146 AI? maar wat is er dan nog van jezelf? … En wat betekent dit voor de ‘Brood-Auteur’?

, ,

AI? Wat is er dan nog van jezelf?

tussen verwondering en weerstand…

In dit blog mijn visie op de vraag “Wat blijft er nog van jezelf over als AI meeschrijft?”. Kunstmatige intelligentie wordt vaak gezien als handig hulpmiddel, maar raakt direct aan creativiteit, eigenaarschap en authenticiteit. Ik beschrijf hoe een simpele vraag tijdens een verjaardag – “Wat is dan nog van jezelf?” – uitgroeit tot een fundamentele reflectie op autonomie en originaliteit in tijden van AI.

Het Gesprek dat Alles Duidelijk Maakte

“Wat is dan nog van jezelf?”

De vraag hing in de lucht tijdens een verjaardag vorige maand. Ik had net enthousiast verteld over mijn laatste AI-experimenten – hoe ik voor blogs Gemini gebruik voor research, Claude voor de empathische toon en ChatGPT voor tekstanalyse, en hoe fascinerend ik het vind om te zien wat deze technologie allemaal kan. De reacties (leeftijdsgenoten) waren… gemengd…  en dan druk ik me eufemistisch uit.

Een paar vrienden knikten beleefd. Anderen wisselden die blikken uit die ik inmiddels ken: ‘Daar gaat Jeroen weer.’ Mijn vrouw glimlachte en zei: “Zo zit ie in elkaar!” Zij kent me het best, natuurlijk. Maar die ene vraag – “Wat is dan nog van jezelf?” – raakte iets dieps en zette me wel aan het denken. Waarom vinden mensen dit zo moeilijk of zo bedreigend en waarom vind ik het juist zo geweldig en vanzelfsprekend? Een wereld van verschil.

De Timmerman en Zijn Gereedschap

Mijn reactie in dat gesprek was heel spontaan: “Dat is net zo raar als vragen waarom een timmerman een cirkelzaag gebruikt in plaats van een handzaag.” Die timmerman kan het namelijk niets schelen dat hij de planken niet met de handzaag zaagt, of met een ander gereedschap. Waar het hem om gaat, is dat hij in minder tijd een goede, of zelfs betere, kast kan maken. Het is ‘beter gereedschap voor zijn doel’.

Zo zie ik AI ook: Het is gereedschap om mijn doel beter te bereiken. Ik wil helemaal niet per se zélf de perfecte tekst schrijven – ik wil allereerst mijn ‘inzicht of mening’ over een onderwerp verfijnen en nuanceren en vervolgens natuurlijk ook nog goed verwoorden. Dat begint procesmatig dus met het goed formuleren van een vraag, vervolgens antwoorden (onder)zoeken, conclusies trekken en een evenwichtig antwoord formuleren. Tot slot misschien nog een aanpassing of een toevoeging (bijvoorbeeld een plaatje) om de boodschap goed over te brengen aan de doelgroep. Met AI kan ik dat allemaal vele malen sneller en beter, mits ik het proces zorgvuldig bewaak en niet zomaar alles voor waar aanneem dat ik door AI krijg voorgeschoteld. Het resultaat wordt dan beter (niet slechter) en dat alles ook nog eens in minder tijd zodat ik ook tijd overhoud voor andere vragen, of inderdaad gewoon nog kan gaan vissen of wandelen…

N.B. Ik wil er bij opmerken dat ik AI veel breder zie dan ‘gewoon een nieuw gereedschap’,
maar voor deze context is het een prima vergelijk.

Blijkbaar zien vele anderen dat toch anders. Dat heeft me aan het denken gezet en leidde tot de volgende vragen:
  1. Is dit gevoel van ‘weerstand tegen innovatie’ typisch voor ouderen bij elke nieuwe technologische stap?
    Ik herinner me de discussies over de komst van computers in de jaren ’80. “Straks kan niemand meer rekenen!” riepen mensen toen ook. En bij de opkomst van internet: “Kinderen leren niet meer uit boeken en ze kunnen niet eens meer een fatsoenlijke staartdeling maken”. Elke generatie, dus niet alleen de oudere, lijkt de neiging te hebben om verandering door nieuwe technologie als bedreiging te zien voor het oude. Is dat wel terecht en waarom dan precies?
  2. Waarom is deze ervaring van dreiging belangrijker dan de van bevrijding van routine?
    Misschien gaat het niet eens om de technologie zelf, maar om wat ze vertegenwoordigt. Verandering, verlies van controle, of juist het omgekeerde – bevrijding van saai werk?  Willen we nog stenen werktuigen uithakken of lezen we dan toch liever een boek? Innovatie brengt verandering en is dus altijd een dreiging voor ‘gewoonten’. Maar het besef dat je daardoor straks wellicht meer tijd krijgt om… krijgt nog geen (verwachtings)waarde toebedeeld. Het besef dat ‘vroeger alles beter was’ is al snel onderuitgehaald als we er even echt over nadenken. Nee, niet álles is beter geworden, maar gemiddeld is er wel degelijk een positieve trend, ook al moeten we daar dan misschien even aan wennen.
  3. Zijn er onderzoeken of studies die specifiek op dit fenomeen ingaan en antwoorden bieden?
    Het Technology Acceptance Model (TAM) van Fred Davis uit 1989 toont dat mensen nieuwe technologie accepteren op basis van twee factoren: perceived usefulness en perceived ease of use. Maar dat verklaart nog niet waarom AI emotioneel zo anders voelt dan een cirkelzaag. Onderzoek van Pew Research Center (2023) laat zien dat 52% van Amerikanen meer zorgen dan opwinding voelen over AI – vooral bij creativiteit en besluitvorming. Maar ook die zorgen zag ik in de jaren tachtig… en ik denk dat er geen democratische draagkracht is voor het uitbannen van de computer (en daarmee alle computer-gerelateerde producten) in ons dagelijks leven…
  4. Wat zeggen psychologen en grote denkers hierover?
    Carl Jung sprak over het ‘collectieve onbewuste’ – angsten die diep in ons als soort zijn geworteld. Misschien raakt AI aan een oergevoel: de angst vervangen te worden. Filosoof Nick Bostrom waarschuwt in “Superintelligence” (2014) voor existentiële risico’s van AI. Maar psycholoog Steven Pinker is optimistischer: in “Enlightenment Now” (2018) stelt hij dat technologie ons mens-zijn juist versterkt. Kortom, ik had het zelf bedacht kunnen hebben en we worden er niet echt wijzer van.
  5. Is deze weerstand inherent aan het mens-zijn, verbonden aan geheugen en zelfbewustzijn?
    Hier wordt het echt diep. Mensen definiëren zichzelf vaak door wat ze kunnen: “Ik ben schrijver,” “Ik ben rekenaar,” “Ik ben probleemoplosser.” Als AI deze vaardigheden overneemt, wie ben je dan nog? Neurowetenschapper Antonio Damasio toont in “Self Comes to Mind” (2010) toont aan hoe sterk onze identiteit verbonden is aan onze cognitieve capaciteiten. Dit komt dichter bij het fundament denk ik. Ons mens-zijn verandert in haar waarde-toekenning. ‘Kunnen’ blijft nog wel even want de robots moeten nog even voordat ze de fijne motoriek helemaal onder de knie hebben, maar het ‘weten’ wordt binnen korte tijd een onbelangrijke factor. De waarde van Weten verschuift in de richting van goede vragen kunnen stellen, met het nieuwe (AI) gereedschap kunnen omgaan en kritisch kunnen zijn op de processen die we beïnvloeden en de ‘waarheden’ die we onszelf daarbij permitteren. Beetje cryptische zin misschien, maar lees dan blog 124 nog even.
  6. Als dit inherent is, hoe zullen we daar dan mee omgaan wanneer AI mogelijk zelfbewust wordt?
    Deze vraag houdt me ’s nachts wel wakker. Als wij al moeite hebben met AI als gereedschap, hoe reageren we dan op AI als… collega? Of partner? Filosoof David Chalmers onderzoekt in “The Conscious Mind” (1996) wat bewustzijn eigenlijk is. Om kort te zijn: We begrijpen het eigenlijk nog steeds niet precies. Als we dat nog niet eens bij mensen begrijpen, hoe herkennen we het dan bij machines? Dan ook nog te bedenken dat AI nu al veel ‘slimmer’ is dan de meeste mensen en dat ook écht intelligentie (Artificial General Intelligence), dus vergelijkbaar met menselijke intelligentie, er aan zit te komen, dan kon het ons dus ook zo maar de baas zijn. Wij, in dienst van AI?
  7. Wat betekent dit voor de manier waarop we onderwijs en opleiding vormgeven als AI steeds meer cognitieve vaardigheden overneemt?
    Mijn kleinkinderen leren nog steeds spellings- en rekenregels die AI moeiteloos beheerst. Moet dat nog wel? Onderwijsonderzoeker Sugata Mitra toont in zijn TED Talks dat kinderen veel zelfstandiger kunnen leren dan we denken. Misschien moeten we van ‘kennis overbrengen’ naar ‘vragen stellen en wijsheid ontwikkelen’?
  8. In hoeverre beïnvloedt AI onze creativiteit en autonomie, versterkt of vermindert het juist onze eigen creativiteit?Hier zit een mooie paradox. Sommige vrienden zeggen: “Als AI je helpt schrijven, is het dan nog jouw tekst?” Maar componist David Cope creëerde al in de jaren ’90 muziek met algoritmes die van Mozart niet te onderscheiden was. Was dat minder creatief? Creativiteitsonderzoeker Mihaly Csikszentmihalyi definieert creativiteit in “Flow” (1990) als het proces van nieuwe, waardevolle ideeën ontwikkelen – niet per se het uitvoeren ervan. Ook op creatief gebied is ze dus in principe onze steun en toeverlaat. “Mijn tekst” zie ik als het resultaat van “Mijn vragen, mijn proces, aanwijzingen, correcties en aanpassingen”. Dát is mijn kast en AI levert op maat alle plankjes… (tot nu toe).
  9. Wat zijn praktische en ethische grenzen van AI-gebruik bij persoonlijke of creatieve taken?
    Waar trek je de lijn? Is het oké als AI je helpt brainstormen, maar niet als het je hele verhaal schrijft? Ethicus Luciano Floridi van Oxford University stelt in “The Fourth Revolution” (2014) dat we nieuwe ethische kaders nodig hebben voor de digitale tijd. Maar die kaders moeten wel praktisch zijn, niet theoretisch. We moeten, aanvullend, wel bereid zijn om als timmerman te opereren en niet vastlopen op het zelf blijven zagen van de plankjes. Onze rollen veranderen allereerst in de banen met de hogere kennis-niveau’s zoals bijvoorbeeld rechters, artsen, accountants, maar eigenlijk denk ik dat we binnen heel korte tijd zullen zien dat AI zich als ‘systeem-technologie’ ontpopt. Een technologie dus, die de basis vormt voor vele toepassingen. Zeg maar een soort fundament onder verdere ontwikkelingen, zoals het electriciteitsnet en het internet. Het beïnvloedt de gehele maatschappij…
  10. Hoe verschilt de acceptatie van AI tussen verschillende generaties en culturen?
    Mijn kleinkinderen vinden AI al volkomen normaal. Voor hen is het net zo gewoon als Google of smartphones waren voor mijn kinderen. Ze vinden het al gek als het er niet in zit. Onderzoek van McKinsey (2024) toont dat Gen Z 3x vaker AI gebruikt dan babyboomers. Maar in Japan heeft AI een veel positiever imago dan in Europa – Shinto-traditie ziet geesten in alle objecten, dus waarom niet in computers? Een wijze insteek dus, want zelfbewuste AI is ook in aantocht!
  11. Wat zijn goede voorbeelden van succesvolle integratie van AI die deze zorgen wegnemen?
    Misschien kunnen we leren van sectoren waar AI al geaccepteerd is.
    – Artsen gebruiken AI voor diagnoses en niemand zegt: “Wat is dan nog van de dokter?”
    – Piloten vertrouwen op autopilot en blijven gerespecteerde professionals. Ik heb vele jaren zelf gevlogen en de meeste fouten komen echt van mis-interpretaties en/of foute beslissingen van de menselijke vliegers!
    – Chess.com-studie uit 2023 toont dat schakers beter worden door tegen AI te spelen, niet slechter.
  12. Wat is de impact op ons zelfbeeld en onze identiteit als onze eigen prestaties mede afhankelijk worden van AI?
    Dit raakt de kern. Filosoof Andy Clark beschrijft in “Extended Mind” (2008) hoe gereedschap al lang deel is van ons denken. Pen en papier, rekenmachine, smartphone – allemaal uitbreidingen van onze cognitie. Misschien is AI gewoon de volgende stap in die evolutie? Niets nieuws onder de zon en alleen ff wennen?

Is het eindresultaat ‘De Hybride-Mens’?

En daar kom ik bij mijn eigenlijke conclusie. Misschien moeten we stoppen met denken in termen van ‘mens versus machine’ en beginnen denken in termen van ‘mens plus machine’. We zijn al hybride – soms letterlijk met allerlei implantaten, anders wel met onze smartphones, onze auto’s, onze hele technologische omgeving. AI is misschien gewoon de volgende evolutiestap. Ik denk zelf dat we door al die AI zo snel wetenschappelijke winst zullen boeken dat we over 50 jaar misschien wel afscheid nemen van de homo-sapiens, maar dat is een andere blog denk ik en ik weet op voorhand dat er weer vele “ja maar” of “onzin want” reacties op zullen komen. Het vervelende is eigenlijk dat de meeste mensen niet echt in dit traject kennis en kunde hebben en het dus als een koude douche ervaren… Ik denk dat we, net als in de jaren tachtig, toen ik die vele Teleac-Cursussen en voorlichting-campagnes mocht doen, weer een bewustwordingstraject op gang brengen bij de brede bevolking om de betrokkenheid te verhogen.

De Keukentafel-Conclusie

Terug naar die verjaardag. Ik begrijp nu dus (dankzij AI) beter waarom mensen moeite hebben met mijn AI-enthousiasme. Het raakt aan fundamentele vragen over wie we zijn en wat ons waardevol maakt als mens. Maar mijn antwoord blijft hetzelfde als die van de timmerman: het gaat niet om het gereedschap, het gaat om wat je ermee bouwt en wie de architect is.

Mijn vrienden vragen: “Wat is dan nog van jezelf?” Mijn antwoord: Alles wat echt belangrijk is. Mijn nieuwsgierigheid, mijn empathie, mijn levenservaring, mijn vermogen om verbindingen te leggen die er eerst niet waren, om de goede vragen te stellen en mijn afwegingen om AI af te kappen als ik er iets anders van vind. AI kan me helpen mijn eigen kwaliteiten beter tot uiting te brengen, ze kan ze niet wegnemen. Het verschil kan natuurlijk wél zitten in de slordige/luie auteur die het AI verhaal als argument gebruikt zonder het eerst op validiteit te controleren en dus zomaar voor waarheid aanneemt.

Ik zie het zelf als uitstekend gereedschap (en meer) voor de vak-man/vrouw maar dus ook als een gevaarlijke omgeving voor leken die er niet mee om kunnen gaan. Zij gaan er hun waarheden namelijk uit putten en daar begint de eerste hele grote fout! En misschien is dat wel het verschil. Zij zien AI als concurrent. Voor mij is het m’n  ‘maatje’. Ik praat er tegen, en beargumenteer vaak mijn argumenten ten opzichte van de zijne… en hij leert er ook van. De discussies zijn dus nog lang niet afgelopen. En dat is maar goed ook.

De Nieuwe Brood-Auteur?

Wat betekent dit alles nu voor de klassieke schrijver – de brood-auteur? Degene die met talent, toewijding en deadlines verhalen produceert om van te leven? Misschien moeten we juist die rol herijken. De broodschrijver van nu is niet langer de eenzame ambachtsman met pen en papier, maar de regisseur van een creatief proces waarin AI een volwaardig teamlid is. De schrijver stelt de vragen, weegt de antwoorden, scherpt de toon, herkent de nuance, en beslist wat blijft en wat sneuvelt.

De creativiteit zit niet langer enkel in de uitvoering, maar in de regie, de keuzes, het kritische oog – in het menselijk vermogen tot betekenisgeving. Een brood-auteur die AI inzet, hoeft niets van zichzelf in te leveren. Integendeel: hij of zij wordt uitgedaagd om nog helderder te formuleren wat hij denkt, voelt, bedoelt. Hij kan in minder tijd een beter product leveren, is mijn overtuiging.

Misschien verschuift het vak van de schrijver dus niet naar minder ‘menselijk’, maar juist naar méér: meer reflectie, meer eigenaarschap, meer richting. De ambacht blijft, alleen met andere tools – en een ander tempo. Wie schrijft, blijft. Maar wie durft te herschrijven met AI, kan misschien wel verder springen dan ooit.

De computer veranderde in de jaren ’80 elk beroep. AI zal dat nóg ingrijpender doen. Wie het nieuwe gereedschap leert beheersen, kan verder springen dan ooit. Wie het negeert, loopt het risico achter te blijven.

Die keuze is aan jou. Zie hiervoor ook blog 111 Het gebruik van taalmodellen, het gemak en de verleiding

 

Jeroen Teelen

16 augustus 2025

 

Met dank voor deze belangrijke toevoeging door Jan S.R. van Hal voor de BROODSCHRIJVERS!

146 aj heb ik van enkele kanttekeningen voorzien, die straks in de praktijk een rol gaan spelen. Recensie

Sterk artikel, met een mooie ingang via de vraag: “Wat blijft er van jezelf als AI meeschrijft?” en de timmerman-metafoor die AI neerzet als gereedschap. De auteur laat goed zien dat de weerstand tegen technologie niet nieuw is en verbindt dit met filosofische en psychologische perspectieven. Daarmee maakt hij het onderwerp toegankelijk én herkenbaar.

Toch zijn er ook hiaten. AI is méér dan een cirkelzaag: het genereert zelf inhoud en beïnvloedt zo de keuzes van de schrijver. Dat maakt het geen neutraal hulpmiddel maar een co-auteur die regie kan opeisen. Juist hier wringt het voor de broodschrijver. Ook het juridische kader ontbreekt grotendeels. Het Hof van Justitie EU stelde in Cofemel (2019) dat alleen een eigen intellectuele schepping auteursrechtelijke bescherming geniet. Pure AI-output valt daar dus niet onder. Voor broodschrijvers is dat cruciaal: wie niet selecteert, redigeert en betekenis toevoegt, verliest niet alleen authenticiteit maar ook juridisch eigenaarschap.

De kracht van dit essay ligt in de uitnodiging tot debat. Het maakt duidelijk dat de brood-auteur zich moet heruitvinden als regisseur: verantwoordelijk voor keuzes, toon en betekenis. AI kan planken leveren, maar de vraag blijft wie de kast ontwerpt – en wie ervoor aansprakelijk blijft als die omvalt.

Beoordeel deze blog
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.