156. Religie ís geen gelijkwaardige gesprekspartner in een democratie en de samenleving moet stoppen met doen alsof dat wel zo is — in het belang van onze democratie én de vrijheid van godsdienst zelf.

, ,

Religie ís geen gelijkwaardige gesprekspartner in een democratie!

 

De samenleving moet stoppen met doen alsof dat wel zo is — ook in het belang van religie zelf.

Dogmatische religie vormt een systemische kwaal voor onze pluriforme samenleving omdat ze op meerdere fronten destructief werkt. Ze ondermijnt individuele vrijheid, blokkeert sociale vooruitgang, verdraait ethiek, beïnvloedt politiek en remt intellectuele ontwikkeling. Maar ze doet meer dan dat. Ze sluit andersdenkenden actief uit, disciplineert vrije geesten, zet aan tot geweld uit eigen gelederen zónder dit nadrukkelijk te veroordelen en drijft kwetsbare groepen — zoals LHBTI’ers of afvalligen — tot eenzaamheid, zelfveroordeling of wanhoop. Hoewel religie op zichzelf zin en gemeenschap kan bieden, verandert ze in een onderdrukkend systeem wanneer ze dogmatisch is, wordt of blijft. Dat geldt in het bijzonder voor orthodoxe stromingen binnen zowel het christendom als de islam, waar absolute waarheidsclaims vaak boven individuele vrijheid worden gesteld. Zij dicteren hun ‘dogmatisch gelijk’ aan de rest van de samenleving en die heeft niet de ruggengraat om de duidelijkheid af te dwingen dat ook dit grensoverschrijdend gedrag is! Ik weet wel, dat geldt niet voor de meer genuanceerde… enz… maar welke religie het ook betreft, het is de gedachte die de fundamentele religieuze strijders voor het ‘eigen gelijk’ beheerst. Dergelijk gedachtegoed heeft geen brede democratische waarde!

Vandaag nog stond er in de Telegraaf een paginagroot stuk over dit fenomeen van Keyvan Shahbazi

Desalniettemin vinden we in Nederland nog steeds dat pragmatische tolerantie te verkiezen is boven bijvoorbeeld een strakkere scheiding van kerk en staat en prijst Femke Halsema de hoofddoek van Esmah Lalah in de tweede kamer als voorbeeld van inclusiviteit? Maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden: op termijn ondermijnen zulke symbolische gebaren juist de ruimte voor kritische gelijkheid. Ze doen meer kwaad dan goed, veroorzaakt door naïviteit (of het bewust plegen van symboolpolitiek)!

Deze blog probeert dat inzicht breder te voeden en de potentieel desastreuze gevolgen op termijn, van ons huidige beleid inzichtelijk te maken.

1. De prijs van pragmatische tolerantie

In een samenleving die compacter én pluriformer wordt, is “elkaar ruimte geven” geen vrijblijvende deugd meer — het is een strategische noodzaak. Maar juist op dat punt schuilt een groeiend risico: het Nederlandse beleid van pragmatische tolerantie blijft religieuze instituties uitzonderen van toetsbare normen. terwijl dogmatische invloeden hierdoor steeds meer ruimte kunnen claimen zonder tegenkracht.

Het koesteren van een zogenaamde ‘inclusiviteitsgedachte’ lijkt menslievend, maar is inmiddels een rechtstreekse ondermijning van de democratische rechtsorde én van de geloofwaardigheid van religieuze vrijheid. Geloofsuitingen in publieke functies zijn geen bewijs van inclusiviteit maar een gebrek aan handhaving van onze democratische uitgangspunten en een aanval op gelijkheid in machtsposities.

In Nederland worden religieuze instituties steeds vaker ontzien of bevoordeeld op het gebied van onderwijs, ambtenarenbeleid, symboliek in de politiek en volksgezondheid, waardoor democratische normen langzaam opschuiven richting religieuze belangen — uit pragmatische tolerantie, niet uit democratische rechtvaardiging. We accepteren daarmee ook dat we fundamentele maatschappelijke tegenwerking installeren en stimuleren.

Omdat ik deze ontwikkeling zie als een groot gevaar voor volgende generaties, schrijf ik regelmatig over dit onderwerp. Niet om te schofferen — ik gun ieder zijn geloof — maar om de ogen te openen van wie meent, op basis van een ongetoetste waarheidsclaim die niet door iedereen wordt gedeeld (en dat geldt voor álle religies), anderen in dit land de maat te mogen nemen zónder die overtuigingen langs de democratische meetlat te leggen. De islam in haar onverlichte vorm wordt niet alleen door Richard Dawkins gezien als een bedreiging voor onze pluriforme democratie. En ja: Dawkins is een overtuigd atheïst, maar ook een scherp denker. De ‘Halsema’s’ in ons bestuur zouden zich hierin wat dieper meer verdiepen voordat ze tolerantie in uitingen bij bestuurders uitingen als “bewijs van inclusiviteit” wegzetten.

En ook om het gevoel van urgentie aan te wakkeren bij beleidsmakers en politici, want blijkbaar wordt dat node gemist.

2. Casus: de dialoog in blog 155

In blog 155 publiceerde ik een letterlijke dialoog die ik voerde met een (anonieme) orthodox-gelovige voorganger (vermoedelijk reformatorisch of evangelisch), naar aanleiding van blog 108 over religieus fanatisme versus mensenrechten. Mijn intentie was helder: géén ‘woordenstrijd’, maar een eerlijke bevraging van uitgangspunten over waarheid, moraal en verantwoordelijkheid, met maximale tolerantie en zonder te schofferen. Zijn anonimiteit bleek het gevolg van zijn angst voor een fatwa omdat hij in zijn teksten de Islam de kast uit veegt ter koestering van zijn eigen ‘waarheid’.

De uitkomst was helder:

  • geen gelijkwaardig gesprek mogelijk,

  • geen bereidheid om te toetsen of te twijfelen,

  • wél stellige uitspraken en “zeker weten”,

  • geen antwoord op de vraag of het niet noodzakelijk is om in een pluriforme samenleving als de onze, voor de leefbaarheid en veiligheid toch gezamenlijke democratische kaders te benoemen en te hanteren.

Waar iemand zegt “dit ís de waarheid” en niet wil meewegen of toetsen, is een evenwichtig gesprek niet mogelijk. Wie het gesprek wil nalezen: blog 155 bevat de volledige dialoog en mijn conclusies. Het voelde alsof mijn vragen slechts beantwoord werden met het vervolgens formuleren van mijn gebrek aan kennis en inzicht. Er is geen enkel gevoel van redelijkheid, evenwicht of wederzijdse reflectie. Bias in overvloed en “dit is waar omdat het Gods wil is… want het staat in de Bijbel” Cirkelredeneringen. Een sprookje bewijzen omdat het als waarheid beschreven staat in hetzelfde sprookjesboek? Even wat ervaringen uit het verleden over de risico’s van dogmatische, cirkelredenerende religieuze claims in publieke sfeer:

  • Volksgezondheid: in NL leidde principiële vaccinatie-weigering (orthodox-protestantse “Biblebelt”) tot een grote mazelenuitbraak 2013–2014 met honderden ziekenhuisopnames, ondanks landelijke >95% dekking. PubMed+2PubMed+2

  • Publieke gezondheid wereldwijd: religieus/politiek gedragen boycot van poliovaccin in Noord-Nigeria (2003–2004) deed polio internationaal opleven. PMC+2PMC+2

  • Onderwijs & kennis: pogingen om “Intelligent Design” te onderwijzen als wetenschap werden juridisch afgewezen (Kitzmiller v. Dover, 2005); rechtbank stelde expliciet dat dit geen wetenschap is. Het illustreert hoe dogma wetenschappelijk onderwijs kan ondermijnen. ACLU of Pennsylvania+1

  • Mensenrechten & autonomie: de Taliban legitimeren beleid met religieuze argumenten en verbieden o.a. meisjesonderwijs en (recent) landelijk internet—met zware sociale en economische schade. The Guardian+4UNESCO+4UNESCO+4

  • Epistemisch risico (besluitvorming): unfalsifieerbare claims blokkeren correctie door evidence; Popper’s falsifieerbaarheid toont waarom dit onverenigbaar is met rationele toetsing in beleid en debat. Stanford Encyclopedia of Philosophy+1

Kort samengevat: zodra “waarheid” wordt afgeleid uit gezag i.p.v. toetsing, ontstaan voorspelbaar schade-patronen: preventie faalt, onderwijs verslechtert, rechten worden ingeperkt en beleid verhardt in plaats van leert.

Cirkelredeneringen zijn dus op z’n minst zeer verdacht en per definitie onbetrouwbaar als het fundament niet onbetwist is en precies dáár ligt het probleem. Iets is niet waar omdat iemand dat zegt. Iets is waar omdat iemand dat onomstotelijk aantoont of op z’n minst heel aannemelijk maakt en er is altijd ruimte voor twijfel en vragen. Mijn aandacht zou dus onmiddellijk uitgaan naar de authentische waarde van dat sprookjesboek en daarmee zou het verhaal dus al eindigen. Echte kennis van… gaat dus veel verder dan kennis van de inhoud c,q, boodschap van geschriften als de Bijbel. Haar oorsprong is namelijk alles behalve goddelijk zuiver en bewezen of aannemelijk. “Geloof” dat het waar is wat je gelooft is een zeer wankele en onbetrouwbare basis voor elke discussie. De rationaliteit is ver te zoeken en slechts het eigen gelijk wordt ‘bewezen’ geacht. Iedereen die het anders ziet moet nog worden ‘bekeerd’ en ach “elkaar vermoorden is toch ook van alle tijden?”.

Waarom willen religieuze leiders anderen altijd graag vertellen wat ze geloven dat waarheid is en waarom ze dus anderen de maat mogen nemen? Waarom niet gewoon de basisgedachte ‘liefde’ prioriteren en goed te zijn voor anderen… Deze predikant verwoord het uitstekend.

3. Waarom religie geen gelijkwaardige gesprekspartner ís

Orthodoxe religie beroept zich op:

  • Absolute waarheid — niet vatbaar voor toetsing of nuance (“In Gods Naam?” en “door God geschreven”),

  • Morele superioriteit — gebaseerd op Schrift, niet op rationele toetsing of aannemelijkheid,

  • Goddelijk gezag — dus onttrokken aan democratische controle.

Tegelijkertijd claimt ze:

  • Publieke ruimte — onderwijs, media, politiek,

  • Juridische bescherming — onder het mom van godsdienstvrijheid (die ze zelden gunt aan andersdenkenden),

  • Maatschappelijke invloed — met normstelling voor iedereen.

Het doel blijft missionair, wat het gevoel van morele en geestelijke superioriteit bevestigt.

Zo ontstaat geen eerlijke, maar een fundamenteel scheve dialoog: religie stelt eisen aan de samenleving, maar onttrekt zich aan wederhoor en verantwoording.

Niet alle stromingen voldoen aan dit profiel, maar ook binnen bijvoorbeeld de katholieke kerk wordt het idee van het ‘enige ware geloof’ nog steeds verkondigd.
Eigenlijk is alle religieuze dogmatiek een voedingsbodem voor onbevraagbaarheid en een verbod op reflectie.

In elke andere maatschappelijke context zou dit onaanvaardbaar zijn. Maar religie krijgt structureel uitzonderingsposities – uit vrees, beleefdheid, onwetendheid of gebrek aan leiderschap, maatschappelijk inzicht en ruggengraat.

4. Waarom dit wél urgent is: een compacte, pluriforme samenleving

Nederland verdicht én diversifieert. Verschillende overtuigingen leven letterlijk dichter op elkaar.

Onderzoek toont dat zo’n samenleving alleen functioneert zonder wrijving als vier voorwaarden zijn gewaarborgd:

  • gelijke toegang tot rechten (≈ gelijkwaardigheid);

  • gezagsdragers en instituties zijn verantwoordingsplichtig (≈ toetsbaarheid);

  • duidelijke normatieve grenzen aan onverdraagzame overtuigingen (≈ gedeelde spelregels);

  • actieve ondersteuning van dialoog, onderwijs en inclusieve instituties (≈ institutionele steun).

Religieuze systemen die publieke ruimte opeisen zónder zich te onderwerpen aan deze spelregels, ondermijnen actief de maatschappelijke orde.
Ze onttrekken zich aan wederzijdse verantwoordelijkheden en vormen daarmee een risico — geen bijdrage — aan sociale samenhang.

5. Twee domeinen waar religie disproportioneel veel invloed heeft

1. Bijzonder Onderwijs: Publiek Gefinancierde Indoctrinatie

Ook streng religieuze scholen ontvangen in Nederland publieke bekostiging, maar onderwijzen in de praktijk vaak:

  • de scheppingsleer als waarheid, en de evolutietheorie als betwistbaar of ondergeschikt alternatief;

  • de morele afwijzing van LHBTI‑identiteiten;

  • een wereldbeeld waarin ‘de ander’ – wie anders gelooft, denkt of leeft – wordt neergezet als dwaalweg of zondaar.

Dit is geen vrijheid van onderwijs, maar gesanctioneerde uitsluiting en systematische inperking van het kinderlijk bewustzijn – op kosten van de belastingbetaler.

Wat indoctrinatie met kinderen doet – wetenschappelijk onderbouwd

Uit talloze pedagogische, psychologische en sociologische studies blijkt dat dogmatisch religieus onderwijs:

    • Kritisch denken afremt – kinderen leren geen alternatieven onderzoeken of vragen stellen bij morele claims.
    • Angst en schuldgevoelens internaliseert – vooral bij doctrines over zonde, hel, ongehoorzaamheid of seksuele ‘zuiverheid’.
    • Autonomie beperkt – door morele keuzes te presenteren als absolute waarheden in plaats van als persoonlijke afwegingen.
    • Identiteitsontwikkeling onderdrukt – met name bij LHBTI-kinderen of jongeren die twijfelen aan het geloofskader van hun omgeving.

2. Publieke functies – persoonlijk geloof boven publieke plicht

Voorbeelden zijn:

  • ambtenaren die weigeren huwelijken te sluiten of euthanasie te ondersteunen op religieuze gronden;

  • Kamerleden die beleid legitimeren met religieuze uitspraken (“God zegende Nederland met landbouw”);

  • gebedsmomenten en religieuze symboliek in gemeenteraadszalen.

In al deze gevallen wordt religie niet als inspiratiebron ingezet, maar als grens aan democratisch beleid. Neutraliteit verdwijnt. Burgers met andere overtuigingen worden uitgesloten van gelijke toegang tot bestuur, zorg of recht.

6. Een democratie die religie uitzondert, ondermijnt zichzelf

Vrijheid van denken en dus ook van godsdienst is een groot goed — maar die vrijheid geldt binnen de rechtsstaat, niet erboven!

Wie invloed wil uitoefenen in het publieke domein, moet voldoen aan de regels van:

  • toetsbaarheid

  • transparantie

  • wederkerigheid

Religie die die spelregels weigert, diskwalificeert zichzelf als democratische partner.

Het is dus géén beperking van godsdienstvrijheid om religie publiek te toetsen — het is de enige manier om die vrijheid op lange termijn te beschermen tegen uitholling en maatschappelijke vervreemding.

7. Wat zeggen recente studies en trends?

Onderzoeken laten zien dat in het Nederlandse publieke en onderwijsdebat secularisme vaak als neutraal uitgangspunt wordt beschouwd, terwijl religieuze opvattingen worden aangemerkt als ‘gevoelig’ of ‘persoonlijk’. Deze asymmetrische beoordeling heeft directe gevolgen: het leidt tot een systematische terughoudendheid om religieuze scholen kritisch te bevragen, ook wanneer daar sprake is van onderwijs dat indruist tegen universele mensenrechten of de pedagogische opdracht tot autonomie en kritisch denken.

✅ 1. Secularisme als impliciete norm, religie als uitzondering

Kamphuis & Bertram-Troost (2023) analyseren hoe het publieke debat over religieuze scholen in Nederland wordt gevoerd. Zij tonen aan dat veel argumentaties vertrekken vanuit impliciete seculiere vooronderstellingen over redelijkheid, tolerantie en neutraliteit. Religie wordt in dat debat vaak weggezet als gevoelig, identitair of potentieel verstorend, waardoor religieuze scholen een bijzondere status krijgen — zonder dat hun wereldbeeld even systematisch wordt getoetst als seculiere idealen.

“Public discourse is largely shaped by secular norms, with religion positioned as sensitive or divisive rather than as an equal contributor to the public sphere.”
— Kamphuis & Bertram-Troost, 2023, IJED

Dit verklaart waarom religieuze scholen bijvoorbeeld minder vaak worden aangesproken op het verspreiden van standpunten die haaks staan op bijvoorbeeld wetenschappelijke consensus of inclusieve burgerschapsvorming.


✅ 2. Spanningsvelden in het onderwijsbeleid

Vermeer (2024) laat zien dat zelfs binnen religieus onderwijs de druk van seculiere normalisering invloed uitoefent op de inhoud van het lesmateriaal. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor een blinde vlek: religieuze scholen blijven wél publieke middelen ontvangen, zelfs als zij onderwijs aanbieden dat autonomie belemmert of identiteitsontwikkeling remt — bijvoorbeeld via dogmatische LHBTI-afwijzing of creationistische leer.

“While textbooks present themselves as open and pluralistic, latent secularism defines the underlying epistemology, often reinforcing the invisibility of exclusivist religious content.”
— Vermeer, 2024


✅ 3. Orthodox onderwijs en de grenzen van vrijheid

Exalto (2019) onderzoekt orthodox-protestantse scholen in Nederland, en laat zien hoe deze een gesloten wereldbeeld hanteren, waarin kinderen van jongs af aan worden opgevoed binnen een vaste morele en religieuze orde. Hoewel dat juridisch valt onder de vrijheid van onderwijs, roept het pedagogisch en maatschappelijk de vraag op of zulke onderwijsmodellen de vorming van autonome, kritische burgers wel ondersteunen (eufemisme).

“The strict confessional frameworks in Reformed schools limit the space for encountering religious or moral alternatives.”
— Exalto, 2019


✅ 4. Gevolgen: terughoudendheid tegenover religieuze misstanden

Deze asymmetrie – waarin religieuze instellingen worden gevrijwaard van kritische toetsing, terwijl seculiere waarden als vanzelfsprekend gelden – heeft maatschappelijke gevolgen. Ze leidt tot terughoudendheid bij inspecties, een gebrek aan normatieve handhaving op het gebied van mensenrechten in het onderwijs, en — in sommige gevallen — het laten voortbestaan van schadelijke praktijken onder het mom van “levensbeschouwelijke vrijheid”.

Het gaat hier dus niet om de vraag óf religie mag bestaan in onderwijs, maar om de vraag welke grenzen een democratische, inclusieve samenleving moet stellen aan dat onderwijs — zeker als het met belastinggeld wordt gefinancierd.

8. Echte lessen uit de praktijk van blog 155

  • Kritische vragen worden vermeden of gezien als aanval

  • Moraal is exclusief: eigen vrijheid, andermans dwaling

  • Zelfs op een uitnodigende vragenlijst bleef de reactie grotendeels gesloten

De conclusie is pijnlijk duidelijk: Het probleem zit niet in het gesprek of de tolerantie, maar in de onwil tot zelfreflectie aan religieuze zijde.

9. Drie noodzakelijke correcties voor een volwassen democratie

1. Geen uitzonderingspositie meer voor religie
Religie mag bestaan, maar krijgt geen aparte behandeling wanneer ze publieke invloed uitoefent. Onderwijs, recht, media: gelijke spelregels voor iedereen.

2. Gelijke toetsing en verantwoording
Iedere actor met gezag moet zich onderwerpen aan democratische toetsing. Dus ook religieuze instituten.

3. Wederkerige vrijheid
Godsdienstvrijheid is privé — géén publiek privilege.
Wie anderen vrijheid ontzegt, verdient zelf geen onbeperkte ruimte.

10. Conclusie

De vrijheid van religie wordt niet beschermd door religie zelf, maar leeft op in een samenleving die helder is over de voorwaarden van publiek optreden. Alleen door religie te verplichten tot gelijke verantwoording, beschermen we zowel onze democratie als de geloofsvrijheid zélf.

Helaas: bij orthodoxe gelovigen is dat onbespreekbaar. Want dát is nu juist het fundament van hun overtuiging:
“Wij verkondigen de waarheid. Daar valt niet aan te tornen, want het is de stem van God.”

Je kunt met een blinde niet discussiëren over de kleur van gras binnen een optisch kader.

Zolang onze maatschappij een rationeel kader voor waarheid hanteert, kunnen we maar één verstandige route volgen:
De invloeden van religie die anderen tekort doen, inperken.

Dat vraagt:

  • het durven benoemen van misbruik

  • heldere kaders

  • bestuurlijke moed

Frankrijk toont dat het kan — zónder hetze.

Wie deze grenzen niet trekt, zadelt volgende generaties op met verdeeldheid en vervreemding.

En een toenemende macht voor de grootste religie — ten koste van diversiteit en vrijheid.

Geschreven, opdat zij ‘aan het roer’ straks niet zeggen: “Waarom zagen wij het toen niet?”

Let wel: ook religieuze stromingen die zich in de praktijk gematigd en tolerant opstellen, blijven formeel vasthouden aan absolute waarheidsclaims en goddelijke autoriteit. Hun terughoudendheid in de publieke ruimte is geen structurele correctie, maar een vorm van pragmatische tolerantie of een gebrek aan durf in de sociale context. Dat maakt hun gedrag weliswaar sociaal aanvaardbaar, maar verandert niets aan het niet-toetsbare karakter van hun overtuiging. En dus blijft de asymmetrie in een democratisch c.q. ‘veilig’ gesprek bestaan!

Zingeving is een universeel menselijk vermogen dat evengoed seculier kan worden ingevuld en dus geen fundamenteel iets is van religie. Religie is hier gedefinieerd als een systeem van dogmatische overtuigingen gebaseerd op vermeende absolute waarheden, die zich structureel onttrekken aan toetsing, wederhoor en herziening. In die hoedanigheid functioneert religie in onze samenleving als een machtssysteem: normstellend, missionair en structureel asymmetrisch in de dialoog. Zodra religieuze instituties aanspraak maken op publieke invloed — in onderwijs, politiek of media — zonder zich te onderwerpen aan democratische principes van verantwoording en toetsbaarheid, diskwalificeren zij zichzelf als gelijkwaardige gesprekspartner in een democratische rechtsorde. Dát moeten we erkennen en dáár moeten we naar handelen, ter bescherming van de democratie, gelijkwaardigheid en de veiligheid van andersdenkenden, al of niet religieus.

Jeroen Teelen – 11 september 2025

“Waarom een seculiere overheid in ieders belang is…”

Beoordeel deze blog
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.