29 Wat ga je studeren als je later groot bent?

 

Als kind al vond ik alles interessant dus je kon me eigenlijk voor heel veel dingen enthousiast maken maar ik was nergens een groot talent in. Je hoort me echt niet klagen hoor want ik ben zeer tevreden,  maar dat was gewoon zo en rond om me heen was het niet veel anders. Die echte kind-talentjes kom je (misschien zelfs maar gelukkig ook) heel weinig tegen. Ik kende er geen. Sport vond ik wel aardig maar vooral omdat je dan geen taal of rekenen had, maar dat het me echt interesseerde? Nee, eigenlijk niet… Ik vond het prachtig als iemand iets goed kon hoor, balletje hooghouden of zo, maar ik zou het niet in m’n hoofd halen om dat te gaan oefenen. Het enig opvallende dat ik mezelf herinner als bijzonder, was dat ik als kind van vier of vijf toch echt wel viel voor de piano van oma. Of ik er ook wat van bakte? Nee natuurlijk, maar ik kon (en kan nu nog steeds) genieten van b(l)ijvoorbeeld het simpelweg indrukken van één toets en dan luisteren hoe het geluid zich in de tijd ontwikkelt en hoe het langzaam uitsterft en onderdeel wordt van de ruimte… Heel gek, maar een simpele toon uit een instrument heeft zoveel meer dan bijvoorbeeld een simpele elektronische toon en dat horen is al een ontdekking op zich. Mijn moeder speelde piano en dus kwam er een bij ons thuis. Ik was toen een jaar of 5 á 6. De desillusie van de pianolessen van destijds maakte dat ik na drie maanden afhaakte op de muziekschool en dat voelde als een gigantische opluchting. Dat weet ik nú nog… Ik speelde elke dag liedjes na van de radio, maar de stukken uit de boekjes, daar had ik een broertje dood aan. Op school ging het verder wel aardig en volgens juffrouw Bruinenberg ‘kwam ik er wel’ maar zo’n genie was ik nu ook weer niet dus ik viel meer op door kwajongensstreken (ik zat liever op het dak van de school dan in de klas) dan door hoge cijfers. Het feit dat ik me niet gauw uit het veld liet slaan en altijd wel de discussie aanging was, zo werd me later gemeld, meer dan gemiddeld maar dat is mezelf vroeger nooit opgevallen. De literatuurlijst op de middelbare school heb ik nooit begrepen want het lezen van een roman vond ik zonde van de tijd. Je werd er, volgens mij, niet wijzer van maar biografieën over wetenschappers vond ik bijvoorbeeld wel weer geweldig, maar ja, die mochten dan weer niet. Een rare wereld… Het maken van een schilderij was voor mij ook slecht bestede verf, want een huis schilderen was veel zinvoller. Kunst (buiten muziek) was bij ons thuis dus niet echt een item. Hard werken en studeren wel. Het dilemma Conservatorium of HTS heeft maar heel even bestaan. M’n moeder gaf aan dat je wel héél goed moest zijn wilde je met een conservatoriumopleiding een fatsoenlijke boterham kunnen verdienen en ik kende bij ons in de stad twee jongens die, weliswaar iets ouder, technisch beter speelden dan ik. Omdat ik toch wel echt voor een tien ging, viel dat conservatorium alleen om die reden al voor mij dus direct af. Muziekleraar worden wilde ik namelijk echt niet en dat leek me in zo’n geval het enige alternatief.

Zo’n keuze maak je natuurlijk met de kennis van dat moment, gevoed door je directe omgeving. Ik ben heel erg tevreden met de weg die ik uiteindelijk gevolgd heb maar ik denk nog regelmatig terug aan het moment dat die keuze voorlag en ben inmiddels wel zeer nieuwsgierig wat er van me terecht gekomen zou zijn als ik wél naar het conservatorium gegaan zou zijn. Muziek maken is bij mij altijd in de schaduw blijven staan van m’n dagelijkse werk. Het is de laatste jaren zelfs op een heel redelijk niveau als dirigent hoofdmoot geweest van m’n tijdsbesteding. Het is ook nooit echt weg geweest, ook niet toen ik m’n eigen bedrijf begon. Nu nog, tijdens vakanties, ga ik steeds graag even in kerken kijken of er een mooi orgel staat en of ik er misschien op mag spelen. Spelen in kerken doe ik (als Agost) op aanvraag trouwens nog steeds en verder ben ik toetsenist in twee bandjes. Bij toeval (gebrek aan beter) ben ik op m’n 19e ook gaan dirigeren. Eerst een jongerenkoor, daarna een PopKoor en nog later een kerkkoor (10 jaar ad interim). Dat alles bij gebrek aan een echte dirigent natuurlijk, maar wel met enig succes.

Ik had het ‘geluk’ dat ik op m’n 48ste door de bloedbank werd geweigerd vanwege een te hoge bloeddruk. Ik heb toen bewust een tijdje rustig aan gedaan en dat beviel me zo super dat ik mijn bedrijf vervolgens heb overgedaan aan m’n collega die het overigens nog steeds prima runt. Voor mij zelf kwam er toen de ruimte om met dat dirigeren een stap te maken. Eerst een amateur-Mozart-project (KV275) waarvoor iedereen zich kon inschrijven en waar we na een jaar repeteren een paar aardige amateur-concerten konden geven. Ik was onbewust redelijk bekwaam, want het resultaat mocht er zijn, zonder enige professionele training vooraf. Gabriëlla’s sang uit de prachtige film ‘As it was in heaven’ was het veel beluisterde ‘toetje’. Toen ik werd gegrepen door het Requiem van Mozart (KV626) had ik dus wel een probleem. Zo’n stuk kun je niet doen met ongeoefende zangers en een amateurorkest dus van de 240 aanmeldingen bleven er na audities (dank aan zangpedagoge Ans Booy) 100 echt goede zangers over (er zaten zelfs twee dirigenten in m’n koor) en ik liep dus echt wel op m’n tenen. Ook zo’n beroepsorkest is iets dat je niet zomaar doet. Je hebt één repetitie vooraf en je moet dus de ‘taal van het orkest’ spreken om onmiddellijk duidelijk te maken wat de bedoeling is. Het gebaar van het moment moet de juiste sturing geven want anders gaan ze gewoon hun eigen gang… Ik ging ter voorbereiding bijna een jaar lang wekelijks naar vier bekende Nederlandse dirigenten voor privé-les en naar Masterclasses op het Conservatorium. Daar ging voor mij een wereld open. Ik voelde me er (net als op de UT trouwens) helemaal thuis en wilde er letterlijk wel een tentje opslaan in de tuin om er elke dag te kunnen zijn. Volgens mijn vrouw kwam ik elke avond ‘stuiterend’ thuis. Kortom, de wereld van de muziek was achteraf voor mij misschien ook heel goede keuze geweest. Ik was zeker nooit een heel goede organist of pianist geworden zoals ik destijds in mijn afweging voor ogen had, maar misschien wel een bovengemiddelde dirigent en van die mogelijkheid was ik me destijds helemaal niet bewust. Het Avé Verum van Mozart gaf me vleugels als dirigent… laten zien hoe je een stempel zet op een stuk dat men niet gewend was zo te spelen… Dát is wat ik in dát werk (dirigeren) geweldig vind…

Nu gaat het natuurlijk allemaal niet om de ‘optimale carrière’, voor zover zoiets al mogelijk zou zijn maar het kan dus wél zomaar zijn dat je op basis van te beperkte gronden een heel ongelukkige keuze maakt en dat lijkt me dus op z’n minst erg jammer. Ik weet dat die keuze voor mij bijvoorbeeld binnen één avondje geregeld was… dus dat dit nu zo’n evenwichtige afweging is geweest… nee! Hoewel, twee carrières in één leven is blijkbaar ook mogelijk! Nee, drie zelfs wel want op dit moment ben ik ook ‘inval vrachtwagenchauffeur als het mij uitkomt’ bij een transportbedrijf. Ook superleuk trouwens, maar wel weer iets heel anders… Ik besef dat ik wel erg veel geluk heb gehad dat het allemaal is gegaan zoals het is gegaan, maar ik wil voor de jongere die dit leest vooral aangeven dat een iets bredere oriëntatie/voorlichting dan alleen het thuisfront zich misschien dubbel en dwars terugverdient. Dat is dus één van die dingen die tijd mogen kosten en die een bredere afweging waard zijn… want dit soort keuzes maak je normaliter maar zelden…

Jeroen Teelen 2018 (gelukkig mens)

28 Waargebeurde ervaringen van Sinterklaas…

Sint heeft in de afgelopen 30 jaar toch wel wat bijzondere verjaardagen meegemaakt… een paar kleine voorbeeldjes (zou er een boekje mee kunnen vullen trouwens).  [...]  Verder lezen

27 Gezellig thuis bevallen? Stel dat er tóch onverwacht iets mis gaat, waar ben je dan liever… thuis of tóch in het ziekenhuis?

Nee, ik wil heel graag thuis bevallen…
Ik heb een lieve schoonzus van 68. Ze ziet er uit alsof ze nog vijftig moet worden en da’s geweldig natuurlijk maar toch zou ik niet graag met haar willen ruilen. Zuurstoftekort bij de geboorte heeft haar hersenen beschadigd zodat bijvoorbeeld fijne motoriek maar ook lopen praten et cetera allemaal traag en alleen met heel veel moeite gaan. Ze is dus lichamelijk en geestelijk gehandicapt. Ze heeft een rolstoel, een scootmobiel, een spraakcomputer (die ze door haar spasmen niet goed kan bedienen) en wij gaan iedere zondag met veel plezier naar haar toe maar dat maakt de situatie natuurlijk niet wezenlijk beter. Ze woont in een zorgcentrum voor gehandicapten en heeft haar leven lang een heel groot probleem. Dat gun je niemand en zeker je eigen kind niet dunkt me. Dat alles door een kleine stommiteit of omissie bij de bevalling en dat kan natuurlijk altijd en overal gebeuren. Zij is op zo’n moment niet de enige met een probleem, ook het gezin waarin ze geboren is heeft er de rest van het leven mee te dealen. Daarnaast de maatschappelijke lasten in termen van zorgvraag, kosten et cetera. Toch hoor ik nog steeds aanstaande moeders zeggen dat ze graag thuis willen bevallen omdat de zwangerschap zo goed gaat, het veel romantischer is en ze willen geen gedoe. Ik ben wat dat betreft wel een boer want ik flap er dan vervolgens recht voor z’n raap uit dat je dan dit risico neemt met je kind en dat je niet zou moeten willen. Vervolgens, dat het ziekenhuis (waar m’n eigen kinderen trouwens zijn geboren) ook een superfijne omgeving kan zijn om toch op een hele mooie manier je  gezinsuitbreiding te vieren, en juist helemaal geen ‘gedoe’ is maar eerder gemak. Waar bemoei ik me mee… denk ik dan (echt wel even) bij mezelf, maar ik voel tegelijkertijd een soort plicht om duidelijk te maken dat je onnodig risico’s loopt en dat je met eventuele gevolgen de rest van je leven moet dealen, nog even los van wat je je kind aandoet.

Ik weet dat ik een leek ben, maar ik heb inmiddels wel ruim veertig jaren ervaring met die gevolgen en ik begrijp dus niet waarom aanstaande moeders/ouders toch nog steeds dit (kleine?) risico willen lopen… Ik hoop dan dat zo’n opmerking ze tenminste aan het denken zet. Natuurlijk heb ik vervolgens wel wat artikelen gelezen over dit onderwerp en het is opvallend dat voornamelijk baby-sterfte het criterium in de afweging is. Het ‘ongelukje’ met mijn schoonzus speelt blijkbaar niet eens een rol en dat lijkt me op z’n zachtst uitgedrukt niet volledig. Helemaal verbaasd ben ik over een artikel van prof Simone Buitendijk lees (2010 en ook later nog) waarin het thuisbevallen zelfs wordt gekoesterd! Ook hier weer de discussie over de interpretaties van baby-sterftecijfers en de wijze waarop andere landen de registraties doen zodat vergelijken problematisch wordt en zo maar foute conclusies worden getrokken. Dát begrijp ik natuurlijk wel. Daar zal ze dus heus een goed argument hebben, maar daarmee beschouwt ook zij het ‘ongelukje’ bij mijn schoonzus dus niet als een element in de afweging!

Citaat Simone: ‘Vrouwen die thuis willen bevallen, zijn het meest tevreden over hun bevalling. Ik denk dat we met zijn allen, dus ook de gynaecologen, het systeem van thuis bevallen moeten omarmen, en er trots op moeten zijn dat het in Nederland kan. De Canadezen, Australiërs en Amerikanen kijken naar Nederland als voorbeeld, terwijl we hier intussen van die enorme debatten hebben over de thuisbevalling. De discussie moet gewoon eens een keer ophouden, want de risico’s zijn laag en het is voor vrouwen een groot goed.’

Haar argumenten vóór thuisbevallen vind ik, netjes geformuleerd, onbegrijpelijk: Moeten we trots zijn omdat we onnodig risico’s nemen? Die risico’s zijn misschien gering… maar besef dat de eventuele gevolgen gigantisch kunnen zijn! Een kort feel-good bevallingsmomentje thuis kán je hele gezin een levenslange handicap opleveren! Ik vind dat ze een soortgelijke blunder slaat met het artikel waarin ze stelt dat de gevaren van een ziekenhuisbevalling nergens worden besproken. Natuurlijk heeft ze gelijk als ze stelt dat die er ook zijn maar om daarmee te suggereren dat je beter af bent thuis is om te beginnen niet wat de rest van de wereld vindt en zeker ook niet aannemelijk tenzij er in een specifiek geval iets met een ziekenhuis aan de hand is!

Opmerkingen als: “In het ziekenhuis kan het ook fout gaan” zijn vergelijkbaar met “Je kunt ook longkanker krijgen als je niet rookt”. Mensen die dit zeggen hebben natuurlijk helemaal gelijk. De plaats waar je bevalt is niet een garantie dat alles naar wens verloopt. Je kunt je echter wel afvragen waar je het liefst wilt zijn áls er toch onverhoopt iets fout dreigt te gaan? Je krijgt bijvoorbeeld zelf een hartstilstand… lig je dan liever thuis op de bank met de dokter in aantocht of toch liever in een ziekenhuisbed aan de monitor met alle specialismen om je heen? In beide gevallen kun je alsnog gewoon de pijp uit gaan natuurlijk want in het ziekenhuis valt bijvoorbeeld de stroom uit, maar als ik een gokje moet wagen dan kiest iedereen volgens mij toch echt voor het ziekenhuis! In het ziekenhuis heb je in theorie alles en iedereen bij de hand en als het daar mangelt moet dáár dus wat aan gebeuren en niet aan de keuze op zich! Thuis ben je slechts voorbereid op de meest voorkomende zaken en als de vroedvrouw niet op tijd is, zelfs dat niet! Je loopt dus sowieso extra risico en dat kán net te veel zijn, zoals bij m’n schoonzus. Ik begrijp dus niet dat je zo’n risico bewúst neemt en waarom een hoogleraar dit ook nog meent te moeten verdedigen. Ik heb geen enkel rationeel argument gevonden.

Ook oneliners als Thuisbevallen net zo veilig als in ziekenhuis… suggereren dat je niet meer risico’s loopt als je thuis bevalt en daarmee zeg je dus dat het ziekenhuis, ook bij complicaties, geen toegevoegde waarde heeft. Dat zal niet de opzet zijn van de schrijvers van het artikel, maar dergelijke oneliners worden door de pers (dit ís een krantenkop) en Jan Publiek vervolgens wel gekoesterd en scheppen een schijnveiligheid bij hen die niet verder zoeken/nadenken. Niet doen dus, lijkt me. Zet er dan tenminste een vraagteken achter!

In 2015 beviel nog maar 13% thuis en dat was in 2005 nog 23% maar bedenk dat dit in de ons omringende landen nog slechts 1 a 2 % is en in heel veel landen inmiddels zelfs verboden! Zijn wij zo slim of is de rest van de westerse wereld zo dom? Wat is het fundament onder onze afweging? Nederland is een van de weinige landen in de westerse wereld waar thuisbevallen nog gebeurt en ook al zijn babysterftecijfers misschien geen indicatie voor een voorkeur omdat een vergelijk met andere cijfers niet valide is, dan zou het antwoord op één vraag dat wel kunnen zijn.

Iedere aanstaande moeder met een thuisbevallingswens zou de vraag gesteld moeten worden: “Stel dat er wél iets mis gaat, waar ben je dan liever… Thuis of in het Ziekenhuis?”. [...]  Verder lezen

26 Dèventer… monocultuur aan de IJssel?

Dèventer…

Ik denk dat vrijwel alle wat oudere Deventenaren het stempeltje nog wel kennen… Als je ergens meldde dat je in Deventer woont kreeg je steevast als antwoord “Moskou aan de IJssel”. Ik ben zelf geboren en getogen in Deventer en een trotse liefhebber van die stad. Mijn vrouw is als jonge import hier gekomen en heeft eigenlijk ook bijna haar hele jeugd in Deventer beleefd. Ons eerste eigen huis was, eind jaren zeventig, een toen nog redelijke middenstandswoning aan een drukke straat (Veenweg 89). Het was eerst van mijn grootouders en daarna van mijn oom en tante geweest. De verbouwing deden we zelf dus die kwam nooit af… een dankbaar onderwerp voor verjaardagsfeestjes natuurlijk en een rechtvaardiging voor mijn gereedschaps-kooplust, dus je hoort me niet klagen. Na bijna tien jaren woonplezier zonder plinten langs de vloer en met missende raampjes in sommige deuren kwam er eind jaren tachtig de behoefte om, met de kinderen (toen vier en twee), toch te verhuizen naar een wat ruimer huis (ik heb veel hobby’s). M’n insteek is altijd geweest: “Ik wil best een keer verhuizen, maar dan ook in één keer goed”. Dat gehop dat we sommigen zagen doen was niets voor ons… We hebben vervolgens twee jaren of nog iets langer alles in Deventer bezocht dat er te koop was en gekeken naar ontwikkelplannen, maar helaas… Toen m’n moeder op een ochtend belde dat er een prachtig stukje grond te koop was op een mooie locatie in Twello waar we zelfs ons eigen ontwerp konden realiseren, hebben we dat gekocht en er vervolgens een mooi huis op gebouwd. Inderdaad… met heel veel hobbyruimte… [...]  Verder lezen

25 Bestaat Sinterklaas nu eigenlijk wel of niet?

Elk jaar als ik op 5 december ‘s morgens rond 6.00 u. weer bij Grime-atelier Bessels aan de Rielerweg in Deventer het pand binnenstap, weet ik het helemaal zeker; Hij bestaat écht! Sterker nog, hij heeft veel, héél veel broers die er precies zo uitzien als hij. Dat komt goed uit want van elk kledingstuk hebben ze er daar tientallen aan de haak hangen of in de kast liggen. Sint is natuurlijk heel blij met zo’n grote familie want zonder die broers kan hij anders natuurlijk nooit al die scholen op één ochtend bezoeken. Van je familie moet je het dus inderdaad hebben in dit geval. Een héél enkele keer heb ik zelfs een zus gezien die in de Sintkleren ging, compleet met baard en haardos maar die herken je natuurlijk onmiddellijk! Ik ga er zelf van uit dat dit dus ook gewoon een grapje was want Sint heeft op zich een serieuze taak. [...]  Verder lezen

24 E-Mail? De eerste pogingen begin jaren 80… De achterstand die ervaring oplevert in een veranderende omgeving…

(pr)E-MAIL? “Hebben we al geprobeerd, gaat niet werken…”
In een eerdere blog heb ik gemeld dat ervaring een belemmering kan zijn bij innovaties want vanuit ervaring de toekomst beoordelen is zoiets als ‘een auto besturen via de achteruitkijkspiegel’. De introductie van E-Mail is hiervan een mooi voorbeeld want kort na onze eerste ervaringen (begin jaren tachtig), kwamen we tot de conclusie dat het toch niet echt wat kon worden. Kortom: “Hebben we al geprobeerd, gaat niet wat worden…” bleek later een heel foute conclusie…

Rond 1980 werkte (en studeerde) ik op de UT in Enschede. Ik was onderdeel van een klein groepje dat erg in de weer was met microprocessoren en –computers en dan vooral ook nog eens met de impact die deze volslagen nieuwe technologie zou hebben op het bedrijfsleven. Onderwijs vond ik leuk dus ik mocht ook de rest van het personeel op de Nederlandse Universiteiten voorlichten hoe belangrijk deze nieuwe technologie wel niet zou worden. Dat wist ik natuurlijk niet op basis van studie of ervaring want de technologie was nieuw en de impact op de maatschappij dus nog onbekend. Ik hield de ontwikkelingen in Amerika echter strak in de gaten, kende de kaders waarin je je fantasie z’n gang kon laten gaan en dacht dus dat ik er toch wel redelijk wat over kon melden. Daarnaast kon ik het wel aardig verkopen aan de toehoorders dus voor je het weet ben je dan ‘specialist’, mag je overal je verhaal doen en mag je zelfs deel uitmaken van allerlei leuke nieuwe ontwikkelingen. Eén daarvan was Electronic-MAIL of E-MAIL zoals het nu heet… helemaal nieuw, nog nooit vertoond, gigantische mogelijkheden. Het was helemaal mijn ding dus we waren er als techneuten ook allemaal van overtuigd… dát zou het gaan worden. Wég met die langzame briefpost die ook nog eens alleen op een fysiek adres kon worden geopend! Een kleine groep van zestien Nederlanders werkend op de technische universiteiten kreeg een mailbox! Ik was er één van en mijn collega die dagelijks tegenover me zat was ook een van de ‘gelukkigen’. Er waren dus nog veertien anderen ergens in Nederland maar die kende ik niet. Hoe het werkte? Heeeeel simpel (haha). Je moest bij het horen van de kiestoon via een ouderwetse draaischijf-telefoon een heel lang telefoonnummer draaien zonder daarbij een fout te maken. Maakte je wel een fout, dan moest je weer van voren af aan beginnen. Daarna wachten tot de ‘bel’ overging aan de andere kant (dat was een computer ergens in Londen). Vervolgens kreeg je een fluittoon te horen en moest je de knop van je MoDem (de schakel tussen je telefoonlijn en je computer) omzetten… Als dit alles binnen een bepaalde tijd (en daar ging het ook vaak fout) helemaal goed was gegaan hoorde je allemaal bliebjes en kwamen er tekens op je beeldscherm. Windows was er natuurlijk ook nog niet en van een Apple konden we alleen nog maar dromen… De bliebjes vormden letters op het beeldscherm en je moest vervolgens je naam en een (ik dacht) 14-cijferige toegangscode intoetsen. Iets te snel of te langzaam typen of een tikfout… en je kon opnieuw beginnen. Als alles goed gegaan was (dat was minstens een minuut of vijf later), kwam er, na de gebruikelijke beleefdheidsonzin (Welcome Mr. Teelen e.d.)  de melding: “You have no mail”. Dat alles ging ook nog eens in een traag tempo van 110 tekens per seconde. Als je zo’n proces een paar keren doorlopen hebt dan trek je al snel de conclusie dat je hier mee gaat stoppen. Het wordt zo geen succes… Technisch veel te moeizaam maar ook inhoudelijk van weinig toegevoegde waarde. De enige die ik iets zou willen melden was namelijk mijn collega, maar ja, die zat tegenover me dus die ging ik echt niet mailen. Van al die anderen kon ik ook niets verwachten want die kende ik helemaal niet. Wij hadden toen echt de indruk: Leuk dat het kan, maar het gaat dus toch niet werken…

Al met al een mooi voorbeeld dat een lancering puur vanuit de techniek niet werkt voor de massa. Je moet er een heel expliciet gebruiksvoordeel aan zien te koppelen, de tijd moet er rijp voor zijn en het mag niet te veel (liefst niets) kosten want anders ontstaat als snel weer het ‘kip-ei’  probleem omdat dan niet iedereen meedoet. Meeliften op bestaande techniek kon echter nog niet want de computer was nog geen gemeengoed. Daarnaast waren de technische toegankelijkheid en de enorme foutgevoeligheid ook grote barrières. Met één klik je mail kunnen openen maakte dat het pas halverwege de jaren negentig, toen heel veel mensen een pc hadden en er ook mee om konden gaan, het grote publiek bereikte en nu niet meer is weg te denken…

Jeroen Teelen 2018 (nog steeds wel een beetje nerd)

23 Salaris ING-Top

Salaris ING-Top
De inborst van mensen heeft niets te maken met hun financieel vermogen, intelligentie of opleiding. Er zijn arme schoffies met een gouden hart die hun laatste snoepje weggeven aan een kind in een rolstoel en er zijn vermogende, goed opgeleide en intelligente mensen die zich toch schofterig egoïstisch gedragen, zelfs al krijgen ze daarmee de complete samenleving op hun dak. Ik pleeg ze meestal ‘Narcisten’ te noemen omdat deze mensen in hun eigen universum leven en slechts hun ‘eigen gelijk’ als waarheid vieren. Tegen dergelijke zelfzuchtige elementen aan de onderkant van de samenleving zeggen we “Doe normaal man!” maar dit laten we gewoon gebeuren omdat een van de ING-commissarissen vindt dat Hamers te weinig verdient t.o.v. andere Europese ondernemingen met vergelijkbare omvang (Ahold en Volkswagen). Misschien is hij even vergeten dat deze  vergelijking al niet opgaat… ING bestaat nog dankzij de belastingbetaler en was er anders al niet meer geweest, dus enige bescheidenheid is gepast. Ook de prestaties geven die ruimte niet, dus waar zit er een steekje los?

Ik heb de bancaire wereld in eerdere blogs al ‘op het randje’ zo niet ‘malafide’ genoemd en dat geldt misschien niet voor alle maar ik zit er niet ver naast blijkt steeds maar weer. Er gaat geen maand voorbij of er staat weer een stevig schandaal in de krant. Doofpotten, witwassen, rentefraude, rentederivaten, kosten van lijfrentepolissen, het is bijna aan de orde van de dag. Deze week weer een artikel over het megasalaris van de ING-top dat volgens de krant ingaat tegen alle afspraken met de regering  maar in ieder geval tegen alle verwachtingen van de burger want deze bank is met óns geld overeind gehouden in de afgelopen bankencrisis. Als werknemer van zo’n bank voelt het natuurlijk niet prettig dat ‘jouw club’ nu weer een domper krijgt.  Je vindt misschien dat je je nog enigszins kunt verschuilen achter de omvang van de club en/of je geringe invloed, hoewel ik dat niet erg sterk vind. Als directie, Raad van Toezicht of Raad van Bestuur van zo’n instelling heb je die mogelijkheid echter niet! Ieder bancair schandaal mag je volledig jezelf toerekenen… Als bestuur is het jouw verantwoordelijkheid dat er goed directie wordt gevoerd en als directie is het jouw verantwoordelijkheid dat de organisatie naar behoren functioneert. Juist in die wereld, waar de schandalen dus bijna aan de ‘orde van de maand’ zijn, wordt op bestuurlijk niveau de ene blunder na de andere gescoord… Als een beloning bij een prestatie hoort zou het dus eerder over salarisverlaging moeten gaan dan om een salarisverhoging!

Blijkbaar vinden we dat als burger niet eens erg want we blijven die bankrekening houden… opzeggen is zo’n gedoe…?

Het getuigt in de interne afweging niet van een evenwichtige visie dat het salaris van de ING-top b.v. niet onder dat van de Rabo-top mag liggen… Omdat je daarmee bevestigt dat je iets meer of iets minder bent? Is de hoogte van het salaris dé indicator voor de kwaliteit en toegevoegde waarde van de bestuurder? Ik denk dat de uitdaging op dat niveau voor de bestuurder zelf niet primair bepaald wordt door geld want ze hebben al meer dan ze ooit kunnen verteren. Juist de commissarissen  met een referentiekader uit de oude doos maken deze kaders en houden dit spel in stand. No-nonsense-bestuurders en directies zijn écht wel te vinden, ook voor een wél fatsoenlijk salaris. Dat het voor zo’n onderneming niet uitmaakt of iemand een miljoen meer of minder verdient is geen punt van discussie. Dat het een goede en verdedigbare beloning is naar alle betrokkenen wél en daarvan is zeker in dit geval overduidelijk geen sprake.

De schande die je als bestuurders hiermee over jezelf afroept is een eigen keuze. Als het referentiekader slechts beperkt is tot hen die nóg meer verdienen dan is een reële basis voor een beloning dus al lang uit het zicht verdwenen. Het gaat nog slechts om ‘show-case’ presentatie, dus profilering ten opzichte van anderen. Volgens mij hebben echte toppers dat niét nodig… Ik zou me schamen voor alles en iedereen als ik partij zou zijn in deze discussie, ook als het om mijn vader/moeder zoon/dochter of ander familielid zou gaan. Het zijn machtsspelletjes waarin redelijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid geheel zijn verdwenen. Voor mij dus aanleiding om alle rekeningen bij een dergelijke club per direct op te zeggen! Niet dat de anderen veel beter zijn, maar dit is wel hét signaal dat je als burger-klant kunt afgeven. Ik zou dus zeggen… DOEN!

Voor onze regering geldt volgens mij overduidelijk dat ze hier gewoon moét ingrijpen. [...]  Verder lezen

22 Jeugdige wereldverbeteraars…

Jonge Wereldverbeteraars
Ik weet nog heel goed dat ik op de middelbare school, als jongetje van 14, in de kamer van de directeur achter de microfoon (hoorbaar in alle klassen) een pleidooi hield voor acties om de walvissen te redden van de walvisvaarders. Ik veegde publiekelijk de vloer aan met de mening van een van mijn docenten dat dit allemaal zinloze energieverspilling was door te melden: “Als we allemaal zo denken als de meneer XXX, verandert er niets in deze wereld. Wij moeten er vandaag wat aan doen en niet wachten op anderen die het morgen misschién gaan proberen!” Ik had het nog niet gezegd of er klonk een ‘bonk, bonk, bonk’ van boven, parallel met een soort gejoel/gelach. De betreffende leraar had (toen al) zwaar overgewicht en liep met een kruk… Je hoorde hem dus al van verre… Je wist ook precies waar hij was want je kon, in de pas met het gebonk, de klassen op volgorde horen juichen en lachen als ie voorbij kwam. Het leverde een heel boze leraar op die de kamer van de directeur binnenstoof… Ik zal je de sappige details verder besparen maar achteraf gezien had hij natuurlijk gelijk. De bevlogenheid en energie van jonge en enthousiaste mensen zijn natuurlijk prachtig om te zien en werken heel aanstekelijk, maar levenservaring kijkt daar toch vaak wat neerbuigend tegenaan…  De nuchtere constatering dat je met je jeugdig enthousiasme bij grote zaken niet echt veel verder komt is voor de jongere wellicht een koude douche maar voor de oudere zo voorspelbaar. Je bent de mug die de olifant probeert af te remmen. Heel waardevol dus… ervaring… 

Ervaring is echter vaak ook het argument om bij elk initiatief tot veranderen aan te geven “Hebben we al geprobeerd… gaat echt niet werken!” Hoe ouder je wordt, hoe vaker je ‘m hoort… Het is ‘Regeren vanuit de achteruitkijkspiegel’ en dat is alleen effectief in een zeer stabiele omgeving, oftewel, als de wereld heel snel verandert heb je niets aan ervaring! Heel jammer dus dat ervaringen uit het verleden ook initiatieven lam leggen die nu wel succesvol zouden kunnen zijn. In een snel veranderende wereld is ervaring dus ballast want het beperkt, al of niet bewust, je flexibiliteit. De gelukkige constatering dat de jongere zich van een mening of ervaring niet altijd direct wat aantrekt en toch door pakt geeft hoop. Hij focust namelijk op kansen en niét op ervaringen en dat is een fundamenteel verschil! Dat ie daarbij dus ook af en toe z’n kop stoot is misschien wel een betere opvoeding dan de oudere die zijn/haar experiment op voorhand dood redeneert.

Bij ‘olifantenprojecten’ zoals de walvisvaarders krijg je als jeugdige hooguit applaus voor je inzet en bewondering voor je durf maar het besef van de jeugdige dat het geen veranderingen teweeg zal brengen, komt pas later. Je mag al tevreden zijn als het leidt tot bewustwording of meer aandacht bij je directe omgeving. De echte veranderingen bij de grote zaken komen pas als je in staat bent de betrokken omgeving een spiegel voor te houden. Strijd is meestal niet erg slim en ook niet effectief, maar spiegelen wel… dus; “Zet de ander aan het denken!”. Nelson Mandela, Martin Luther King e.a. waren hiervan natuurlijk prachtige voorbeelden… Rede versus fysieke strijd… Voor jongetjes of meisjes van 14 dus echt een stapje te ver? Nee hoor! Ze hebben nog de spiegel van de kinderlijke onschuld. Een betere spiegel dan bijvoorbeeld enkele goede eerlijke kindervragen is er toch bijna niet? 

(tussen die leraar en mij is het trouwens wel weer goed gekomen… ik heb het vak laten vallen…)

Jeroen Teelen 2018