172 David de Vos en de Logica van Liefde: Exclusieve Waarheid is Moreel Onhoudbaar…
Vandaag een zeer bemoedigende verrassing vanuit onverwachte hoek! Een gelauwerd predikant die zijn eigen ‘waarheden’ ter discussie durft te stellen en daarmee, een grote stap zet tot een beter fundament voor onze steeds compactere en meer pluriforme samenleving.
David de Vos en de logica van liefde
Exclusieve waarheid is moreel onhoudbaar…
Naar aanleiding van het artikel (8 december 2025) in De Stentor:
“Voor sommige mensen ben ik nu ineens de duivel in hoogsteigen persoon” van Chris van Mersbergen.
“Voor sommigen ben ik nu de duivel in eigen persoon geworden,” zegt evangelist David de Vos, nadat hij publiekelijk afstand heeft genomen van een kernstuk van het evangelische geloof: dat alleen bekeerde christenen de hemel bereiken. Zijn boek Alle mensen zijn kinderen van God heeft een storm van verontwaardiging veroorzaakt in christelijk Nederland. Vriendschappen staan onder druk, e-mails stromen binnen, en voormalige medestanders noemen hem een ‘dwaalleraar’.
Maar wat als De Vos niet afdwaalt van het geloof, maar juist de logische consequentie trekt die anderen niet durven? Is híj de dwaalleraar, of zouden juist die anderen in de spiegel moeten kijken? Wie bepaalt hier eigenlijk wat “waar” is? Net zoals christenen vroeger worstelden met nieuwe inzichten over de kosmos, vraagt De Vos nu om worsteling met nieuwe inzichten over Gods liefde. Is het terecht om dat te negeren tegen alle inzichten in?
I. De logische breuk: je kunt maar twee van de drie kiezen
De kernvraag die De Vos zichzelf stelt is bijna kinderlijk helder:
“Hoe kun je mensen nou vertellen dat God van ze houdt, maar dat ze naar de hel gaan als ze niet geloven wat ik zeg?”
Wie deze vraag serieus neemt, komt in een klassieke theologische spanningsdriehoek terecht:
- God is liefdevol én rechtvaardig
- De meeste mensen voldoen niet aan de voorwaarden voor “echte bekering”
- Toch zouden diezelfde mensen door God eeuwig gestraft worden
Je kunt hooguit twee van deze drie tegelijk overeind houden zonder in een morele knoop te raken. Lange tijd is in evangelische kringen vooral aan punt 3 vastgehouden: de hel als reële eindbestemming voor vrijwel iedereen buiten de “bekeerde” groep.
Maar dan komen de vragen:
- Wat met mensen die nooit van Jezus gehoord hebben?
- Wat met mensen die door een handicap niet kunnen voldoen aan cognitieve eisen rond ‘bekering’ en ‘geloof’?
- Wat met kinderen, met andere religies, met generaties vóór het christendom?
Er zijn allerlei theologische nooduitgangen voor bedacht, maar rationeel blijft het wringen: een almachtige, liefdevolle God die zijn schepping voor het overgrote deel laat verdwijnen in een eeuwige straf, op basis van informatie-ongelijkheid en toeval van geboorteplaats.
Dat De Vos deze spanning niet langer accepteert, is geen “zwakte in het geloof”, maar een consequente poging om het morele gehalte van zijn godsbeeld op peil te houden. Hij kiest ervoor punt 3 los te laten (de automatische hel voor de meerderheid), zodat punt 1 (God is liefde) geen lege slogan blijft.
Dit is niet theologisch “soepel” of “comfort-evangelie” – dit is logische consistentie!
II. Waarom de Bijbel zelf ruimte biedt
De Vos wijst erop dat de Bijbel “een hoop tegenstrijdige dingen vertelt”. Dat is geen aanval op de Schrift, maar een observatie die elke serieuze Bijbel-lezer/kenner kan beamen.
Over exclusiviteit:
- Jezus: “Niemand komt tot de Vader dan door mij” (Johannes 14:6)
- In Handelingen 4:12 lezen we: “Door niemand anders is er behoud”
Over universaliteit:
- Paulus: “Wanneer heidenen die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt…” (Romeinen 2:14)
- Johannes: “Zie het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt” (Johannes 1:29) – niet “van de bekeerden”
- Petrus: “God wil niet dat iemand verloren gaat” (2 Petrus 3:9)
Christenen hebben altijd keuzes gemaakt over welke passages leidend zijn. De Vos kiest voor de passages over Gods universele liefde. Dat is dus weliswaar óók een interpretatie, maar niet meer of minder legitiem dan het exclusieve alternatief en rationeel veel beter verdedigbaar.
De kern van Jezus’ eigen praktijk volgens de overleveringen
Als je Jezus’ eigen handelen bekijkt, wat zie je dan?
- Hij eet met tollenaars en zondaars (de “buitenstaanders”)
- Hij prijst het geloof van een Romeinse centurio (een heiden)
- Hij vertelt de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (een ketter als held)
- Hij bekritiseert Farizeeën die wél alles “juist” geloven maar liefdeloos zijn en slechts hun ‘eigen gelijk’ vieren…
De vraag is: wie is dichter bij Jezus?
Degenen die zeggen “alleen wij komen binnen”, of degene die zegt: “Gods liefde omvat iedereen?”
III. Waarom de reactie zo heftig is: identiteit, macht en angst
De felheid van de reacties op De Vos verraadt meer dan theologische zorg. Het verraadt onzekerheid.
1. Identiteit staat op het spel
Voor evangelische christenen is bekering het centrale verhaal:
- Ik was verloren, nu ben ik gered
- Ik behoorde tot de wereld, nu tot Gods volk
- Mijn leven heeft betekenis omdat ik de waarheid ken
Als die exclusiviteit wegvalt, wat blijft er dan over? Het onderscheid tussen “binnen” en “buiten” vervalt. Dat voelt als identiteitsverlies.
2. Macht verdwijnt
Exclusieve waarheid geeft macht:
- De macht om te bepalen wie erbij hoort
- De macht om gedrag te controleren (“anders ga je naar de hel”)
- De macht om leiderschap te legitimeren (“ik ken de weg”)
De Vos’ positie ontneemt die macht. Geen wonder dat leiders het hardst roepen. De Vos beschrijft hoe de taal rond zijn persoon “oorlogstaal” wordt – dat is de taal van macht die bedreigd wordt.
3. Angst voor consequenties
Als alle mensen kinderen van God zijn, waarom dan nog evangeliseren? Waarom jezelf dan nog opofferen voor het geloof?
Deze angst is begrijpelijk, maar berust op een misverstand: liefde en waarheid blijven waardevol, ook zonder dreiging van verdoemenis als stok achter de deur. Wie alleen geloof deelt uit angst voor de hel, deelt angst – niet liefde.
IV. Een alternatieve uitweg voor worstelende gelovigen
Voor gelovigen die geraakt zijn door De Vos’ woorden maar aarzelen: er is een derde weg die je niet dwingt te kiezen tussen geloof en redelijkheid.
1. Draai het om: “kind van God” als uitgangspunt, niet als eindbestemming
De Vos draait het om: niet een kleine groep wordt kind van God, maar alle mensen zijn dat in de kern al. Bekering en geloof worden dan niet de voorwaarde om überhaupt bij God te mogen horen, maar een bewuste verdieping van een relatie die er in aanleg al is.
Dit verschuift twee dingen:
- De vraag verschuift van: “Ben jij binnen of buiten?” naar: “Hoe leef jij vanuit wat je ten diepste al bent?”
- De macht om te oordelen verschuift weg van predikers en systemen, terug naar een God die groter is dan onze schema’s.
2. Omarm de Bijbelse spanning in plaats van deze weg te dogmatiseren
Je kunt geloven dat:
- Jezus essentieel is voor jóuw weg naar God
- anderen andere wegen kunnen hebben
- Gods genade groter is dan ons begrip
- bekering waardevol is zonder dat niet-bekeerden verloren gaan
Dit is geen “halfslachtig geloof” maar mogelijk een volwassener geloof: een geloof dat ruimte laat voor Gods soevereiniteit en mysterie. Paulus zelf schrijft: “Wij zien nu door een spiegel, in raadselen” (1 Kor. 13:12). Wie eerlijk is, moet toegeven dat we allemaal interpretatie bedrijven.
3. Laat de hel waar zij thuishoort: bij Gods oordeel, niet bij onze controlesystemen
De klassieke hel-fixatie dient in de praktijk vaak als controlemiddel: wie anders denkt of leeft, staat onder druk, raakt zijn plek in de gemeenschap kwijt, moet zich verantwoorden.
Een rationelere en ook theologisch verdedigbare stap is:
- erkennen dat niemand hier op aarde in detail weet hoe “oordeel” eruitziet;
- dus stoppen met het uitdelen van eeuwige vonnissen aan mensen die anders geloven, anders denken of pech hebben in informatie of verstandelijke mogelijkheden.
Gelovigen verliezen dan niet hun ernst, maar wél de pretentie dat zij namens God de einduitslag al op zak hebben.
V. Waarom dit goed is voor een (steeds compactere) pluriforme samenleving
De Vos’ stap reikt verder dan kerkelijke debatten. Het raakt aan hoe we samenleven in een democratie.
Religieuze waarheid mag niet normatief zijn voor iedereen
Een geloofssysteem dat claimt: “Wij hebben de waarheid én mogen namens God zeggen wie er uiteindelijk verdoemd is”, botst vroeg of laat met een democratie waarin burgers met verschillende levensbeschouwingen gelijkwaardig zijn.
Zolang religieuze groepen claimen de énige waarheid te kennen en anderen als verloren beschouwen:
- blijft echte dialoog onmogelijk
- blijft segregatie groter dan verbinding
- blijven kinderen opgevoed in angst in plaats van liefde
De keuze van De Vos opent publieke ruimte
Wat De Vos doet, is religie een stap richting publieke bescheidenheid bewegen: wat jij gelooft over God, hemel en hel, heeft gevolgen voor jezelf en je gemeenschap, maar betekent niet het laatste woord (oordeel) over de ander.
Dat is precies wat een pluriforme samenleving nodig heeft: gelovigen die vanuit hun overtuiging leven, maar erkennen dat anderen niet op hun voorwaarden aan God, waarheid of zin gekoppeld mogen worden.
VI. Waarom De Vos moedig én wijs is
De stap van David de Vos is in zijn eigen wereld kostbaar. Hij verliest:
- status in de evangelische wereld
- vriendschappen die jarenlang waren opgebouwd
- financiële zekerheid (zijn stichting Go and Tell stopt)
- geborgenheid van een gemeenschap die hem droeg
Toch koos hij ervoor zijn twijfels uit te spreken. Niet in een hoekje, maar publiekelijk. Niet als aanval, maar als getuigenis van een innerlijke worsteling. “Durven zeggen wat je echt vindt, ook al zijn de consequenties heel groot” – dat is het thema van zijn nieuwe werk. Hij leeft wat hij leert.
Een geschenk aan worstelende gelovigen
Voor elke evangelist die dit hardop zegt, zijn er honderden gelovigen die in stilte worstelen met dezelfde vragen:
- Kan een goede God echt mensen straffen die toevallig in een ander land zijn geboren?
- Waarom zou mijn lieve buurman die moslim is naar de hel gaan?
- Klopt het wel dat ik de énige waarheid ken?
De Vos geeft hen toestemming om die vragen hardop te stellen!
Dat is geen verraad aan het geloof, maar een geschenk aan wie worstelt met de morele consequenties van exclusiviteit.
Een model voor anderen
Als meer religieuze leiders durfden te zeggen “ik weet het niet zeker” of “misschien is Gods liefde groter dan onze leer”, zou dat:
- kerkelijke gemeenschappen menselijker maken
- interkerkelijke en interreligieuze dialoog verdiepen
- jongeren laten zien dat geloof en kritisch denken samen kunnen gaan
Conclusie: De vraag aan predikanten
Je kunt het met De Vos oneens blijven, maar dan moet je wél eerlijk naar de kernvraag kijken die hij stelt:
Is het houdbaar om te blijven verkondigen dat God liefde is, en tegelijk te geloven dat het overgrote deel van de mensheid eeuwig verloren gaat – ook als dat komt door toeval, informatiepech of beperkingen waar zij zelf geen enkele invloed op hebben?
Wie intellectueel en moreel eerlijk met die vraag omgaat, zal merken dat er inderdaad een grens zit aan wat je nog met een goed geweten kunt verdedigen.
De Vos kiest voor een godsbeeld waar liefde, rechtvaardigheid en redelijkheid niet langer met elkaar overhoop liggen. Dat is geen einde van geloof, maar misschien het begin van een vorm van geloof die beter past bij een volwassen, pluriforme democratie – en bij een God die groter is dan de angst van zijn volgelingen.
David de Vos is geen duivel in hoogsteigen persoon. Hij is iemand die durft te zeggen: als mijn theologie mij dwingt te geloven dat God minder liefdevol is dan ik zelf zou willen zijn, dan klopt er iets niet met mijn theologie.
Dat is geen zwakte. Dat is moed.
En voor een samenleving die dreigt te verpletteren onder botsende zekerheden, is dat precies wat we nodig hebben: mensen die durven te twijfelen aan absolute waarheden, en daarmee ruimte maken voor iedereen.
Jeroen Teelen
8 december 2025
TOEVOEGING naar aanleiding van de volgende reactie van Jan van Hal op Facebook:
“De Vos haalt een spanning naar voren die er vanaf het begin al in zat: liefde, rechtvaardigheid en tegelijk bijna iedereen buitensluiten vormen geen samenhangend geheel. Zijn keuze voor liefde is dan minder een breuk dan een herstel van logica. Wat ik me bij het lezen afvroeg: als je dit strikt doorrekent, kom je dan niet vanzelf uit op liefde en rechtvaardigheid als de twee die overeind blijven, en valt exclusiviteit dan niet als vanzelf weg? Die richting lijkt in je analyse al impliciet aanwezig, maar ik ben benieuwd hoe jij dat zelf zou formuleren.”
Mijn reactie:
Hoi Jan,
Je hebt natuurlijk volkomen gelijk: als je liefde en rechtvaardigheid consequent als niet-onderhandelbare uitgangspunten neemt (axioma’s), dan valt exclusiviteit inderdaad als vanzelf weg. Dat is geen smaakkeuze, maar een logische noodzaak.
In blog 155 sprak ik echter een orthodox voorganger die dit anders ziet. Rationele afwegingen worden daar omzeild met theologische noodgrepen en ad-hocredeneringen. Dat geeft aan dat zelfs de logica niet per definitie enig effect heeft op mensen die zo geconditioneerd zijn.
Volgens mij zijn Liefde en Rechtvaardigheid in zo’n kader inherent universeel:
-
Liefde is per definitie universeel en onvoorwaardelijk; ze sluit niet eerst 90% van de mensheid uit om vervolgens “toch nog genadig” te zijn.
-
Rechtvaardigheid veronderstelt één gelijke, eerlijke maatstaf voor alle schepselen onder Gods wet – geen willekeur op basis van geboorteplaats, tijdperk, cognitieve beperkingen of toevallige religieuze blootstelling.
Exclusiviteit daarentegen vereist juist zo’n categorische scheiding: “wie deze voorwaarden niet vervult, is uitgesloten.” Daarmee wordt exclusiviteit het logische breekpunt in het systeem – het element dat incoherentie veroorzaakt zodra je de eerste twee principes echt serieus neemt.
Wat ik lastig vind, is dat dit soort analyses door veel gelovigen meteen als “bedreiging van buiten” wordt weggezet. Dan kom je inhoudelijk geen stap verder. Vandaar de voorzichtige insteek in (bijna) al mijn blogs. Ik probeer vooral een snaar van relativering en wederkerigheid te raken, niet om iemands geloof onderuit te halen, want daar zit niet de fundamentele ‘pijn’. Die zit vooral in de Religie die de lokale macht uitoefent en geen wederkerigheid en nuance kent uit eigenbelang.
Rationeel gezien kan de natuurwetenschap – samen met de wiskunde onze beste producent van (per definitie voorlopig) betrouwbare kennis – eigenlijk niets zinnigs zeggen over een “hogere macht”: die valt buiten haar domein. Daarmee blijft geloof (en dus ook religie) per definitie een geloofspositie: niet aantoonbaar, en voor ieder mens vrij om die al dan niet in te vullen, op strikt persoonlijk niveau. Het probleem zit voor mij dan ook minder in geloof zelf, en vooral in religie zodra die haar eigen waarheid tot openbare norm voor iedereen wil maken.
——————–
Deze blog is geschreven vanuit mijn agnostisch perspectief maar met oprecht begrip voor gelovigen die worstelen. De bedoeling is niet om geloof te ondermijnen, maar om gelovigen en predikanten uit te nodigen tot een eerlijk gesprek over de morele consequenties van exclusieve waarheidsclaims – en om te laten zien waarom De Vos’ stap maatschappelijk zeer waardevol is, in een steeds compactere en pluriforme samenleving als de onze.
Mijn persoonlijke drijfveer om dit onderwerp zoveel aandacht te geven, is dat het aantal religies en levensbeschouwingen per vierkante meter toeneemt – en daarmee ook de neiging tot wederzijdse profilering. Dat zien we scherp bij extreme en streng-orthodoxe stromingen, maar ook daar ligt de wortel meestal in overtuigingen die zichzelf absoluut verklaren.

Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!