177 Twello Unplugged: Waarom een succesvol festival stopt – een waarschuwing voor burgerinitiatief

, ,

Twello Unplugged: waarom een succesvol festival stopt — een waarschuwing voor burgerinitiatief

Over onvoorspelbaar bestuur, verschuivende argumenten en de grens van vrijwillig burgerinitiatief

Een succesverhaal met een schrijnend einde

In juni 2025 vond in Twello iets bijzonders plaats: Twello Unplugged, een cultureel festival voor de hele gemeenschap in ‘de Schapenwei’. Lokale cultuur, laagdrempelig, voor iedereen gratis toegankelijk, met als doelgroep gezinnen met kinderen en ouderen. Een uniek initiatief met een unieke formule. Ongeveer drieduizend bezoekers kwamen langs op één weekend. Het terrein werd schoon en onbeschadigd opgeleverd — door de gemeente zelf bevestigd — en er kwam geen enkele klacht binnen, niet bij de gemeente en niet bij ons; slechts lovende reacties, ook van buurtbewoners. Sponsors en vrijwilligers boden zich spontaan aan voor een volgende editie. Er waren meer gegadigden dan er plek was.

Precies het soort burgerinitiatief waarvan bestuurders zeggen dat ze ernaar verlangen: burgers die zich inzetten voor hun gemeenschap, die iets organiseren zonder financieel eigenbelang, die structuur en professionaliteit brengen. Een graadmeter voor maatschappelijke betrokkenheid.

Toch is dit verhaal geen voorbeeld van geslaagd burgerinitiatief. Het is een verhaal over waarom het stopt. En die reden ligt niet bij gebrek aan enthousiasme, draagvlak of capaciteit bij de initiatiefnemers. De reden ligt bij iets fundamentelers: bij de onvoorspelbaarheid en het gebrek aan transparantie van het bestuurlijke proces zelf.

De valkuil: enthousiasme op de werkvloer, chaos in het systeem

In het begin verliep alles zoals het zou moeten. De organisatoren kregen op uitvoerend ambtelijk niveau steun, duidelijke voorwaarden en de expliciete boodschap dat er geen problemen zouden komen als aan die voorwaarden werd voldaan. Ze bouwden ook zelf strikte randvoorwaarden in: kleinschaligheid, geluidslimiet, veiligheid, bescherming van kwetsbare zones, bereikbaarheid, evaluatie. Alles werd netjes en professioneel geregeld.

Op basis van die toezeggingen maakten zij in goed vertrouwen kosten en sloten ze contracten met leveranciers en deelnemers. Maar vijf weken voor de start kwam, volledig onverwacht, het bericht: het festival kon niet doorgaan. Bodemverdichting en mogelijke wortelschade werden als argument genoemd.

Of dat bezwaar steekhoudend was, konden — en wilden — wij niet zelf beoordelen; dat is werk voor een deskundige. Wat ons betreft kon dat onafhankelijk worden uitgezocht (zie verderop). Bij hetzelfde overleg schoof bovendien een gemeentelijke jurist aan die beweerde dat ook de aanvraag ‘ingrijpend gewijzigd’ zou zijn. Maar er was helemaal niets gewijzigd. Ons restte het onbestemde gevoel dat er argumenten werden gezocht.

Wat onze verbazing voedde: ditzelfde terrein werd al decennialang gebruikt als voetbalveld, voor paardenconcoursen en zelfs als locatie voor publiek vuurwerk — vormen van gebruik die de ondergrond zwaarder belasten dan een kleinschalig cultuurfestival. Dat bewijst op zichzelf niets over wortelschade; dat is en blijft een deskundigenvraag. Maar het maakt wél begrijpelijk waarom een plotseling bodembezwaar ons overviel — en waarom het juist op de weg van de gemeente lag om uit te leggen waaróm dit ene festival een grens zou overschrijden die decennia voetbal, paardenconcours en vuurwerk kennelijk nooit overschreden. Precies die uitleg bleef uit. En precies die vraag mocht, zoals verderop blijkt, niet onafhankelijk worden beantwoord.

Na stevige interne druk binnen de gemeente (wethouder had belang bij doorgang) ging het festival uiteindelijk tóch door — en het werd het succes dat het verdiende te zijn.

Een evaluatiegesprek als Kafka-roman

Hier had het verhaal kunnen eindigen als voorbeeld van succesvolle probleemoplossing. Maar wat volgde was exemplarisch voor wat er misgaat in de omgang tussen bestuur en burgerinitiatief.

De organisatoren vroegen om een snelle evaluatie mét management aan tafel, juist om herhaling van de ontstane problemen in de toekomst te voorkomen. Dat ‘snel’ werd maanden uitgesteld, “pas na de vakanties”. En management? “Nee, niet gebruikelijk.” Pas via de gemeentesecretaris kwam er alsnog een gesprek met de manager.

Maar in plaats van een constructief gesprek over wat er was gebeurd en hoe het beter kon, kwam er een nieuw argument bij: het Projectplan Schapenweide 2023. Ook dit plan bood echter ruimte voor het kleinschalige initiatief. Tegelijk werd een alternatief terrein geopperd dat volgens de organisatoren functioneel geen alternatief kan zijn voor hun doelgroep: veel te zachte grond, niet goed toegankelijk voor rolstoelen, scootmobielen en bevoorrading. De argumentatie bleef verschuiven, zonder dat duidelijk werd wat nu eigenlijk de werkelijke bezwaren waren.

Het meest veelzeggende kwam toen de organisatie aanbood om op eigen kosten een onafhankelijk deskundigenonderzoek te laten doen naar de houdbaarheid van de gemeentelijke bezwaren — met een uitkomst die voor beide partijen bindend zou zijn en waarvan wij vooraf verklaarden het resultaat te zullen aanvaarden. Dat aanbod werd afgewezen door diezelfde manager. Daarmee bleef een feitelijke vraag een bestuurlijke stelling in plaats van een toetsbare conclusie. En er werd ook niet proactief meegedacht vanuit het belang van het — ook door de gemeente zelf bejubelde — evenement.

Op dat moment viel de bodem weg onder het idee dat dit een rationeel, toetsbaar en transparant traject was.

Niet wat, maar hoe: de kern van het probleem

De organisatoren van Twello Unplugged benadrukken dat ze de gemeente echt niet verwijten dat zij natuur wil beschermen. Dat uitgangspunt delen zij volledig. Waar het om draait, zijn de essentiële bestuurlijke randvoorwaarden die ontbraken:

  • Onzorgvuldige procesvoering (en dat is een eufemisme): te laat, abrupt, schofferend en met verschuivende grondslagen.
  • Gebrek aan transparantie: argumenten die wisselen zonder consistent kader.
  • Geen onafhankelijke verificatie: het afwijzen van extern onderzoek maakt van “feiten” een bestuurlijke stelling in plaats van een toetsbare conclusie.
  • Onvoldoende maatschappelijke afweging: de toegevoegde waarde voor gemeenschap en toegankelijkheid weegt in de praktijk niet zichtbaar mee.
  • Een schijnalternatief: het geboden ‘alternatief’ was in de huidige toestand volledig onbruikbaar voor de doelgroep.

Dit is geen verhaal over één slecht besluit. Het is een verhaal over een werkwijze waarin je als burgerinitiatief pas achteraf ontdekt dat voorspelbaarheid en redelijkheid — laat staan meedenken — niet gegarandeerd of zelfs maar vanzelfsprekend zijn.

Een landelijk patroon

De ervaringen van Twello Unplugged staan helaas niet op zichzelf. De Nationale Ombudsman onderzocht in 2018 de knelpunten bij burgerinitiatieven en constateerde dat de praktijk “nog weerbarstig” blijkt, ondanks goede wil aan beide kanten. De kern formuleerde de ombudsman helder: de overheid zou meer in mogelijkheden moeten denken en niet in regels en drempels.

Het handelingstempo van de overheid komt daarbij terug als knelpunt, met processen die “eindeloos” duren. Ambtenaren zijn eerst enthousiast en daarna maanden niet bereikbaar. Argumenten wisselen zonder duidelijke onderbouwing. En steeds weer blijkt dat een initiatiefnemer “van goede huizen moet komen” om een burgerinitiatief tot bloei te brengen.

Onderzoek van de Universiteit Twente en de Universiteit van Amsterdam bevestigt dit beeld. Gemeenten juichen bewonersinitiatieven toe, maar worden tegelijk met nieuwe vragen geconfronteerd. De paradox is dat overheden zeggen ruimte te willen bieden, terwijl de organisatie daar nog niet op is ingericht.

Het meest schrijnende is misschien wel dat burgerinitiatieven vaak taken uitvoeren die in het belang van de overheid zijn, maar voortdurend energie moeten steken in het binnenhalen van onzekere financiering en het navigeren door bureaucratie.

Stadssociologe Vivian Visser beschrijft hoe gemeenten in hun omgevingsvisies alle inwoners neerzetten als actieve, ondernemende burgers die graag bijdragen aan de maatschappij, terwijl de lokale overheid zichzelf afschildert als “incapabel, log en bureaucratisch”. Deze retoriek staat haaks op wat burgers in de praktijk ervaren: een overheid die zegt ruimte te willen geven, maar bij de uitvoering struikelblokken opwerpt.

Senioren zonder onbeperkte reserves

De organisatoren van Twello Unplugged maken een belangrijk punt: zij zijn senioren. Zij hebben niet onbeperkt tijd en energie om telkens opnieuw door een proces heen te moeten dat achteraf onvoorspelbaar blijkt. Dat is geen emotie, maar een rationele afweging: als de bestuurlijke kaders niet de minimale zekerheid en transparantie bieden, wordt vrijwillig burgerinitiatief een onverantwoord risico.

En dat is wat dit verhaal zo pijnlijk maakt. Dit zijn geen mensen die opgeven omdat het moeilijk is. Dit zijn mensen die stoppen omdat het irrationeel is geworden. Omdat je niet kunt plannen als de spelregels halverwege veranderen. Omdat je geen verantwoordelijkheid kunt nemen voor leveranciers en deelnemers als je niet weet waar je aan toe bent.

Een compliment aan de werkvloer, een waarschuwing aan het bestuur

De organisatie benadrukt expliciet dat veel medewerkers op uitvoerend niveau hun werk correct en professioneel deden. Het probleem zit niet bij hen, maar bij het ontbreken van bestuurlijk en managementeigenaarschap over proces, argumentatie en uitlegbaarheid.

Dat maakt de situatie alleen maar schrijnender. De goede wil is er, op de werkvloer. Maar het systeem laat hen in de steek — en daarmee laat het systeem ook de burgers in de steek die iets willen bijdragen aan hun gemeenschap. Een goede organisatie begint bij goed management; juist dat ontbrak hier.

Een publieke oproep: accepteer dit niet als norm

De organisatoren van Twello Unplugged eindigen hun bericht met een dringende oproep aan andere inwoners die een burgerinitiatief overwegen:

  • Vraag vroegtijdig om heldere voorwaarden en toetsbare argumenten.
  • Spreek een duidelijk tijdspad af waarbinnen besluiten noodzakelijk zijn.
  • Vraag om een vaste contactlijn en transparantie over wie beslist en op basis waarvan.
  • Laat management hier niet buiten beeld voor het geval dat. Het mag dan ‘niet gebruikelijk’ zijn, maar het is wél een voorwaarde om verrassingen te voorkomen.
  • Wees alert wanneer argumenten verschuiven zonder onderbouwing of wanneer onafhankelijke toetsing wordt geweigerd.

Burgerinitiatief is geen gunst. Het is een graadmeter voor bestuurlijke kwaliteit.

Wat nu?

De eerste editie van Twello Unplugged was een groot succes. Het bewees dat er in Twello ruimte is voor laagdrempelige lokale cultuur: dorps, dichtbij en zonder poespas. In 2026 komt het festival er echter niet, want daarvoor is de benodigde voorbereidingstijd inmiddels te kort. De organisatoren zouden dit initiatief wel graag voortgezet zien door anderen die de tijd, energie en bereidheid hebben om zich op dit dossier te storten. Binnen redelijke grenzen werken zij daar graag aan mee, want het dorp verdient zo’n uniek festival voor gezinnen en ouderen.

Maar de vraag blijft: hoeveel goede initiatieven sterven een stille dood omdat het bestuurlijke proces te onvoorspelbaar is en publiek mede-eigenaarschap ontbreekt? Hoeveel betrokken burgers haken al voortijdig af omdat het te veel energie kost om te navigeren door verschuivende argumenten en ondoorzichtige besluitvorming?

En belangrijker nog: wanneer gaat de gemeente erkennen dat dit niet de manier is om burgerinitiatief te stimuleren?

Twello Unplugged stopt niet uit boosheid. Het stopt uit onmacht. En dat is misschien wel het hardste oordeel over hoe ons lokale bestuur omgaat met burgers die iets willen bijdragen.

Wat heeft deze gemeente nu eigenlijk bereikt?

Los van meningen en mogelijkheden, politiek of macht kunnen we een eenvoudige conclusie trekken: de gemeente heeft door haar handelen bereikt dat enkele enthousiaste inwoners — die geheel voor eigen rekening en risico een uitstekend verlopen en breed gewaardeerd, sociaal verbindend project hebben gerealiseerd — nu gefrustreerd en vol onbegrip de schouders ophalen.

Hun slotsom: “Gemeentebestuur, kijk eens in de spiegel of je goed werk hebt geleverd of dat je tekort bent geschoten. Mogen wij als burgers het een schande vinden dat dit de kwaliteit is van ons bestuur?”

Wat we als organisatie misten

  • Eén loket en één regisseur. Niet “iedereen mag meedenken”, maar één ambtelijke eigenaar met kennis en mandaat die integraal coördineert (vergunning, veiligheid, communicatie) en knopen doorhakt.
  • Heldere spelregels vooraf, niet achteraf. Publiceer criteria, eisen, escalatieroutes en beslistermijnen. Dit past precies bij de lijn van de Ombudsman: burgers willen kenbare keuzes, duidelijkheid en meedenken in mogelijkheden.
  • Een besluit dat zorgvuldig is voorbereid en deugdelijk gemotiveerd. Bestuursrechtelijk hoort een besluit te rusten op relevante feiten en belangen, met een eerlijke en gedegen motivering.
  • Een vroege go/no-go met echte mandaatdragers. Geen maandenlange “praatvoorbereiding” en dan laat in het traject een showstopper, maar vroegtijdig toetsen aan de geldende kaders.
  • Participatie als infrastructuur, niet als PR. Sinds 2025 moeten gemeenten participatie breder verankeren (onder meer rond de Omgevingswet). Gebruik dat om burgerinitiatieven voorspelbaar te faciliteren, niet om ze te belasten.
  • Transparantie als uitgangspunt. Leg afspraken, risico’s en afwegingen evenwichtig vast — door beide partijen bevestigd als correct en volledig — en deel ze. Transparantie en het erkennen van wederzijds belang zijn niet “extra”, maar voorkomen precies het wantrouwen en het schuiven in argumenten dat burgerinitiatieven breekt.
  • Toegankelijk, proactief en betrokken management, met oog voor het belang van de samenleving, in plaats van een houding waarin de ratio geen rol speelt.

Noot: Ik was bestuurslid (secretaris) en baseer dit alles op eigen waarneming én op interne correspondentie en gespreksverslagen. Wie dat wil, kan deze (geanonimiseerd) inzien.

Het is beschamend dat dit traject zo is verlopen — en dan druk ik me mild uit. Gelijksoortige signalen en bevestiging van derden maakten voor mij duidelijk dat zwijgen geen optie meer was. Het is tijd voor bestuurlijke heroriëntatie — en ook dat zeg ik nog netjes.

Jeroen Teelen, secretaris en mede-initiatiefnemer Twello Unplugged 2025

23 december 2025

Jeroen Teelen, secretaris en mede-initiatiefnemer Twello Unplugged 2025
23 december 2025

1 antwoord
  1. Marc de Boer
    Marc de Boer zegt:

    Twello Unplugged was een zorgvuldig opgezet burgerinitiatief met aantoonbare meerwaarde voor het dorp, uitgevoerd met respect voor natuur, omgeving en vrijwilligers. Dat zo’n initiatief strandt, is geen pech en geen misverstand, maar het gevolg van bestuurlijk falen.

    Wat hier ontbreekt, is verantwoordelijkheid op management- en bestuursniveau. In plaats van faciliteren werd tegengewerkt, in plaats van meedenken werd vastgehouden aan interne aannames, en bij fouten bleef reflectie uit. Dat is ernstig, omdat juist burgerinitiatieven afhankelijk zijn van voorspelbaar en professioneel bestuur.

    Dat wij hier publiekelijk kritisch over zijn, is geen emotionele reactie maar een noodzakelijke constatering: wie structureel tekortschiet in zijn rol, mag daar ook op worden aangesproken. Bestuur is geen vanzelfsprekendheid, maar een publieke opdracht — en die vraagt om zelfkritiek, transparantie en lerend vermogen. Dat is hier niet gebeurd en dat is slecht voor ons dorp!

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.