Universiteit Twente

Ik solliciteerde in 1980 bij het TCMC (TrainingsCentrum MicroComputers) op de UT.

Ik meldde me bij de portier en gaf m’n naam op… hij pakte een pen en vroeg:”Teelen met een of met twee eees?”. Voordat ik het wist had ik “drie” gezegd en toen hij TEEE had geschreven keek hij me aan, zag mijn grijns en werd boos! Het is later helemaal goed gekomen tussen ons, maar hij bleek nogal eens in de maling te worden genomen en dacht dus dat het mijn opzet was… Zijn broer was hoogleraar dus misschien had dat er ook iets mee te maken.

Ik meldde me bij Wim Meerman, de baas van het TCMC en sprak met hem en een toekomstig collega Albert van Veen. Het liep vlot, geen auto meer van de zaak, een lager salaris, iedere dag op en neer naar Enschede… ik vond het allemaal prima, want ik mocht studeren en verder de hele dag hobbyen en werd nog betaald ook! Het is ook maar hoe je tegen de dingen aankijkt natuurlijk. Het was m’n lust en m’n leven… precies doen wat je leuk vindt (ik ontwikkelde een syllabus introductie microprocessoren), studeerde tegelijkertijd en vond de geestelijke uitdaging toch veel interessanter dan een zakelijke carrière. In mijn relatief korte UT-loopbaan werd ik zelfs twee maal benaderd voor een promotieplaats. Dat was natuurlijk, als je van een geestelijke uitdaging houdt de ultieme kans. Enkele gesprekjes en even nadenken leidden echter (bij mij in ieder geval) tot de conclusie dat ik van nature geen wetenschapper ben. Ik ben veel te ongedurig, wil resultaat zien. Na vier jaren opgesloten in een kamertje met een dijk van een computer zou ik onder de deur door druipen! Dat hield ik nooit vol. Zelfs toen Kasper Boon (oud collega die inmiddels hoogleraar in Maastricht was geworden) me aanbood om bij hem te promoveren als ik beloofde een jaar te zullen gaan schrijven was ik weliswaar vereerd, maar kon ik het niet opbrengen (terwijl ik wel rustig een jaar achter de computer kan zitten om b.v. een Mozart-project voor te bereiden). Ik was geen wetenschapper en wilde dat blijkbaar ook niet worden. Na twee jaren UT, werd het TCMC ondergebracht binnen het Rathenau-project. Prof. Rathenau was iemand die bedacht had dat de bedrijfsvoorlichting over het toepassen van micro-elektronica in producten en bedrijfsprocessen moest worden gestimuleerd door bij de drie Technische Universiteiten die Nederland kent (Delft, Eindhoven, Enschede) een soort Centrum voor Micro-Elektronica (CME’s) te starten als intermediair tussen wetenschap en bedrijfsleven en het bedrijfsleven te trainen/adviseren. Ik werd hoofd opleidingen (alleen het CME Enschede had landelijk gezien een opleidingstaak) en landelijk verzorgden we de eerste cursussen op het gebied van Micro-Electronica/Computers. Bas Krijgsman was de grote baas en ik heb het daar volgehouden (leuk werk hoor) tot 1985. Er was een verschil van inzicht over de toekomst op dit opleidingengebied tussen mijn (prima) baas Bas aan de ene kant en de klant Jan Hofman (dir. Gewestelijk Arbeidsbureau Enschede) en ik aan de andere kant.
Dat leidde tot de oprichting van mijn eigen bedrijf Teelen B.V.. Een half jaar lang heb ik nog een lopend project bij het CME afgehandeld in twee dagen per week en zo had ik ook wat vastigheid in die roerige periode. Wel leuk om nog te vermelden dat mijn toenmalige baas Bas Krijsman op het tienjarig jubileum van Teelen B.V. in zijn toespraak vertelde: “Jeroen kan ook prima onder een baas werken hoor… zolang die maar precies doet wat hij zegt”. Dat is misschien wel een heel kenmerkend iets dat bij me hoort. Ik kan heel goed in een team werken en accepteer ook de leiding zolang ik er ook volledig achter kan staan (kwalitatief en qua visie). Zo niet, dan ga ik het vervolgens zelf (anders) doen of ik ga weg…