

9 Reclame en Misleiding…

9 Reclame?
Waarschijnlijk een van de allergrootste ergernissen van het media-minnend publiek. Maar ja, hoe zouden we het anders willen zien? Ik heb bijvoorbeeld onlangs nog iets gekocht omdat ik het op TV had gezien en dacht…. da’s handig! Je wilt dus sommige dingen misschien juist wel, maar andere dingen weer juist niet voorbij zien komen. Dat gebeurt gelukkig al meer en meer ‘op maat’ via het internet. Ik ben in dit opzicht een groot voorstander van het feit dat ze me ‘bespioneren’ op m’n informatiezoektochten. Op die manier weet de zoekmachine welke info en producten ik interessant vind en welke niet. Die informatie maakt het mogelijk dat de producent veel gerichter (tot op individueel niveau zelfs) aanbiedingen kan doen. Een veel efficiëntere manier van reclame maken en je vermoeit de rest van de wereld er niet mee. Ik krijg dus heel gerichte voorstellen en vind dat prettig. Ik kan me ook voorstellen dat je die openheid niet op alle vlakken wenst. Ik wil me bijvoorbeeld per se niet in een politiek partij-hokje laten duwen en zou het dus erg vinden als er op basis van mijn informatie-zoek-gedrag conclusies worden getrokken waar ik niet achter kan staan. Je moet dit soort info dus ook nog wel zelf kunnen inzien en beïnvloeden. Best nog een weg te gaan dus, maar haalbaar lijkt me. Tot zover de eerlijke oprechte aanbiedingen van producten en diensten waarvan ik de toegevoegde waarde kan inschatten.

Taalgebruik van schurken: Ook bij de reclame zijn er echter schurken. Je kunt ze onmiddellijk herkennen aan het taalgebruik en meestal zijn het de producenten  van crèmepjes en zalfjes of voedingssupplementen die bijvoorbeeld het ouder worden tegengaan of zorgen voor mooi weer… Ook hier viert “Astro-TV” dus weer hoogtij. Het zou verboden moeten worden. Micellair water? (=zeepwater), waarom ze zo moeilijk doen?… Ze willen dus helemaal niet dat je het begrijpt en ze weten vaak ook niet of het goed of juist niet goed voor je is. Ze willen maar een ding en dat is omzet. Pure misleiding of oplichting? Ach, geen probleem hoor, voor die jongens… een simpel voorbeeld: Q10 Colageen (je wordt er mee doodgegooid en de consument weet echt niet wat het betekent) heb ik even uitgezocht. Ik heb domweg de eerste reclamekreet gepakt en ben even gaan zoeken. “New Care Q10 50mg & Kokosolie is bijzonder omdat het een plantaardig, natuurlijk gefermenteerd, co-enzym Q10 bevat van Japanse origine”. Een zin, vrijwel zonder zinnige en begrijpelijke inhoud voor de consument en dat voor een voedingssupplement product dat, volgens Wikipedia (oké, niet heilig maar ook niet allemaal onzin), nergens bij helpt:

“Co-enzym Q10 komt in vrijwel alle voedingsmiddelen voor. Via de voeding nemen we dagelijks circa 3-5 milligram op. Relatief rijke bronnen zijn orgaanvlees (vooral lever), vis en gevogelte. Aangezien co-enzym Q10 in de lichaamsweefsels zelf aangemaakt kan worden, wordt ervan uitgegaan dat in normale omstandigheden het lichaam niet afhankelijk is van co-enzym Q10-aanvoer via de voeding. De invloed van voeding op de co-enzym Q10-status blijkt miniem te zijn. Er is veel onderzoek gedaan naar de rol die Q10 speelt in het menselijk lichaam. Of het slikken van Q10-supplementen een bijdrage levert aan de gezondheid staat vooralsnog ter discussie. Ook metastudies (vergelijking van onderzoeksresultaten om nog betere uitspraken te kunnen doen) spreken elkaar tegen. Veel onderzoek blijkt ook direct door de fabrikant gesponsord te zijn en wordt als weinig wetenschappelijk beschouwd.”

Moeilijke woorden vergezeld van een mooi plaatje en praatje zouden voor de consument op voorhand een waarschuwing moeten zijn. Ik heb deze blog vooraf natuurlijk even aan de voedings”?deskundige?” toegestuurd die er mee adverteert en er zelfs lezingen over houdt en om een reactie gevraagd, maar die krijg ik natuurlijk niet… complete radiostilte… geheel conform verwachting… Schaamteloos vind ik dat. Evenals “geld lenen kost geld” zou je hier als overheid ook iets tegen moeten ondernemen, misschien een verplichte toevoeging “nooit wetenschappelijk aangetoond of aannemelijk gemaakt“?

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...

7 Opvolging in je eigen bedrijf?

7 De zoon/dochter neemt de zaak over? Ik weet nog goed dat m’n zoon als tiener een keer thuis kwam met de vraag “Pap, moet ik later de zaak overnemen?”. Ik heb toen onmiddellijk geantwoord: “Nee jongen, daar waag ik de zaak en m’n kinderen niet aan. Als jij een bedrijf wilt dan begin je gewoon zelf” (dat heeft ie vervolgens trouwens ook gedaan). Het was er uit voor ik er erg in had maar de opmerking was wel uit de grond van mijn hart. Ik heb te vaak bij anderen gezien dat het fout ging en die enkele keer dat het wel goed ging was voor mij dus onvoldoende garantie dat hij er gelukkig van zou worden. In de meeste gevallen hielp zoon- of dochterlief gewoon de zaak om zeep. Dat draagt je kind dan dus de rest van z’n leven met zich mee en anderen wrijven het er ongetwijfeld ook nog eens (al of niet goed bedoeld) in tijdens een ‘verjaardag’. Ook als de zaak gewoon doorkabbelt heeft Pa ‘m toch opgericht en krijg je er weinig credits voor terug. Zelfs als je het bedrijf verder uitbouwt blijft toch het commentaar dat je in een gespreid bedje kwam. Kortom, voor mij was het eenvoudig om te kiezen “Je moet het niet willen, tenzij”… Tenzij? Ja, want als hij onmiddellijk had aangegeven dat hij het als zijn levensdoel zou zien om het bureau verder uit te bouwen dan had ik natuurlijk onmogelijk nee kunnen zeggen, maar gelukkig was dat niet aan de orde. Ik zeg met opzet ‘gelukkig’ want dan had ik zelf nooit kunnen stoppen! Daarover zo meer… Ook voor het bedrijf is een dergelijke keuze een rad van avontuur. Dat moet je niet aan moet willen gaan ‘op de kleur van iemands ogen’ (want daar praat je dan eigenlijk over). Je klanten en je werknemers mogen verwachten dat jij je best doet om de club aan capabel management over te dragen. Dát verdient dus prioriteit en niet het feit dat het je zoon of dochter is!

Vanaf m’n 46e ging ik toch steeds meer met tegenzin naar m’n werk. Ik had duidelijk teveel van mezelf gevraagd gedurende lange tijd en betaalde daar toch ook de tol voor. Op m’n 48e ben ik tijdelijk gestopt vanwege hoge bloeddruk en na 2 jaren besloot ik om de zaak volledig over te doen aan m’n collega en helemaal te stoppen (gelukkig kon dat financieel). De bloeddruk is weer prima en ik heb nog steeds de tijd van m’n leven als vrijwilliger op diverse terreinen, bestuurder, muzikant en opa en full time genieter. Nog betrokken bij de zaak? Nee, dat leek me ook niet verstandig, maar als ik ‘m had overgedaan aan m’n zoon had ik het nooit los kunnen laten en was ik er dus misschien al niet meer geweest!

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...

8 Je aan ‘de regels’ houden?

8 Omgaan met ‘de regels’
Natuurlijk zijn regels goed. Zij voorkomen chaos want ze geven richting aan gedrag, cultuur, verwachtingen etc. en maken de samenleving dus wat comfortabeler en meer beheersbaar en voorspelbaar. Ze kunnen natuurlijk nooit álle situaties correct omschrijven want dan zouden er oneindig veel regels zijn en blijft er geen ‘leefruimte/vrijheid’ meer over. Soms wil je dat ook echt en dan denk ik aan protocollen voor veiligheid en dergelijke. Daar bestaat de kans dat je omwille van de veiligheid voor je gevoel soms onzinnige dingen moet doen of procedures moet volgen, maar in het dagelijks leven geldt die noodzakelijke striktheid gewoonlijk minder. We beschrijven met onze samenlevingsregels dus min of meer globale situaties en de wijze waarop we daarmee willen omgaan. Ik zie ze zelf als stevige richtlijnen en heb dus nog wel eens de neiging om er wat losser mee om te gaan als de situatie er naar is. Ik flapte dat er een keer uit en merkte dat niet iedereen er zo naar kijkt. Opvallend veel mensen zijn de mening toegedaan dat je je altijd binnen de marges van de regelgeving moet bewegen. Ik was oprecht verbaasd! Er was ooit een TV programma waarin midden in het bos een stoplicht was geplaatst en sommige wandelaars bleken daadwerkelijk te wachten tot het licht groen werd. Ik vind dit niet alleen onzinnig maar ook beangstigend gedrag. De kwaliteit ‘mens die z’n verstand gebruikt’ wordt geweld aangedaan omwille van een regel die niet voor deze situatie is gemaakt. Het is nooit de bedoeling van de regel geweest dat we stoppen voor een rood stoplicht. Dat is op zich namelijk een zinloos doel. De bedoeling van de regel is om de veiligheid te verhogen. Een stoplicht regelt bijvoorbeeld de veilige verkeersafhandeling. In dit geval was deze context er niet en is het doel van de regel dus weggenomen. Als je dan de regel boven haar doel stelt, dan getuigt dit volgens mij maar van één ding, je denkt niet na. We moeten regels respecteren binnen het doel waarvoor ze gemaakt zijn en zelfs dan zijn het geen absolute grenzen maar stevige richtlijnen waar je bij overschrijding wel een heel goed verhaal moet hebben natuurlijk. Een zwemverbod overtreed je onmiddellijk als je peutertje in dat water valt maar er is natuurlijk een grijs vlak. Als bij een spoorwegovergang van twee banen, de treinen elkaar kruisen hoef je daarna niet te wachten tot het rode licht gedoofd is (zoals op het bord staat) omdat er zeker NIET nóg een trein kan komen. Trouwens, als de bomen omhoog gaan is er sowieso geen trein in de directe omgeving, maar deze kunnen dan wel op elk moment ook weer naar beneden gaan. Je zou dus kunnen doorrijden zodra de bomen je daartoe de kans geven. Vanuit het doel van de regelgeving is er dan namelijk ook geen gevaar meer. Maar het is natuurlijk niet verstandig om dit te doen als er bijvoorbeeld kinderen in de buurt zijn want dan geef je wel een slecht voorbeeld en dat kan dus ook een afweging zijn in het te tonen gedrag. Maar mijn fundament blijft “Regels zijn er voor ons. Wij zijn er niet voor de regels”. Probeer ze met verstand te hanteren in plaats van als dogma.

Dit is ook precies waarop, in mijn ogen, fundamentalistisch gedrag maatschappelijk mank gaat. De politieagent die op een onzinnige plek of moment een bekeuring uitdeelt puur omdat ie z’n quotum moet halen wordt in mijn ogen terecht uitgekotst. Als je vanuit de regels de maatschappij gaat inrichten perk je de leefruimte onnodig in en dat was/is niet het doel van de regelgeving! Je had dan geen mens maar een computer moeten worden. Het vervelende is dat deze fundamentalisten dat zelf dus heel anders zien. Zij vinden dat zij het goede voorbeeld zijn omdat zij de regels naleven. Al die anderen vertonen laakbaar gedrag. Jammer is dat deze mensen soms zelfs op posities zitten waar je er als samenleving last van hebt. Als we niet relativerend met regelgeving omgaan vindt er ook nauwelijks evolutie in regelgeving plaats. Die veranderingen gaan meestal namelijk niet vanzelf maar worden in gang gezet naar aanleiding van incidenten of discussies dus, wie niet bereid is regels te overtreden, brengt geen vernieuwing.

Aan de wetgevende kant vind ik het onbegrijpelijk dat de minister de politie een aantal jaren geleden een ’bonnetjesopdracht’ gaf. Oom agent moest minimaal xx bekeuringen per jaar uitdelen om een bepaalde omzet te genereren, dat heette zelfs ‘productief zijn’. Dat heeft volgens mij helemaal niets meer met de veilige samenleving te maken en ik vond het ’regel-misbruik’ en een minister onwaardige opdracht. De bedenker hoort naar mijn mening niet op enig politiek niveau thuis. Deze houding komt dus op alle niveaus voor en ik vind nog steeds dat je daar ook altijd tegen moet ageren. Kritisch blijven is een must!

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...

6 Een eigen bedrijf??

6 Een eigen bedrijf?
Motivatie: Het is nooit mijn droom geweest… een eigen bedrijf. Het is er van gekomen omdat mijn baas niet vond wat ik vond en een opdrachtgever me stimuleerde  voor mezelf te beginnen omdat ie vond dat ik gelijk had. Dat bleek achteraf gelukkig een zeer succesvolle stap, zo succesvol dat diezelfde baas later nog bij ons gesolliciteerd heeft (hoe gek kan iets lopen). Hij sprak ook op het tienjarig jubileum van m’n bedrijf, hield een leuk verhaal maar begon met: “Jeroen kan prima onder een baas werken hoor, zolang die baas precies doet wat hij zegt”. Ik vond dat onzin natuurlijk, maar de essentie was wel dat ik vanuit een overtuiging handelde en niet vanuit een financiële motivatie, een commercieel concept, een heel slim plan of een toevallige hiërarchische situatie. Geld had ik niet, m’n vrouw was net zwanger van de 2e en ik was de gelukkige bezitter van een riante tophypotheek  van bijna twee ton met een rentepercentage van ongeveer 14%. Kortom, geen sprake van overvloed, maar dat zag ik niet als een probleem, want energie en zelfvertrouwen had ik genoeg. Ik stond aan de bakermat van een nieuw fenomeen, de microcomputer en wist daar (niet geheel toevallig) redelijk wat van. Kortom, ik kon geen argumenten bedenken om het niet te doen.

Timing:
Crisis of geen crisis (ik begon in 1985), mijn vrienden vonden het dom want ik gaf een erg goede baan op. Een B.V. of eigen bedrijf waren in die tijd (Den Uyl) trouwens ook nog eens ‘vieze woorden’, dus het was wel een beetje tegen de stroom in. Ik begon, zoals het hoort, thuis op de zolderkamer maar vertrok al heel snel weer naar Enschede (pand tegenover de Universiteit). Gestart met allerlei opleidingen op computergebied voor werkzoekenden en later de overstap naar de ‘gewone’ zakelijke dienstverlening. Het was intrinsieke motivatie dus ik beschouwde het niet als werk maar als ‘leuk om te doen’ en we (het bedrijf) deden het (en doen het volgens mij nog steeds) zeer goed. Ik ben er van overtuigd dat, een niche-player die top kwaliteit wil leveren altijd een goede boterham heeft. 

Geen brochure!:
Toen ik visitekaartjes liet ontwerpen, begon de vormgever ook over een brochure. Als je net voor jezelf begint is dat niet handig! Stel dat het een uitstekende brochure wordt die je tegelijk tien klanten oplevert dan heb je een probleem, want je bent alleen. Formuleer wie je als ideale klant ziet, wat je graag voor die klant zou willen doen en waarom ze dat met jou zouden moeten doen. Leg dat verhaal in een gesprek voor aan de potentiële klant en vraag hem/haar: “Wat zie ik verkeerd? Waarschijnlijk levert dat je de eerste klant op. Daarnaast is een brochure trouwens peperduur, in productie maar vooral in voorbereiding (maar dat doorzie je op zo’n moment nog niet)! Dus bij de start niet aan beginnen!

Werving toppertjes:
In zakelijke dienstverlening hoeft een bedrijf niet groot te zijn (liever niet zelfs, want dan gaat er te veel aandacht naar intern proces) als er maar toppertjes werken en die moet je weten te strikken en vast te houden. Dat deden wij door gastcolleges te geven over onze core-business op de universiteiten. In deze gastcolleges moest natuurlijk ook onze innovatieve drive naar voren komen en dat onze medewerkers weliswaar beter moesten presteren dan gemiddeld, maar gemiddeld ook meer verdienden. Wij hanteerden een 70% norm, hetgeen wil zeggen dat 70% van de gelijk geschoolden minder verdienden. Ik weet dat op de Universiteit een docent tegen een student heeft gezegd “Als je bij die club wilt solliciteren moet je wel cum laude afstuderen want anders wordt je niet eens uitgenodigd voor een gesprek!”. Dat was natuurlijk helemaal niet waar, maar dat was wel ons imago en daar zijn/waren we dus apetrots op.

Werkdruk en arbeidsvoorwaarden:
Je doet wat je leuk vindt (want dat houd je het langst vol) en het management zorgt dat lacunes worden ingevuld. De klant is prioriteit nr. 1, 2 en 3, jij maakt zelf je tijd-inschattingen voor offertes, je gaat voor een tien en niet voor een negen, het bureau faciliteert je daar waar je eigen kennis/vaardigheden tekort schieten en zorgt dat er goed gemanaged wordt en alles binnen het budget blijft. Je begrijpt dat sommigen floreerden maar anderen na drie maanden toch elders gingen solliciteren. Ik weet nog dat een sollicitant zeer verrast was over ons arbeidsvoorwaardengesprek bij de sollicitatie. Dat was namelijk heel simpel… we begonnen met de vraag “Wat wil je verdienen, hoeveel vakantiedagen wil je en welke opleidingen wil je nog gaan doen?” Als de sollicitant daarop had geantwoord gingen we samen berekenen hoeveel werkbare dagen daaruit volgden en wat dan zijn/haar uurtarief zou moeten zijn om nog interessant te zijn voor ons bureau. Was dat in harmonie dan was het oké. Zo niet, dan was het de sollicitant ook gelijk duidelijk waar het pijnpunt zat en waar moest worden ingeleverd. Dat had ie nog nooit meegemaakt…

Werving klanten:
Omdat we pretendeerden ‘top’ te zijn op ons (niche) vakgebied organiseerden we meerdere malen per jaar z.g. ‘Mini-Seminars’ over onderwerpen uit ons vakgebied voor onze klanten én prospects . Op deze miniseminars lieten we dan een wetenschapper, een medewerker en een klant over het onderwerp aan het woord zodat theorie, praktijk en onze inbreng bij projecten duidelijk werd (je laat zien dat je weet waar je mee bezig ben en laat je klanten reclame voor je maken bij je prospects). Je begrijpt… dat werkt beter dan advertenties… Mooie en leerzame tijd en ik had het niet willen missen… mijn toppertjes…. nog bedankt en fijn dat ik met jullie heb mogen werken!

Commissarissen: Heb ik het bovenstaande slimmigheden allemaal zelf bedacht? Welnee! Ik had goede commissarissen bij het bedrijf die vanuit ruime ervaring met wijze tips kwamen! Heerlijk om met hen over je business te filosoferen. Daarnaast zijn het zelf toppers die ook je netwerk weer in positieve zin uitbreiden. Het liefst heb je goed betaalde commissarissen, want die kun je na een paar jaar vervangen (na vier jaren hebben ze hun kruit wel verschoten). Vrienden raak je niet meer kwijt en worden zakelijke ballast!

Ik hoop dat het bovenstaande een startende zakelijke dienstverlener mag helpen!

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...

5 Rotary

5 Rotary?
Mijn bedrijf deed het goed en dat valt op. Als jong broekie (ong. 35) werd ik gevraagd om bij de lokale Rotaryclub te komen. Ik zag daar helemaal niets in, in zo’n serviceclub. Samen iedere week lunchen en dan werken aan goede doelen… dat kostte dus tijd en daar was ik veel te druk voor. Aan goede doelen gaf ik trouwens al genoeg, dus ik bedankte twee maal. Bij de 3e keer (mijn opdrachtgever was ook lid en drong aan) heb ik me verdiept in het fenomeen Rotary en de achterliggende gedachte, geniaal! Ik werd vervolgens (jongste) lid en moest even wennen aan de wijze opa’s (veel later ook oma’s), maar ik vond het geweldig! Wat een genot om die mensen elke week te mogen spreken! De Primus Inter pares van elke beroepsgroep was theoretisch gezien je clubgenoot, dus ik ontmoette mooie, slimme en wijze mensen, elk toppers op hun eigen gebied. Tuurlijk, er zitten ook wat ‘balletjes’ bij en een enkele ‘luchtballon’ maar daar hoef je niet per se naast te gaan zitten! Ik vond het een erg leuke en inspirerende club (dat kan wel erg verschillen per plaats heb ik trouwens gemerkt). In geval van nood kon je ook altijd een clubgenoot om een mening of om hulp vragen en met elkaar konden we zinvolle dingen doen voor de gehele gemeenschap (dat is ook meerdere malen gebeurd)! Ben vele jaren lid gebleven en was in m’n laatste jaar voorzitter. Ook nu nog komen we met een clubje ouwe lullen maandelijks even bij elkaar om te lunchen en dan houdt een van ons een verhaaltje over een leuk onderwerp. Geen verdere verplichtingen, dus leuk en gewoon doen! 

Geaffecteerde tongval…. Iets dat me wel opviel (tenminste meer dan bij de gemiddelde voetbalvereniging) was dat enkele leden toch wel een speciale tongval nastreefden (mijn ouders zouden zeggen “bekakt praatten”). Ik heb er nooit verder over nagedacht en me er ook nooit echt aan gestoord hoor, maar verwonderde me wel over het feit dat zelfs slimme mensen (in mijn ogen dan) er last van konden hebben. Vaak, maar niet altijd, waren ze geboren in ‘oud geld’ zoals dat heet. Ik kom niet uit zo’n nest want wij moesten het echt zelf verdienen maar ik heb het belang van die tongval nooit echt begrepen. Sterker nog… ik begrijp het eigenlijk nog steeds niet maar op deze leeftijd krijg je de tijd om zelfs over dit soort minder belangrijke dingen na te denken en moet ik er nu wel een beetje om lachen… Functioneel gezien moet je voor iedereen primair verstaanbaar zijn, dus plat dialect is dan misschien niet altijd handig, maar gewoon ABN zonder uitdrukkelijke tongval lijkt mij dan het meest gewenst. Wat wil je met zo’n bekakte tongval dan extra bereiken? Dat je met meer egards behandeld wordt of dat je eerder serieus genomen wordt? De gemiddelde Nederlander voelt denk ik dat je (al of niet bewust) toch meent dat je meer bent dan het gewone volk. Maar zelfs al zou dat zo zijn, dan is het toch niet sterk om dat oordeel zélf te vellen? Stel je voor, je wordt hulpbehoevend en zij, waarvan je dacht dat je er boven stond, doen je de luier voor… dan kun je je toch alleen maar schamen en dankbaar zijn dat ze dat desondanks toch voor je willen doen? Als het je is aangeleerd (gezins-code) dan heb je karakter als je je best doet om je daar van te distantiëren en ik ken toppertjes die dat bewust gedaan hebben. De gemiddelde hard werkende burger kan gemakkelijker veel respect opbrengen voor de kanjer die, ondanks die afkomst, gewoon ABN spreekt dan voor de kanjer die zich een hete aardappel aanmeet. Ik heb in m’n leven trouwens ook genoeg hete aardappels leren kennen die het zwarte garen nog niet eens uitgevonden zouden hebben, dus in dat geval maak je jezelf extra belachelijk. Wees jezelf, wees eerlijk, stel je gedienstig en gelijkwaardig op ten opzichte van je omgeving (daar zijn die clubs voor) en geniet vooral ook van de kwaliteiten die je tot je vriendenkring mag rekenen.

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...

4 Stress

4 STRESS…
Een heel groot nadeel van deze tijd, denk ik. Alle stress, druk, moeten, moeten en nog eens moeten zijn dodelijk. Voor sommigen zelfs letterlijk. Beiden hard werken (hypotheek, dus geen keuze), kinderen ook leuk, kan natuurlijk niet wegblijven bij de voetbal, wel wat hobby’s er bij want anders houd je dat niet vol, ’s avonds uitgeteld naast elkaar op de bank, extra glaasje wijn om het in je hoofd rustig te maken en vroeg naar bed… Natuurlijk willen we allemaal op tijd de keuze maken hoe ver je hierin wilt/kunt gaan en in the mean time de vinger aan de pols houden bij jezelf (en je partner/kinderen) of je nog de uitdagingen ziet of dat het een belasting wordt. Het klinkt allemaal zo van ‘ach… ik kan het wel aan’ of ‘ach zo’n vaart zal het wel niet lopen….’.
Ik heb zelf het geluk gehad dat de bloedbank mij weigerde als donor omdat mijn bloeddruk veel te hoog was (had m’n eigen bedrijf en door m’n werk te veel stress gedurende langere tijd). Ik werd dus gelukkig tijdig gewaarschuwd. In diezelfde maand overleed mijn projectleider (gezondheidsfreak, 52jr.) door stress. Een maand later een vriendje (stresshaan) in Amsterdam (net zo’n fanaat als ik zelf) nog onder de 50… Dat maakte veel indruk. Ik was 48 en heb de zaak gebeld dat ik voorlopig even rustig aan wilde doen. Dat beviel me zo goed dat ik na 2 jr besloot de zaak over te doen aan mijn collega-directeur die ‘m anno nu nog steeds prima runt volgens mij. De luxe was dat m’n financiële positie toeliet om dit te doen zonder enige uitkering (dat was m’n eer te na). We snoepen dus gewoon langzaam ons eigen geld op. Het voelde voor mij destijds eerst toch wel een beetje als falen, maar ik heb van deze zeer ingrijpende stap nooit een seconde spijt gehad. Altijd veel hobby’s gehad, gelukkig nog steeds veel energie dus nog steeds druk, druk, druk, maar nu wel zonder stress. Het HOEFT allemaal niet vandaag klaar en zelfs morgen is niet heilig! Heerlijk, en de bloeddruk is weer prima. Het is niet zo dat ik nu mijn afspraken niet nakom, maar ik maak ANDERE afspraken en anders doe ik iets gewoon niet. Ik had vroeger nooit gedacht dat dit mij kon overkomen omdat ik met een heel positieve levenshouding en een prima gestel de negentig in m’n eigen bedrijf vast zou kunnen halen. Mooi niet dus! Achteraf denk ik dat regelmatige reflectie op je eigen doen en laten in relatie tot waar je de lol uit put in dit leven van heel groot belang zijn. Die vette tweede auto (metafoor) is toch echt een keuze! Het is geklets achteraf natuurlijk, maar wel heel erg de moeite waard want eenmaal overspannen kost het je jaren om er echt overheen te komen en eenmaal dood wordt het er volgens mij ook niet leuker op! Dat zo’n simpele activiteit als bloed doneren je dus toch op tijd de spiegel kan voorhouden lijkt me waardevol! Dat was het voor mij in ieder geval wel.

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...

3 Inferieure bedrijvigheid? Banken & Verzekeraars

3 Inferieure bedrijvigheid:

Ik vind dit een moeilijk onderwerp omdat ik er niet echt goed de vinger achter krijg waar het precies fout gaat, maar het betreft bedrijven/organisaties waar ik om een of andere reden nooit bij zou willen werken. Die overtuiging heb ik al van jongs af aan en nu, bijna vijftig jaren verder, is dat beeld is nog steeds niet genuanceerd maar eerder bevestigd. Het sluit wel een beetje aan bij het vorige stukje over de ziektekostenverzekeringen voor rokers. Ik ben van nature echt geen azijnpisser maar dit soort clubs (banken, verzekeraars) zag ik als jong volwassene als profiteurs en dat beeld is door de jaren helaas niet veranderd. De oorzaak? Het is wellicht een combinatie van ervaringen, het kwaliteitsniveau van de producten en het niveau van de reclame-uitingen (de verhoogde premie voor rokers was er een van). Ik snap best dat bankieren en verzekeren een maatschappelijk doel dienen en ik wil die organisaties zeker niet allemaal over een kam scheren maar ik denk dat menigeen zich herkent in het beeld omtrent banken dat wanneer je geld nodig hebt, je bijna vermogend moet zijn om geld te kunnen lenen (ze ontberen de (proces)kennis om hierin tot juiste keuzes te komen, spelen daarom alleen op safe en zijn daarmee dus alles behalve een toegevoegde waarde, laat staan zelf ondernemend). Als je wel geld hebt komen ze met fondsen en beleggingsadviezen waar je niet zelden armer (beheerskosten e.d.) van wordt. Als uw beleggingsadviseur trouwens zelf geen rijk man is geeft dat toch te denken dunkt me. Die vraag heb ik zo’n adviseur inderdaad wel eens gesteld en dan kijken ze je aan alsof je een grapje maakt. Nee man, ik ben bloedserieus! De kleinere spaarders worden wettelijk nog een beetje beschermd maar de grotere spaarders kunnen rustig tonnen inleveren door uitstekend verpakte, maar niettemin inferieure, producten zoals slecht gemanagede Investment funds, verdampte lijfrentepolissen zodat je oude dag financieel heel anders uitpakt dan je destijds is voorgehouden. Ik heb die wereld nooit goed begrepen, het was/is niet mijn wereld, maar ik had er wel mee te maken. Misschien is dat ook de reden waarom ik er wat cynisch naar kijk. Het riekt er permanent naar foute of discutabele ‘producten’ en ‘diensten’ en er zijn altijd goed doordachte kleine letters of algemene voorwaarden om zorg te dragen voor uitstekende verklaringen en vrijwaringen.

Bij verzekeringen herkent iedereen wel het beeld dat je je overal tegen kunt verzekeren behalve tegen het niet uitkeren bij schade. Oftewel, premie betalen lukt wel, maar schade vergoed krijgen is soms een vak apart. Je voelt je bijna schuldig als je een keer iets meent te moeten claimen en dan nog blijft het een verrassing of er niet kleine lettertjes komen opdraven. Als ‘kleine lettertjes’ veelvuldig onderwerp van gesprek zijn mankeert er toch iets aan je product of aan de communicatie over je product, is mijn overtuiging. Alle bonnetjes bewaren en de kleine lettertjes goed lezen… het wordt een dagtaak die je de klant niet aan moet willen doen! Ook hier wil ik niet alle verzekeraars over een kam scheren, maar dit is wel het gemiddelde beeld van de ‘klant’ en dat mag de bedrijfstak toch zorgen baren dunkt me. Ook de verzekeraar heeft hier vanzelfsprekend weer uitstekende verklaringen voor maar er verandert niets, al decennia lang niet! Extra pijnlijk wordt het als de verzekeraar of bank bijvoorbeeld moet uitleggen aan de mensen die de premie/rente/kosten betalen waarom ze in zo’n vreselijk groot, duur en overmatig luxe ingericht pand zitten (die vraag heb ik ook een keer gesteld en dan valt het helemaal stil en gaan we snel over naar een ander onderwerp). Het geld druipt er soms van af… een museum zou trots zijn op de kunst die er hangt en maar sport of goede doelen sponsoren…

Ze vinden zelf vast dat ze het heel goed doen maar ‘de klant’ voelt dat heel anders. Die voelt dat ie dus veel te veel premie betaalt of veel te weinig rente krijgt, kortom, belazerd wordt. Je zou nog kunnen zeggen dat ze zelf moeten bepalen wat ze met hun ‘winst’ doen, maar nee, het is niet hun geld! Ze doen het met ons geld! Als ze failliet gaan is de iets grotere spaarder namelijk wel degelijk echt al zijn geld kwijt en zolang niet tenminste een inleggarantie wordt geboden, ongeacht het bedrag, doen ze dit dus met ons geld en dat zouden we als samenleving niet moeten pikken!

Dan heb je tot slot nog de nieuwe initiatieven (productvernieuwing noemen ze dat intern) die door ieder weldenkend mens onmiddellijk als inferieur gezien zouden moeten worden (het wordt dus ook niet langzaam beter). Verzekeringsorganisaties die bijvoorbeeld beweren dat je te veel premie betaalt omdat je er zelf nooit van hebt geprofiteerd (de man met de baard die maar geen autopech heeft gehad). Dat soort clubs ondermijnen m.i. het fundament van verzekeren, namelijk; je individuele onvoorziene problemen kunnen handelen dankzij collectieve draagkracht!. Het feit dat je premie betaalt geeft je recht op schade? of, als je geen schade hebt gehad dan zou je toch ook geen premie moeten betalen? Wat een onzin en wat een (wederom) goedkope en minne trucjes om klanten te werven. Dat de gebroeders de tv-commercials hiervoor maken snap ik al niet, maar dat de meute zo’n club niet gelijk publiekelijk afschiet… Het is niet slim en ik zie het als misbruik/misleiding door wederom gebruik te maken van impulsieve publieke reacties. “Zonder winstoogmerk” en “Daar plukt u de vruchten van?” laat je niks wijsmaken! Oplichters! Maak reclame met een eerlijk en goed doordacht product en niet met kletspraat en het sponsoren van sport of goede doelen… Misschien is dat alles wel de oorzaak van mijn cynische houding ten aanzien van de financiële ‘dienstverlening’… Er is de afgelopen vijftig jaren niets in veranderd en dát vind ik het meest trieste, onze kinderen worden er dus wederom de dupe van. Ook hier zou ik dus zeggen: Consument: Wees wijs en gebruik de ‘pen’ om de branche wakker te schudden! En “dienstverleners”; Ga je schamen en verzin een beter product want daarmee moet jij je onderscheiden van de anderen en niet met een groter pand, goede doelen, sport en klinkklare leugens! De branche treedt zelf blijkbaar niet corrigerend op dus misschien is het een idee om in de financiële sector winst fiscaal af te romen zodat het overtollige geld in ieder geval terugvloeit naar de gemeenschap? Mocht ik de enige zijn die zich herkent in het voorgaande, dan heb ik het erg mis en zal ik mijn excuses moeten aanbieden voor mijn geestelijk onvermogen, maar…

Als ‘de klant’ zich al decennia herkent in het bovenstaande beeld rondom banken en verzekeraars, kun je dan als branche trots zijn op jezelf of moet er toch echt iets veranderen?

Jeroen Teelen 2018

Lees verder...
%d bloggers liken dit: