171 De CGK-scheuring: Religieuze Waarheid Is Geen Publieke Norm!

, ,

De CGK-scheuring: Religieuze Waarheid Is Geen Publieke Norm!

De CGK-scheuring toont hoe exclusief denken de neutraliteit van de staat en de vrijheid van anderen onder druk zet.

Wanneer orthodoxie zichzelf opsplitst, betaalt de samenleving wél de prijs!

Het nieuws vorige week van de scheuring binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) wordt door betrokkenen gepresenteerd als een noodzakelijke stap om “bij de Schrift te blijven” en de kerk te behoeden voor moderne ontsporingen. Maar wie de luiken wijd openzet, ziet vooral iets anders: een religieuze gemeenschap die zich splitst omdat een deel weigert mee te bewegen met de realiteit van een pluriforme samenleving. Dat raakt niet alleen de kerk zelf — maar ook de samenleving waarin die kerk opereert.

Nederland is gebouwd op vrijheid van geloof, maar ook op een nuchtere scheiding tussen persoonlijke overtuiging en publieke normen. Die balans staat onder druk wanneer orthodoxe bewegingen zich afscheiden en daarmee de sociale fragmentatie versterken. Het is een signaal dat exclusief denken zijn greep wil verstevigen.

Wanneer een religieuze groep zich afscheidt omdat progressievere kerken vrouwen in ambten toelaten en genuanceerder over homoseksualiteit denken, lijkt dat een interne kerkelijke kwestie. Maar de religieuze waarheid die men claimt, blijft niet binnen de kerkmuren. Ze bepaalt hoe kinderen worden opgevoed, welke ruimte vrouwen krijgen, hoe LHBTI’ers worden bejegend, en welk wereldbeeld de volgende generatie meekrijgt. Een scheuring is geen neutraal vertrek – het is een keuze om bepaalde normen te intensiveren binnen een deel van de samenleving.

Juist daarom verdient deze scheuring een spiegel. Niet om gelovigen te veroordelen, maar om de consequenties van hun keuzes helder te maken.

De eerste spiegel is die van de wederkerigheid.

De afgescheiden groep binnen de CGK eist maximale vrijheid voor zichzelf: de vrijheid om eigen regels te volgen, eigen normen op te leggen en zich af te schermen van maatschappelijke ontwikkelingen. Maar dezelfde vrijheid wordt anderen zelden gegund. Homoseksualiteit, moderne rolverdelingen, seculiere neutraliteit — alles wat buiten het eigen kader valt, wordt afgewezen. Vrijheid wordt zo eenrichtingsverkeer. En wie dat doet, ondermijnt precies datgene wat zijn eigen vrijheid draagt: de wederkerige ruimte die een democratie garandeert.

De tweede spiegel is die van de publieke rationaliteit.

De argumenten die aan de scheuring ten grondslag liggen zijn uitsluitend geldig binnen het eigen geloofssysteem. Ze zijn niet publiek toetsbaar, niet wetenschappelijk verifieerbaar en niet geschikt om als universele norm te dienen. Toch worden ze gepresenteerd alsof ze vanzelfsprekend richtinggevend zouden moeten zijn — alsof de samenleving zou moeten buigen voor dogma’s die zij niet deelt. Dat is niet alleen onredelijk; het is strijdig met de basis van de rechtsstaat.
En juist door zich af te scheiden, versterkt orthodoxie zijn greep op degenen die binnen die gemeenschap leven. De sociale druk neemt niet af maar toe: grenzen worden scherper, ruimte voor twijfel kleiner, controle intensiever. Voor jongeren, vrouwen en LHBTI’ers binnen of nabij deze gemeenschappen betekent afsplitsing niet minder maar meer druk.

De derde spiegel is die van de maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Orthodoxe afscheidingen blijven niet binnen de muren van de kerk. Ze vergroten de sociale afstand, versterken wij/zij-denken en normaliseren het idee dat een deel van de samenleving principieel niet gelijkwaardig is. De schade is concreet: jongeren die minder vrijheid ervaren, vrouwen die worden teruggeduwd in rollen die ze niet kiezen, LHBTI’ers die onveiligheid voelen, en burgers die minder vertrouwen hebben in publieke neutraliteit. Fragmentatie wordt het nieuwe normaal.

En ook de predikanten die deze afsplitsing theologisch verdedigen, verdienen een eigen spiegel en dat is die van de interpretatie zelf.

Het reformatorisch geloof beroept zich op “de Schrift”, maar in de praktijk gaat het om een via mensen bemiddelde tekst: eeuwen van tekstoverlevering, vertaling (zoals de Statenvertaling uit de 17e eeuw) en uitlegtraditie. In die lagen worden onvermijdelijk keuzes gemaakt: woordkeus, accent, context. Dat verklaart waarom er binnen hetzelfde orthodoxe kamp uiteenlopende lezingen bestaan van dezelfde Bijbeltekst. Dat is op zichzelf niet verdacht, maar het betekent wél dat niemand eerlijk kan volhouden dat zijn eigen uitleg een soort rechtstreeks hemeltelegram is dat zonder meer als publieke norm voor iedereen zou moeten gelden. Juist wie zich beroept op “zuivere schriftuitleg”, zou extra bescheiden moeten zijn in het opleggen van die lezing aan de hele samenleving.

Hun woorden zijn dus  niet louter geestelijk of ‘bijbels’, maar functioneren in de praktijk als sociale macht. Een bewuste strijd om die macht, gebaseerd op persoonlijke interpretatie en zeker niet op een aannemelijke waarden, laat staan op onbetwiste waarden. Wat zij presenteren als goddelijke orde, bepaalt voor jongeren, vrouwen, LHBTI’ers en andersdenkenden de grenzen van vrijheid, zelfbeschikking en veiligheid. Een leer die intern als zuiver wordt ervaren, wordt extern een systeem dat ongelijkheid legitimeert. En wie vanaf de kansel normatief spreekt, beïnvloedt feitelijk ook stemgedrag, houding tegenover de overheid en acceptatie van democratische neutraliteit — zonder dat daar enige publieke verantwoording tegenover staat. De vraag die predikanten zich zouden moeten stellen, is daarom ongemakkelijk maar onontkoombaar: welke wereld creëert mijn verkondiging, en durf ik verantwoordelijkheid te nemen voor de schade die ik daarmee buiten de kerkmuur aanricht? Want wie een waarheid predikt, schept een werkelijkheid — en voor die werkelijkheid draagt men meer verantwoordelijkheid dan voor de tekst waarachter men zich verschuilt.

Wie zich beroept op zuiverheid, moet zelf ook eerlijk zijn: dit is niet slechts een keuze voor geloof, maar een keuze voor afsluiting. Die keuze voor afsluiting leidt ook tot minder tolerantie — niet alleen binnen de gemeenschap zelf, maar ook bij andersdenkenden en in de bredere samenleving. En wie vrijheid opeist zonder die terug te geven, kan geen aanspraak maken op moreel leiderschap in een pluriforme democratie.

Een scheuring kan intern misschien voelen als vernieuwing of zelfs bevrijding, maar maatschappelijk is het vooral een stap terug: nog verder weg van gelijkwaardigheid, nog verder weg van de ‘andere wereld’ en van een seculiere overheid die iedereen dient — niet alleen degenen die de waarheid claimen. Dit denken resulteert uiteindelijk in individueel isolement óf in strijd met andersdenkenden. Het blijft zelden bij een gematigde praktijk, en dat is een gevaar voor iedereen — ook voor de orthodox gelovigen zelf. Wanneer stopt dit onzinnige (letterlijk) gedrag en wanneer durft zo’n predikant deze (on)zin nu eens openlijk aan de kaak te stellen? Hij/Zij zou hiermee een zeer belangrijke maatschappelijke rol vervullen en ‘echte liefde en vrede’ een grotere stap dichterbij brengen dan te volharden in het eigen ego-gelijk! 

 

Jeroen Teelen

1 december 2025

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.