70 DE TOEKOMST? (1)… Samenleven met robots?

, ,

Een toekomst met (nog veel meer) technologie… 

Dit is voor sommigen misschien een beetje een technisch verhaal, maar het beschrijft de logische vervolgstappen (extrapolaties) van ontwikkelingen op het gebied van de computer/micro-electronica gedurende de afgelopen veertig jaren. Ik stond er middenin…

Eén van mijn grootste fascinaties is altijd geweest om na te denken over de impact van deze technologie op ‘onze’ toekomst. Hoe zou de wereld er over vijftig jaren uit kunnen zien (als we die tenminste niet voor die tijd al verknald hebben?)

In de jaren tachtig en negentig besteedde ik mijn tijd vooral aan het geven van cursussen, lezingen, adviezen omtrent computers en de rol die ze zouden gaan spelen in onze maatschappij. Ik mocht dit onder andere doen op televisie (Teleac) voor het brede publiek en een landelijke lezingencyclus in opdracht van het ministerie van E.Z. voor zo’n 15.000 ondernemers. Ook was ik jaarlijks sparringpartner voor grote bedrijven die nadachten over de kansen en bedreigingen door die opkomende computertechnologie. De computer veroorzaakte een ware trendbreuk in onze maatschappij. Alles ging op z’n kop en de wereld veranderde ingrijpend.

We zijn inmiddels veertig jaren verder, maar nog steeds volg ik de ontwikkelingen en zie ik parallellen met vroeger… Op vele terreinen hebben we die ‘nieuwe’ technologie inmiddels verder verfijnd en je kunt van daaruit natuurlijk wederom een toekomstperspectief invullen, maar er zijn nu ook nieuwe fenomenen die bepalend worden voor de toekomst. Ik bedoel daarmee nieuwe grote ontwikkelingen of zelfs trendbreuken. Als we bedenken wat de computer tot nu toe voor impact gehad heeft op onze maatschappij dan was dat een vergelijkbare ’trendbreuk’ als de uitvinding van de stoommachine, zo’n 200 jaren eerder. De stroomversnelling van de technologieontwikkeling brengt ons nu (al na 75 jaar) de volgende trendbreuk, namelijk A.I. (Artificial Intelligence) en wat te denken van de Quantum Computer die komen gaat?

Schrik niet! In deze blog gaan we eerst even terug naar de simpelere technologische ontwikkelingen waarvan ik onderdeel was en die ik beroepshalve redelijk kan overzien. Ik licht successievelijk (ogenschijnlijk willekeurig) eerst even een paar elementen toe waar ik zelf ooit een focus op heb gelegd…

1 Human Interface:
Een Human Interface beschrijft de link tussen gebruiker en toepassing. Hoe presenteert een stuk techniek zich aan de gebruiker… Kan die er direct mee overweg op een intuïtieve manier of moet hij/zij eerst een cursus doen om de nukken van de techniek te leren kennen. Bouwers van apps weten hoe het moet. De consument downloadt een app en weet meestal onmiddellijk wat er mee kan en hoe die bediend moet worden. Dát is wat we noemen een goede Human Interface. Trouwens, als de app-bouwers dat niet zouden doen, zou de app ook zo weer gewist worden want de aandacht-spanne van de gebruiker is heel kort. Het is voor de makers dus pure noodzaak om er veel aandacht aan te schenken.

Een ‘goede human interface’ was in de jaren tachtig echter nog geen onderwerp van gesprek bij de ontwikkeling van nieuwe producten. De aandacht bij de makers lag toen op het functionele. ‘Het moet zo veel mogelijk kunnen’ en ‘een dikke handleiding of cursus wijst de weg’. Het inzicht dat gebruiksgemak veel belangrijker is dan alles kunnen, was nog niet doorgedrongen tot producenten-organisaties. Puur het gevolg van techniekgedreven ontwikkeling in plaats van consumentgerichte ontwikkeling. Ik weet nog dat ik daar ook een keer een brief over heb geschreven aan de directie van Philips toen ik, na aankoop van een videorecorder moest constateren dat je, zelfs als ingenieur, bijna een cursus moest gaan doen om dat ding te kunnen bedienen. U zult er niet vreemd van opkijken dat ik daar niet eens een reactie op heb gehad. Daar zit ook gelijk het fundament van het probleem; de arrogantie van de grote partijen en de monopolisten. Bekijk hun websites en je weet genoeg. De app-maker ziet de noodzaak en de ‘Philipsen’ van onze productmakers worden straks ingehaald door partijen die misschien zelfs een minder goed product maken, maar met een betere Human Interface tóch een veel grotere klanttevredenheid zullen oogsten. We gaan het zien, maar de arrogantie van de grote partijen is niet zo gemakkelijk om te buigen want het vergt een geheel andere manier van denken, ontwerpen en belangen afwegen! Om over de Monopolisten nog maar te zwijgen… Want ach, makkelijker kunnen ze het ook al niet maken… 😅

Extrapolatie: De verwachting dat deze ‘Human Interfaces’ verder zullen perfectioneren en zelfs de nodige ‘intelligentie’ zullen gaan vertonen, is niet te ver gezocht. We zijn er al meer gevoelig voor en het zal alleen maar verder verbeteren want de behoefte blijft groeien door de korter wordende levenscycli van producten.

2 Sensoren en Actuatoren:
Sensoren zijn dingen die zaken kunnen meten (b.v. de thermometer) en Actuatoren zijn dingen die zaken beïnvloeden (b.v. het verwarminsgselement). Voelers en doeners dus!
Een elektronische weegschaal kostte in de jaren zeventig nog kapitalen want zo’n krachtsensor kostte nog kapitalen. Pas in de jaren tachtig werd het een betaalbaar alternatief voor de professionele mechanische weegschalen. Tegenwoordig kopen we voor enkele euro’s een redelijk nauwkeurige weegschaal. Samengevat: Sensoren op vele gebieden (gewicht, druk, etc.) met de bijbehorende electronica zijn vele malen beter geworden en de kosten bedragen een fractie van toen.

.

Een tweede insteek is dat we inmiddels ook een veel grotere diversiteit aan sensoren zijn gaan ontwikkelen. Denk aan het meten van een (electro)-magnetisch veld, de CO2 in de lucht of andere schadelijke gassen, infrarood, radioactiviteit etc.. Die twee dingen tezamen maken dat we nu tegen minimale kosten en veel gedetailleerder, alles wat we maar willen, in de gaten kunnen houden. Een soortgelijk verhaal geldt voor de actuatoren. Op de manier waarop we zaken meten, kunnen we meestal ook de zaken beïnvloeden. Dit betekent dat er veel meer producten zullen komen die niet alleen dingen kunnen doen die wij zelf aangeven, maar die ook zelfstandig kunnen handelen als ‘al of niet intelligent’ gevolg van eigen metingen.

Extrapolatie: We hebben sensoren en actuatoren, voor van alles en nog wat, met bijbehorende electronica op chip-niveau qua grootte en prijs.

3 Het internet:
De kwaliteit van ons internet wordt nog belangrijker dan de kwaliteit van ons energienet. In haar fundament is energie er in overvloed (volgens Einsteins E=MC²) en moeten we ‘alleen leren’ om die technologie te ontwikkelen/gebruiken die ons milieu niet schaadt. Klinkt simpeler dan het is maar ik verwacht dat op de lange termijn een lokale energiebron mogelijk wordt. Energie uit een doos dus.
De beschikking over een energienetwerk is eigenlijk ook geen fundamentele behoefte. We willen wél energie maar het mag, zodra dat mogelijk is, zelfs graag zonder zo’n netwerk (geen kosten, onderhoud, storingen meer).

Het internet, of hoe het tegen die tijd ook maar heten mag, is een ander verhaal. Dat heeft juist als doél om te verbinden en zal daarom dus juist wél in de vorm van een netwerk moeten zijn. Kabel, glas, ‘draad’loos of anderszins, dat wordt bepaald door de technologie van het moment, maar juist het ‘kunnen verbinden met’ is essentieel. De behoefte aan die verbindingen met websites of chatfuncties, maar ook met de beheersing van onze domotica, medicatie… wordt alleen maar groter. Het begon met het oude telefoonnet, toen datanet, glasvezelnet en straks….? Tja, maar wat komt er na de glasvezel? Vooropgesteld dat de lichtsnelheid de maximale fysieke transportsnelheid is en de glasvezel nog lang niet aan haar capaciteit zit, gaat die nog wel een paar decennia mee verwacht ik. Wat er daarna komt laat zich misschien wel raden… Het enige dat sneller werkt is ‘verstrengelde bits’. Uitleg: Ik verander hier een bitje en zónder dat er een draadje ligt, verandert z’n broertje 1000 of 10000000 km verderop op hetzelfde moment! Het heet Quantum Internet. We weten nog niet precies waaróm het werkt (zeker ik niet) maar wel dát het werkt en van snelheid is dan dus ook geen sprake meer. 

Er zal ongetwijfeld ook een ‘back-up’ infrastructuur van andere orde blijven, al was het maar om de kwetsbaarheid te verkleinen en daar zou ons dan ‘oude glasvezelnet’ dat nu nog niet op een fractie van haar uiteindelijke capaciteit zit, wellicht een goede kandidaat zijn.

Extrapolatie: In de toekomst alleen maar groei in snelheid en capaciteit waar het gaat over communicatie, all over the Universe!

4 De KwantumComputer:
Onderzoek doen en data verzamelen zijn zeer arbeidsintensieve en vooral tijdrovende zaken. Als we dankzij breed beschikbare sensor-data die via een ‘net’ toegankelijk is die data ad hoc kunnen verzamelen is dat dus al een heel grote stap. De volgende stap, de analyse van al die data en op basis daarvan uitspraken doen (en wellicht zelfs automatisch vervolgonderzoek starten) is eveneens een aanslag op computertijd en mensenarbeid. Dáár zou de quantumcomputer een grote hulp zijn. Het herkennen van patronen en verbanden waar gewone computers anders vele jaren over zouden moeten rekenen, wordt ineens een fluitje van een cent, want dat is nu juist zijn sterkste kant.

Extrapolatie: Brede inzetbaarheid van quantumcomputers bij ‘kamertemperatuur’ (nu nog bij -270 graden Celsius) over 25 jr?

5 Software ontwikkeling:
Eigenlijk moeten we hier misschien niet eens meer spreken over ‘software’ die ‘hardware’ bestuurt. Dat stamt uit ons oude computerverleden… Maar om toch even in die termen te blijven denken:

Extrapolatie: Software ontwikkeling wordt straks niet meer gedaan door mensen, maar de software ontwerpt z’n eigen nieuwe software-opvolgers en zelfs een goede human interface wordt door de software zelf ontwikkeld als die nodig mocht zijn. Dat laatste zeg ik met opzet, want er zal ook geautomatiseerd software worden ontwikkeld die niet voor mensinteractie bedoeld is maar voor communicatie met andere systemen en dan gelden natuurlijk heel andere regels. Denk aan: zo eenduidig, efficiënt, effectief mogelijk zonder menselijke poespas als taal (semantiek) en dergelijke. Ik denk dat niet alleen softwareontwikkeling niet meer door mensen wordt gedaan, maar dat heel veel ontwikkelingen zonder directe menselijke invloed zullen worden gedaan, ontwikkeling van betere producten met bredere toepasbaarheid etc.. Zo zou je eigenlijk het ontwerpen van nieuwe ‘systemen’ willen noemen waarbij intelligente machines zelf de keuzes maken voor hardware of software (wat bak ik in een doosje en wat houd ik flexibel en kan ik dus programmeren/variëren?

6 (AI) Artificial Intelligence:
Kunstmatige intelligentie neemt een vlucht. Al in de jaren zeventig heb ik er kennis mee gemaakt op de UT in Enschede, maar het heeft inmiddels een aardig niveau bereikt. De Turingtest (de gebruiker kan niet aantonen dat ie met een computer communiceert i.p.v. met een mens) is straks helemaal geen issue meer. Alle communicatie met de computer verloopt op intelligente wijze en ook vermeende nuances en empathie worden herkend. Kortom, de computer wordt een autonome en waardige ‘gesprekspartner’ voor vrijwel alle kennisdomeinen. Helemaal ongrijpbaar wordt het perspectief als je bedenkt dat AI (dus de computer) nu al gebruik maakt van menselijke hersencellen (opgekweekt in een petrischaaltje) om wiskundige vergelijkingen op te lossen… Het wordt dan toch wel echt heel moeilijk om je geen zorgen te gaan maken om ons eigen toekomstperspectief!

Extrapolatie: De AI zal niet alleen menselijke intelligentie ontwikkelen maar ook een eigen (computer) intelligentie. Ze zal dus ook zélf leren van interpretaties van zélf verzamelde gegevens en ervaringen. Kennisontwikkeling dus waar wij als mens geen deel van uitmaken. Daarmee kunnen ze dus ook ‘stiekem’ slimmer worden dan wij. De verwachting bij veel wetenschappers is dat ze ook zelfbewust worden, een ‘ziel’ ontwikkelen en goed en kwaad zullen kennen. Dat is geen verwachting zonder fundament want wij zijn niet in staat de oorsprong van bewustzijn te definiëren. De wetenschap komt nu nog niet veel verder dan dat deze waarden vanzelf ontstaan als er sprake is van ‘voldoende neurale capaciteit’ en dat laatste zal zéker gebeuren. Dus, de tijd gaat het ons wel leren.

7 Robotisering neemt een volgende stap…:
Stel je voor dat we al het voorgaande (dus punt 1 t/m 6) in een ‘systeem’ stoppen en het ook nog voorzien van mobiliteit…

Extrapolatie: Robots die van alles kunnen meten (dus veel meer en betere zintuigen hebben dan de mens), resultaten onmiddellijk kunnen doorgeven, direct patronen en verbanden kunnen leggen, kunnen ingrijpen (actuatoren zoals onze spraak en handen en voeten)…. Nee inderdaad, je moet er misschien niet aan denken, maar ik verwacht dat we geen vijftg jaar hoeven te wachten om al dit voorgaande mee te maken. 

Epiloog:
Wat blijft er voor ons over? Geen idee! Misschien kunnen we ons een plek permitteren dankzij onze creativiteit, biologische uniciteit of iets dergelijks? Wellicht groeien wij als hybride soort mee met onze vindingen en maken wij dus deel uit van hun wereld.  Een andere simpele overweging is dat wij mensen altijd proberen ons het leven zo aangenaam mogelijk te maken. Hoe erg is het dan als zaken ons uit handen worden genomen? Misschien moeten we de filosofen vragen wat er dan nog wel voor ons over blijft… 

Jeroen Teelen
2 maart 2023

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.