Muzikale achtergrond

Om het onderstaande ‘lange verhaal’ kort te maken: Ik ben een ervaren (sinds m’n 19e) amateurdirigent (hopelijk een goede, maar in ieder geval een gedrevene…) die altijd aan muziek heeft gedaan (toetsen, zang) en sinds een jaar of tien bijna niets anders meer doet dan muziek! Zowel als toetsenist in twee bands, kerk-organist in de regio en als koordirigent.

Voor meer details… het onderstaande ‘lange verhaal’.

Als kind van een jaar of vier kroop ik bij oma achter de piano (de schuifdeuren dicht, want anders werd iedereen daar helemaal gek natuurlijk). Daarmee was voor mijn moeder de kogel door de kerk (want zij had ook jaren op oma’s piano gespeeld) en kwam er bij ons thuis dus ook een (2e hands natuurlijk) piano. Les op de muziekschool was minder succesvol. Ik speelde graag liedjes na van de radio en deed dus bijzonder weinig aan de etudes uit de boekjes. De piano-leraar was nog van het kaliber ‘alleen spelen wat er staat’ en stimuleerde dat improviseren/naspelen dus totaal niet. Na drie maanden (zo staat dat in m’n geheugen, maar het kan ook best een half jaar zijn geweest) ben ik gestopt met de lessen, maar het spelen van liedjes van de radio bleef. Nog op de lagere school, ontdekte ik een van de eerste elektronische orgeltjes… De leraar in de zesde klas gebruikte zo’n apparaat om de toon aan te geven bij de zeldzame muzieklessen die we kregen. Ik mocht er na de les wel eens op spelen… en later een liedje uit de zangles begeleiden… geweldig. Een paar huizen van ons vandaan woonden Hans en Elly van Dijk. Hans was van beroep musicus en de vaste dirigent/organist in de Vianneykerk in Deventer (daar kon je toen nog een boterham mee verdienen). Ik mocht regelmatig (soms 2x per week) bij ze oppassen op de kinderen en er stond natuurlijk een goede piano, een klavecimbel en ze hadden zelfs een STEREO! Kortom ‘hemel op aarde’ want ik zette dan een LP van de Beatles op en speelde de hele avond mee op de piano. De kinderen waren het gewend, dus die sliepen keurig door… Ik ging bij het kerkkoor omdat ik dan af en toe ook eens achter het orgel mocht en, volgens mij vanaf m’n 13e, speelde ik (bij gebrek aan beter natuurlijk) op het orgel tijdens de gewone missen in de kerk… Omdat ik de liedjes van de radio speelde, vond de jeugd (die toen nog verplicht met pa en ma mee naar de kerk moest) dat in ieder geval geweldig. In deze tijd maakte ik (o.l.v. Hans van Dijk) ook kennis met Mozart’s Missa Brevis (korte mis) KV275. Ik zong als bas in het koor en vond het geweldig mooi. Hier heeft Mozart definitief een plek in m’n hart veroverd… Op de middelbare school kwam eigenlijk het eerste echte bandje… Johan van Balkom op drums, Ron Ehlebracht op gitaar en ik op een keyboardje van de vader van Johan. De versterker was een oude radio! Johan verhuisde weer terug naar Limburg (dus ik was ook m’n keyboardje kwijt) en de piano thuis werd ingeruild voor een Philicorda (electronisch orgeltje van Philips) en later een Viscount (een Hammond was echt veel te duur). Ron en ik werden later aangevuld met Harry van Gogh op drums, Bert Dijkhuis op sologitaar en Jos Janssen op bas. Het was een echte band geworden (zonder naam overigens) en we hebben zo nog jaren met elkaar gespeeld. Als begeleidings-orkestje van het jongerenkoor in de Vianney (geleid door Hans van Dijk) en later als begeleidingsorkest (ook voorzien van strijkers en sax bij het Jongerenkoor te Schalkhaar waar ik als broekie van 19 dirigent van werd (wederom bij gebrek aan beter natuurlijk). Intussen zijn er nog wel wat kleine initiatieven geweest (andere lokale bandjes) maar dat was vaak na enkele maanden al weer afgelopen. Een enkele keer heb ik ingevallen bij een lokale, maar heel populaire band ‘The White Commets‘ onder leiding van Ben Rondhuis (‘Jij bent veel te mooi’ was zijn single), maar dat was dan omdat hun toetsenist (Ton Saunier) ziek was… dus echt uit nood geboren, want ze waren ook allemaal een jaar of vijftien ouder en Ton was in mijn ogen echt een technisch wonder op toetsen. Tjonge, wat was dat een mooie ervaring… Zelf nog niet eens uitgaan, maar wel op het podium met een bekende band… wat wil een tienerhart nog meer? Inmiddels zat ik op de HAVO en werd ik op m’n 17e gevraagd door Foolish Man, een populaire semi-beroeps-band uit de regio Voorst in die tijd. De rest van de bandleden was wel een stukje ouder, maar ik kon er blijkbaar mee door… We speelden elk weekeind en soms wel vijf keren in een week door het gehele land. Er ging een wereld voor me open in alle opzichten… Mijn ouders en ik hadden een gesprek met Hans van Dijk of het Conservatorium iets voor me was. Ik vond zowel de muziek als de techniek het einde dus kon niet zo goed kiezen. Wel had ik de overtuiging dat je wel ontzettend goed moest zijn als je er een goede boterham in wilde kunnen verdienen (muziekleraar was wel het laatste dat ik wilde worden) en ik vond mezelf technisch gezien (op toetsen) niet erg sterk dus zoveel zelfvertrouwen dat ik dat dan wel zou worden had ik nu ook weer niet. Op m’n 19e ben ik met Foolish Man gestopt omdat het zich slecht liet combineren met inmiddels mijn studie Electrotechniek aan de HTS te Zwolle. Voor Henk Wolters (gitarist) was dit aanleiding om er ook mee te stoppen en de band viel uit elkaar… Er kwam thuis wel een (2e hands) Hammond en ging ik regelmatig met Harry van Gogh (drummer) op stap om bij allerlei gelegenheden te spelen… De Hammond met Lesley op een aanhanger en rijden maar… van schnabbel naar schnabbel. In 1977 ontstond nog de band HighBreed (een gelegenheidsformatie waarmee we enekele maanden in Duitse nachtclubs speelden). Dat was een heel aparte ervaring… Ik werd op zondagmorgen vaak voor de kerkdeur afgezet (bij de terugreis) omdat ik dan ook nog om 10.00u in de Vianneykerk moest spelen. Al die tijd was ik dus ook blijven spelen in kerken. Kerkorgels vond ik geweldig en ook tijdens vakanties ging ik altijd bij de lokale koster vragen of ik op het orgel mocht spelen (dat mocht altijd)… Het mooie van het spelen in kerken is dat je weliswaar een melodie-lijntje hebt (in een misboekje), maar verder zelf alles moet bedenken/invullen (met handen en voeten) en het werd een sport om elk couplet weer anders te begeleiden. Daarbij komt dat het op zondagmorgen vaak een toontje lager moet dan op zaterdagvond en daar leer je ontzettend veel van. Gevoel voor harmonien, transponeren… lastig, maar als je het maar genoeg doet leer je het vanzelf. Het jongerenkoor in Schalkhaar bleef tot m’n 29e en bij mijn afscheid maakten we een LP. De kerkliedjes een beetje zat geworden, richtte ik (samen met Gerrit Smit) een mondain koor op… Het Gemengd Koor Groot Comschate (tegenwoordig popkoor KGC) in het voorjaar van 1984. Er werden gewoon wat briefjes opgehangen bij de lokale buurtsupers en een aantal mensen van dat jongerenkoor sloot zich weer aan. Op de allereerste repetitie kwamen maar liefst 120 mensen af. Ongekend, en natuurlijk vielen er mensen af, maar na bijna vijf jaren waren het er altijd nog zo’n 100 of 110. Er werden vrijwel geen bestaande arrangementen gebruikt dus ik schreef wekelijks wel een arrangement op een populair nummer van de radio. Alles liep voortvarend. Er werd meegedaan met het radioprogramma ‘Vara’s generale’, later werd er een avond georganiseerd voor de Poolse Hartpatientjes (met Tineke Verburg en Eddy Becker) en samen met de PTT fanfare werd de musical Jesus Christ Superstar gezongen in de Deventer Schouwburg. We hadden erg veel lol en omdat iedereen het volledig pro-deo deed, waren er ook eigenlijk nauwelijks kosten en dus werd er alleen maar gespaard voor feestjes en de jaarlijkse gezellige Sinterklaasavond. Op een van die feestavonden speelden we weer /gedeelde%20bestanden/overige%20bestanden/3%20feest%20GKC%20band%20bij%20ron.flv" target="_blank">met het eerste bandje (Harry, Bert, Ron, Jeroen en Jos). Het koor liep als een tierelier en op een dag werd ik gebeld door iemand van de gemeente voor het een of ander en de meneer wilde graag de voorzitter spreken. Toen ik zei dat we geen voorzitter hadden werd hem duidelijk dat het koor geen formele stichting of vereniging was en bleef het even stil aan de andere kant. “Maar dan komen jullie dus ook niet in aanmerking voor subsidies” kwam er een beetje stuntelig uit. Toen ik de ijverige ambtenaar vervolgens vertelde dat we die ook niet nodig hadden, leek hij met stomheid geslagen! De aanleiding en de rest van het gesprek is geschiedenis, maar dat was wel een beetje de situatie… Géén voorzitter (dus ook geen bestuur) betekende in de praktijk eigenlijk ook ‘nooit problemen’! Als iemand een idee had, dan werd er een oproep gedaan wie dat wilde organiseren en werd er collectief een kleine bijdrage afgesproken en zo kón er veel en was er weinig of geen gezeur!!!! Mooie tijd, maar inmiddels was ik voor mezelf begonnen met een adviesbureau in Enschede (vanuit de Universiteit) en werd het met toch allemaal te druk. Ik moest er na vijf jaren mee stoppen. Maar het koor bestaat nog steeds en af en toe zie ik ze nog wel eens… Een periode van een jaar of acht werd het muzikaal wat stiller. Ik speelde wel af en toe nog in een of andere kerk, maar niet meer als vaste organist. De zaak trok alle aandacht en was heel succesvol waardoor ik er ook echt niet meer aan toe kwam. Halverwege de jaren negentig kwam Patty Schoneveld (ook ondernemer) met de vraag of ik samen met hem wilde werken aan een (avondvullend) cabaretprogramma. Ik had thuis inmiddels een ware audio-studio en we gingen aan de slag…

Ik ging/ga voor kwaliteit en binnen no time werd het dus een echt professionele studio en kwamen er ook dagelijks mensen over de vloer DJ Thiesto, Hans Kazan (voice over), bandjes, zangers, commercials e.d. In 1997 deden Patty en ik onder de naam ‘Koffie en Thee‘ (Patty dronk alleen thee) een aantal optredens. Avondvullend (hulde aan het publiek dat het zo lang volhield) en zelfs in de Deventer schouwburg en op de middelbare school tijdens een AIDS-project. Alle inhoud kwam van onszelf, ook de liedjes. De begeleiding deed ik live op keyboards, maar inmiddels had ik ook stevige midi-tracks ingespeeld zodat we toch een complete orkestbegeleiding konden laten horen. In januari 1998 verscheen onze eerste CD (Patty werkt nu aan een nieuw programma en we repeteren bij mij thuis wekelijks om dit nog in 2012 op de planken te brengen, tegelijk met een nieuwe CD). Eveneens in 1997 maakten we in mijn studio een opname van het vocaal theater-ensemble Foon (o.l.v. Ans Booy) waarin ik als ‘gast-bas’ mocht meedoen. Er kwam een verzoek om mee te spelen bij het gelegenheidsbandje (De Kruisvaarders) op een feest bij onze tennisvereniging ‘De Boerehofstee’. Vond ik toch ook wel weer leuk en ik speel er inmiddels al weer vele jaren bij. We zijn van een ‘sigarenkistjes – band’ een echte Showband geworden en hebben onze naam veranderd in Premium-S. We spelen op kleine en grote feesten, maximaal zo’n 10x per jaar en alles klinkt goed en ziet er ook nog eens heel professioneel uit. Ik denk dat het inmiddels 2000 was geworden toen ik gebeld werd of ik de Martinuskerk als organist af en toe eens uit de brand wilde helpen en natuurlijk wilde ik dat graag doen. Er was ook een klein WoCo-koortje (Woord en Communie koor) dat geen dirigent had (Hans van Dijk was hun vorige dirigent geweest, wat een toeval), en nadat ik ze enkele keren achter het orgel had begeleid, werd gevraagd of ik niet hun dirigent wilde worden… Aarzelend zij ik dat ik ze wel ad-interim wilde doen (ik doe het nu dus (al vele jaren) nog steeds… en met plezier). Eenmaal weer wat meer betrokken bij het kerkgebeuren (ben zelf niet gelovig, maar vind het als ‘agnost’ allemaal prima en houd gewoon van mooie orgels) kreeg ik het idee om die prachtige KV275 bij de kop te pakken. Maar ja, daar zou het WoCo koortje z’n tanden op stukbijten dus vond ik dat er een speciaal ‘project-koor’ moest komen voor dit gebeuren. Weer wat briefjes bij ‘buurtsupers’, radio Gelderland pikte het op en Wiel Palmen schreef er stukjes over, kortom 180 aanmeldingen (voor meer info over dit project zie het boekje over KV275). Het werd een groot succes (Youtube opnamen van generale repetitie) en, het zal niet waar zijn… Hans van Dijk was onze organist! Inmiddels werken Patty en ik dus weer aan een nieuwe CD, speel ik ook nog in een jaren zestig band ‘More Life’ en ben verder volop bezig om ieder nootje van het Requiem van Mozart in de computer te zetten zodat ik oefen-orkestbanden kan maken en partituren naar believen kan uitdraaien. Voordat het zover was, was ik al een jaar bezig met de vraag aan mezelf of ik het muzikaal aandurf om zo’n project te trekken… Die vraag heb ik inmiddels positief beantwoord… Meerdere partituren vergeleken, tientallen uitvoeringen beluisterd en heel duidelijk een beeld van hoe wel en hoe niet… dus nu moet het maar gebeuren! Groot koor, professioneel orkest en solisten en misschien nog wat bijzondere aanvullingen om in 2013 te komen tot een paar zeer bijzondere uitvoeringen… want het moet allemaal wel goed natuurlijk!