108 Religieus Fanatisme versus Mensenrechten: Hoeveel Tolerantie voor Intolerantie?

, ,

Waar Trekken We de Grens?
&
Moeten we wel respect hebben voor religie?

Religieuze overtuigingen botsen regelmatig met mensenrechten. Van eerwraak en exorcisme tot de Nashville-verklaring en religieuze indoctrinatie: waar ligt de grens? Moeten we geloof blijven gedogen als het leidt tot onderdrukking, discriminatie en intolerantie? Dit artikel onderzoekt de impact van religieus fanatisme op de samenleving en waarom kritisch denken essentieel is. En dat laatste geldt niet alleen voor fanatisme, maar eigenlijk voor elke vorm en beleving van religie.

Inleiding

De meeste mensen liggen er niet wakker van… Terwijl wij na het zoveelste incident onze schouders ophalen, broeden fanatieke overtuigingen door tot de volgende gewelddadige uitbarsting. Dan spreken we er wederom schande van en keren vervolgens voor de zoveelste keer terug naar de orde van de dag zonder er iets aan te doen. Ik kan het niet nalaten om m’n zoveelste blog over dit onderwerp te schrijven na de moord op Ryan al Najjar, de 18-jarige Syrische vluchtelinge die in 2024 in Nederland slachtoffer werd van eerwraak, en na het zien van een jonge homo-dominee op televisie deze week, die vertelde hoe duiveluitdrijving – bedoeld als ‘genezing’ – hem psychologische trauma’s bezorgde en zijn identiteit verwoestte. Dit zijn geen incidenten, maar symptomen van een religieuze waanzin die zich verschuilt achter een zelfverklaarde superieure religie van ‘het meest goede doen’, ‘de beste moraal’ en ‘oprechte naastenliefde’. Met deze blog wil ik dat soort buitensporige praktijken, geworteld in een gebrek aan (breder) inzicht door ‘confirmation bias‘ toch nog weer eens aan de orde stellen, want ook al doen die religieuze leiders hier zelf niets aan, dan hoeft dat toch niet in te houden dat we dergelijk gedrag ook nog moeten blijven ‘respecteren’?. Waarom denken gelovigen zo? Welk fundament houdt dit extreme gedrag overeind? 

Waarom laten we dergelijke absurditeiten voortduren zonder in te grijpen?

Waarom zijn we zo blind voor religieus extremisme?

Waarom zijn wij mensen, met al onze wetenschap, technologie en maatschappelijke ontwikkeling, zo tolerant dat we dit soort destructieve overtuigingen tolereren onder het mom van religieuze uitwassen en het recht op vrijheid van religie?

Mensen zijn van nature sociale wezens. Morele intuïties blijken biologisch ingebouwd en experimenten tonen aan dat zelfs baby’s al een voorkeur hebben voor eerlijk en behulpzaam gedrag. Het probleem ligt dus niet in onze natuur, maar in onze ‘waarheid’ – oftewel, in de informatie die we krijgen aangereikt en voor waar aannemen. Dát motiveert ons. Als je goede mensen slechte informatie geeft, gaan ze slechte dingen doen. Elke vorm van ideologisch absolutisme ontstaat doordat mensen bepaalde ‘waarheden’ als onaantastbaar beschouwen. Daarmee stopt ook zelf nadenken of nuanceren. Absolutisme verbiedt zelfreflectie en wordt een vrijbrief voor ongenuanceerd gedrag.

Wat is waarheid, en wie bepaalt dat?

Religie speelt vaak in op diepgewortelde psychologische behoeften, zoals de drang naar betekenis, zekerheid en gemeenschap, wat dogmatisch denken versterkt – vooral in gesloten gemeenschappen waar sociale druk en angst voor uitsluiting de norm dicteren. Deze dynamiek maakt het doorbreken van dergelijke overtuigingen bijzonder uitdagend. Religieuze leiders dragen hierin een cruciale aansprakelijkheid: door hun interpretaties als absolute waarheid te prediken, vormen zij een sleutel in het bevorderen van tolerantie of, helaas, het aanwakkeren van extremisme. In gesloten gemeenschappen manipuleren sommige leiders met geraffineerde retoriek en strategisch ingeklede boodschappen haat en intolerantie, meestal gedreven door eigenbelang of de angst hun controle te verliezen.

In al die eeuwen van ontwikkeling is de kwaliteit van onze informatie op sommige terreinen niet verbeterd. Als we niet willen leren, baseren we onze ‘waarheid’ op de overtuiging van een toevallige predikant. Ik zeg met opzet ‘toevallig’, want was je geboren in Saoedi-Arabië, dan zou je waarschijnlijk een even overtuigd moslim zijn geweest, en in Pakistan een evenzo zeer overtuigd hindoe. Alleen dit al zou gelovigen nieuwsgierig moeten maken naar een breder perspectief, maar dat wordt door diezelfde predikant meestal als ‘verwijtbaar gedrag’ aangemerkt. De dominee die bijvoorbeeld beweert dat de ‘tv’ je afleidt van God, doet dit slechts om zijn controle over een groep veilig te stellen, zonder discussies te hoeven voeren over afwijkende inzichten. Kortom, informatie bepaalt overtuiging.

Slechte informatie + sterke overtuiging = gevaarlijk.

Wie gelooft dat God ongelovigen wil straffen, zal zich moreel gerechtvaardigd voelen in onderdrukking of geweld.
Wie gelooft dat wetenschap ‘slechts een mening’ is, zal zich verzetten tegen vaccinaties of klimaatbeleid.
Wie gelooft in een religieuze heilstaat, zal democratie als obstakel zien.

Zolang we al deze misinformatie gedogen of zelfs beschermen uit zogenaamd ‘respect’, blijft de voedingsbodem bestaan!

De kern van maatschappelijke vooruitgang ligt in kritisch denken.

Kritisch denken betekent twijfel en het vermogen om inzichten bij te stellen. De opmerking “God is groter dan ons bevattingsvermogen” is per definitie waar, maar betekent ook dat wij niet in staat zijn daar iets zinnigs over te zeggen – we hebben er onvoldoende hersencellen voor, en dat geldt ook voor die predikant! Het is onhoudbaar geworden om religieuze dogma’s kritiekloos te gedogen – en laat ik duidelijk zijn: ik kies bewust voor ‘gedogen’, want ‘respecteren’ is een fundamenteel onjuiste kwalificatie. Respect impliceert een bredere goedkeuring die deze systemen niet verdienen. Waarom wordt kritiek op religie en haar uitwassen door velen als ongepast gezien? Ik stel dat het tijd is om religie te onderwerpen aan dezelfde kritische evaluatie als elke andere maatschappelijke invloed – zeker wanneer geloofsovertuigingen universele mensenrechten schenden of sociale vooruitgang belemmeren, maar ook bij subtielere schade zoals indoctrinatie van kinderen of uitsluiting van andersdenkenden. Religieuze ‘waarheid’ moet worden gerelativeerd, niet met terughoudendheid, maar met een open en gelijkwaardige discussie, vrij van religieuze onschendbaarheid. Wie bepaalt wat waar is? Niet de dogma’s zelf, maar de rede en ethiek die wij als samenleving durven te hanteren.

Religie boven mensenrechten?

Dat wereldwijd jaarlijks duizenden vrouwen worden vermoord in naam van eerwraak en worden besneden omdat de religie er zogenaamd om vraagt. Dat gruweldaden, voornamelijk zijn geworteld in religieuze dogma’s die irrationele noties van ‘eer’ boven mensenrechten stellen. Dat alles moet ons niet alleen aan het denken zetten, het moet ons ook tot handelen brengen. Maar nee, wij spreken er schande van en noemen het middeleeuwse praktijken, maar in ons eigen land ondertekenden orthodoxe christenen de Nashville-verklaring, een manifest uit 2019 dat, steunend op Bijbelse interpretaties, LGBTQ+-rechten afwijst. Religie preekt naastenliefde en tolerantie, maar praktiseert afkeur en intolerantie – en wij gedogen dit onder het zwakke excuus van ‘respect’?

Gedogen betekent iets toestaan zonder het goed te keuren. Respecteren betekent daarentegen de waarde of waardigheid van iets of iemand erkennen. Dat impliceert een zekere vorm van instemming. Maar in kwesties waar religieuze praktijken leiden tot schending van mensenrechten, gaat dat mij principieel te ver. Uit liefde voor de medemens mág ik daar zelfs geen respect voor opbrengen – dat zou moreel verraad zijn. Verafschuwen is dan op zijn plaats. Tolerantie is soms het uiterste dat rest, bij gebrek aan directe alternatieven. Daarmee veroordeel ik niet religie als zodanig, maar wél de praktijk zoals die door sommige onverlichte gelovigen, op basis van hun interpretatie, wordt toegepast.

Nederland probeert islamitische haatpredikers te weren, maar ondertekenaars van de Nashville-verklaring mogen ongestoord vanaf de kansel verkondigen dat andersdenkenden en LGBTQ+-personen verwerpelijk zijn. Binnen fundamentalistische stromingen wordt homoseksualiteit nog steeds afgeschilderd als een straf van God, een vergissing in de schepping, of een ‘ziekte’ – een gedachtegoed dat de basis vormt voor onderdrukking en discriminatie. Sommige religieuze leiders zien exorcisme zelfs nog als een ‘genezing’ voor LGBTQ+’ers. Wat telt zwaarder: menselijke waardigheid of theologische leer?

Onder maatschappelijke druk hanteren deze groeperingen een gematigder officieel standpunt, maar hun theologische opvattingen blijven homoseksualiteit als ‘zondig’ beschouwen. Juridische erkenning wordt tegen wil en dank toegekend, terwijl morele afwijzing blijft bestaan. Dit leidt niet alleen tot uitsluiting, maar ook tot interne verdeeldheid over transrechten en LGBTQ+-voorlichting op scholen. Dit is extremisme – al dan niet verhuld onder een dubbele moraal. Religie wordt in deze groeperingen gebruikt als excuus om fundamentele mensenrechten te schenden. En onder het mom van ‘religieuze tolerantie’ en een zelfverklaarde claim op ‘moraliteit’, moet de rest van de samenleving daar respect voor hebben? Hoe ver mag religie gaan wanneer zij geweld en onderdrukking legitimeert en zelfs een burgemeester onder ‘het religieuze juk’ niet ingrijpt? Waarom gaan we niet nadrukkelijker de discussie aan om deze destructieve opvattingen te bestrijden en een breder maatschappelijk perspectief te bieden? En waarom roept (bijna) iedereen, ondanks dit soort uitwassen, nog steeds dat we religie moeten respecteren?

Religie eist vaak een monopolie op moraliteit, maar de geschiedenis leert ons het tegendeel: geloof zonder kritiek is een gevaarlijke voedingsbodem voor onderdrukking, onrecht en gewelddadig fundamentalisme. Het botst structureel met rationeel denken, voortschrijdend inzicht, vooruitgang en zelfs met morele rechtvaardigheid. Religieuze vrijheid is geen vrijbrief om anderen schade toe te brengen, zelfs niet om anderen de maat te nemen! Toch voelt het bekritiseren ervan voor veel mensen als een inbreuk op iemands identiteit en vrijheid. Mensen vinden troost en betekenis in hun geloof, en wie zijn wij om dat aan te vallen? Bovendien is het lastig om religieus wangedrag aan te pakken zonder hele gemeenschappen te stigmatiseren of te polariseren. Maar maakt dit religie immuun voor kritiek of verantwoordelijkheid? Vrijheid van geloof eindigt waar schade – in de breedste zin – aan anderen begint, een principe dat in elke rechtsstaat geldt, maar te vaak wordt genegeerd zodra religie in het spel is.

Religie: bron van naastenliefde of voedingsbodem voor intolerantie?

Als religie regelmatig een voedingsbodem vormt voor extremisme, ligt het probleem dan niet óók bij religie zelf? Is het werkelijk een bron van naastenliefde, moraal en vrede, of eerder een voedingsbodem voor intolerantie? Religie heeft door de geschiedenis heen zowel inspirerende als destructieve krachten laten zien, maar vandaag de dag kunnen we focussen. Religie wordt vaak gebruikt als rechtvaardiging voor het als superieure kracht oordelen over anderen en voor extremisme. In die zin draagt religie bij aan polarisatie, onderdrukking en geweld. Sommigen bepleiten dat extremisme vooral voortkomt uit sociale, politieke en psychologische factoren waarin religie een ondergeschikte rol speelt. Ik probeer hier religie in een soort ‘toevals/bij-rol’ te zien, maar dat wordt bemoeilijkt door de constatering dat juist de extreme houdingen vrijwel allemaal een religieus motief kennen. Het is dus niet waar dat religie hier een onschuldige en toevallige bijrol speelt. Ze is juist de bron van de motivatie! De uitwerking hiervan – hoever mensen doorschieten – wordt naar mijn beleving wél beïnvloed door sociale, politieke en psychologische factoren, maar dat heb ik niet verder onderzocht.

Binnen religieuze groeperingen wordt religie vaak beleefd als een bron van naastenliefde, moraal en vrede. Het heeft ooit talloze ethische systemen gevormd, liefdadigheid en sociale cohesie bevorderd, en individuen geïnspireerd tot vreedzaam en moreel handelen, maar naastenliefde en moraal zijn geen exclusieve producten van religie – ze bestaan ook buiten religieuze kaders. Vooral nu de meeste van die rollen zijn geïnstitutionaliseerd, is die claim niet meer aan de orde. Iedere claim op waarheid, van wie dan ook, is per definitie een voedingsbodem voor intolerantie. Dogma’s en absolute waarheidsclaims werken dus per definitie intolerantie in de hand. Religieuze structuren, zoals kerk-instituties, hebben vaak gezorgd voor een gevoel van verheven status met uitsluiting van andersdenkenden, onderdrukking en minachting van afwijkende meningen. Vrijwel elke religie onderscheidt zich door een claim op superioriteit, al of niet extern profilerend. Het impliceert altijd een zelfverklaarde rechtvaardiging om anderen de maat te nemen. Wie denkt dat extremisme alleen voorkomt in extreme orthodoxie, doet er goed aan verder te lezen: wat als extremisme een glijdende schaal blijkt te zijn?

Sommigen beweren dat hun geloof dergelijke uitwassen niet (meer) toestaat. Dat is op zich een bewijs van de glijdende schaal van die oorspronkelijk ‘onwrikbare overtuiging’. Als religieuze richtlijnen flexibel kunnen zijn, waarom leidt dit dan niet, om te beginnen bij de leiders en elke weldenkende gelovige, tot een genuanceerder inzicht en tot het uitbannen van álle vormen van oordelen, uitsluiten of geweld?

Geloof zonder bewijs: een risico voor rationaliteit

Zolang religie zichzelf presenteert als een bron van absolute waarheid, zal het onvermijdelijk blijven botsen met universele mensenrechten, die evolueren op basis van ethiek, empirische kennis en maatschappelijke inzichten. Dit maakt kritiek op religieuze dogma’s niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk om rechtvaardigheid en intellectuele vooruitgang te waarborgen. Een religieuze overtuiging is in veel gevallen niet meer dan een beperkte visie, voortkomend uit onvoldoende brede informatie en een eenzijdige socialisatie. Het woord ‘breed’ is hierin cruciaal, want religieuze leerstellingen blijven doorgaans binnen de grenzen van hun eigen gesloten referentiekader en weren concurrerende inzichten.

   “Evolutie is een feit, geen theorie. Het is echt gebeurd, en zowel het fossielenbestand als de moleculaire biologie bevestigen dat. En toch, in dit land, de Verenigde Staten — het wetenschappelijk meest vooraanstaande land ter wereld — hebben we mensen die niet alleen niets van wetenschap begrijpen, maar er ook actief vijandig tegenover staan, inclusief tegenover de wetenschappelijke methode. En dat is een serieus probleem, want wetenschap is niet alleen een verzameling kennis, het is een manier van denken. Het is een manier om het universum kritisch te bevragen, met een scherp besef van menselijke feilbaarheid.”

Juist de afwezigheid van twijfel en zelfreflectie vormt de kern van religieus dogmatisme. Wie werkelijk openstaat voor kritische toetsing, wordt vroeg of laat geconfronteerd met tegenstrijdigheden tussen dogma en realiteit. Daarom hanteren religieuze enclaves strikte controlemechanismen om cognitieve dissonantie te voorkomen: censuur en sociale isolatie (geen televisie, geen toegang tot alternatieve wetenschappelijke inzichten, verbod op kritische literatuur); demonisering van twijfel en afwijkende meningen (wie nuance zoekt, wordt als ‘zwak in het geloof’ gezien of zelfs als ketter gebrandmerkt); afdwingen van groepsconformiteit door angstmechanismen (dreiging met hel, eeuwige verdoemenis of sociale uitsluiting). Religieuze dogmatiek stelt niet dat het op zoek is naar waarheid, maar dat het de waarheid al bezit. Dit maakt het per definitie strijdig met wetenschappelijke vooruitgang en ethische ontwikkeling. Werkelijke intellectuele groei vereist juist het vermogen om het eigen gelijk te relativeren en ruimte te geven aan nieuwe inzichten. En precies dáárom wordt dit binnen gesloten religieuze gemeenschappen als een bedreiging beschouwd: niet omdat het onwaar is, maar omdat het te overtuigend zou kunnen zijn.

Mensen accepteren vaak alleen informatie die hun overtuigingen bevestigt, een fenomeen bekend als ‘confirmation bias’. Dit wordt problematisch wanneer religie dit institutionaliseert en wetenschappelijke feiten afwijst als ‘gevaarlijk’ of ‘immoreel’. Charismatische leiders bevestigen keer op keer hun gelijk, wetenschap wordt ontkent, onderwijs wordt gemeden, discussies worden geridiculiseerd en afwijkende invloeden verboden.

Voorbeeld 1: Vaccinaties

In streng religieuze kringen worden vaccinaties geweigerd omdat “God bepaalt wie ziek wordt”, wat mazelenuitbraken in de Biblebelt veroorzaakte. Gelovigen zoeken naar bronnen die hun overtuiging ondersteunen en negeren wetenschappelijke studies. Eenzelfde redenering geldt voor klimaatontwikkeling: “God bepaalt de toekomst”, dus zelf nadenken is uit den boze.

Voorbeeld 2: Evolutietheorie

Christelijke en islamitische scholen onderwijzen dat evolutie slechts een “theorie” is, ondanks overweldigend bewijs, omdat het botst met scheppingsverhalen. Wetenschap wordt gebagatelliseerd, terwijl religieuze verhalen worden benadrukt.

Gevolgen van confirmation bias

In gesloten gemeenschappen bepaalt een religieuze autoriteit de ‘waarheid’, die onbetwist wordt doorgegeven in het lokale onderwijs. Dit beperkt leerlingen in hun vermogen om kritisch te denken en rationele beslissingen te nemen. Ik zie dit als een misdaad tegen de jeugd: een niet-rationeel-onderbouwde overtuiging wordt norm in een rationele wereld, terwijl wetenschappelijk bewezen feiten worden genegeerd. Dit ondermijnt tolerantie, wetenschap en vooruitgang, terwijl de gemeenschap zelf blind blijft voor deze vicieuze cirkel van onwetendheid. Kritisch denken helpt confirmation bias te corrigeren en stimuleert een open houding. Onderwijs dat vragen stelt en twijfel aanmoedigt, bouwt een samenleving waarin feiten boven dogma’s staan en tolerantie niet lijdt onder religieuze overtuigingen.

Conclusie: Tijd voor echte kritiek, religie is geen vrijbrief voor onderdrukking

Religie is geen eenduidige kracht. Het kan zowel verbinden als verdelen, afhankelijk van interpretatie, context en machtsstructuren. De kernvraag is niet of religie ‘goed’ of ‘slecht’ is, maar hoe religieuze denkbeelden en instituties worden ingezet en door wie. Onze maatschappij, inclusief geloofsgemeenschappen zelf, doet schrikbarend weinig – lees: niets! – om religieus wangedrag te beteugelen en verantwoordelijken ter verantwoording te roepen. Toegegeven, eerwraak kan strafrechtelijk worden aangepakt, maar talloze andere vormen van religieus onrecht – sociale uitsluiting, discriminatie in werk en onderwijs, psychologische druk, politieke tegenwerking van gelijke rechten, morele afwijzing, angstzaaierij – blijven onbestraft omdat we onder het mom van ‘gebrek aan wetgeving’ vooral de discussies willen vermijden. Denk aan het uitbreiden van de anti-discriminatiewet, strengere handhaving op ‘aanzetten tot haat’ (óók binnen een religieuze context!), het inperken van religieuze onschendbaarheid, het afschaffen van privileges en het openbreken van het publieke debat over deze onderwerpen.

Geloof is per definitie een kwestie van overtuiging en niet van objectief bewijs. Daarom moet religie in de publieke ruimte ondergeschikt blijven aan universele rechten en wetten. De vrijheid om te geloven betekent niet de vrijheid om anderen schade toe te brengen of de maat te nemen. Ik denk dat we de discussie open moeten durven voeren en de politiek moeten aanzetten tot eerder genoemde veranderingen: een neutrale overheid zonder uitzonderingsposities voor organisaties die hun eigen regels boven het maatschappelijk belang stellen. Religieuze instituties zouden zich sterker moeten richten op hun maatschappelijke bijdrage in plaats van op uitzonderingsposities en dogma’s die haaks staan op mensenrechten.

Haar claim op superioriteit en recht om anderen te oordelen moet worden aangepast aan moderne ethische normen. Het is tijd om religieuze instituties ter verantwoording te roepen als ze discriminatie of geweld rechtvaardigen. Pragmatische tolerantie onder het mom van ‘‘inclusiviteit’ is contraproductief. Ik geloof in het idee van ‘kerk zijn’ – een plek voor de medemens, voor bezinning, voor saamhorigheid. Maar dan zonder religie. Moeten we dat nog uitvinden?

Waarom ontbreekt het ons aan de moed om het kwaad binnen religie
onder ogen te zien en dit openlijk te benoemen?

Geloof mág een keuze zijn,
Mensenrechten niet!

Jeroen Teelen

10 februari 2025

Naar aanleiding van deze blog ontstond er een uitgebreide reactie-wisseling met een Anoniem Orthodox Bijbel-kenner. Deze dialoog (geen twist-strijd, maar met open vizier) is de moeite waard omdat ze zichtbaar maakt hoe denkbeelden leiden tot ‘waarheid’ en hoe we daarmee moeten omgaan in de pluriforme wereld van  vandaag. Dit is de link naar de volledige dialoog! en hier bericht ik mijn conclusies als afsluiting.

Beoordeel deze blog
17 antwoorden
  1. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Dag X,
    Onze dialoog toont een ontmoeting tussen twee wereldbeelden. We verschillen fundamenteel over waarheid, moraal en hoe overtuigingen ontstaan.
    Maar waar het mij vooral om gaat, is deze vraag: Hoe leven we samen in een pluriforme samenleving, zonder dat één overtuiging de ander overheerst of buitensluit?
    Daarom eindig ik met een aantal vragen – niet als aanval, maar als spiegel.

    Vragen die ik elke religieus georiënteerde wil meegeven:
    1 Mag ik ook geloven dat jij ongelijk hebt – zonder dat dat immoreel of gevaarlijk is?
    2 Wie bepaalt eigenlijk welke religieuze waarheid de ware is – en op basis waarvan?
    3 Wat als jouw overtuiging leidt tot lijden bij anderen? Is dat dan ‘waarheid’ of ‘schade’?
    4 Denk je dat een samenleving zonder religie geen moraal zou kunnen hebben?
    5 Hoe zou jij het vinden als een andere religie of ideologie in Nederland de norm bepaalt – en jij de uitzondering bent?
    6 Wat als jouw kind of kleinkind kiest voor een ander geloof – of helemaal geen geloof? Weegt liefde dan zwaarder dan dogma?

    Dit zijn geen strikvragen, maar serieuze uitnodigingen tot zelfonderzoek. Want in de afgelopen eeuw is gebleken dat religie haar positie in de samenleving alleen behoudt als zij zichzelf ook durft te bevragen.

    Wat dogmatiek de afgelopen eeuw verloor – en wat daarvan te leren valt

    1. Wetenschappelijke autoriteit
    Wat gebeurde er: Dogmatische claims over natuur, mens en oorsprong (zoals schepping of zondvloed) zijn verdrongen door toetsbare kennis uit evolutiebiologie, astronomie, genetica en psychologie.
Wat valt daarvan te leren: Zie wetenschap niet als bedreiging, maar als kans tot herwaardering van geloof binnen de werkelijkheid die we samen kunnen vaststellen.

    2. Moreel gezag
    Wat gebeurde er: Religieuze instituties verloren gezag door hun verzet tegen vrouwenrechten, seksuele diversiteit en de vaak laakbare omgang met misbruikschandalen.
Wat valt daarvan te leren: Ethisch gezag wordt niet ontleend aan oude boeken, maar aan empathie, rechtvaardigheid en zelfkritiek in het heden.

    3. Politieke invloed
    Wat gebeurde er: De samenleving koos voor een heldere scheiding van kerk en staat. Theocratische ambities werden onhoudbaar in democratische rechtsstaten.
Wat valt daarvan te leren: Wie invloed wil behouden, moet zich verstaanbaar maken in de taal van redelijkheid – niet van openbaringsgezag.

    4. Sociale vanzelfsprekendheid
    Wat gebeurde er: Geloof wordt niet meer automatisch overgedragen van ouder op kind. Jongeren maken hun eigen keuzes of nemen afstand.
Wat valt daarvan te leren: Geloof moet betekenisvol zijn op zichzelf – niet afhankelijk van traditie, gehoorzaamheid of sociale druk.

    5. Monopolie op zingeving
    Wat gebeurde er: Filosofie, kunst, psychologie en seculiere spiritualiteit bieden nu minstens evenveel houvast als religie.
Wat valt daarvan te leren: Geloof moet niet concurreren, maar bijdragen aan zingeving – zonder exclusiviteit op te eisen.

    6. Culturele onaantastbaarheid
    Wat gebeurde er: Religie is niet langer gevrijwaard van publieke kritiek, satire of juridische toetsing.
Wat valt daarvan te leren: Wie publiek wil spreken, moet ook publieke verantwoording aanvaarden. Geen enkele overtuiging staat boven het maatschappelijk debat.

    Wat als religie weigert te spiegelen?
    Als religie volhardt in haar huidige koers van dogmatisch exclusivisme en morele normering zonder toetsing, dan is de uitkomst niet dat zij ‘overwint’ – maar dat zij zichzelf marginaliseert.
    Die stelling is misschien hard, maar rationeel goed verdedigbaar:

    1. De feiten zijn duidelijk:
    In vrijwel alle westerse landen daalt het aantal religieus gebondenen structureel.
    Jongeren nemen afstand van geloof dat ze niet zelf hebben gekozen of kritisch mogen bevragen.
    Kerkelijke instituties verliezen invloed op onderwijs, politiek en publieke moraal.
 Nederland: minder dan 1 op de 5 jongeren voelt zich verbonden met georganiseerde religie (CBS, 2023).

    2. De samenleving verandert:
    Moderne democratieën draaien op diversiteit, autonomie en kritisch denken.
    Religie die deze waarden negeert, verliest legitimiteit.
    Wie slechts spreekt vanuit zijn eigen waarheid, sluit zich af van de publieke dialoog.

    3. De les is eenvoudig maar ongemakkelijk:
    Religie die weigert te spiegelen, verliest haar spiegelfunctie.
    Geloof dat zich onttrekt aan toetsing, verliest vertrouwen.

    Moraal zonder compassie is voor velen geen moraal, maar machtsuitoefening.

    En wat als u tóch volhardt?
    Ik weet zeker dat (X) op al deze punten duidelijke tegenargumenten zult hebben. Vanuit uw perspectief is dat begrijpelijk. Maar de vraag blijft: houden die argumenten stand in de werkelijkheid die we delen?
    Dit zijn geen meningen gebaseerd op voorkeur of geloofsgevoel, maar op waarneembare feiten en maatschappelijke ontwikkeling. De maatschappij verandert – en dat heeft gevolgen. Ontkenning van wetenschap is uiteindelijk ontkenning van de realiteit. De geluidsinstallatie in uw kerk werkt immers ook niet omdat u erin gelooft, maar omdat natuurkundige wetten – ontdekt en bewezen – het zo laten functioneren. Zelfs als we die wetten niet begrijpen.
    Misschien is het dan ook goed om, met de boodschap van uw God in gedachten, om u heen te kijken en u af te vragen:
Bent u werkelijk beter dan de ander?
Mag u de ander de maat nemen, enkel op basis van uw overtuiging?
Is uw wijsheid werkelijk meer waard dan die van mensen met een ander geweten, een andere ervaring, een andere zoektocht?

    Ik begrijp dat dit ongemakkelijke vragen zijn. Maar is het werkelijk onmogelijk om uw overtuiging mede te bouwen op medemenselijkheid, vrede en vrijheid – ook voor wie niet gelooft zoals u?
    Daar hebt u geen voorganger met een uitgesproken mening voor nodig. U leest toch zelf uw Bijbel? En u beschikt over gezond verstand. God heeft nergens gezegd dat u niet zelf mag nadenken en zich moet onderwerpen aan een voorganger die meent het namens Hem beter te weten. Het feit dat duizenden voorgangers wereldwijd elkaar tegenspreken – soms lijnrecht – zou toch tot enige bescheidenheid moeten leiden. Hoe kunnen ze allemaal gelijk hebben, als ze zelden hetzelfde zeggen?

    Samenvattend
    Religie hoeft niet te verdwijnen. Maar zij zal zichzelf maatschappelijk onzichtbaar of irrelevant maken als zij blijft pretenderen dat haar waarheid boven twijfel verheven is.

    Wie niet wil luisteren, zal uiteindelijk ook niet meer worden gehoord.
En wie geen plaats laat voor verschil, zal straks alleen nog zichzelf tegenkomen.
    De maatschappelijke pluriformiteit eist deze inzichten – niet als aanval op religie, maar als voorwaarde voor leefbaarheid voor álle groeperingen.
    Het is niet de vraag óf deze gevolgen zich zullen voltrekken, maar slechts wanneer – en of regeringen kiezen voor wijsheid of voor dogma. In het laatste geval is zelfs het voortbestaan van religieuze enclaves in Nederland onzeker. Want zodra religie gedragingen voorschrijft die de samenleving niet langer accepteert, zal de samenleving die religie ook niet langer beschermen.
    Dogma begrenst zelf nadenken. En wat zich onttrekt aan reflectie, verdraagt geen democratie en past dus niet in een pluriforme samenleving.

    Hartelijke groet,

    Jeroen

  2. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Beste X,

    Dank nogmaals voor je woorden en je afsluitende groet. Ik wil jouw afsluiting niet gebruiken om een laatste woord te nemen, maar voel wel de behoefte om iets toe te voegen – niet als repliek, maar als uitnodiging. Misschien voor jou, misschien voor anderen die meelezen.

    Ik wil het gesprek openen, niet winnen! Het doorgaan op de weg van het verdedigen van het eigen gelijk op discussiepunten leidt tot niets!

    Laat me beginnen met iets dat voor mij fundamenteel is:
    Als ik deze discussie win, heb ik op voorhand verloren.
    Niet omdat ik geen overtuigingen heb – die heb ik natuurlijk wel – maar omdat ik geloof dat de waarheid, als ze al bereikbaar is, slechts via dialoog kan worden benaderd. Een gedeeld fundament van definitie. Dus zeker niet via het claimen van een moreel overwicht en dus ook niet via de ‘zekere stelligheid’ van dogma’s. Het etiketteren van andermans redenering als gevaarlijk of onzinnig is een bewijs van onbegrip én een gevaar voor een vreedzame pluriforme samenleving.

    Die verleiding om terug te vallen op het eigen gelijk zit in ons allemaal. Maar juist dan moeten we ons afvragen: Waarom willen we zo graag gelijk krijgen, in plaats van elkaar beter begrijpen?

    Leven in een pluriforme samenleving is een morele oefening die niet iedereen tot een goed einde kan brengen.

    Ik stel mezelf regelmatig de vraag:
    Wat is er nodig om samen te leven met mensen die fundamenteel anders denken dan ik?

    Niet als politieke vraag, maar als persoonlijke uitdaging.
    Als ik wil dat een ander zich veilig en welkom voelt met zijn overtuiging, dan moet ik dat ook omgekeerd mogelijk maken.

    Zelf vinden dat je tolerant bent, is niet genoeg.
    Tolerantie is pas echt als de ander zich erkend voelt in zijn verschil.

    En andersom: als jij vindt dat jouw overtuiging de enige juiste is, wat vraagt dat dan van je gedrag in een pluriforme samenleving? Je zit niet op een eiland met gelijkgestemden waar je de scepter zwaait en het vanzelfsprekende gelijk aan jou kant hebt. Welke ruimte laat je dan voor andersdenkenden? En neem je verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke consequenties daarvan?

    Geloof en twijfel zijn geen vijanden

    Je schrijft: “Ik hoop dat je begrijpt wat je hier zegt.”
    Dat klinkt als een leermeester tot een leerling. Maar ik ben geen leerling in jouw systeem, en jij niet in het mijne.
    Wat als we elkaar in plaats daarvan benaderen als medereizigers? Wat als we erkennen dat ook onze eigen morele intuïties feilbaar zijn en dus eigenlijk moeten vragen om een toelichting in plaats van de belerende opmerking?

    Ik durf niet te beweren dat ik op het goede spoor zit.
    Maar ik durf wel te zeggen dat ik mijn overtuigingen steeds wil blijven toetsen aan hun gevolgen voor anderen. Ik denk dat ik daarmee dus ook het optimaal haalbare een kans geef in plaats van halverwege te oordelen over details bij anderen die niet passen in mijn religieuze wereldbeeld.

    Als ik me uiteindelijk blijk te vergissen, dan heb ik tóch geprobeerd om het goede te doen binnen de ruimte die mij gegeven is.

    Stel bijvoorbeeld dat het onmogelijke plaatsvind en jouw interpretatie van ‘het goede’ achteraf tóch een vergissing blijkt… (er zijn per slot van rekening op dit moment tenminste tientallen godsdiensten die allen denken ‘de enige ware’ te zijn en dat is nu eenmaal niet mogelijk. Zelfs niet voor een Orthodox gelovige…
    Heb je dan het risico gelopen dat je – met de beste bedoelingen – mensen schade hebt gedaan in naam van die God in plaats van zijn primaire boodschap van liefde te dienen?

    Zou een genadige God, vol liefde, niet juist vragen:

    “Waarom heb je hun pijn niet gezien?”
    “Waarom heb je je verstand (dat ik je notabene heb gegeven) niet gebruikt?”
    “Waarom koos je voor zeker weten en misschien twijfelachtige interpretatie, in plaats van voor het meevoelen en het goede doen voor de medemens, zoals de kern is van mijn boodschap?”

    De echte vraag:

    Voor mij gaat het dus uiteindelijk helemaal niet om het gelijk, maar om deze vraag:

    Welke houding maakt het mogelijk dat we – ondanks diepe verschillen – samen vrij mens kunnen zijn op dezelfde kleine wereld, in plaats van iedere overtuiging naar een geloofsgevangenis te verplaatsen?

    Die vraag stel ik aan mezelf, maar ook aan jou.

    Want hoe mooi jouw geloof ook is, en hoe oprecht je bedoelingen ook zijn –
    ik geloof dat het pas werkelijk waarde krijgt als je jouw aanwezigheid van God viert en deelt zonder dwang, zonder angst, en zonder het eigen gelijk als maatstaf, maar door je liefde voor de medemens te tonen, ongeacht zijn eigen achtergrond en overtuiging. Nam Jezus het niet altijd op voor de, de de farizeeërs verstotenen en geminachten? Is dat niet ook een heel duidelijk antwoord vanuit jouw eigen morele gedachtegoed? Pas dan zien ook andersdenkend mensen daar de toegevoegde waarde van. Het uiten van liefde, begrip, mededogen zónder oordelen of eigen agenda, maakt jouw God toegankelijk voor anderen.

    Misschien moet ik in jouw persoonlijke geval nog een stapje verder gaan:

    Wat als gehoorzaamheid soms betekent dat je ook je zekerheden durft te bevragen? Dat je je door God laat corrigeren via de ander, ook als die anders denkt dan jij? Niet omdat de ander gelijk heeft, maar omdat liefde soms begint bij luisteren en durven niet-oordelen, maar vragen stellen.

    Jezus stelde zelf voortdurend vragen. Hij nodigde mensen uit om opnieuw te kijken, niet om zich vast te klampen aan wat ze al wisten en anderen de maat te nemen. Zou het kunnen dat Hij dat vandaag ook van jou vraagt?

    Durf jij Hem ook te vragen of jouw overtuiging soms mensen meer schade dan liefde brengt? Zou het kunnen dat Hij je uitnodigt tot een vorm van nederigheid die begint bij het twijfelen aan je eigen gelijk?

    Dank voor je openheid, en moge de liefde waar ook jij in gelooft, ons beiden uitnodigen tot voortdurende reflectie.

    Hartelijke groet,
    Jeroen

    Aanvullende reactie bij ons gesprek – over botsende waarden en samenleven

    Beste X,
    Omdat je ook de vraag stelde hoe we kunnen omgaan met botsende waarden – bijvoorbeeld als iemand uitgaat van het ‘recht van de sterkste’ als moreel uitgangspunt – wil ik daar graag nog een korte, inhoudelijke beschouwing aan toevoegen. Niet als tegenwerping, maar als reflectie op wat er praktisch nodig is om samen te leven met fundamenteel verschillende overtuigingen.
    Wat als geweld of overheersing wél legitiem is voor iemand?

    Stel dat jouw overtuiging inderdaad is, zoals je stelt:
    “Ik geloof in sociaal-darwinisme. Als ik sterker ben dan jij, mag ik je huis innemen. Dat is mijn model van de werkelijkheid.”
    Dan komen we op een pijnlijke maar wezenlijke grens van morele vrijheid: jouw recht op overtuiging stopt waar het fundamentele rechten van anderen schendt.
    Niet omdat ik dat vind, maar omdat een samenleving anders onhoudbaar wordt.
    Want stel dat een ander nóg sterker is dan jij – en met geweld jouw familie verdrijft, je werk afpakt, of jouw godslasterlijk noemt en je uit huis jaagt: zou je daar vrede mee hebben? Als je geen grenzen stelt aan wat mag, dan kun je er ook geen bescherming van verwachten.

    Waarom samenleven regels vereist – zelfs bij botsende overtuigingen
    In een pluriforme samenleving botsen voortdurend waarden. Maar zonder gedeelde spelregels vervalt die samenleving in willekeur, geweld of segregatie. Daarom hebben we:

    De rechtsstaat – als minimaal kader waarbinnen iedereen zich veilig weet.
    Onderwijs – om burgers moreel en sociaal te vormen, niet alleen cognitief.
    Democratisch debat – zodat we ruimte maken voor verschil, maar ook grenzen kunnen stellen.
    Deze mechanismen zijn geen luxe, maar bittere noodzaak.

    Is moraal dan relatief? Nee, maar wel kwetsbaar.
    Ik beweer niet dat ‘alles maar mag’ of dat moraal subjectief is. Maar het idee dat jouw moraal de enige legitieme is – zónder ruimte voor de ander – is juist het risico.
    Want dan wordt overtuiging een machtsmiddel. En precies dat is het begin van onderdrukking, ongeacht hoe oprecht je bedoelingen zijn.
    De echte uitdaging: geen waarheid afdwingen, maar ruimte scheppen
    De vraag is dus niet: Wie heeft gelijk?
    Maar: Hoe zorgen we dat we elkaars verschil kunnen verdragen zonder elkaar te schaden?
    Dat is geen relativisme. Dat is morele volwassenheid.

    Dank voor je openheid in dit gesprek. Dit stuk is bedoeld als een rationele aanvulling, die meer vanuit dialoog en kwetsbaarheid geschreven is. Beide perspectieven zijn nodig als we elkaar echt serieus willen nemen.

    Met groet,
    Jeroen

  3. Nog
    Nog zegt:

    Beste Jeroen,

    Ken je redenen van geloof die christenen hebben.
    Je antwoord:
    Wat ik zie, is dat geloof vaak draait om persoonlijke ervaring, innerlijke zekerheid, zingeving, openbaring – soms als wonderen beleefd.

    Mijn reactie:
    In een rechtszaak zijn drie getuigen genoeg. Voor het bewijs van het bestaan van Christus zijn blijkbaar miljoenen getuigen nog niet genoeg 😉

    Maar, ik doelde in eerste instantie niet op persoonlijke getuigenissen. ik had gehoopt dat je iets had gehoord over bewijsmateriaal buiten de innerlijke openbaring; bewijs dat voor jou zichtbaar is. Daar zijn honderden boeken mee volgeschreven. Ik laat het nu voor wat het is.

    Dan over je ethiek
    Je schrijft:
    Ik beschouw moraal als een product van gezamenlijke afstemming – geworteld in menselijke ervaring, empathie en de wens tot samenleven. Die afstemming kan verschillen – en juist daarom moeten we het gesprek daarover voeren. In een democratische samenleving moet ruimte zijn voor verschil, zolang we elkaars vrijheid respecteren.

    Mijn reactie:
    Ik hoop dat je begrijpt wat je hier zegt. Je claimt hier een universele waarheid. En niet vanuit een goddelijke inspiratie.
    Dit doet me aan iets denken: het gesprek tussen de slang en Eva.
    Vrij vertaald zegt de slang: jij bent niet wie God zegt dat jij bent. Je bent zoveel meer. Jij hebt recht op de kennis van goed en kwaad. Bepaal zelf, mens. Hij zegt ook: God is niet wie Hij zegt dat Hij is.

    Dat zijn twee leugens die door veel mensen geloofd worden. Twee leugens die veel ellende hebben veroorzaakt.

    Dit was het. Ik zal kijken of je nog reageert en dat lezen, maar dit was mijn laatste post.
    Ik dank je voor je reacties. Ik dank je dat je mijn teksten hebt geaccepteerd op jouw site.
    Dat de genade van onze Heer en Zijn liefde voelbaar mag worden in jouw leven.

  4. Nog
    Nog zegt:

    Hallo Jeroen,

    Dank voor je antwoord.
    Je verwijst naar innerlijke, persoonlijke openbaring. De hoeveelheid van christelijke getuigenissen, die allemaal in verschillende kleuren hetzelfde zeggen, maakt het meer dan alleen persoonlijk. Sociale wetenschap zou moeten kicken op de cijfers van veranderende mensen nadat ze tot bekering kwamen.
    Eigenlijk vroeg ik me af of je iets weet over de bewijslast buiten de persoonlijke overtuigingen. Het universum schreeuwt het uit. Er is forensisch bewijs genoeg.

    Je antwoord over waarden.
    Met respect – zolang ze die waarden niet aan anderen willen opleggen, schrijf je.
    Mijn waarden zijn goed en die van jou ook zolang ze passen binnen die van mij.
    Sorry, mijn waarde is, gebaseerd op mijn sociaal darwinistische overtuiging dat het recht van de sterkte (en brutaalste) geldt. Het is een overlevingsding. Ik woon in een te klein huis, jij in een groot huis. Met geweld verdrijf ik je en neem jouw huis als de mijne. Past prima binnen mijn model van de werkelijkheid.

    Ik beschouw moraal als een product van gezamenlijke afstemming, zeg je. Ja, wil tot gezamenlijke afstemming, dat is al een waarde op zich. Helaas, niet iedereen heeft die waarde. Er is van een van je gestelde premissen niet aanwezig.

    Is daar een praktische oplossing voor?

  5. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Dag X,
    Dank voor je reactie.
    Fijn dat je het klein houdt – soms levert dat meer op dan het ‘grote gebaar’. Maar natuurlijk wilde ik je vragen graag beantwoorden.

    Je opmerking over mijn ‘stelligheid’ snap ik. Het lijkt misschien paradoxaal: openheid én stelligheid. Maar precies daar zit volgens mij het misverstand. Voor mij betekent openheid niet dat ik geen overtuigingen heb – maar dat ik die overtuigingen altijd bereid ben te toetsen aan andere perspectieven, en ze nooit als absoluut waar presenteer.
Mijn stelligheid zit dus in de benadering, niet in de waarheidspretentie.

    Je vraagt:
Ken je de overtuigende redenen van anderen die wel geloven? Zo ja, welke?



    Ja, die ken ik – tenminste, in de vorm waarin ze mij zijn voorgelegd. Ik heb met veel gelovigen gesproken, muziek gemaakt, geluisterd naar getuigenissen, boeken gelezen en theologen gehoord (soms vijf diensten in een weekend). Na bijna zestig jaar als organist en dirigent in zowel katholieke als protestantse kerken, heb ik daar meer dan genoeg gelegenheid toe gehad.
    Wat ik zie, is dat geloof vaak draait om persoonlijke ervaring, innerlijke zekerheid, zingeving, openbaring – soms als wonderen beleefd. Kortom: innerlijk beleefde waarheid. Ik waardeer dat, en ik geloof oprecht dat die ervaringen betekenisvol zijn voor wie ze beleeft. Maar daar ligt volgens mij ook precies de kracht én de grens van geloof: het is een persoonlijke keuze – geen collectief geldige conclusie.

    Als ik een droom heb gehad (noem het een openbaring), mag ik toch niet van anderen verwachten dat ze die openbaring als hun norm adopteren? Het blijft mijn beleving. Die gooi je in mijn ogen weg door er een wereld buiten jezelf aan te koppelen. Een kennis had een bijna-doodervaring en was ervan overtuigd dat hij aan de hemelpoort stond. Voor hem was dat betekenisvol – tot hij de discussie aanging over de neurologische en psychologische verklaringen van dat fenomeen. Toen verdween voor hem een deel van de magie. En dat hóeft niet. Hij mag die overtuiging koesteren, maar niet presenteren als bewijs van waarheid.

    Wat mij betreft is dat precies wat geloof kenmerkt: het is een keuze, geen conclusie.

    Ik heb natuurlijk ook negatieve ervaringen gehad. Predikanten die ‘weten hoe het zit’, tonen daarmee – in mijn ogen – een vorm van geestelijke onvolwassenheid. Zeker wanneer het gaat om stelligheden die niet rationeel houdbaar zijn. Het ergst zijn predikanten die anderen de maat nemen en zelfs jonge mensen de wanhoop in drijven, soms met fatale gevolgen. Predikanten als Rini van Reenen in Oldebroek vind ik moreel verantwoordelijk voor zulke destructieve gevolgen. In mijn ogen is dat geestelijk misbruik, ook al beroept men zich op Bijbelse autoriteit.
    “Pas toen het gemis werd opgevuld, herkende ik de leegte van daarvoor.”

Dat herken ik – ook buiten religie. Mensen kunnen een behoefte pas duiden wanneer iets zich aandient dat die behoefte blijkbaar vervult. Dat zegt iets over ons mens-zijn, maar niet per se iets over de waarheid van wat dat gemis invult. Sterker nog: juist omdat iets werkt, moeten we alert zijn op het verschil tussen innerlijke beleving en objectieve waarheidswaarde.

    “Hoe ga je om met mensen die op dezelfde werkwijze als jij tot andere waarden en normen komen?”



    Met respect – zolang ze die waarden niet aan anderen willen opleggen. Ik word enthousiast als we over die waarden en normen een discussie kunnen voeren, gebaseerd op een gedeeld fundament. Sterker nog, ik schreef daar in 2018 een blog over: Verbreden van je gedachtegoed.
Ik pleit daarin voor het actief opzoeken van bijeenkomsten waar andersdenkenden met elkaar in gesprek gaan. Dat verruimt je blik, vergroot je inlevingsvermogen, en stimuleert het wederzijds begrip. Maar dat vereist wel een houding van bewuste openheid – iets wat ik niet van iedereen mag of kan verwachten.
    Het is echt gebeurd: ik kwam ooit een openbare bijeenkomst binnen van een politieke organisatie waar ik níet mee geassocieerd wil worden (ik ben politiek niet actief). Meteen zei een bekende met een glimlach: “Jeroen, jou had ik hiér niet verwacht!” Dat vat het misschien mooi samen.

    Brede oriëntatie zie ik als voorwaarde voor het onderbouwen van inzichten. De eigen koker is een slechte raadgever – die leidt slechts tot bias. Als je alleen leest wat je bevestigt, word je nooit wijzer – wél eigenwijzer.

    Ik beschouw moraal als een product van gezamenlijke afstemming – geworteld in menselijke ervaring, empathie en de wens tot samenleven. Die afstemming kan verschillen – en juist daarom moeten we het gesprek daarover voeren. In een democratische samenleving moet ruimte zijn voor verschil, zolang we elkaars vrijheid respecteren.

    Ik heb geen respect voor religie als systeem dat universele waarheid claimt – maar ik heb wél begrip voor de persoonlijke rol die geloof kan spelen. Respect impliceert voor mij een vorm van goedkeuring, en dat past niet bij mijn inzichten. Begrip daarentegen, altijd.

    Ik hoef het dus niet altijd eens te zijn met iemands conclusie om diens denkwijze serieus te nemen. Zolang die ander hetzelfde doet, kunnen we in gesprek blijven. En misschien is dat wel de kern:

    Wat ons bindt, is misschien niet een gedeeld geloof – maar wél de bereidheid tot gesprek. En dat is in deze tijd al veel waard. Misschien is dat zelfs het hoogste wat we kunnen bereiken: niet gedeelde zekerheid, maar gedeeld zoeken.

    Wederom hartelijke groet,


    Jeroen

  6. Nog
    Nog zegt:

    Jeroen, hallo,

    Voor iemand die alles open wil houden, ben je wel heel stellig in heel veel zaken 😉

    Ik houd het klein en pak slechts één stukje uit je betoog.
    Ik schrijf tussen je regels door met haakjes.

    Existentiëel pragmatisch:

    In mijn dagelijks leven leef ik alsof er géén god is – niet omdat ik dat weet, maar omdat ik geen overtuigende reden heb om aan te nemen dat die er wél is. (Ken je de overtuigende redenen van anderen die wel geloven? Zo ja, welke?)

    Ik ervaar ook geen gemis in dat opzicht. (Dat herken ik: pas toen het gemis werd opgevuld, herkende ik de ‘leegte’ van daarvoor. Dit puur ter kennisgeving.)

    Het idee van een god is voor mij niet relevant, laat me koud, en speelt geen enkele rol in hoe ik betekenis of moraal beleef. (Hoe ga je om met mensen die op eenzelfde werkwijze als jij tot een andere waarden en normen komen dan jij?)

  7. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Beste X,

    Dank voor je reactie en je heldere, welwillende toon. Ik waardeer dat je mijn typering herkent, en het is verfrissend om te merken dat we ons allebei bewust zijn van onze waarheidsclaims – ook al liggen ze op andere fundamenten.
    Inderdaad, we zijn in dit gesprek al verder gekomen dan veel andere discussies over dit thema, juist doordat we proberen elkaar écht te begrijpen. Dat op zich is al winst.
    Je benoemt terecht dat we soms meerdere onderwerpen tegelijk opwerpen, wat het overzicht kan vertroebelen. Dat wil ik hieronder graag even ontwarren, en ik begin bij jouw concrete vragen:

    1. Mijn agnosticisme – wat bedoel ik daar precies mee?
    Epistemologisch agnostisch:
    Ik stel dat wij als mensen fundamenteel niet kúnnen weten of er een god bestaat. Niet omdat het me onverschillig laat, maar omdat het buiten het bereik van toetsbare, verifieerbare kennis valt.

    Religieuze geschriften beschouw ik als menselijke pogingen om het onbekende (‘God of the Gaps’) te duiden, vaak in tijden waarin vrijwel alles onbekend was. Religie was er natuurlijk al vóór deze geschriften, en ook toen wisten de hogepriesters het ‘zeker’. Niet zelden hing hun status of macht daarmee samen. De geschriften dragen vaak het stempel van deze oorsprong: claims over het onkenbare, verpakt in morele richtlijnen, hiërarchie en autoriteit.

    Wat mij ook opvalt is dat deze geschriften elkaar vaak tegenspreken, wat heeft geleid tot religies die elkaar – tot op de dag van vandaag – onderling bestrijden. Ook binnen religies zien we voortdurend de noodzaak tot herinterpretatie, omdat nieuwe wetenschappelijke inzichten (‘de Gaps’ dus) religieuze zekerheden aantasten. Denk aan het heliocentrisme, evolutietheorie of neurowetenschappen. De theologie moet zich telkens aanpassen om geloof ‘in stand’ te houden – wat zelden wordt toegegeven, maar feitelijk neerkomt op het geleidelijk verschuiven van grenzen om gezichtsverlies te voorkomen.

    Existentiëel pragmatisch:
    In mijn dagelijks leven leef ik alsof er géén god is – niet omdat ik dat weet, maar omdat ik geen overtuigende reden heb om aan te nemen dat die er wél is. Ik ervaar ook geen gemis in dat opzicht. Het idee van een god is voor mij niet relevant, laat me koud, en speelt geen enkele rol in hoe ik betekenis of moraal beleef.

    Wat ik wél zie, is dat religie – juist door het claimen van waarheid – regelmatig leidt tot conflict, uitsluiting of machtsstrijd. Niet zelden op basis van uitgangspunten die door geen van de partijen objectief getoetst kunnen worden en desondanks worden gebruikt om het gelijk op te eisen.

    Dat lijkt op atheïsme, maar dan zonder de absolutistische kant. Ik ontken het bestaan van God niet – ik zie alleen geen reden om het aan te nemen. En ik zie wél veel reden om ruimte te houden voor twijfel, onderzoek en voortschrijdend inzicht.

    Wat ik als problematisch ervaar, is de missionaire druk die veel gelovigen nog steeds uitoefenen. De impliciete boodschap is dan:

    “Ik weet het beter dan jij, en jij zou dat ook moeten gaan inzien.”

    Dat is niet alleen onbewijsbaar – het is ook in strijd met de kernwaarden van een pluriforme samenleving. Wie vindt dat zijn of haar overtuiging boven die van anderen staat, en anderen moet ‘bekeren’, plaatst zichzelf op een voetstuk. Dat is géén uitnodiging tot dialoog, maar een morele claim op de ander.
    En wie zo denkt, zou zich misschien beter kunnen terugtrekken op een eiland met gelijkgestemden – in plaats van in een open samenleving de voorwaarden van redelijkheid en wederzijdse ruimte te ondermijnen.

    De vergelijking met kabouters is bedoeld om het onderscheid duidelijk te maken:
    De bewijslast ligt bij degene die beweert dat iets bestaat. Niet bij degene die het bestaan daarvan niet aanneemt.

    Je vraagt: houd ik dan alles open?

    Mijn antwoord: in principe wel, want onwetendheid kan niet leiden tot ongeloof, slechts tot nieuwsgierigheid. Maar ik hecht méér waarde aan hypotheses die toetsbaar zijn en zich bewezen hebben als bruikbaar. Evolutietheorie is er daar één van. Dat is geen definitief antwoord op de ultieme oorsprong van “alles”, maar het is wél het best werkende model dat we op dit moment hebben voor de diversiteit en ontwikkeling van het leven. Wat eraan voorafging? Dat is juist een grensgebied waar ik zeg: ik weet het niet. En dat is, naar mijn opvatting, ook eerlijker dan er een “oorsprongspersoon” of goddelijke wil bijdenken zonder bewijs.

    2. Over betekenis en het mensbeeld van Dawkins
    Ik denk dat we elkaar hier deels mislopen in interpretatie. Je zegt dat Dawkins stelt dat de mens betekenisloos is.
    Maar hij bedoelt (voor zover ik hem goed lees): er is geen vooraf gegeven, door een schepper bedachte betekenis.
    Dat is iets anders dan zeggen dat het leven géén betekenis heeft.

    In een goddeloos wereldbeeld ben je inderdaad niet “bedoeld” – maar dat betekent niet dat je niets betekent. Sterker nog:
    Juist omdat we zelf betekenis kúnnen scheppen, krijgt het leven misschien wel meer gewicht. Er is niemand anders om het voor je te doen.

    Mijn bezwaar tegen religieuze claims is dan ook niet dat ze betekenis geven, maar dat ze die betekenis presenteren als de enige échte.
    Jij zegt: “Ook niet-gelovigen zijn waardevol – niet als optie, maar als waarheid.”

    Maar dat is nou precies het spanningsveld:
    Voor jou is het waardevol zijn van mensen een gegeven, gefundeerd in God.
    Voor mij is het een morele keuze: ik vind dat we mensen als waardevol móéten behandelen, juist omdat er niemand is die het garandeert.

    Ik ben het dus eens met je conclusie – mensen zijn waardevol – maar om totaal verschillende redenen. En waar ik dat als ethiek zie, zie jij het als waarheid. Dat verschil is niet triviaal.

    Tot slot
    Wat ik oprecht waardeer in onze uitwisseling is dit:
    We praten niet om te winnen, maar om te verhelderen – voor elkaar én voor onszelf.
    We benoemen onze uitgangspunten. We vermijden karikaturen. En dat maakt het de moeite waard.
    Laten we die lijn vasthouden.

    Groet,
    Jeroen

  8. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Je bedoelt Richard Dawkins neem ik aan.
    Die volg ik niet meer, want zijn gedachtegoed is duidelijk en ik ken hem al heel lang.
    Maar zo af en toe komt er een filmpje voorbij en ik vind wel dat het eigenlijk (net als Sam Harris) voorlezingen zijn die ook religieuze leiders ter overweging zouden moeten nemen.
    Dat is wat ik er over heb gemeld.

    Groet,
    Jeroen

  9. Nog
    Nog zegt:

    Beste Jeroen,

    In eerste instantie dacht ik bij het beginstuk van je betoog: ‘ja, dat is precies het probleem.’ Hoe je mij typeert, lijkt me grotendeels juist. Het is een gevolg van het bewijs volgen waar het je heen leidt; geen blind geloof. Dat er een waarheidsclaim ligt aan mijn zijde: waar.

    Dat we een verschillend referentiekader hebben dat is volkomen juist. Dat er een waarheidsclaim ligt aan jouw zijde: ook waar.
    Mede dat maakt het lastig om elkaar te begrijpen. Lijkt me juist. Hoewel we al een heel eind zijn gekomen.

    Het grootste probleem lijkt me dat we verschillende onderwerpen tegelijk over elkaars schutting gooien.

    Je vertelde eerder dat je agnost bent. Je verheldert dat in je laatste post. Mag ik je vragen dat te verduidelijken.
    Specifiek: met niet geloven in kabouters, hoeft er niets te veranderen aan de oorsprong van zijn. Je houdt het open, zeg je, maar ik zie ook dat je dat niet doet. Althans, evolutie suggereert toch een oorsprong. Heb jij een (tijdelijk) antwoord op oorsprong/ontstaan? Of, staat alles open?

  10. Nog
    Nog zegt:

    Laat mijn vraag over punt 6 maar zitten. Die vraag ging uit van de veronderstelling dat je Dawkis volgt, maar dat heb je nergens echt gezegd.

  11. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Dag X,
    Dank voor je vertrouwen en het delen van deze uitgebreide reactie.

    Ik ben er even voor gaan zitten, want nu voeren we toch een discussie zonder enige gezamenlijk grond en dat wordt niet meer dan een welles-nietes verhaal met wederzijds bevonden onlogische argumentaties. Dat kan niet onze bedoeling zijn:

    Vooraf: Over twee werkelijkheden – en waarom dat het gesprek vaak vastzet
    Jij bent iemand met een diep doorleefd geloof. Jouw overtuiging komt niet voort uit twijfel of zoeken, maar uit zekerheid. God is voor jou geen hypothese of zingevingsmodel, maar een levende werkelijkheid – persoonlijk, bepalend, richtinggevend. Jouw waarheid is zowel innerlijk bevestigd als extern geclaimd.
    Het geloof is voor jou bron van liefde, moraal en richting. Maar het is méér dan dat: het vormt ook het fundament van je opvatting over objectiviteit. Jij ziet wetenschap ingebed in een bredere orde – een scheppingsorde, verankerd in God. Objectiviteit is bij jou geen neutraal menselijk construct, maar iets dat alleen volledig zichtbaar wordt wanneer het begrepen wordt in het licht van het geloof.

    Ikzelf kijk hier fundamenteel anders naar.
Ik hecht aan waarden, aan zorg voor elkaar, aan betekenisvol leven – maar ik zie deze als het resultaat van menselijk denken, van cultuur, van ervaring en reflectie. Mijn uitgangspunt is niet zekerheid, maar toetsbaarheid. Wat ik weet, is voorlopig. Wat ik meen te begrijpen, mag altijd bevraagd worden. Wat ik voel, is waardevol – maar ik pretendeer er geen universele waarheid mee te bezitten.

    Dit maakt het gesprek tussen jou en mij tegelijk interessant én lastig.
    We gebruiken woorden als ‘waarheid’, ‘betekenis’ en ‘moraal’ – maar we vullen ze fundamenteel anders in. Wat voor mij een ethische intuïtie is, is voor jou een goddelijke wet. Wat jij beschouwt als bewijs van schepping, zie ik als evolutionaire eigenschap. En waar ik ruimte laat voor meerdere werkelijkheden, spreekt jij over dé Waarheid.

    Dat is geen verwijt. Maar het verklaart wel waarom het gesprek soms wringt. Want onder de oppervlakte speelt er meer: we voeren niet zomaar een debat over opvattingen, we bewegen in twee compleet verschillende kennissystemen:

    Jij vertrouwt op openbaring, innerlijke relatie en Bijbelse autoriteit.
    Ik werk met twijfel, toetsing en gedeelde redelijkheid.
    En zolang dat verschil niet zichtbaar wordt gemaakt, glijdt zo’n gesprek makkelijk af in een beleefd maar uitzichtloos heen-en-weer. Er lijkt sprake van dialoog, maar ondertussen herhalen we onszelf – elk binnen ons eigen referentiekader.
    Ik schrijf deze reflectie daarom niet als tegenwerping of aanval, maar als een punt-voor-punt overdenking van wat je naar voren bracht.

    
Niet om zijn geloof te ondergraven, maar om helder te maken waarom jouw redeneringen, hoe oprecht ook, voor mij niet overtuigen als universele waarheid.
    En ook om te laten zien: Geloof kan voor mensen waardevol zijn, zolang het niet pretendeert de enige geldige bril te zijn waarmee naar de wereld gekeken moet worden. Want op dát moment is de onderlinge vrijheid alleen geldig als ze allemaal hetzelfde denken, tenminste binnen jouw religieuze kaders. Daar, op dat kruispunt van overtuiging en openheid, ontstaat pas een echt gesprek. Dat is wat ik nastreef.

    Omdat je in de door jou genoemde punten duidelijk de argumenten geeft vanuit jouw blikveld, wil ik dat toch ook nog even doen vanuit mijn blikveld, niet als weerwoord, maar ter overdenking in de hoop op enig begrip.

    Overdenking van de reactie op geloof en moraal
    Hieronder vind je per punt mijn overweging, gericht op helderheid, logische samenhang en de wens om geloof terug te brengen tot wat het naar mijn overtuiging in essentie is: een menselijk antwoord op zingeving.

    1. “Menselijke reflectie is per definitie subjectief.”
    Dat klopt. Maar precies daarom bestaat ethiek: omdat mensen met subjectieve ervaringen in onderlinge afstemming normen en waarden moeten formuleren.
Subjectiviteit is geen zwakte, maar het vertrekpunt van moreel bewustzijn. Het stelt ons in staat tot empathie, verantwoordelijkheid en dialoog.
    Een subjectief besef van goed en kwaad is geen tekort, maar een evolutionaire kracht die samenleven mogelijk maakt.

    2. “Baby’s tonen empathie – bewijs dat God hen zo gemaakt heeft.”
    Onderzoek toont aan dat baby’s al tekenen van empathie, eerlijkheid en wederkerigheid vertonen. Dat is evolutionair goed te verklaren:
    Sociale zoogdieren overleven beter als ze zorg en vertrouwen ontwikkelen.
    Moraal ontstaat in groepen waarin samenwerking en bescherming van kwetsbaren loont.
    Te zeggen dat dit ‘bewijs’ is voor een goddelijke oorsprong, is geen wetenschappelijke verklaring maar een geloofsovertuiging die pas ná het feit wordt toegevoegd.
Dezelfde data kunnen net zo goed goddeloos verklaard worden – en dat is precies het punt: wetenschap zoekt verklaringen die ook zonder bovennatuurlijke aannames standhouden.

    3. “Wetenschap is ontstaan uit geloof in een wetgevende Schepper.”
    Historisch gezien hadden veel vroege wetenschappers religieuze overtuigingen. Maar dat zegt niets over de geldig­heid van hun inzichten.
Newton geloofde ook in alchemie, eindtijdvoorspellingen en bijbelse numerologie. Zijn zwaartekrachtwetten zijn echter waardevol niet dankzij, maar ondanks die overtuigingen.
    De kracht van wetenschap ligt er juist in dat ze functioneert onafhankelijk van persoonlijke overtuigingen. Haar methode werkt universeel, ook bij onderzoekers met totaal verschillende wereldbeelden.

    4. “Atheïsme is ook een geloof.”
    Ik dacht dit vroeger zelf ook. Atheïsme – is echter niet het geloof in ‘niets’, maar het niet aanvaarden van claims van anderen over het bestaan van een god of hogere macht.
Zoals je geen religie nodig hebt om níét in eenhoorns, kabouters of Thor te geloven, zo is atheïsme geen geloofssysteem, maar een positie van terughoudendheid:
    “Zolang er geen overtuigend bewijs is, neem ik geen god aan.”
    Dat is dus geen dogma, maar scepsis. En dat is ook waar ik zelf sta: agnostisch, met ruimte voor twijfel. Ik ontken het bestaan van een god niet categorisch – ik beweer alleen dat ik geen reden heb om het bestaan aan te nemen. Ik acht het onbewijsbaar en voorlopig ook overbodig om tot morele of existentiële oriëntatie te komen.

    Zodra iemand echter stelt: “God bestaat niet, en dat weet ik zeker,” verandert de zaak. Dát is een positieve claim die, net als “God bestaat”, bewijslast vraagt. Maar dat is niet mijn positie. Ik beweer geen zekerheden over iets dat per definitie buiten de grenzen van onze waarneming ligt.
    Mijn uitgangspunt is dus niet geloof, maar onzekerheid als eerlijke houding. Ik vertrouw op menselijke ervaring, redelijkheid en voortschrijdend inzicht – niet omdat die perfect zijn, maar omdat ze ons dwingen om voortdurend te blijven toetsen, twijfelen en bijstellen.
    Geloof biedt veel mensen troost en richting. Maar zodra het pretendeert een universele waarheid te zijn – die anderen ook zouden móéten aanvaarden – dan verschuift het van persoonlijke overtuiging naar publieke claim. En dán mag het getoetst worden.

    5. “Darwin geloofde niet in zijn eigen evolutietheorie.”
    Deze bewering is gebaseerd op dubieuze secundaire bronnen en apologetische interpretaties. Darwin twijfelde, ja — zoals elke eerlijk denkende wetenschapper doet.
Maar zijn theorieën zijn sindsdien alleen maar krachtiger geworden dankzij genetica, paleontologie, gedragsbiologie en zelfs computationele simulaties.
    De evolutietheorie is vandaag een van de best onderbouwde kaders binnen de wetenschap. Twijfel aan zijn persoonlijke geloof is irrelevant voor de validiteit van het evolutionaire model. Als je er niet in gelooft, dan is dat terecht je eigen ‘probleem’, waarvan de rest van de wereld zich, rationeel uitstekend onderbouwd, mag distantiëren. Dit soort claims komen trouwens meestal niet voort uit religieuze overtuiging maar uit een gevoel van onwetendheid en machteloosheid omdat het indruist tegen de (persoonlijke) overtuiging. Daarmee is het dus de ‘God of the gaps’ door onwetendheid.
    Dit schuurt ook tegen mijn toenemende overtuiging dat wetenschap per definitie haaks staat op orthodoxe religieuze overtuigingen. Dat vind ik jammer. Want als wetenschap het niet weet, waarom kan het dan tot zó goed werken dat het het meest betrouwbare kader is van waaruit we vertrekken bij het voorspellen van….?

    6. “Zonder God betekent een mens niets.”
    Dit is een existentiële projectie van jouw geloof, geen universele waarheid.
Dat een mens zonder hogere instantie ‘zinloos’ zou zijn, is misschien een waardeoordeel vanuit een bepaald wereldbeeld — niet een logische conclusie eng daarmee al helemaal niet een ‘waarheid’.
    Betekenis is iets wat mensen samen creëren. Je hoeft niet ‘bedoeld’ te zijn om betekenisvol te zijn. Sterker nog: juist het feit dat je als mens zélf betekenis kunt scheppen – ondanks je eindigheid – is misschien wel de krachtigste vorm van zingeving.
Misschien (maar dat zal conflicteren met jouw wereldbeeld) is het zelfs zo dat de mens, geprojecteerd in het oneindige van het universum inderdaad volledig onbelangrijk is, maar dat is een heel andere discussie.

    7. “Je kunt moleculen niet vertrouwen op abstracte uitspraken.”
    Dit argument stelt dat als je zelf materie bent, je geen betrouwbaar inzicht kunt hebben in immateriële waarheden. Maar dat is toch een valse tegenstelling:
    Het brein ís materie, maar produceert mentale toestanden zoals taal, abstractie, ethiek.
    Dat is geen paradox, maar het centrale studieobject van neurologie en cognitieve wetenschappen.
    Er is geen reden om aan te nemen dat abstracte denkprocessen niet uit biologische structuren kunnen voortkomen — behalve als je die conclusie niet wílt aanvaarden.

    8. “Geloof is geen overtuiging, maar relatie.”
    Dat is een theologische formulering die zich onttrekt aan toetsbaarheid. Zodra je stelt dat geloof niet over waarheidsclaims gaat, maar over relatie, verlaat je het terrein van de gedeelde rede. Aan de ene kant gebruik je tegelijkertijd geloof als argument voor validatie en als dat even niet uitkomt is het ineens een relatie?
    Dat is misschien legitiem voor jou als innerlijke ervaring — maar het is niet overdraagbaar op anderen. Je kunt geen universele waarheid claimen op basis van persoonlijke ervaring.

    9. “Alleen God kan objectieve moraal garanderen.”
    De praktijk laat zien dat morele overtuigingen juist sterk verschillen tussen gelovigen. Zeker als je daarbij ook nog kijkt naar tijdvakken in de geschiedenis, culturen en andere religies. Dat impliceert ook dat het menselijk cultureel onderbouwd construct is in de tijd.
 Als Gods moraal objectief en absoluut zou zijn, waarom dan zo veel onderlinge interpretatieverschillen – over slavernij, homoseksualiteit, abortus, vrouwenrechten, oorlog?
    De ontwikkeling van moreel bewustzijn blijkt historisch, cultureel en sociaal beïnvloedbaar – wat niet wijst op één goddelijke bron, maar op menselijke evolutie, ervaring en overleg. De claim betekent ook dat andersdenkenden geen goede moraal zouden kunnen hebben? Proef ik hier weer ongefundeerde superioriteit?

    Tot besluit: geloof als menselijk fenomeen
    Geloof is een legitiem onderdeel van menselijke cultuur. Het is ontstaan vanuit menselijke behoeften aan richting, zingeving en moraal in een tijd dat die ver te zoeken waren. Het vervult nog steeds sociale, psychologische en zingevende functies, maar het is geen objectieve ‘waarheid’ of waarschijnlijkheid zoals de aard van het universum, evolutie en dergelijke.
    Zodra dit soort religieuze claims worden gepresenteerd als algemeen geldige feiten, is het niet alleen gerechtvaardigd, maar noodzakelijk om die kritisch te onderzoeken. Daarmee bedoel dat je op een wetenschappelijke wijze aantoont dat een claim per se onjuist kan zijn, ongeacht degene die de bewering doet en welke overtuiging deze heeft.

    Geloof zegt: “ik voel dat dit waar is.”
Kritisch denken zegt: “hoe weten we dat iets waar is?”

    Groet,
    Jeroen

  12. Nog
    Nog zegt:

    Dank voor je snelle reactie.

    Je stelt: Ik stel dat moraal voortkomt uit menselijke reflectie,
    Antwoord; menselijke reflectie is per definitie subjectief.

    Je stelt: Onderzoek laat zien dat zelfs baby’s al tekenen van empathie, eerlijkheid en wederkerigheid vertonen.
    Antwoord: fijn dat je mij voorziet van argumenten voor mijn stelling; God heeft ons gemaakt naar Zijn evenbeeld en Zijn wil, Zijn waarden, heeft Hij in ons gelegd. Juist dat baby’s dit al kennen is een bewijs daarvoor. Wat we doen tijdens het leven, is ons afwenden van Gods wil. (Gebrokenheid)

    Je stelt: Wetenschappers zoeken naar waarheid via toetsing, twijfel en voortschrijdend inzicht. Er is bewust geen ‘waarheid’, slechts actueel inzicht.
    Antwoord: Op veel gebieden klopt dit wel: wetenschap is gebaseerd op de gedachte dat er een betrouwbare wetgever is. Het is dus mogelijk om dingen te onderzoeken en algemene waarheden te ontdekken (en te herzien als er nieuwe data wordt ontdekt).
    Wetenschap is religieus in origine. Newton vertrouwde op de gestructureerde en wetgevende kracht van zijn schepper. Hij wilde die wetten ontdekken.
    Wetenschappers (mensen) gingen afstand nemen van God en ook van wetenschap. Theorieeen werden hun geloof.
    Hun geloof dat er geen God is (is dat wetenschap; er vanuit gaan dat God niet bestaat) lijkt ze daartoe te dwingen.

    Lees dit eens over Darwin en zijn geloof in zijn eigen evolutietheorie: https://watiswaarheid.blogspot.com/2025/05/geloofde-darwin-in-zijn-evolutietheorie.html.

    Je stelt: Wat mij raakt, is je impliciete morele claim: dat wie niet in God gelooft, uiteindelijk niets betekent.
    Antwoord: nee, in mijn ogen ben je beelddrager van een liefhebbende God. Jij bent enorm waardevol.

    IK probeer te laten zien dat In de theorie die jij poneert je niets bent en niets betekent.
    Lees Dawkisn er nog maar eens na. Als je consequent je eigen overtuiging volgt bent dan moet je concluderen dat je een toevalligheid van samengestelde moleculen zonder doel bent. Probleem daarbij is: waarom zou je een toevalligheid van samengestelde moleculen vertrouwen op abstracte niet materiele uitspraken. Ik zou dat niet doen. Ik zou eerst eens willen weten hoe materie niet-materiele, abstracte (betrouwbare) uitspraken kan doen.
    Jij mag best betekenis aan jezelf geven en aan mij, maar dat is tegenstrijdig met je overtuiging. HET IS WEL IN OVEREENSTEMMING MET GOD en de BIJBEL: in Zijn ogen ben je waardevol en HIj kende je al voor je geboorte, Hij heeft je geweven in de schoot van je moeder.

    Begrijp je wat ik zeg? Ik kan me voorstellen dat als je dit voor het eerst leest/hoort moeilijk te vatten is.

    IK ga niet op alles reageren in verband met andere bezigheden die tijd vragen. Wel dit nog. Zelfs als je zegt: ik zie veel goede argumenten en bewijsmateriaal voor het bestaan van God; ik concludeer dat God bestaat, dan ben je nog geen christen. Geloof is niet alleen geloven dat het waar is.
    Je wordt christen als je je handen uitstrekt naar Hem en accepteert dat Hij Zijn liefdevolle aanwezigheid in jou legt. Dat is geen geloof alleen, dat is relatie. Iedere christen met levend geloof kan getuigen van die relatie en verandering in en van zichzelf door Hem.

    Jouw stelling dat veel christenen (religie) er maar een potje van maken, onderschrijf ik. Alleen die uitspraak doe ik op basis van een vaste (objectieve) grond: Gods geboden. Wijk je daar (ver) vanaf, dan maak je er een potje van. Samengevat luiden die geboden: Heb God lief met alles wat u in uw heeft en uw naaste als uzelf.

    Ik wens je nog een mooie dag.

  13. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Dag X

    Ik vond nog een aanvulling daar waar het de bijbel betreft en ik weet nog dat ik daar destijds erg van geschrokken ben. Het is een voorbeeld van wat claims met andersdenkenden doen. Ze worden genoodzaakt om er met analytische blik naar te kijken, want er is geen religieuze dwang (qua interpretaties) en dat leidt soms tot boze reacties omdat niet zinnige (met zin onderbouwde) argumenten tot waarheid worden verheven waarvan anderen de aannemelijkheid niet kunnen zien. Dat leidt tot schizofrenie bij gelovige wetenschappers… “In de kerk gelden andere ‘logica en waarheden’ dan op het werk”. Dat lijkt me een afschuwelijke gewaarwording. Zou het dan ook verstandig kunnen zijn om andersdenkenden niet te ‘vermoeien’ met deze religieuze waarheden?

    Blog 62 ging hierover: De Bijbel spreekt met Autoriteit https://jeroenteelen.nl/62-de-bijbel-spreekt-met-autoriteit-holyhome-nl/

    Groet,
    Jeroen

  14. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Beste X,
    Dank voor je uitgebreide reactie – en voor de toelichting op je anonimiteit.
    Die keuze begrijp ik in dit klimaat. Het blijft wrang dat geloofsvrijheid in sommige religieuze contexten nog altijd betekent dat andersdenkenden hun leven niet zeker zijn. Helaas is dat trouwens niet uniek voor de islam; want vele religieuze stromingen hebben in hun vroege fases geweld en onderdrukking gerechtvaardigd.

    Over moraal
    We zijn het fundamenteel oneens over de bron en aard van moraal. Jij stelt dat objectieve moraal van God komt en dus buiten de mens bestaat.
    Ik stel dat moraal voortkomt uit menselijke reflectie, ervaring en samenwerking – en zich langzaam heeft ontwikkeld, vaak juist ondanks religieuze dogma’s, niet dankzij.

    Onderzoek laat zien dat zelfs baby’s al tekenen van empathie, eerlijkheid en wederkerigheid vertonen. En nee – ze zijn nog niet gedoopt, niet bekeerd en zonder uitzondering agnostisch geboren.

    Enkele voorbeelden:
    Paul Bloom toont aan dat baby’s voorkeur geven aan behulpzame figuren boven hinderlijke – een rudimentair moreel besef.

    Een systematische review (Limone, 2022) concludeert dat moraliteit deels aangeboren is, en later wordt verfijnd door sociale interactie.
    Baby’s reageren op emotionele signalen van anderen en vertonen vanaf ca. 18 maanden actief helpgedrag.

    Kinderen van 8 maanden tonen een intuïtief rechtvaardigheidsgevoel: ze letten meer op situaties waarin slecht gedrag niet wordt bestraft.
    Moraal is dus niet exclusief religieus – het is aantoonbaar een menselijke capaciteit, aanwezig vóór indoctrinatie.

    Over religieuze claims
    Je verwijst naar Paulus en teksten over gelijkwaardigheid. Maar we weten allebei: diezelfde Bijbel legitimeert ook slavernij, steniging, vrouwenonderdrukking en genocide in naam van God. Religieuze teksten zijn niet moreel consistent, maar weerspiegelen hun tijd, cultuur en machtsverhoudingen. Een paar mooie passages aanhalen bewijst weinig.

    De stelling dat ‘al het goede’ uit religie voortkomt is even onhoudbaar als de claim dat wetenschap geen moraal kent.
    Vrijheid van meningsuiting, mensenrechten, de seculiere rechtsstaat – zijn allemaal bevochten tegen religieuze dominantie, niet erdoor ontstaan. Denk aan Galileo, de inquisitie, of de behandeling van LHBT-personen.

    Over betekenis
    Je stelt dat zonder God alles betekenisloos is. Dat is jouw geloof, maar geen universele waarheid. Ik zie juist kracht in verantwoordelijkheid nemen zonder beloning of straf in een hiernamaals.
    En ja, rationaliteit stelt ook fundamentele vragen over het bestaan van God – maar dat is geen zwakte, het is intellectuele eerlijkheid.

    Wat mij raakt, is je impliciete morele claim: dat wie niet in God gelooft, uiteindelijk niets betekent. Dat ondermijnt de waarde van andersdenkenden – zelfs als je zegt hen ‘met liefde’ te benaderen.
    Het idee “wij weten hoe het zit, dus wij zijn de maat” komt voor in duizenden religies tegelijk, vaak met strijdige opvattingen. Precies dát maakt het morele superioriteitsgevoel ongeloofwaardig.

    Over wetenschap en geloof
    Dat je John Lennox verkiest boven Richard Dawkins is je goed recht.
    Ik vind Lennox theologisch slim, maar wetenschappelijk niet overtuigend. We verschillen in uitgangspunt, definitie van waarheid en doel van denken – en dat is prima, zolang dat verschil niemand uitsluit van maatschappelijke gelijkwaardigheid.
    Voor mij hoeft niemand overtuigd te worden. Maar het recht om zonder religie te leven, zonder daarop moreel te worden afgerekend, blijft voor mij een kernwaarde.

    Wie daar meer over wil lezen, verwijs ik graag naar mijn reeks op jeroenteelen.nl:
    Blog 76–80: De invloed van religie op de maatschappij (1 t/m 5 + epiloog)
    En blog 75: Islamitisering als trigger voor handhaving scheiding kerk en staat
    Voor een totaaloverzicht: jeroenteelen.nl/alle-genummerde-blogs-op-een-rij

    Over Wetenschappers versus Bijbelgeleerden:
    Wetenschappers zoeken naar waarheid via toetsing, twijfel en voortschrijdend inzicht. Er is bewust geen ‘waarheid’, slechts actueel inzicht.
    Bijbelgeleerden verdedigen doorgaans een vooraf vaststaande waarheid op basis van openbaring.
    Het eerste is een open systeem dat leert van fouten; het tweede een gesloten systeem dat fouten vaak ontkent of herinterpreteert. Er is geen ruimte voor echt nieuw inzicht, ondanks de hersenen die… enz…

    Tot slot – een persoonlijke noot
    Ik zie het persoonlijk heel eenvoudig – en dat noem ik geen wijsheid, maar nuchterheid:

    1 Of er een God is, weet ik niet – en dus maak ik me er niet druk om.
    2 Iedereen mag geloven wat hij wil – dat is precies wat geloof is: een keuze, geen wet.
    3 Op basis van geloof anderen de maat nemen is daarmee dan ook ontoelaatbaar – het ondergraaft het fundament dat men zelf zegt te verdedigen.
    4 Niet verder kijken dan de eigen ‘koker’ is vaak cultureel of historisch verklaarbaar – maar daarmee geen excuus.
    5 Hoe wijzer de mens, hoe beter hij weet dat hij heel weinig weet. Wetenschap is voortschrijdend inzicht. Religie is dogma. De fanatieke religieuze meent ’te weten’ in is daarmee in mijn ogen dus inderdaad minder wijs, maar wie ben ik…
    6 Spiritualiteit, zingeving, filosofie en reflectie? Nodig en waardevol – maar daarvoor hebben we echt géén religie nodig. Integendeel, religie beperkt deze waarden door dogma.

    Dat ik bijna zestig jaar lang toch agnostisch amateur-organist en dirigent ben geweest in tientallen kerken, zegt iets over mijn betrokkenheid bij mensen, muziek en gemeenschap – niet bij geloof.
    Ik hield van het instrument, de akoestiek, de muziek, en ik probeerde waarde toe te voegen.
    Aan rituelen deed ik zelden mee (alleen als ik er niet zonder confrontaties onderuit kon), discussies met pastoors en dominees ging ik dan ook niet uit de weg. En eerlijk gezegd: hoe meer ik zag, hoe meer ik voelde dat religies zichzelf op een voetstuk plaatsen dat noch moreel, noch historisch, noch rationeel houdbaar is.

    Heel vroeger gaf religie richting en was ze waardevol voor maatschappelijke ontwikkeling Tegenwoordig is het macht-uitoefening op basis van irrationele gronden die vaak strijdig is met het bredere belang van een complexe samenleving. Als God mensen hersens gaf, dan toch niet om ze uit te schakelen in ruil voor overgeleverde overtuiging en dogmatiek en ze slechts te gebruiken voor het bodemloze herinterpreteren van het eigen gelijk?

    Ik bedoel dit niet als belediging. Maar wie stelligheden poneert, moet ook ruimte geven voor een even stellige reactie.

    Ik hoop dat deze uitwisseling bijdraagt aan helderheid, niet aan strijd.
    Met vriendelijke groet,
    Jeroen

  15. Nog
    Nog zegt:

    Beste Jeroen,
    Dank voor je reactie.
    Ik zal proberen wat zinnige reacties te geven op je reactie.
    Ik blijf liever anoniem omdat ik eerlijk mijn mening wil geven en ik heb geen zin een fatwa. Als ik geen geliefden zou hebben, dan was dat nog tot daar aan toe, maar ik blijf liever, juist voor hen. liever in leven; hoewel ik uitkijk naar het paradijs.

    In de oudheid, Romeinen, bestond er zoiets als natuurwet. Niet te verwarren met de natuurwetten zoals we die nu kennen. De Romeinen hebben dat zeer gestructureerd uitgewerkt. Ja, die gestructureerdheid vormt dan weer de basis voor de middeleeuwse rechtsgeleerden voor hun wetboeken. Een natuurwet, komt wat aard betreft, overeen met natuurwetten van: ze zijn onveranderbaar. De klassiek natuurwet die zich richtte op de sociale structuur heeft diezelfde eigenschap: onveranderbaar. Oftewel; als je een vrij man in de stad was, dan was dat door die natuurwet en als je slaaf was, dan ja, dan was je dat. In de praktijk ligt dat anders, natuurlijk, maar de kerngedachte van de klassieke wet was aldus.

    Dat veranderd in de middeleeuwen op basis van de christelijke gedachte van gelijkwaardigheid. Natuurwet wordt natuurrecht. De onvervreemdbare rechten van de mens. Ik heb begrepen dat Paulus’ woorden daarbij erg belangrijk zijn geweest. Teksten als:
    1 Korintiërs 12:13;
    13Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden; of we nu Joden of Grieken zijn, slaven of vrije mensen, we zijn allen van één Geest doordrenkt.

    Of:
    Filemon 1:16
    16niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder. Voor mij is hij dat al, hoeveel te meer moet hij het dus voor u zijn, zowel in het dagelijks leven als in het geloof in de Heer.

    Een aanrader: ‘De uitvinding van het individu.’ van Larry Siedentop (een atheist)

    Over de Islam hoef je niet meer te beginnen; dat is oprecht een boek van dood en verderf. Lees het en je weet het. Op deze site vind je ook uitleg over de ideologie (met bronvermelding) van de Islam: thereligionofpeace.com
    Verwar dat niet met het onderwijs van YHWH.

    Kritisch kijken zou altijd moeten. Met een knipoog: ga eens kritisch kijken naar de Bijbel. Kritisch kijken moet je ook naar atheïsten. Wat ik daarbij wil aangeven is dat zonder God er geen objectieve moraal is. Wat ik betoog is dat een fundamentalistisch christen of Jood (fanatiek religieus) een zegen is voor de mensheid. Al het goede komt daar vandaan; inclusief jouw, naar ik de indruk heb, menslievende waarden en normen. Slavernij, als voorbeeld was overal een niet meer dan normaal verschijnsel in de hele wereld, behalve in Israël en degene die een begin maakte aan het einde van slavernij, waren… christenen. Dat op basis van Gods onderwijs. https://watiswaarheid.blogspot.com/2025/05/slavernij-en-christendom.html

    Waar toets je op? Op de waarden en normen die jij hebt. Hoe kom je aan die normen? Die zijn Joods-christelijk.

    Het recht om niet te geloven. Alsjeblieft, dat is precies wat God wil. Hij gaf ons die vrijheid. Waarom? Liefde!! Hij wil dat we ons tot Hem richten, vrijwillig, uit liefde. Zelfs dat is dus Gods wil.

    Objectieve moraal komt niet voort uit religie, maar is van God en van niemand anders. Als het religieus wordt, begint het al snel menselijk te worden. Daarom wijs ik steeds naar de Bijbel, Gods onderwijs.

    Als jet het anders ziet, ben je niet direct zondaar. Ik weet dat religie daar wel eens naar hint. Je bent zondaar als je afstand neem van God. Ja, we hebben een waarheidsclaim op tafel liggen. Hoe een christen met een niet gelovige moet omgaan, heb ik eerde uitgelegd: met liefde. Maar, wat zeur je daarover, als je niet gelooft, wat maakt jou het dan uit dat een gelovige je als zondaar ziet. Je bent toch overtuigd van je gelijk?

    De sprookjes van Grim zijn niet door God geschreven.

    Richard Dawkins staat met zijn mond vol tanden. Als je Dawkins aanhangt, dan sta jij dat jij ook. Dan ben je niet meer dan een toevalligheid in een soep van moleculen. Je bent niet eens een ik, maar een idee van een ik. Wees dan consequent: wat maak je je dan druk waar dan ook over. Er is geen doel, geen nut, geen waarheid (materie kent geen waarheid). Jij bestaat niet eens echt , als persoon. Ik vind het prima dat je dat denkt, maar waarom schrijf je dan een blog en reageer je op mij? Woorden, meer niet. Of, is wat jij zegt opeens wel belangrijk?

    John Lennox weerlegt Dawkins en Hawkins beter dan ik ooit zo kunnen.
    https://youtu.be/Fj_h8KfM9Wc

  16. Jeroen
    Jeroen zegt:

    Beste X,

    Bedankt voor je reactie. Waarom eigenlijk anoniem? Liever in de luwte blijven?

    Je stelt dat mensenrechten voortkomen uit het Joods-christelijke gedachtengoed. Die claim hoor ik vaker, maar is historisch gezien te beperkt. Mensenrechten zijn mede gevormd door de Verlichting, het Romeins recht, humanistische tradities en universele filosofische inzichten – vaak juist in reactie op religieuze onderdrukking, inclusief die van kerkelijke instituties.

    Het blijft opmerkelijk dat gewelddadige geschriften als de Bijbel of de Koran zichzelf presenteren als bron van mensenrechten, omdat er ook morele noties in voorkomen. Dat is alsof je slavernij goedpraat omdat sommige slaveneigenaren vriendelijk waren.

    Deze blog pleit er niet voor om religie af te schaffen, maar om haar maatschappelijke impact kritisch te beoordelen – vooral waar ze wordt gebruikt als legitimatie voor uitsluiting, ongelijkheid of onderdrukking. En dat geldt voor alle religies, inclusief varianten binnen het christendom, de islam of andere tradities.

    Religieuze bronnen kunnen zeker morele inzichten bevatten, maar ze zijn niet de oorsprong van universele mensenrechten. Ze verdienen het om rationeel te worden getoetst aan bredere principes van rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Dat toetsen is geen aanval, maar een mensenrecht – inclusief het recht om niet te geloven.
    Net zo min als ik het recht heb om iemand de weg naar de kerk te blokkeren, heeft een gelovige het recht om mij de toegang tot de te dicteren als ik daar níet wil zijn.

    Wat moraal betreft: de gedachte dat moraal voortkomt uit religie is niet houdbaar. Moraal is van oudsher breder gedragen en vaak juist beperkt of misvormd door religieuze dogma’s.
    Zelf heb ik ruim zestig jaar als agnostisch kerkorganist en dirigent meegelopen in religieuze contexten. Mijn conclusie is eenvoudig: als rationeel mens vind ik er geen houdbaar wereldbeeld in, en als spiritueel mens heb ik geen religie nodig.

    En laten we eerlijk zijn: als je toevallig een andere visie hebt dan past binnen het heersende geloofssysteem, word je al snel gezien als zondaar, heiden of ongelovige die ‘bekeerd’ moet worden. Waar halen mensen het recht vandaan om dit moreel superieure standpunt in te nemen en op anderen toe te passen?

    Met gezond verstand zijn veel religieuze geschriften intellectueel net zo verdedigbaar als de sprookjes van Grimm – maar vaak schadelijker wanneer ze letterlijk worden genomen of als wet worden opgelegd. Wat mij betreft zouden denkers als Sam Harris en Richard Dawkins verplichte kost moeten zijn voor iedereen die religieuze macht uitoefent. Niet om te schofferen, maar om te leren denken buiten het dogma.

  17. Nog
    Nog zegt:

    Volgens mij haal je met je eerste zin je hele betoog al onderuit.
    Mensenrechten, namelijk, zoals we die kennen, zoek het maar op, zijn de vrucht van het Joods-christelijke gedachtengoed; dat gedachtengoed is toch religieus gedachtengoed? Dat jij überhaupt mensenrechten een ding vindt om rekening mee te houden, is religieus getint. Je kan natuurlijk de appelboom omhakken, maar de appel komt nog steeds van de appelboom. Ik zou niet alle appelbomen omkappen als je van appels houdt.

    Als je na die eerste zin vervolgens religie zo groot en ruim maakt dat alles erin past, ja dan heb je altijd gelijk. De stelling ‘water drinken is dodelijk’ kan dan wel ergens iets van een waarheid bevatten.

    Islam is een mooi voorbeeld van een religie die past binnen je stelling: iedereen die niet in Allah gelooft, behoort ot de laagste der creaturen, slavernij is prima, verkrachten, vooral doen, moord, geen probleem, liegen is natuurlijk ook goed. Maar, nogmaals, één religie staat niet voor alle religies. Het christendom en Judaïsme IS een bron van naastenliefde (zie mensrechten). De vraag die je moet beantwoorden is of er uit de bron gedronken wordt of uit het vat bier dat toegankelijker is. Dat christenen er een potje van maken, zegt niets over de Schepper en Zijn prachtige boek met, onder andere, onderwijs.

    Je schrijft: Wie gelooft dat God ongelovigen wil straffen, zal zich moreel gerechtvaardigd voelen in onderdrukking of geweld. Mijn reactie daarop, gewoon even een voorbeeldje:
    Wie gelooft dat God ongelovigen zal straffen, gelooft dat God ongelovige zal straffen. De Bijbel leert immers dat God over dergelijke straf gaat en dat elk mens de beelddrager is van Zijn schepper en dat de mens zijn naaste en zijn vijand lief moet hebben. Bovendien: aangezien ieder mens de beelddrager is van God betekent dat dat ieder mens gelijkwaardig is en….. ach, alweer die mensenrechten.

    Nou ja, ik heb al eens over deze ‘ik begrijp het eigenlijk niet echt goed dus ik scheer alles over één kam-methode’ al eens beschreven: lees en huiver: https://watiswaarheid.blogspot.com/2025/07/wie-vermoord-er-nu-niet.html

    Weet dat er feest is in de hemel als een verloren schaap wordt teruggevonden.

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.