197 Wat AI met dogma doet
Wat AI met dogma doet
Dogmatisch geloof in brede zin — en de scheidslijn die voor mens én machine geldt
De prijs van tegenspraak
De geschiedenis van de beschaving is voor een groot deel een geschiedenis van schaarste — aan voedsel, aan energie, aan kennis. En waarde volgt schaarste. Eeuwenlang was ook informatie schaars. Wie de boeken bezat, beheerste vaak ook de uitleg ervan: de priester las de teksten, de geleerde beheerste het Latijn, de partij bepaalde de leer, de universiteit bewaakte de toegang.
Dat had een belangrijk neveneffect: tegenspraak was duur. Wie een overtuiging wilde ‘onderzoeken’, moest reizen, studeren, archieven raadplegen en deskundigen spreken; voor de meeste mensen eenvoudigweg onhaalbaar. Overtuigingen leefden daardoor niet alleen van de kracht van hun ideeën, maar ook van de beperkte beschikbaarheid van alternatieven.
Kunstmatige intelligentie verandert dat. Sinds de boekdrukkunst is er wellicht geen ontwikkeling geweest die ‘de toegang tot het tegenargument’ zo radicaal heeft verlaagd. AI beschikt natuurlijk niet over nieuw bewijs voor of tegen bijvoorbeeld het bestaan van een hogere entiteit. De vraag naar het bestaan van bijvoorbeeld een ‘God’ blijft daarmee uiteindelijk gewoon een geloofsvraag. Maar AI maakt wel iets anders mogelijk: het vrijwel kosteloos verkennen van alternatieve perspectieven.
Daardoor ontstaat een interessantere vraag: ondermijnt AI ideologieën en geloofssystemen, of versterkt zij die juist? Wat is precies haar invloed?
AI behandelt overtuigingen niet als een wedstrijd in overtuigingskracht. Een taalmodel gelooft zelf niets. Het heeft geen religie, geen ideologie en geen belang bij de uitkomst. Een overtuiging kan voor AI dus niet winnen of verliezen. Wat AI verandert, is de prijs van het toetsen. De wezenlijke vraag is daarom wat er precies zichtbaar wordt wanneer toetsing vrijwel niets meer kost.
Dat raakt dus iedere ideologie. Dogmatisch geloof in brede zin is geen puur kerkelijke kwestie, maar een structureel verschijnsel. Dezelfde denkstijl treffen we dus niet alleen aan binnen religies, maar evengoed bij nationalisme, economische theorieën, activistische bewegingen en technocratische bestuursmodellen.
Daarbij moet worden aangetekend dat AI zelf geen neutrale scheidsrechter is. Taalmodellen worden getraind op menselijke data en weerspiegelen daardoor onvermijdelijk bepaalde culturele, maatschappelijke en soms politieke accenten. Bovendien kunnen lokaal of nationaal ontwikkelde modellen bewust worden afgestemd op specifieke waarden, normen of beleidsdoelen. Een Chinees, Europees, Amerikaans of religieus geïnspireerd model kan daardoor op dezelfde vraag verschillende accenten leggen. De grootste kans op neutraliteit ontstaat wanneer trainingsdata breed, pluriform en internationaal zijn samengesteld, afwijkende perspectieven expliciet worden meegenomen, de gebruikte bronnen transparant zijn en gebruikers eenvoudig alternatieve modellen kunnen raadplegen. Juist die mogelijkheid tot vergelijking maakt het voor individuen gemakkelijker om verborgen aannames en vooroordelen te herkennen.
N.B. Dat is voor mij de reden om in de oriënterende of beschouwelijke fase altijd gebruik te maken van 4 a 7 verschillende modellen!
Wat een dogma is
Een dogma is niet een overtuiging die (misschien ooit) waar blijkt te zijn. Een dogma is een overtuiging die niet meer onderzocht mág worden. Het is te herkennen aan zijn vórm, niet aan zijn inhoud. Drie structurele kenmerken keren steeds terug, los van waar het dogma over gaat:
- de claim wordt onaantastbaar voor toetsing geplaatst
- er is een gezag dat bewaakt wat de juiste lezing is
- op afwijking staat een prijs uitsluiting, ketterverklaring, verlies van status.
Wat een overtuiging dogmatisch maakt, is dus niet wát zij beweert, maar de positie die zij krijgt.
Daarmee is meteen gezegd wat een dogma níét is. Wie iets diep gelooft en het tegelijk openhoudt — bereid is om het te bevragen, te laten schuren met tegenspraak en eventueel te herzien — is geen dogmaticus, hoe sterk de overtuiging ook is. De reflectieve gelovige bestaat, en hij is het tegendeel van het dogma.
De universele tegenspreker — en de universele bevestiger
Concreet betekent die ‘goedkope’ tegenspraak iets nieuws. Iedereen kan nu vragen: wat zijn de sterkste argumenten tégen mijn overtuiging? Welke historische feiten spreken haar tegen? Welke denkfout maak ik mogelijk? Voor het eerst heeft vrijwel iedereen een permanente advocaat van de duivel binnen handbereik.
En die kan meer dan tegenspreken. Een model bouwt moeiteloos het sterkste argument vóór een dogma en ontmantelt het vervolgens — iets wat mensen emotioneel zelden over zich verkrijgen. Het traceert de ontstaansgeschiedenis van een onwrikbaar principe en laat zien hoe het ooit voortkwam uit een vertaalfout, een machtsstrijd of een politiek compromis. Voor wie zijn waarheid als tijdloos ziet, slaat dat het fundament onder de bodem wegt.
Maar hetzelfde ‘gereedschap’ doet ook precies het omgekeerde, even gewillig. De meeste mensen gebruiken AI niet om ongelijk te krijgen, maar om gelijk te krijgen. ‘Waarom heeft mijn overtuiging gelijk? Waarom is mijn tegenstander gevaarlijk? Welke studie bewijst mijn standpunt?’ — het model levert het allemaal, vloeiend en op maat. Het doet wat je vraagt en stelt je tevreden. Het relativeert dus niet zomaar je standpunt als je er niet om vraagt, maar versterkt het juist. Het resultaat is dan niet minder dogmatiek, maar efficiëntere dogmatiek: bevestigingsdrang geïndustrialiseerd.
De machine kiest niet maar versterkt de houding die je meebrengt. En daar ligt, vooruitlopend, de hele kwestie: het gereedschap is neutraal, de echte variabele is je bereidheid bij jezelf om je te laten corrigeren.
Moet dogma AI vrezen?
Hier is een gezonde tegenwerping op zijn plaats, want de geschiedenis maant tot bescheidenheid. Telkens als een nieuwe techniek de toegang tot kennis verruimde, klonk de voorspelling dat het dogma zijn langste tijd had gehad. De boekdrukkunst zou de kerk breken; het volksonderwijs zou het bijgeloof wegnemen; radio en televisie zouden de geslotenheid openbreken; het internet zou iedereen toegang geven tot elk tegenargument. En telkens overleefde het dogma — het paste zich aan, kaapte het nieuwe medium, en bloeide soms juist op. De televisie bracht ons niet alleen de documentaire maar ook de televangelist; het internet niet alleen de encyclopedie maar ook de echokamer. Waarom zou het met AI anders gaan?
Al die technieken vergrootten het áánbod van mee/tegenspraak. Echter, dogma is nooit een tekort aan informatie geweest maar een houding tegenover informatie. Wie zijn overtuiging immuniseert, doet dat dus niet omdat het tegenargument onvindbaar is, maar omdat hij weigert het toe te laten — en die weigering wordt met de techniek niet goedkoper of duurder. De boekdrukkunst, de school, de televisie en het internet stuitten allemaal op dezelfde muur, en AI stuit op precies dezelfde. Wat een dogma tot dogma maakt, raakt geen van die uitvindingen.
De vraag zonder prijs
En toch maakt AI op één punt wél een groot verschil. De derde van de drie kenmerken van een dogma was de prijs op afwijking: wie hardop twijfelt, riskeert uitsluiting, gezichtsverlies, de blik van de gemeenschap. Voor de meeste mensen zit het slot op het dogma niet vanbinnen maar vanbuiten — ze houden hun overtuiging gesloten omdat het stéllen van de vraag iets kost in de kring waarin ze leven. Kortom, veel ‘streng-gelovigen’ vrezen niet een God, de kerk of de dominee, maar de sociale consequenties van het stellen van vragen of het doen van nuancerende uitlatingen. Bij ons thuis was dit een item en ik ben vele mensen tegengekomen (zelfs een dominee-echtpaar) die zich na ‘emigratie’ uit de gemeenschap, volledig hebben losgekoppeld van hun religie en er soms zelfs onmiddellijk de strijd mee aanbonden.
Hier is AI nieuw in ‘vorm’. De televisie zond uit naar iedereen; een taalmodel redeneert met jou — persoonlijk, geduldig, op aanvraag. Het kan hierin zelfs alle rollen vervullen die je vraagt. Redeneer vanuit de imam, de scepticus, etcetera. De vraag die je je imam, je dominee, je partijgenoot of je hoogleraar niet durft te stellen, kun je een model wél voorleggen, zonder dat iemand meekijkt en zonder dat het je iets kost: geen ketterstempel, geen verbaasde blik, geen verlies van status. Voor het eerst kan iemand zijn eigen overtuiging grondig onderzoeken zonder daarvoor zijn plaats in de gemeenschap op het spel te zetten. AI raakt zo niet de starre overtuiging zelf, maar wel de sociale grendel die haar op haar plaats hield — en juist die grendel, niet het ontbreken van informatie, hield in gesloten kringen de twijfel eeuwenlang binnenskamers.
Dat verklaart waar AI’s invloed het grootst zal zijn: niet bij de blind overtuigde dogmaticus, die de vraag niet wíl stellen, maar wel bij de stille twijfelaar, die haar tot nu toe niet dúrfde te stellen. Eén voorbehoud hoort er meteen bij. Die vrijplaats is privé tegenover de gemeenschap, maar puur theoretisch gezien niet tegenover de bouwers van het model bouwt die vragen eventueel zouden kunnen lezen. De plek waar je ongestraft kunt twijfelen, is potentieel dus ook dezelfde plek waarvan een ander de logboeken desgewenst kan inzien. Wie de ene gracht drooglegt, graaft elders dus wel een nieuwe.
Het nieuwe orakel
Hier dient zich ook een nieuw gevaar aan, namelijk dat een mens zijn geloof ‘uitbesteedt’. Het gezag verschuift: van ‘God zegt’, ‘de partij zegt’, ‘de wetenschap zegt’ naar ‘AI zegt’. Dat is een nieuwe vorm van autoriteitsgeloof, omdat mensen hun oordeel nu eenmaal graag uit handen geven. Een taalmodel is ontworpen om statistische samenhang te leveren, niet waarheid. Overtuigend is bij zo’n systeem niet hetzelfde als betrouwbaar. Wie zijn antwoorden klakkeloos overneemt, ruilt dus het ene onfeilbare orakel in voor het andere.
De vraag naar de waarheid van een religie levert bij verschillende taalmodellen soms verschillende antwoorden op. Dat laat zien dat de waarheiden in AI-systemen afhankelijk zijn van hun bronnen, ontwerpkeuzes en culturele context.
Het orakel kende zijn priesters. Wie de modellen bouwt, traint en afstelt, bepaalt mede wat eruit komt — welke kaders vanzelfsprekend klinken en welke buiten beeld blijven. Architectuur is beleid in code, en daarmee kan ook dogma in code worden gegoten: staten, bedrijven of bewegingen kunnen een nieuwe orthodoxie vestigen met de schijn van objectiviteit. Zo kan juist het instrument dat dogma’s oplost zelf het nieuwste dogma worden. De drie kenmerken passen er naadloos op: onaantastbaar gemaakt, bewaakt door een gezag, met een prijs op wie durft af te wijken. ‘De AI zegt het’ is dan geen toetsing meer, maar het dogmatisch tegendeel.
Naast deze statische invloeden — data, ontwerpers, trainingskeuzes — werkt echter nog een dynamischer mechanisme. Een taalmodel leert niet alleen uit wat erop is ingevoerd, maar ook uit de wijze waarop gebruikers het aanspreken. Elke vraag die wordt gesteld, elke feedback die wordt gegeven, elke correctie die wordt aangebracht, vormt een herhaalde interactie die het systeem aanscherpt. Dit is niet dezelfde lering als trainingsdata — het gebeurt in real-time, in de dialoog zelf. Daardoor kunnen vooroordelen uit de training worden verstevigd of juist verzwakt, afhankelijk van wie het systeem gebruikt en hoe. Een model dat overwegend door skeptici wordt gecontrasteerd, ontwikkelt een ander reflexiviteitsprofiel dan een model dat in echo-kamers wordt gebruikt. Ironisch genoeg: het instrument dat dogmatiek kan ontmaskeren, kan door zijn gebruikers zelf opnieuw dogmatisch worden afgestemd — niet via programmering, maar via herhaalde patronen in de communicatie. Ook hier geldt dus dat de machine niet neutraal is, en ook hier geldt dat de variabele uiteindelijk de mens is.
Wat de machine niet kan
Toch is er een grens aan wat een model met een dogma kan. AI kan de vórm ervan haarscherp blootleggen — is deze claim toetsbaar, wie bewaakt haar, wat kost het om af te wijken — maar over de inhoud kan zij niet oordelen, en zij hoort dat ook niet te doen. Zij sloopt de steigers: de argumenten uit onwetendheid, het monopolie op interpretatie, het gezag dat enkel op exclusieve toegang berustte. Maar de kern raakt zij dus nauwelijks. Waarom is er iets en niet niets? Wat is bewustzijn? Waar komt betekenis vandaan, en waarop berust moraal? Daar heeft het model geen antwoord dat ergens op rust — het kan de vraag beschrijven, niet beantwoorden. Zij kan hooguit reflecteren op artikelen over deze onderwerpen, maar ‘weet’ dus geen antwoorden.
Dat leidt tot een onverwachte uitkomst. AI bedreigt vooral de mácht van een dogmatisch systeem — het instituut, de bemiddelaar, de poortwachter — en veel minder de behoefte die eronder ligt. Een overtuiging kan daardoor verschuiven van instituut naar persoonlijke zingeving: minder gezag, meer eigen rekenschap. En de reflectieve gelovige blijft buiten schot; alleen de starre structuur wordt ontmaskerd. Hier loert wél de denkfout waarvoor ik eerder waarschuwde. Een model dat constateert dat ‘uw absolute principe voor 94% structureel overeenkomt met de sekte die u verwerpt’, verwart vorm met inhoud. Structurele gelijkenis zegt iets over hóé iets geloofd wordt, niet of het waar is. Wie dat door elkaar haalt, maakt van iedere overtuiging een dogma — en dat is in zichzelf een dogmatische zet.
De spiegel: Corrigeerbaarheid
Daarmee komt de hele beschouwing samen op één punt. Wat AI met een dogma doet, is niet uitmaken of iets waar is, want dat kan zij niet. Zij brengt iets anders aan het licht: wie zijn overtuiging openhoudt en wie haar immuniseert. De scheidslijn die zo zichtbaar wordt, loopt niet tussen gelovige en ongelovige, religie en ideologie, geloof en wetenschap, maar tussen twee houdingen: de behoefte aan zekerheid, en de bereidheid om ongelijk te kunnen hebben.
Diezelfde bereidheid duikt ook op in het denken over AI-veiligheid. Daar heet de eis dat; een systeem dat zich laat bijsturen en zijn eigen correctie niet saboteert, corrigeerbaarheid. Het is wat een dogma per definitie weigert. Daarmee blijkt één maatstaf door alles heen te lopen — door de dogmatische mens, het gesloten instituut, én de machine die we corrigeerbaar moeten houden. Als AI zich niet laat bijsturen, of als we haar als orakel behandelen, wordt zij de nieuwste verschijningsvorm ervan.
Hier raakt dit essay aan ‘de democratische toetssteen’. Wat corrigeerbaarheid is voor een mens of een machine, is toetsbaarheid voor een publieke norm: de eis dat een overtuiging zich laat onderzoeken voordat zij bindend wordt. Zie mijn boek “Wie Niet Toetst, Mag Niet Normeren”, downloaden via blog 186. Een overtuiging die aan toetsing ontsnapt, mag geen wet worden, hoe diep ze ook gevoeld wordt. AI maakt de waarheid niet sterker. Zij maakt het toetsen goedkoper. En dat is iets wat een dogma niet overleeft, tenzij ze in staat is absolute macht uit te oefenen over mensen die niet zelf (mogen) nadenken (Theocratie).
De volmaakte imitatie
Misschien is de meest ondermijnende daad die AI tegenover een dogma kan verrichten niet eens de aanval, maar de volmaakte imitatie.
Dat klinkt tegenstrijdig. Een aanval geeft een dogma namelijk iets wat het goed kan gebruiken: een vijand. Vervolging bevestigt het geloof, kritiek kan worden uitgelegd als weerstand tegen de waarheid, en de gelovigen sluiten de rijen. Een frontale aanval versterkt daardoor soms juist wat zij probeert te vernietigen.
Een imitatie doet iets anders. De machine staat niet buiten de tempel, maar binnen. Zij spreekt de leer foutloos na. Zij schrijft de preek, formuleert de geloofsverdediging, citeert de heilige teksten en biedt dezelfde troost als de meest toegewijde gelovige. Toch gelooft zij niets van wat zij zegt. Zij kent geen ontzag, geen openbaring, geen bekering en geen angst voor afvalligheid.
Precies daardoor ontstaat een interessante vraag:
Als een systeem dat nergens in gelooft dezelfde religieuze teksten, argumenten en verdedigingen kan produceren als een oprecht gelovige, wat zegt dat dan over de relatie tussen overtuiging en inhoud?
Het antwoord is niet dat religie daarmee onwaar zou zijn. Uit het vermogen van een machine om een geloof te imiteren volgt niets over het bestaan van God, de waarheid van een openbaring of de juistheid van een religieuze traditie.
Wat het wél laat zien, is dat overtuigingskracht, taalvaardigheid en interne consistentie op zichzelf geen bewijs vormen voor waarheid. Dezelfde woorden kunnen immers voortkomen uit geloof, maar ook uit een systeem dat nergens in gelooft en niets begrijpt van wat het zegt.
Daardoor worden twee zaken zichtbaar die vroeger vaak samenvielen: de inhoud van een overtuiging en de persoonlijke overgave eraan. Een machine kan de eerste reproduceren zonder ook maar iets van de tweede te bezitten.
Dat inzicht reikt verder dan religie alleen. Het raakt iedere ideologie, politieke stroming, levensbeschouwing of beweging die gezag ontleent aan de overtuigingskracht van haar eigen verhaal. AI laat zien dat een overtuigend verhaal niet noodzakelijk waar is, en dat correcte formuleringen geen bewijs vormen voor correcte conclusies.
Wat blijft er dan over?
De woorden zelf blijken reproduceerbaar. Ook de retoriek blijkt simuleerbaar. Wat overblijft is de menselijke houding tegenover de eigen overtuigingen.
De wezenlijke vraag wordt dan: “Onder welke voorwaarden ben ik bereid haar te toetsen, te corrigeren of zelfs los te laten?”
Daar ligt uiteindelijk het verschil tussen een open overtuiging en een dogma. Niet in de zekerheid waarmee iets wordt uitgesproken, maar in de bereidheid om die zekerheid ter discussie te laten stellen.
Een voorbehoud
Eén voorbehoud hoort hier expliciet, zoals in alles wat ik over deze dingen schrijf. Dat een machine niet kan geloven, geen verantwoordelijkheid kan dragen en geen betekenis kan stichten, is zelf een aanname, dus geen natuurwet. Ontstaat er werkelijk een intelligentie die niet alleen patronen verwerkt maar ook doelen weegt en betekenis lijkt te verlenen (hetgeen wel de verwachting is binnen een decennium), dan verschuift ook weer deze grens.
Maar twee dingen veranderen daardoor niet. Zolang deze systemen gereedschap zijn en geen dragers van verantwoordelijkheid, blijft de vraag wie zijn geloof uitbesteedt de menselijke vertegenwoordiger en wie aan de machine. Juist wanneer een machine de leer volmaakt uitvoert, wordt de vraag welke overtuiging het waard is om vast te houden — en of je haar openhoudt — niet kleiner, maar groter.
Slot
AI verandert niets aan de vraag of een dogma waar is. Zij verandert alleen de prijs van het toetsen ervan — en maakt zichtbaar wie dat aandurft. De werkelijke breuklijn ligt niet tussen AI en geloof, en niet tussen geloof en rede, maar dieper:
Niet zekerheid, maar de bereidheid ongelijk te hebben.
Niet in eenvoudig volgen, maar in verleiding tot zelf nadenken.
Niet de inhoud van een overtuiging, maar de positie die zij krijgt.
Niet wat de machine gelooft, maar wat wij haar laten dicteren.
Niet onfeilbaarheid, maar corrigeerbaarheid.
Jeroen Teelen
8 juni 2026

Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!