161 Digitale Autonomie: Apple als digitale dreiging – 500 miljoen Europeanen in de houdgreep?
Apple’s digitale dreiging – 500 miljoen Europeanen in de houdgreep?
Wat als het digitale ‘Russische gas’ wordt afgesloten?
Ooit vertrouwden we op goedkoop Russisch gas – comfortabel, tot de geopolitieke prijs zich openbaarde. Vandaag zijn we opnieuw afhankelijk. Niet van een staat, maar van private techbedrijven met wereldwijde macht. Apple – de winstmachine uit Cupertino – dreigt zich terug te trekken uit de EU vanwege de Digital Markets Act (DMA). Een democratisch aangenomen wet die marktmacht wil beperken, interoperabiliteit wil stimuleren en gebruikers meer keuzevrijheid moet geven.
Volgens berichtgeving van onder meer de Financial Times en Reuters heeft Apple zijn zorgen geuit over de praktische gevolgen van de DMA. Het bedrijf waarschuwt dat de maatregelen de veiligheid van zijn gebruikers zouden ondermijnen, omdat het openstellen van het ecosysteem (bijvoorbeeld via sideloading van apps) de controle op kwaliteit en privacy beperkt. Tegelijkertijd wordt dit gepresenteerd als veiligheidsargument, terwijl het ook de kern van Apples businessmodel raakt: volledige controle over hardware, software én verdienmodellen.
De vraag is: gaat het Apple werkelijk om veiligheid – of om behoud van monopoliepraktijken?
Dreigement of bluf?
Apple’s onderhandelingstactiek Apple zou bepaalde functies in de EU kunnen beperken
– zoals het vertragen van updates, beperken van toegang tot ontwikkeltools, of uitsluiten van bepaalde diensten. Dat is geen theoretische mogelijkheid: Apple kondigde eerder dit jaar al aan dat functies zoals iPhone-mirroring en AI-onderdelen van iOS 18 voorlopig niet in de EU worden uitgerold. Maar het volledig verlaten van de EU-markt is praktisch uitgesloten. De EU vertegenwoordigt naar schatting 26% van Apple’s jaarlijkse omzet, goed voor zo’n 100 miljard dollar. Volgens financiële analisten van Morgan Stanley en Bloomberg zou een dergelijke stap onmiddellijke koersdalingen en aandeelhoudersverzet veroorzaken.
Feitenkader — EU-beschikbaarheid (2024–2025)
• iPhone Mirroring is momenteel niet beschikbaar in de EU (Apple Support).
• Apple Intelligence en enkele aanverwante functies kenden latere uitrol voor EU-gebruikers, met door Apple aangegeven DMA-gerelateerde redenen (Apple/nieuwsartikelen 2024–2025).
(Bronnen: Apple Support; Apple Newsroom/berichten 2024–2025.)
Anderzijds: als Apple toegeeft aan Europese wetgeving, creëren ze precedent.
Andere regio’s zoals India, Brazilië en delen van de VS volgen Europese regelgeving op de voet. Dat maakt de EU een geopolitieke proeftuin. Het is aannemelijk dat Apple daarom eerder maximale druk uitoefent in de vorm van retoriek en dreiging, dan dat het bedrijf werkelijk bereid is een enorme afzetmarkt op te geven. Bluf dus – maar met geopolitieke implicaties.
De mythe van Apple’s privacyheiligdom
Apple profileert zich als kampioen van privacy, met slogans als “What happens on your iPhone, stays on your iPhone.” En inderdaad: vergeleken met bijvoorbeeld Meta of TikTok biedt Apple aanzienlijk meer standaardbescherming van persoonsgegevens. Tegelijkertijd wringt hier iets.
Concrete precedenten onderstrepen dat privacyafwegingen soms wijken voor markteisen: in 2017 verwijderde Apple VPN-apps uit de Chinese App Store, en in 2018 verhuisden iCloud-sleutels van Chinese gebruikers naar China (GCBD). Dit werd internationaal als privacy-downgrade besproken. (Reuters 2017/2018.) Zodra een regering ingrijpt kun je dus ook juist een downgrade krijgen… Transparantie is hierbij dus wel een basisvoorwaarde.
N.B. Het wordt, lijkt me. dus ook hoog tijd voor onze eigen Nederlandse (AI)-Cloud. AI, omdat het iets verder mag gaan dan de beproefde ICloud… Nadenken over twee vliegen in een klap dus… maar dit terzijde.
Ook intern bestaan risico’s:
In 2016 misbruikten technici bij een door Apple ingehuurd reparatiebedrijf de toegang tot een iPhone en plaatsten intieme beelden van de klant online; in 2021 trof Apple hierover een multi-miljoenen-schikking. (The Guardian, 7 juni 2021.) Tegelijk is de App Store – ondanks Apples eigen controle – niet vrij van scams en misleidende apps. Volgens onderzoek van Washington Post en Kaspersky staan er ook vele frauduleuze apps in de Store, terwijl Apple tot 30% commissie ontvangt per transactie.
De conclusie is niet dat Apple geen privacy waarborgt – maar dat het privacy-argument selectief wordt ingezet.
Daar waar privacy het businessmodel versterkt, wordt het opgevoerd als moreel schild. Maar waar commerciële of politieke belangen zwaarder wegen, is Apple flexibel. Dat roept fundamentele vragen op over de betrouwbaarheid van zelfregulering door monopolisten. Kortom, dit soort afwegingen horen bij opportunisten en niet bij een goed en degelijk bedrijf! Ik mis hier dus de geest van Steve Jobs… of ben ik dan wel heel naïef?
Keuzevrijheid is geen luxe, maar een burgerrecht
Wat hierboven beschreven is, raakt aan een fundamenteler recht: digitale keuzevrijheid. De kern van de DMA is het recht op keuze: de vrijheid om te bepalen welke apps je gebruikt, wie je toestel mag repareren, waar je data worden opgeslagen en welke betaalmethoden je gebruikt. Apple positioneert zijn gesloten ecosysteem als bescherming tegen risico’s – maar het creëert tegelijkertijd een infrastructuur waarin gebruikers nauwelijks kunnen ontsnappen aan het Apple-universum. Ik ben zelf zo’n Apple-fanaat en alles werkt heerlijk samen en nooit problemen, maar het gevoel van ‘overgeleverd zijn’ steekt toch ook juist daarom de kop op.
Het is niet slechts een gebruikerservaring maar het is natuurlijk ook een marktmachtstrategie. Onafhankelijke reparateurs hebben beperkt toegang tot onderdelen, alternatieve appstores zijn verboden en gebruikers worden gestuurd richting eigen diensten als iCloud en Apple Pay. De DMA beoogt juist om deze keuzemogelijkheden juridisch af te dwingen.
Maar openheid heeft ook risico’s.
Een vrij toegankelijke appstore kan leiden tot meer malafide apps. Een lossere keten voor dataverwerking verhoogt risico’s op datalekken. Tot nu toe behoort Apple tot de meest veilige platforms door al die regulering en dat is voor veel bedrijven ook een belangrijke afweging. Regulering moet dus niet alleen keuze faciliteren, maar ook kwaliteitsnormen handhaven. Dat vereist technische expertise én beleidsdurf. Het betekent dat beleidsmakers niet alleen wetgeving moeten schrijven, maar ook moeten investeren in toetsingsorganen en handhavingscapaciteit. Het is essentieel dat regulering niet enkel openheid oplegt, maar tegelijk garandeert dat beveiligingsstandaarden afdwingbaar en transparant blijven. Vrijheid zonder waarborg is geen vooruitgang maar slechts uitbesteding van risico.
Dat de App Store niet vrij is van misleiding, is herhaaldelijk gedocumenteerd: onderzoeksjournalistiek liet zien dat zelfs top-verdienende apps scams konden zijn, en security-rapporten tonen aan dat ook sommige kwaadwillende apps incidenteel door de review glippen (worden later wel verwijderd). Apple blokkeert dus weliswaar grootschalig fraude en misbruik, maar elimineert het risico niet volledig. (o.a. Washington Post 2021; Apple Safety-rapportages.)
Europese autonomie vraagt dus meer dan regels – het vraagt infrastructuur
De vraag is dus niet alleen: hoe reguleren we Big Tech? Maar ook: wat zetten we er tegenover? Als Apple functies beperkt of diensten terugtrekt, moeten we dat niet beschouwen als een ramp, maar als een kans. Europa heeft de infrastructuur deels al in huis: via het Eurostack-initiatief wordt gewerkt aan een Europese digitale keten – van cloud tot besturingssysteem. Denk aan GAIA-X, de Europese cloudcoalitie, of aan initiatieven rond Europese mobiele besturingssystemen.
Maar de echte blokkade is juridisch. Artikel 6 van de Europese Auteursrechtrichtlijn (EUCD) verbiedt effectieve vormen van reverse engineering, ook wanneer het doel legitiem is – zoals interoperabiliteit. Juridisch gezien krijgen Amerikaanse bedrijven daarmee méér controle over jouw data dan jijzelf. Dat belemmert Europese innovatie ernstig.
Volgens juristen als Lawrence Lessig en Rolf H. Weber ondermijnen zulke bepalingen het publieke belang in digitale markten. Zonder hervorming van deze wetten blijft Europese autonomie een loze belofte.
Tegelijk verdient hier ook de zelfgenoegzaamheid van Brussel kritiek. Het is naïef om te denken dat Europa met een handvol beleidsbrieven en pilots de macht van gevestigde techbedrijven breekt. Eurostack is ambitieus, maar mist op dit moment merkbekendheid, ontwikkeltools, en een ecosysteem van diensten. Autonomie vraagt dus niet alleen regels, maar ook concrete, schaalbare alternatieven – inclusief publiek-private samenwerking, onderwijsprogramma’s en investeringen in ontwikkelinfrastructuur.
Mondiale markten vragen mondiale spelregels
Deze discussie overstijgt dus de Europese context. Apple, Google, Microsoft: zij opereren wereldwijd. Hun producten, data en invloed reiken tot in verkiezingscampagnes, gezondheidszorg en onderwijssystemen. Maar hun gedrag wordt vrijwel uitsluitend nationaal of regionaal gereguleerd. Er is geen mondiale instantie die hun werking systematisch toetst aan publieke normen.
Een mondiale digitale autoriteit – al is het maar in de vorm van interoperabiliteitsnormen of afdwingbare gebruikersrechten – zou een logische stap zijn. Zoals de WTO handelsregels handhaaft, of de WHO gezondheidsprotocollen, zou een mondiale toezichthouder publieke waarden kunnen beschermen in de digitale sfeer.
Natuurlijk is dat complex. Wie bepaalt de normen? Hoe voorkom je autoritaire inmenging? Maar complexiteit is geen reden tot passiviteit. Juist omdat Big Tech al functioneert als een transnationaal machtsblok, is democratische tegenmacht essentieel – ook op mondiaal niveau. Je mag hier dus ook rustig beweren dat de rest van de wereld ‘onontwikkeld’ of ‘lui’ is geweest. Voor West-Europa had ik het woord ‘lui’ in gedachten. We hebben ontwikkelingen laten groeien in commerciële ‘petrischaaltjes’ en onze afhankelijkheid voor lief genomen. Daar plukken we nu de wrange vruchten van. Datzelfde geldt voor onze infrastructurele afhankelijkheid (cloud-diensten) en straks voor onze AI-afhankelijkheid als we niet heel goed oppassen.
Conclusie: Apple zal de EU echt niet verlaten – de economische logica sluit dat uit.
Economisch onaannemelijk: in 2024 behaalde Apple volgens de eigen jaarcijfers $101,3 mrd omzet in Europa op $391,0 mrd totaal (≈26%).
Het dreigement legt echter iets veel groters bloot: de fragiele balans tussen marktmacht, privacy, innovatie en publieke waarden. Iets waar we in het westen te weinig en in ieder geval ook veel te laat, zijn begonnen met nadenken en beleid maken!
De EU heeft een kans. Niet om Big Tech te verbieden, maar om voorwaarden te stellen. Door:
- De DMA onverkort te handhaven.
- Juridische blokkades zoals Artikel 6 EUCD te schrappen.
- Eurostack op te schalen tot een geloofwaardig alternatief.
- Internationale samenwerking te zoeken op digitale rechten en interoperabiliteit.
• 4 maart 2024: Europese Commissie legde Apple in de muziekstreaming-zaak een boete van €1,8 mrd op.
• 23 april 2025: eerste DMA-handhaving tegen Apple: €500 mln wegens schending anti-steering. Apple tekende beroep aan.
Digitale autonomie begint niet bij toestemming van Apple of andere (Big Tech) firma’s. Het begint bij het recht om te kiezen – én bij het vermogen om die keuze ook technisch, juridisch en maatschappelijk mogelijk te maken.
Daaronder ligt een fundamentelere vraag: mag een marktpartij de toegangspoort tot onze digitale levens volledig controleren? Of beter: is digitale autonomie een kwestie van marktwerking, of een publiek belang dat buiten de logica van aandeelhouders moet vallen? Zolang we die vraag blijven ontwijken, blijft de dominantie van Apple c.q. Big Tech een feit – en blijft regulering reactief in plaats van visionair.
Wat we vandaag toestaan aan Big Tech, vormt het kader voor wat morgen acceptabel wordt in een wereld van kunstmatige intelligentie en algoritmische besluitvorming. Wie nu toegeeft aan bluf, verliest straks zijn recht op regie.
Jeroen Teelen
3 oktober 2025

Dag Rob,
Helemaal eens met je constateringen… veel van m’n blogs gaan ook hierover… Digitale soevereiniteit… en we zijn inmiddels met velen die deze constateringen ondersteunen… Onze eigen infrastructuur bouwen (geen I-Cloud meer maar tenminste een E-Cloud en liefst een NL-Cloud en een soortgelijke approach voor de rest van onze (AI)-Infrastructuur…Het zal allemaal. nog wel even duren voor het er is, maar het bewustzijn van onze kwetsbaarheid neemt toe (mede) dankzij onze inspanningen om een breder publiek te bereiken via blogs, voordrachten en filmpjes… Goed dat je dit doe!
Groet, Jeroen
De gevaren van Apple Pay en Google Pay: digitale afhankelijkheid van Amerikaanse techgiganten
Contactloos betalen met een smartphone is voor miljoenen mensen dagelijkse realiteit geworden. Diensten als Apple Pay en Google Pay beloven snelheid, veiligheid en gemak. Maar achter deze digitale betaaloplossingen schuilt een groeiende structurele afhankelijkheid van Amerikaanse techgiganten. Die afhankelijkheid brengt niet alleen economische en privacyrisico’s met zich mee, maar ook politieke en democratische kwetsbaarheden — vooral in een wereld waarin regeringen, zoals die van Donald Trump, technologie steeds explicieter inzetten als machtsmiddel.
Twee systemen, één probleem
Apple Pay en Google Pay lijken concurrenten, maar delen een fundamenteel kenmerk:
ze zijn volledig eigendom van Amerikaanse bedrijven (Apple en Google/Alphabet) en vallen onder Amerikaanse wetgeving.
Of je nu een iPhone of een Android-telefoon gebruikt, in beide gevallen:
• loopt je betaling via een Amerikaans platform,
• bepaalt een private techgigant de toegang,
• heb je als Europese burger geen democratische zeggenschap.
De keuze tussen Apple Pay en Google Pay is dus geen echte keuze voor autonomie, maar een keuze tussen twee varianten van dezelfde afhankelijkheid.
Van technologie naar geopolitiek instrument
De afgelopen jaren hebben laten zien dat technologiebedrijven niet losstaan van geopolitiek. Onder de regering-Trump werd duidelijk hoe snel economische en technologische middelen kunnen worden ingezet voor nationale belangen:
• sancties tegen landen en bedrijven,
• druk op technologiebedrijven om beleid te volgen,
• uitsluiting van buitenlandse partijen uit digitale ecosystemen.
In zo’n context kunnen Apple Pay en Google Pay veranderen van handige betaalmiddelen in politieke instrumenten. Als de Amerikaanse overheid bedrijven verplicht om diensten te beperken — bijvoorbeeld vanwege sancties, handelsconflicten of “nationale veiligheid” — dan hebben Europese gebruikers daar direct last van.
Het risico is niet hypothetisch: vergelijkbare maatregelen zijn in het verleden al genomen in andere sectoren, zoals telecom, software en cloudinfrastructuur.
De illusie van privacy
Zowel Apple als Google claimt dat hun betaaldiensten privacyvriendelijk zijn. Technisch klopt dat deels: kaartnummers worden versleuteld en transacties zijn niet openlijk inzichtelijk. Maar het grotere probleem zit niet alleen in techniek, maar in macht en controle.
• Apple en Google bepalen de spelregels.
• Toegang tot het betaalsysteem kan eenzijdig worden aangepast.
• Wetgeving kan bedrijven dwingen om data of toegang te beperken.
Google, dat zijn verdienmodel grotendeels baseert op data-analyse en advertentieprofielen, roept daarbij extra zorgen op. Zelfs als betaaldata vandaag gescheiden worden gehouden, blijft de vraag wat er in de toekomst gebeurt wanneer economische of politieke druk toeneemt.
Een kwetsbare, bijna cashloze samenleving
De opmars van Apple Pay en Google Pay versnelt de afbouw van contant geld. Steeds meer winkels accepteren liever digitale betalingen, en consumenten raken gewend aan “tap & go”. Maar deze efficiëntie heeft een keerzijde.
In een samenleving waarin:
• contant geld verdwijnt,
• fysieke bankpassen verdwijnen,
• mobiele betalingen dominant worden,
kan een storing, cyberaanval of politiek besluit grote delen van de economie lamleggen. Wie geen toegang meer heeft tot zijn digitale wallet, verliest tijdelijk de mogelijkheid om te participeren in het dagelijks leven.
Dat maakt burgers afhankelijk — niet van hun eigen bank of overheid, maar van buitenlandse technologiebedrijven.
Europese soevereiniteit onder druk
Betalen is geen luxe, maar kritieke infrastructuur. Net als energie, water en communicatie zou het onder democratische controle moeten staan. Toch laten Europa en zijn lidstaten toe dat een kernfunctie van de economie wordt uitbesteed aan Amerikaanse platforms.
Een toekomstbestendige strategie vraagt om:
• sterke Europese betaaloplossingen,
• behoud en bescherming van contant geld,
• duidelijke wetgeving tegen platformmacht,
• bewustwording bij consumenten over digitale afhankelijkheid.
Conclusie
Apple Pay en Google Pay zijn technologisch indrukwekkend, maar maatschappelijk riskant. Ze maken burgers afhankelijk van een klein aantal Amerikaanse techgiganten, die op hun beurt gevoelig zijn voor politieke druk vanuit Washington. Onder regeringen zoals die van Donald Trump — en mogelijke toekomstige varianten daarvan — wordt duidelijk hoe kwetsbaar deze afhankelijkheid is.
Gemak mag nooit belangrijker worden dan autonomie.
De vraag is niet hoe snel we kunnen betalen, maar wie uiteindelijk de macht heeft om ons te laten betalen.