79 De invloed van religie op de maatschappij: een verkenning (deel 4/4 mijn conclusies)
Deel 1: Bewustwording en Relativering
Deel 2: Religie, Ratio, Maatschappelijke Pijnpunten
Deel 3: Acceptatie en Discussie
Deel 4: Mijn persoonlijke conclusies (voor wat ze waard zijn natuurlijk)
79 – DE INVLOED VAN RELIGIE OP DE MAATSCHAPPIJ
Deel 4/4 – Conclusies: verantwoordelijkheid, wederkerigheid en grenzen
Inleiding
Dit vierde deel is geen afronding “voor de vorm”. Het is de consequentie van alles wat in de vorige delen zichtbaar werd. Religie is geen privé-hobby zodra zij aanspraak maakt op publieke ruimte, onderwijs, bestuur of moreel overwicht. Wie die stap zet, hoort dus ook niet in een ‘slachtofferrol’, maar in de ‘verantwoordingsrol’.
Ik schrijf dit niet als buitenstaander. Ik was op m’n twaalfde enkele maanden op een seminarie en heb meer dan 55 jaar midden in de religieuze praktijk gestaan als agnostisch (amateur) kerkorganist en dirigent. Ik ken de muziek, de rituelen, de warmte van gemeenschap, maar ook de hiërarchie, de sociale druk, de vanzelfsprekendheid waarmee normen worden doorgegeven en het ongemak dat ontstaat zodra je vragen stelt. Ik heb gezien hoe “zo doen wij dat” langzaam verandert in “zo hóórt dat” en “wij weten het beter”.
Juist omdat ik die binnenkant ken, kan ik religie niet meer reduceren tot iets onschuldigs of puur persoonlijks. Religie organiseert groepsidentiteit, normstelling en loyaliteit. Dat wordt problematisch zodra die organisatie naar buiten treedt en impact krijgt op anderen.
Die impact zelfs als ‘doel’ hebben (missie) is eigenlijk zelfs een heel grote, ongefundeerde zelfoverschatting, maar daarmee dus ook zeer schadelijk voor andersdenkenden in onze samenleving.
Wetenschap ter discussie stellen terwijl zij op haar eigen terrein voorspellingen doet is vergelijkbaar met zeggen: “Omdat mijn geloof wat anders zegt, accepteer ik wetenschap niet.” Op dat moment houdt namelijk het ‘zelf nadenken en concluderen’ op. Die houding mag u hooguit uzelf aanmeten, maar ze is in strijd met alle dagelijkse ervaringen. Anderen diezelfde visie opleggen is echter gelijk aan andere schade berokkenen zonder enig rationeel fundament. Dat heet dictatuur.
Tegelijk wil ik ook een misverstand direct wegnemen. Wetenschap verklaart weliswaar veel, maar lang niet alles. Vragen over betekenis, doel en existentie laten zich niet zo eenvoudig vangen in modellen en formules. Dat besef vraagt dus ook om bescheidenheid van wetenschap, en kritiek zodra wetenschap hier zélf buiten haar competenties treedt. We kunnen filosoferen, verkennen, verbeelden – maar wie hier absolute antwoorden claimt, maakt dezelfde fundamentele denkfout als vele religies: zekerheid veinzen waar onzekerheid de enige eerlijke positie is.
De beelden van de James Webb-telescoop helpen mij daarbij. Niet als bewijs voor iets religieus, maar als spiegel: onze nietigheid in tijd en ruimte. Dat besef maakt één houding rationeel verplicht: minder zekerheid, minder grote woorden, minder moreel overwicht.
En precies daar wringt het. Religies doen vaak het tegenovergestelde.
1. De relativering die religieuzen liever ontwijken
Er is één inzicht dat ik iedereen zou willen laten doorleven, omdat het zoveel religieuze pretenties ontmantelt: je religie is grotendeels het gevolg van toeval. Als ik als blanco kind in Teheran was geboren, was ik vrijwel zeker moslim geweest. In Varanasi hindoe. In de Biblebelt streng gereformeerd. In Den Bosch katholiek. Dezelfde persoon, ander boek, andere rituelen, andere “absolute waarheid”.
Dat is geen cynisme maar gewoon sociologie.
En dit inzicht is allesbehalve onschuldig. Het betekent namelijk dat jouw overtuiging niet vanzelfsprekend superieur is aan die van een ander. Ze is aangeleerd, contextgebonden en lokaal dominant – niet universeel waar.
Religies zijn:
- aangeleerd (via opvoeding en socialisatie),
- contextgebonden (geografie en geschiedenis),
- intern verdeeld (interpretatiestrijd),
- onderling strijdig (logisch onverenigbare claims).
Daarmee is de conclusie onontkoombaar: religieuze overtuigingen hebben geen epistemisch privilege. Ze kunnen persoonlijk betekenisvol zijn, maar ze zijn niet automatisch waar, niet toetsbaar en zeker niet bindend voor anderen.
Wie op basis van zo’n overtuiging toch de samenleving wil sturen – “dit mag niet, want mijn boek” – verplaatst een private premisse naar andermans publieke leven. Dat is geen mening. Dat is uitoefenen van macht.
2. Mijn grootste bezwaar tegen religie, in één zin
Ik kan mijn kernbezwaar tegen religie in één zin samenvatten, en ik blijf daar bewust bij:
Religie claimt morele wijsheid zonder bewijs of rationele aannemelijkheid, zonder consistentie en zonder verantwoordelijkheid voor haar maatschappelijke gevolgen.
Die claim botst op twee fronten.
a. De botsing met de waargenomen werkelijkheid
Religieuze uitspraken als “God is almachtig en God is goed”, laten zich niet verbinden met een wereld waarin willekeurig lijden, onrecht en toeval overheersen. Dat maakt een god niet automatisch onmogelijk, maar het ondermijnt wel het morele zelfvertrouwen waarmee religie vaak spreekt. Hij is dan óf niet almachtig of niet goed anders zou hij dit niet laten gebeuren. Ook “gebed werkt” en “dit is de bedoeling” zijn eerder voorbeelden van rechtspraken wat krom is, dan van enig onderbouwd argument.
Ik heb dat ooit bewust scherp gemaakt met een gedachte-experiment: een gelovige misdadiger die “gered” wordt, terwijl een ongelovige weldoener verdoemd zou zijn. Als je dat serieus neemt, wat zegt dat dan over rechtvaardigheid? Het punt is niet of dit letterlijk zo wordt geleerd, maar dat religie morele conclusies trekt uit aannames die moreel én rationeel rammelen.
b. God als verklarings-noodverband
Waar kennis groeit, krimpt het terrein waarop God als verklaring wordt ingezet. Bliksem, ziekte, kosmos, evolutie: ooit goddelijk mysterie, nu natuurwetten en modellen. Niet omdat God is weerlegd, maar omdat Hij als verklaringsmodel overbodig wordt.
Ik vind daarbij één verschil fundamenteel:
- Hoe beter ik menselijke creaties begrijp – muziek, techniek, wetenschap – hoe groter mijn bewondering wordt voor de creator.
- Bij God als verklaring gebeurt vaak het omgekeerde: begrip maakt de verklaring redundant.
Dit zegt niet “God bestaat niet”. Het zegt: wie God inzet als concurrent van kennis, verliest terrein bij elke stap vooruitgang.
3. Tolerantie is geen blanco cheque
In Nederland is tolerantie gaandeweg verworden tot een asymmetrisch contract. Religie mag kwetsen (“zonde”, “afwijking”), maar mag zelf niet scherp bevraagd worden (“respect!”). Religieuze claims mogen botsen met wetgeving, maar kritiek daarop heet al snel “intolerant”. Oh jee, als het over religie gaat mag je geen kritiek hebben want iedereen heeft recht op z’n eigen invulling van geloof. Dergelijke uitspraken zijn zeer onredelijk,. Natuurlijk mag iedereen zelf bepalen wat ie wel/niet gelooft, maar zodra er anderen mee worden geconfronteerd (de maat nemen) dat worden dit soort uitspraken niets anders dan morele chantage. Er is dan geen sprake meer van recht op tolerantie.
Tolerantie betekent: ik laat je bestaan.
Niet: ik bevestig jouw aannames.
Wie tolerantie eist zonder wederkerigheid, vraagt feitelijk om vrijstelling van kritiek. En wie vrijstelling van kritiek eist, wil geen samenleving maar een beschermde zone. Dát is volgens mij de actuele situatie van religies in Nederland. Het liefst een eigen afgezonderde eigen bubbel zonder bemoeienis van buiten. Maar intussen wel profiteren van de rechtstaat en een rol eisen in het landelijke bestuur? Dat is vergelijkbaar met de ‘buren’ t ócht de maat nemen naar jouw aannames! Hoe onredelijk kun je dan nog zijn?
4. Religieuze overlast is reëel – ook zonder extremisme
Problemen worden te vaak afgeschoven op “de extremen”. Dat is gemakzucht. Ook gematigde religie veroorzaakt structurele frictie zodra zij naar buiten treedt.
Ik heb dat gezien en benoemd:
- slogans en symbolen in de openbare ruimte (“Jezus leeft” langs de weg),
- het aannemen dat de rest van de aanwezigen jou de gelegenheid biedt tot bidden voor de lunch door een stilte in acht te nemen.
- het morele superioriteitsgebaar (“ik zal voor je bidden”),
- het gemak waarmee andersdenkenden als “onwetend” of “zielig” worden weggezet,
- het afsluitargument “omdat ik dat geloof” om daarmee elke discussie over wederkerigheid uit de weg te gaan.
Dit lijken kleine dingen, maar het werkt corrosief of de normen en waarden van anderen. Het normaliseert morele hiërarchie. En dát is precies de voedingsbodem waar extremere vormen op voortbouwen.
Hier is een cruciale scheiding nodig die vaak bewust wordt vervaagd:
functionele waarde ≠ waarheidswaarde.
Dat iets troost biedt, zegt niets over de waarheid ervan. Een placebo kan ook werken. Wie “religie biedt troost” inzet als argument voor publieke uitzonderingen, pleegt een intellectuele truc.
5. De kernverantwoordelijkheid ligt bij religieuze leiders
Het grootste probleem is zelden de individuele gelovige. Het probleem is het religieuze management: de infrastructuur van gezag, interpretatie en sociale controle.
Leiders:
- legitimeren dogma’s (“dit staat vast”),
- bepalen interpretaties (“dit bedoelt de Schrift”),
- normaliseren uitsluiting (“homoseksualiteit buiten de kerk”),
- blokkeren tegenspraak (“als de pastoor het zegt…”),
- externaliseren verantwoordelijkheid (“het staat geschreven”).
En dan het cruciale punt: wie leiding geeft, kan zich niet verschuilen achter teksten, maar neemt verantwoordelijkheid. Een preekstoel is een megafoon. Woorden hebben impact. Structuur heeft gevolgen.
Structureel niet ingrijpen bij discriminatie, intimidatie of radicalisering is geen neutraliteit maar medeplichtigheid. Ook wanneer het wordt verpakt als: “dat zijn de extremen, niet wij”.
Ik heb gezien hoe leiders pas na afstand – verhuizing, uittreden – beseften hoe gesloten en geestelijk verminkend hun wereld was geweest. Dat is geen incident, dat is een systeemkenmerk.
Ik begrijp heel goed het probleem van de gelovige die in een bubbel op de biblebelt of in een islamitische gemeenschap niet de macht heeft om zich te distantiëren van de daar geldende norment, waarden en ‘waarheden’. Het is hun gemeenschap. Zij ontkomen pas zodra ze hun omgeving verruild hebben voor een andere. Verhuizen dus… Maar… dat weet de predikant toch ook? Hij is zich toch heel bewust van de machtsuitoefening over die groepering? Houd die leiders dan ook gewoon verantwoordelijk voor álle normatieve gedragingen die zaken als uitsluiting, molest, framing en dergelijke oproepen. Zij zijn degenen die dit gedrag intern moeten veroordelen. De gelovigen zelf zijn hiervoor niet in de positie. Als je zonder schaamte in Oldebroek de waarde van de Nashville verklaring verdedigt en in jouw gemeenschap schrijven twee homo’s “dat ze weten dat ze in elkaar worden geslagen, alleen nog niet wanneer” (Stentor 2024), terwijl je zelf moet ingrijpt ter voorkoming van dat gedrag, dan is dat toch gewoon een misdaad?! Waarom mogen we dat niet gewoon ook zo benoemen?
6. De tolerante middengroep is geen excuus
De gematigde gelovige zegt vaak: “ik ben niet zo”. Maar dat begrijp ik eigenlijk al helemaal niet en het betekent ook zeker geen vrijspraak. Onbegrijpelijk, omdat je dus blijkbaar wel de regels en normen van een groepering accepteert, terwijl in diezelfde groepering ook richtingen zijn vertegenwoordigd die extremen op basis van dezelfde uitgangspunten wél gerechtvaardigd vinden? De lokale gemeenschap dicteert hier dus jouw waarheid en religie en je voegt je ernaar.
Gematigden legitimeren extremen door:
- stilzwijgen,
- wegkijken,
- vrijblijvende “niet namens ons”-verklaringen,
- voortdurende vragen om maatschappelijk begrip zonder interne correctie.
Hier ligt een ongemakkelijke waarheid: juist die middengroep is de sociale dekking voor ook de extremere standpunten. Als gematigden intern werkelijk corrigeerden, zouden extremen krimpen. Dat gebeurt te weinig, omdat groepsloyaliteit vaak zwaarder weegt dan waarheid of recht. Dit zou aan het denken moeten zetten…
7. Bestuur en religie: hier ligt een harde grens
Nederland is een rechtsstaat. Dat betekent dat publieke besluitvorming rationeel verdedigbaar moet zijn voor iedereen – ook voor wie jouw religieuze vooringenomenheid niet deelt.
Vrijheid van godsdienst is geen superrecht. Religieuze manifestatie mag worden begrensd waar rechten van anderen, veiligheid en gelijkheid in het geding zijn. Dat is geen vijandigheid, maar democratische noodzaak.
Mijn common-sense-vertaling:
- Privégeloof: vrij.
- Publieke macht: toetsbaar.
- Religeuze macht: toetsbaar.
- Wetgeving: geen “God zegt” als doorslaggevend argument.
- Onderwijs: geen vrijbrief voor kennis-ontzegging.
Een argument moet beoordeeld kunnen worden door iemand die jouw geloof niet deelt. “Mijn God wil het zo” is dus geen publiek argument, maar een privé-motief.
Een religieus argument moet ook beoordeeld kunnen worden daar waar het rechten van mensen, ook uit eigen kring, de maat neemt.
8. Bestuurlijke vervuiling in het klein: het ambtsgebed
Dat in sommige gemeenten nog steeds een ambtsgebed bij raadsvergaderingen hoort, vind ik veelzeggend. Bidden mag. Maar niet als onderdeel van formele besluitvorming. Daarmee maak je de overheid symbolisch partijdig.
Een raadszaal is geen kerk. Wie dat onschuldig vindt, onderschat wat symboliek doet in een pluriforme samenleving. Denk ook aan het hoofddoekje van Esmah LaLah in de tweede kamer. Dat is geen mooi teken van inclusiviteit maar corrosie van onze veiligheid-eis voor alle burgers! Bestuur en Religie dienen in alle publieke rollen gescheiden te zijn.
Een seculiere overheid is in ieders belang!
9. Onderwijs is het echte slagveld
Als religie ergens structureel schade kan aanrichten, is het in het onderwijs. Niet omdat geloven verboden zou moeten zijn, maar omdat een kind geen volwassen tegenspeler is.
Een kind kan:
- geen wereldbeeld vergelijken,
- geen groepsdruk pareren,
- geen sociale consequenties overzien.
Het kind is speelbal van de lokale macht op alle niveaus. De staat dient hier regels op te leggen aan activiteiten die het kind bewust belemmeren om op te groeien tot een competent medeburger. “Vrijheid van onderwijs” zonder stevige inhoudelijke normen is daarom riskant. Wanneer wetenschap, pluraliteit of mensenrechten worden ondermijnd vanuit dogma, is dat geen variatie maar kennis-ontzegging. Sch0len mogen een brede religieuze scope geven, maar geen voorkeur, zoals in veel gebieden wordt gebezigd.
10. Mijn persoonlijke positie – zonder omwegen
Ik zie religie primair als een puur menselijk construct die zekerheid biedt waar kennis ontbreekt (God of the gaps). Dat maakt haar begrijpelijk, maar niet waar of gezaghebbend.
Ik respecteer dus religie niet automatisch – respect impliceert instemming.
Ik tolereer religie – zolang zij haar plaats kent.
Mijn moeder was zeer gelovig en vond echte steun in haar geloof en ze was er van overtuigd het goede te doen door ons als kinderen die waarden meet te geven. Dat werkte zo voor haar en dat ontken ik niet.
Maar precies daarom zeg ik dit scherp: dat iets voor jou functioneert, maakt het nog niet ‘waar’ en zeker niet ‘normatief voor anderen’.
Daar ligt mijn grens.
Slot – herijking of blijvende frictie
Nederland heeft te lang gekozen voor “tolereren zonder discussiëren” en dan het liefst ook nog onder het mom van ‘respect’. Het resultaat is nu een gewoonterecht, privileges en gesloten werelden.
De herijking is eenvoudig:
- Geloof is privé.
- Effecten zijn publiek.
- Verantwoordelijkheid is niet optioneel.
Wie religie serieus neemt, moet haar kritiekwaardig durven vinden.
Wie leiderschap claimt, moet grenzen stellen – vooral intern.
Wie tolerantie vraagt, moet wederkerigheid bieden.
Zonder die herijking blijft religie geen bron van zingeving, maar een structurele spanningsfactor in een land dat al tot de rand gevuld is.
EPILOOG: ER MOÉT IETS VERANDEREN…
Er moet iets veranderen in de bewustwording bij vele leden in onze samenleving, daar ben ik van overtuigd. Ik ben er namelijk niet gerust op dat de problemen zich straks vanzelf zullen oplossen. Veel mensen lijden eronder, vaak zonder het zelf te beseffen.
Het primaire doel van mijn verkenning was om mijn eigen bewustwording vorm te geven en dat is natuurlijk geen maatstaf voor anderen of voor een route tot verandering. Om verandering teweeg te brengen, denk ik dat een mogelijk goede eerste stap is dat de overheid seculier bestuur als toekomstvisie omarmt (naar het Franse voorbeeld) en de dialoog op gang brengt. Niet om de rol van religie uit te hollen, maar om de onwenselijkheid van religieuze inmenging te nader te demonstreren.
Jeroen Teelen
31 december 2023
Bronnen (zoekwoorden) voor nadere afweging:
Richard Dawkins (wijs, empatisch maar heel duidelijk)
Hitchens (geciviliseerd, rationeel, betrokken maar duidelijk)
Niel deGrasse Tyson (astrofysicus, rationeel, empirisch)
Brian Cox (astrofysicus, rationeel, empirisch)

Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!