29 Wat ga je studeren als je later groot bent?

 

Als kind al vond ik alles interessant dus je kon me eigenlijk voor heel veel dingen enthousiast maken maar ik was nergens een groot talent in. Je hoort me echt niet klagen hoor want ik ben zeer tevreden,  maar dat was gewoon zo en rond om me heen was het niet veel anders. Die echte kind-talentjes kom je (misschien zelfs maar gelukkig ook) heel weinig tegen. Ik kende er geen. Sport vond ik wel aardig maar vooral omdat je dan geen taal of rekenen had, maar dat het me echt interesseerde? Nee, eigenlijk niet… Ik vond het prachtig als iemand iets goed kon hoor, balletje hooghouden of zo, maar ik zou het niet in m’n hoofd halen om dat te gaan oefenen. Het enig opvallende dat ik mezelf herinner als bijzonder, was dat ik als kind van vier of vijf toch echt wel viel voor de piano van oma. Of ik er ook wat van bakte? Nee natuurlijk, maar ik kon (en kan nu nog steeds) genieten van b(l)ijvoorbeeld het simpelweg indrukken van één toets en dan luisteren hoe het geluid zich in de tijd ontwikkelt en hoe het langzaam uitsterft en onderdeel wordt van de ruimte… Heel gek, maar een simpele toon uit een instrument heeft zoveel meer dan bijvoorbeeld een simpele elektronische toon en dat horen is al een ontdekking op zich. Mijn moeder speelde piano en dus kwam er een bij ons thuis. Ik was toen een jaar of 5 á 6. De desillusie van de pianolessen van destijds maakte dat ik na drie maanden afhaakte op de muziekschool en dat voelde als een gigantische opluchting. Dat weet ik nú nog… Ik speelde elke dag liedjes na van de radio, maar de stukken uit de boekjes, daar had ik een broertje dood aan. Op school ging het verder wel aardig en volgens juffrouw Bruinenberg ‘kwam ik er wel’ maar zo’n genie was ik nu ook weer niet dus ik viel meer op door kwajongensstreken (ik zat liever op het dak van de school dan in de klas) dan door hoge cijfers. Het feit dat ik me niet gauw uit het veld liet slaan en altijd wel de discussie aanging was, zo werd me later gemeld, meer dan gemiddeld maar dat is mezelf vroeger nooit opgevallen. De literatuurlijst op de middelbare school heb ik nooit begrepen want het lezen van een roman vond ik zonde van de tijd. Je werd er, volgens mij, niet wijzer van maar biografieën over wetenschappers vond ik bijvoorbeeld wel weer geweldig, maar ja, die mochten dan weer niet. Een rare wereld… Het maken van een schilderij was voor mij ook slecht bestede verf, want een huis schilderen was veel zinvoller. Kunst (buiten muziek) was bij ons thuis dus niet echt een item. Hard werken en studeren wel. Het dilemma Conservatorium of HTS heeft maar heel even bestaan. M’n moeder gaf aan dat je wel héél goed moest zijn wilde je met een conservatoriumopleiding een fatsoenlijke boterham kunnen verdienen en ik kende bij ons in de stad twee jongens die, weliswaar iets ouder, technisch beter speelden dan ik. Omdat ik toch wel echt voor een tien ging, viel dat conservatorium alleen om die reden al voor mij dus direct af. Muziekleraar worden wilde ik namelijk echt niet en dat leek me in zo’n geval het enige alternatief.

Zo’n keuze maak je natuurlijk met de kennis van dat moment, gevoed door je directe omgeving. Ik ben heel erg tevreden met de weg die ik uiteindelijk gevolgd heb maar ik denk nog regelmatig terug aan het moment dat die keuze voorlag en ben inmiddels wel zeer nieuwsgierig wat er van me terecht gekomen zou zijn als ik wél naar het conservatorium gegaan zou zijn. Muziek maken is bij mij altijd in de schaduw blijven staan van m’n dagelijkse werk. Het is de laatste jaren zelfs op een heel redelijk niveau als dirigent hoofdmoot geweest van m’n tijdsbesteding. Het is ook nooit echt weg geweest, ook niet toen ik m’n eigen bedrijf begon. Nu nog, tijdens vakanties, ga ik steeds graag even in kerken kijken of er een mooi orgel staat en of ik er misschien op mag spelen. Spelen in kerken doe ik (als Agost) op aanvraag trouwens nog steeds en verder ben ik toetsenist in twee bandjes. Bij toeval (gebrek aan beter) ben ik op m’n 19e ook gaan dirigeren. Eerst een jongerenkoor, daarna een PopKoor en nog later een kerkkoor (10 jaar ad interim). Dat alles bij gebrek aan een echte dirigent natuurlijk, maar wel met enig succes.

Ik had het ‘geluk’ dat ik op m’n 48ste door de bloedbank werd geweigerd vanwege een te hoge bloeddruk. Ik heb toen bewust een tijdje rustig aan gedaan en dat beviel me zo super dat ik mijn bedrijf vervolgens heb overgedaan aan m’n collega die het overigens nog steeds prima runt. Voor mij zelf kwam er toen de ruimte om met dat dirigeren een stap te maken. Eerst een amateur-Mozart-project (KV275) waarvoor iedereen zich kon inschrijven en waar we na een jaar repeteren een paar aardige amateur-concerten konden geven. Ik was onbewust redelijk bekwaam, want het resultaat mocht er zijn, zonder enige professionele training vooraf. Gabriëlla’s sang uit de prachtige film ‘As it was in heaven’ was het veel beluisterde ‘toetje’. Toen ik werd gegrepen door het Requiem van Mozart (KV626) had ik dus wel een probleem. Zo’n stuk kun je niet doen met ongeoefende zangers en een amateurorkest dus van de 240 aanmeldingen bleven er na audities (dank aan zangpedagoge Ans Booy) 100 echt goede zangers over (er zaten zelfs twee dirigenten in m’n koor) en ik liep dus echt wel op m’n tenen. Ook zo’n beroepsorkest is iets dat je niet zomaar doet. Je hebt één repetitie vooraf en je moet dus de ‘taal van het orkest’ spreken om onmiddellijk duidelijk te maken wat de bedoeling is. Het gebaar van het moment moet de juiste sturing geven want anders gaan ze gewoon hun eigen gang… Ik ging ter voorbereiding bijna een jaar lang wekelijks naar vier bekende Nederlandse dirigenten voor privé-les en naar Masterclasses op het Conservatorium. Daar ging voor mij een wereld open. Ik voelde me er (net als op de UT trouwens) helemaal thuis en wilde er letterlijk wel een tentje opslaan in de tuin om er elke dag te kunnen zijn. Volgens mijn vrouw kwam ik elke avond ‘stuiterend’ thuis. Kortom, de wereld van de muziek was achteraf voor mij misschien ook heel goede keuze geweest. Ik was zeker nooit een heel goede organist of pianist geworden zoals ik destijds in mijn afweging voor ogen had, maar misschien wel een bovengemiddelde dirigent en van die mogelijkheid was ik me destijds helemaal niet bewust. Het Avé Verum van Mozart gaf me vleugels als dirigent… laten zien hoe je een stempel zet op een stuk dat men niet gewend was zo te spelen… Dát is wat ik in dát werk (dirigeren) geweldig vind…

Nu gaat het natuurlijk allemaal niet om de ‘optimale carrière’, voor zover zoiets al mogelijk zou zijn maar het kan dus wél zomaar zijn dat je op basis van te beperkte gronden een heel ongelukkige keuze maakt en dat lijkt me dus op z’n minst erg jammer. Ik weet dat die keuze voor mij bijvoorbeeld binnen één avondje geregeld was… dus dat dit nu zo’n evenwichtige afweging is geweest… nee! Hoewel, twee carrières in één leven is blijkbaar ook mogelijk! Nee, drie zelfs wel want op dit moment ben ik ook ‘inval vrachtwagenchauffeur als het mij uitkomt’ bij een transportbedrijf. Ook superleuk trouwens, maar wel weer iets heel anders… Ik besef dat ik wel erg veel geluk heb gehad dat het allemaal is gegaan zoals het is gegaan, maar ik wil voor de jongere die dit leest vooral aangeven dat een iets bredere oriëntatie/voorlichting dan alleen het thuisfront zich misschien dubbel en dwars terugverdient. Dat is dus één van die dingen die tijd mogen kosten en die een bredere afweging waard zijn… want dit soort keuzes maak je normaliter maar zelden…

Jeroen Teelen 2018 (gelukkig mens)

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Connect with Facebook

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.