175 De Infrastructuur van Waarheid – deel 3/3: Waarheid in een gefragmenteerde samenleving
Wie bepaalt wat waar is? Waarheid in een gefragmenteerde samenleving
1. De waarheid is zoek
De toeslagenaffaire begon niet met onrecht. Ze begon met een waarheid: ‘Fraudeurs misbruiken ons systeem.’ Die waarheid was uitvoerig onderbouwd met cijfers, algoritmen, casuïstiek en politieke overtuiging. Wat later ontrafeld werd als institutioneel onrecht, was dus ooit breed gedragen beleidswaarheid én publiekswaarheid. Pas toen journalisten, burgers en een parlementaire commissie de waarheid herdefinieerden, kantelde het oordeel. Die verschuiving was geen technisch detail, maar het gevolg van een machtsstrijd: tussen overheid en burger, tussen beleidslogica en menselijkheid, tussen oude waarheden en nieuwe interpretaties, tussen generalistische oppervlakkigheid en specifieke focus.
We leven niet in een tijd van ‘post-truth’, zoals vaak gemakzuchtig wordt beweerd, maar in een tijd van concurrerende waarheidsregimes. Wat waar is, is niet verdwenen — het wordt geclaimd. Door instituties, algoritmen, influencers, belangengroepen — en steeds vaker ook door individuen. In die strijd is waarheid geen neutraal product van feiten, maar een sociale uitkomst van macht, infrastructuur en publiek vertrouwen en individuele beleving.
Deze blog is het sluitstuk van twee eerdere analyses over waarheid. Eerst vroegen we wat we überhaupt kunnen weten (blog 173). Daarna: welke waarheden publieke normen mogen zijn (blog 174). Nu moet de vraag gesteld worden die ertoe doet: wie bepaalt wat waar is — en met welk recht?
2. De sociale infrastructuur van waarheid
Waarheid wordt vaak voorgesteld als iets dat onafhankelijk bestaat van menselijke ordening — het zogeheten wetenschappelijk realisme. In die opvatting zijn feiten er gewoon; mensen hoeven ze alleen te ontdekken. Maar in de maatschappelijke werkelijkheid functioneert waarheid zelden op die manier. Daar wordt ze vrijwel altijd gefilterd: door context, door taal, door macht en door cultuur.
Informatiesystemen zoals Google, X (Twitter), TikTok en YouTube functioneren als hedendaagse waarheidspoorten. Wie zichtbaar is, wordt geloofd. Wat vaak herhaald wordt, wordt geloofwaardig. De waarheid is niet verdwenen, ze wordt bestuurd — door algoritmen, aandachtseconomie en commerciële infrastructuren. En die systemen hebben hun eigen logica: virale sensatie boven empirische controle, engagement boven accuraatheid.
Daarmee wordt waarheid tot een competitief product. Klimaatontkenning, complottheorieën of politieke desinformatie floreren niet ondanks, maar dankzij de manier waarop ons waarheidslandschap is georganiseerd. Waarheidsvorming is niet alleen een kwestie van kennis, maar van toegang — tot macht, middelen, zichtbaarheid, netwerken en interpretatierecht.
3. Waarom mensen geloven wat ze geloven
De strijd om waarheid draait niet alleen om technologie of instituties. Het gaat ook om gevoel, bestaanszekerheid en de vraag bij welke groep je hoort. Mensen kiezen zelden hun waarheidsbeelden op basis van abstracte feiten. Ze kiezen ze op basis van vertrouwen, gemeenschap, angst, hoop of moreel appel. Wie zijn kinderen niet wil vaccineren, gelooft zelden dat het wetenschappelijk bewijs vals is — hij wantrouwt het systeem dat de bewijzen levert.
In die zin is waarheid niet alleen een kwestie van infrastructuur, maar van ervaring. Religieuze, spirituele of moreel gefundeerde waarheidsopvattingen spelen hierin een onderbelichte maar essentiële rol. In veel maatschappelijke debatten — van abortus tot genderidentiteit — botsen wetenschappelijke inzichten met normatieve overtuigingen die diep geworteld zijn in traditie, geloof of culturele identiteit. Het is naïef gebleken om te denken dat die botsing opgelost kan worden met betere data.
4. Wie heeft het recht om waarheid publiek te maken?
Als meerdere waarheidsregimes botsen — wetenschap, politiek, activisme, media, algoritmen — dan is de fundamentele vraag niet meer ‘wat is waar?’, maar ‘welke waarheid krijgt publieke status?’ Daarin moeten dus ‘met rechte rug en in het belang van de gehele populatie’ keuzes worden gemaakt en verantwoord.
In een democratische samenleving zijn waarheidsclaims op publiek niveau geen privaat bezit, maar publieke norm. Dat maakt ze politiek. Wie zich beroept op de wetenschap om klimaatbeleid te onderbouwen, of op juridische feiten om migratie te begrenzen, doet meer dan een beschrijvende uitspraak: hij claimt legitimiteit. En die legitimiteit is precair — niet omdat mensen massaal feiten ontkennen, maar omdat het vertrouwen in de instituties die feiten selecteren onder druk staat. Hoe onduidelijker bijvoorbeeld het beleid, hoe vager de publieke normering — en hoe rommeliger de samenleving.
De coronapandemie bracht dit pijnlijk aan het licht. Terwijl virologen, het RIVM en de WHO de wetenschappelijke consensus vertegenwoordigden, ontstond er een parallel discours van alternatieve data, sceptische artsen en zelfverklaarde deskundigen. De meeste burgers konden niet beoordelen wat klopt — dus werd het een kwestie van vertrouwen: in het systeem, of in de alternatieven.
Wanneer waarheid een vertrouwenskwestie wordt, wint wie het sterkste morele of emotionele appel weet te maken. Gebrek aan helder beleid ondermijnt dan elk restje legitimiteit. En precies daar lopen feiten op stuk. Desinformatie werkt niet omdat ze waarachtiger is, maar omdat ze beter aansluit op bestaand wantrouwen en groepsidentiteit.
5. Epistemische ongelijkheid als nieuwe klassegrens
De toegang tot waarheidsproductie is ongelijk verdeeld. Big Tech beschikt over datastromen, algoritmen en gebruikersgedrag. Overheden beschikken over wetgeving, instituties en controleapparaten. Burgers beschikken over weinig meer dan hun individuele oordeel, vaak gebaseerd op fragmentaire media-informatie en emotioneel geladen berichten.
Deze asymmetrie zorgt voor epistemische ongelijkheid: niet iedereen heeft dezelfde toegang tot betrouwbare kennis, niet elke waarheidsclaim krijgt dezelfde zichtbaarheid, en niet iedereen heeft dezelfde invloed op wat in het publieke debat als relevant of waar geldt. Zoals economische ongelijkheid leidt tot sociale uitsluiting, leidt epistemische ongelijkheid tot morele marginalisering: wie niet gelooft in ‘de waarheid’ van instituties wordt weggezet als wappie, extremist of desinformant.
Die ongelijkheid manifesteert zich heel concreet: in zoekresultaten die variëren op basis van locatie, voorkeur en betaalde promotie. In YouTube-aanbevelingen die ongevraagd complottheorieën serveren. In scholen waar mediawijsheid nauwelijks wordt onderwezen, en in gemeenschappen waar informatie vooral via WhatsApp-groepen circuleert.
6. De paradox van interventie
Dat overheden en platforms samenwerken om ‘misinformatie’ te bestrijden klinkt nobel, maar roept een lastige vraag op: wie controleert de controleur? De oproep tot ‘democratische controle op algoritmes’ is terecht, maar loopt het risico om zelf machtsconcentratie te bevorderen. Epistemische interventie door de staat — hoe goedbedoeld ook — kan in de praktijk neerkomen op censuur, framing of overcorrectie.
De grens tussen waarheidszorg en propaganda is geen theoretisch probleem. Het is reëel. Denk aan Facebook die onder druk van overheden bepaalde politieke campagnes onderdrukt, of aan wetgeving die ‘desinformatie’ definieert zonder heldere toetsing. Waarheidsinfrastructuur heeft regulering nodig — maar juist dáárom moet die regulering uiterst transparant, tijdelijk en toetsbaar zijn.
7. Conclusie: waarheid als collectieve verantwoordelijkheid
De waarheid is niet verdwenen. Ze is versplinterd, geclaimd, vervormd en betwist. Maar ze is er nog — als ideaal, als proces, als collectief project. In een samenleving waar publieke waarheid onder druk staat, moeten we af van het idee dat feiten zichzelf redden. Waarheid heeft infrastructuur nodig. Onderwijs, media, wetenschap, politiek — allemaal dragen ze verantwoordelijkheid. Niet om de enige waarheid te beschermen, maar om het proces van waarheidsvorming rechtvaardig, inclusief en transparant te houden.
Wie bepaalt wat waar is? In een gezonde democratie: niemand alleen, maar iedereen via instellingen die hun macht erkennen en begrenzen. Waarheid is geen eindpunt, maar een publieke oefening in eerlijkheid, context, wederzijds vertrouwen en open debat op het juiste niveau.
Jeroen Teelen
december 2026

Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!