34 Nashvile? Je kunt nooit genoeg ageren tegen religie in de politiek!

11 januari 2019

Tennessee is een conservatief bolwerk van oudsher. De wet van Tennesse verbood b.v. ‘elke theorie die niet overeenkwam met het verhaal van de goddelijke schepping van de mens zoals de bijbel dat onderwijst’ (Apenproces, verbod op het onderwijzen van de evolutietheorie Butler Act in 1925). Tennessee was ook de bakermat (1866 in Pulaski) van de Ku Klux Klan. Al meer dan honderd jaren (en nog steeds!) een zeer extremistische gemeenschap dus waar wetenschap en waarheid ondergeschikt zijn aan geloof en predikant. Moet daar nu onze ‘wijsheid’ vandaan komen? Ik vind het persoonlijk de Christelijke variant op de IS-formule… een bedreiging dus voor de maatschappij. Dit laatste meen ik zeer serieus! Ook zij hebben de wens hun dogma’s over de wereld te verspreiden en hun normen tot wet te verheffen, ongeacht de inbreng van andersdenkenden. [...]  Verder lezen

33 Opa, waarom heb jij een spinnenweb in je neus?

4 januari 2019

30 december 2018, het was weer gezellig bij Sixties Alive (DOK-H2O) in de haven. Dat is typisch Dèventer… een vervallen havengebied wordt weer een hippe woonwijk en een lege schuur, wordt een van de leukste uitjes op de zondagmiddag met gratis live muziek uit de jaren zestig. Gelukkig maar eens in de maand want áls ik ga is dat de enige middag dat ik zondig tegen een ongeschreven regel en de nooit gedane belofte dat ik overdag geen biertje drink. ‘Ik ontkom er niet aan!’ heb ik mezelf gerustgesteld, dus ik heb het te accepteren. [...]  Verder lezen

32 De bezorger van dit blad wenst u…

27 december 2018

Wederom een prachtig jaar toegevoegd aan een geweldig leven… ik kreeg zelfs 10 kg te veel!
Oops…. Zo stiekem heeft ook 2018 weer bijgedragen aan de stapel die ‘levenservaring’ heet en ook 2018 heeft dus weer wat deurtjes open gezet in m’n bovenkamer. Trouwens, op deze leeftijd gaan er vaak ook al heel wat deurtjes dicht, maar gelukkig heb ik dat zelf nog niet door….
Een jongetje van een jaar of twaalf (bezorger van een of ander blad dat ik niet eens kende), belde zojuist aan om ons prettige feestdagen te wensen (z’n moeder keek toe vanaf de weg)… Hij overhandigde het wenskaartje met de opmerking: “Meneer wat woont u in een prachtig huis”. Natuurlijk hoor je dat wel eens van relaties maar zoiets zeg ik ook wel als ik bij hén op visite kom, dus ik heb me er nooit ongemakkelijk onder gevoeld. Dít maakte, door de kinderlijke eerlijkheid, echter wel echt indruk… Ik herkende mezelf in hem. Ik voelde me gelijk ongemakkelijk maar zei: “Je hebt helemaal gelijk! Wij vinden het ook zó geweldig dat wij hier mogen wonen.” Ik drukte hem vijf Euro in de hand omdat ik het altijd mooi vind als kinderen zich uitsloven om zelf wat binnen te harken en niet alleen maar teren op wat paps of mams ze toeschuiven. Tja, zo’n spiegel komt ineens binnen en je vraagt je onwillekeurig toch af of je je daar misschien zelfs een beetje ‘schuldig’ bij zou moeten voelen, ook al heb je er zelf hard voor gewerkt en het dus echt niet in de schoot geworpen gekregen. Je blikt even terug en beseft dat je hier zelfs al ruim dertig jaar woont en dus als broekie van begin dertig al… oeps… er gaat een lampje branden… Wat moeten de mensen destijds wel niet gezegd of tenminste gedacht hebben? En nee, ze hebben geen gelijk gekregen want we wonen er nog steeds. [...]  Verder lezen

31 Wel of niet je mond opendoen?

21 december 2018

Spreken is zilver en zwijgen is goud, is het spreekwoord… Het zal u niet verbazen als ik meld dat naar mijn bescheiden mening vaak het omgekeerde waar is… Niet altijd, maar over het algemeen wel…
Niet je mond opendoen betekent dat je in ieder geval geen verandering teweeg brengt. Je was er niet… het water in de vijver van de realiteit heeft door jouw aanwezigheid op deze aarde niet gerimpeld… Je hebt geen inhoudelijke meerwaarde gehad en, al of niet onder het mom van de ‘bewaarde vrede’, alles altijd voor zoete koek geslikt…

Wel je mond opendoen wakkert het gesprek of misschien zelfs de discussie aan en zelfs als je achteraf constateert dat je op je mening moet terugkeren, was het zinvol… Je hebt iets geleerd! Het kan ook zijn dat er ondanks jouw inbreng niets verandert, maar dan is er in ieder geval een mening geventileerd, een gesprek gevoerd maar een andere afweging gemaakt.
Dáár ben ik vóór. Voer de discussie, niet om je gelijk te halen maar om het gedeelde fundament van de conclusie te vergroten en begrip te krijgen voor de argumenten die tot afwijkende conclusies kunnen leiden. Vooral als je het niet met elkaar eens bent biedt het een kans om de mening van de ander en/of die van jezelf te nuanceren..Tóch blijft het voor mij een eeuwig dilemma want ik heb m’n mond soms net wat té snel open en dat kan dan ook heel fout uitpakken zoals het onderstaande waargebeurde voorval….

Het was zo’n gezellige begrafenis waar een oude oom of tante wordt begraven die er ook echt aan toe was. Zo’n begrafenis waar de gehele familie elkaar weerziet, inclusief de neven en nichten die je al een eeuwigheid niet hebt gezien. En daar stond ze, vlak voor me… een nichtje, uitgegroeid tot een volwassen vrouw. Ik had geen idee hoe oud ze inmiddels was en ik had er ook al jaren niet meer gezien. We waren nog redelijk jong en met een enthousiaste blik riep ik van achteren: “Hé Ans, zwanger? Gefelici….”… “Nee” was haar reactie en onmiddellijk vulde ik aan met “…dan ben je te dik…”. Dit is waar gebeurd, alleen heeft ze in werkelijkheid natuurlijk een andere naam maar op zo’n moment wens je jezelf natuurlijk op een andere planeet. Een grinnikende rij en een dikke por van mijn vrouw bevestigde dat ik dit toch echt had gezegd en niet had gedroomd… Laatst kwam ik haar weer tegen en we kunnen nog steeds goed met elkaar natuurlijk maar toch…

Spreken met gevoel voor de belevingscontext… empathie…  Niet iedereen kan dat en omdat ik redelijk ad rem ben kan dit ook tot zeer ongewenste gevolgen leiden. Ik krijg nogal eens een veeg dat ik onvoldoende rekening houd met de ander en dan (veel) te direct ben.  Ik ben ervan overtuigd dat zij… (inderdaad, meestal is het mijn vrouw) volledig gelijk heeft. Ik ben te veel met de redenering of het onderwerp zelf bezig ben en te weinig met de actuele sociale context en dat is vaak niet de meest handige basis om iets te bereiken. Je kunt een gesprek dan ook volledig doodslaan. Ik heb een keer een blunder gemaakt die me dat heel goed heeft ingewreven. Het was zo’n gemiddelde ‘verjaardagsdiscussie’ en er werd een ‘kort door de bocht opmerking’ gemaakt door een van de dames waarvan ik bij mezelf onmiddellijk dacht “Wat een onzin!” (ik had wel een klein beetje verstand van het onderwerp, dacht ik). Gelukkig net op tijd op m’n tong gebeten om dat er niet gelijk ook zo uit te flappen zei ik wel: “Wat een bijzondere gedachtegang, wat is jouw achtergrond?”. Als je nu zegt dat dit wel een heel doortrapte opmerking is dan heb je helemaal gelijk, want daar had ik al lang een beeld bij (ik besef dat dit op zich ook al helemaal fout is natuurlijk, maar ja het was nu eenmaal zo). Met een rood hoofd zei ze  “Schoevers” en ik weer: ”Oh sorry, maar ik dacht dit is zo tegen alle logica in, ze zal er wel écht verstand van hebben”. Hoe stom kon ik zijn? Er is natuurlijk niets mis met secretaresses, maar achteraf vond ik het bijna knap van mezelf dat ik blijkbaar in staat was geweest om met één opmerking iemand volledig de mond te snoeren en de hele zaak gelijk helemaal dood te blazen. Geen gesprek meer mogelijk, alle poppetjes terug in je hok en op naar het volgende onderwerp. Ik schaam me er diep voor en wil zoiets écht niet want ik stel ook veel liever een ‘slimme’ vraag, maar dit overkomt me dus wel met enige regelmaat. Ik denk dat we vroeger veel meer van ‘mijn soort mensen’ hadden, want anders was het voornoemde spreekwoord er nooit gekomen… 

De sneer met OPZET? Soms ben ik wel met opzet hard en dat is vooral wanneer ik denk dat er een incompetente ‘leider’ aan het roer staat die alle zelfkritiek is verloren en blind acteert vanuit z’n status. Wim Eijk vind ik inderdaad een mooi voorbeeld op landelijk niveau maar ook een niveau daaronder zijn er helaas vele. Ook de ING – commissarissen (blog 23) die vinden dat de salarissen aan de top niet hoog genoeg zijn, zijn in mijn ogen mensen die niet op zo’n positie thuis horen. Omhooggevallen  ‘oud geld’ waarschijnlijk. Ze voelen zich vervolgens gekwetst, maar ook daar heb ik dan een broertje dood aan. Als de realiteit als kwetsend wordt ervaren, wie heeft er dan een probleem? De realiteit? Ik zoek het niet op, maar ga het dus ook zeker niet uit de weg, ongeacht de positie of status. En als ik zelf zo’n stomme fout zou maken?… dan verdien ik niet anders en heb ik recht op dezelfde behandeling dunkt me… dus schroom niet!

Betrouwbare Politicus?
Soms kom je er niet omheen om je mond open te doen terwijl je dat eigenlijk zelf niet eens wilt. Ik zag laatst iemand van de ChristenUnie op TV in een of ander programma en hij moest onmiddellijk antwoorden op een aantal dilemma’s. Eén er van was de vraag: Schepping óf Evolutie… Hij antwoordde zonder blikken of blozen “Schepping”. Dit, terwijl er inmiddels zoveel bewijs is geleverd dat deze keuze niet te verenigen is met de wetenschappelijke argumenten inzake evolutie (Vondsten maken een schepping niet aannemelijk. Benodigde genetische diversiteit sluit de mogelijkheid van een schepping zelfs uit!). De vraag “ronde of platte aarde?” had ongetwijfeld ook ‘plat’ opgeleverd. In zo’n geval heeft ratio dus geen invloed en je kunt het gesprek wellicht maar beter beëindigen. Er is niet mee te praten, want daar is bij deze persoon geen ruimte voor door oprecht geloof of door de sociale druk die iemand ondervindt. Als de sociale druk het meest debet is (dat leek me in dit geval evident), dan heb je aan zo’n politicus dus ook helemaal niets want dan staat hij niet achter z’n woorden. Het is misschien een  politieke kunst om die persoon in een democratische context toch een plek te geven maar  dat zou mij persoonlijk bijzonder veel moeite kosten. In mijn zwakte schiet ik diegene met regelmaat volledig af, niet zozeer omdat ie iets gelooft maar omdat ie een wetenschappelijk aangetoond fenomeen bestrijdt of in het ergste geval iets anders zegt dan hij denkt (volgens mij was dat hier aan de orde). Mijn conclusie is dan ook; Ik ben niet geschikt voor een politiek gevoelige situatie…Tegelijkertijd zou je je ook kunnen afvragen of er binnen de politiek, waar je beslissingen rationeel moet kunnen toelichten überhaupt ruimte moet zijn voor religie? Zelfs voor een fatsoenlijke moraal (het spreken van de waarheid) is religie blijkbaar geen voorwaarde want dan zou de sociale druk geen invloed mogen hebben op je verkondigde overtuiging of het accepteren van wetenschappelijk bewijs. Ook daar ligt dus niet een exclusieve toegevoegde waarde.  Mijn conclusie…; Ban de religie uit de politiek. Daar wordt ze betrouwbaarder van!

Jeroen Teelen 2018

0405021 /1961

29 Wat ga je studeren als je later groot bent?

7 december 2018 

Als kind al vond ik alles interessant dus je kon me eigenlijk voor heel veel dingen enthousiast maken. Ik was echter nergens een echt groot talent in. Je hoort me echt niet klagen hoor want ik ben zeer tevreden, maar het was gewoon zo. Rond om me heen was het niet veel anders. Die echte kind-talentjes kom je (misschien zelfs maar gelukkig ook) heel weinig tegen. Zelf kende ik er geen. Sport vond ik wel aardig maar vooral omdat je dan geen taal of rekenen had, maar dat het me echt interesseerde? Nee, eigenlijk niet… Ik vond het prachtig als iemand iets goed kon hoor, balletje hooghouden of zo, maar ik zou het niet in m’n hoofd halen om dat zelf te gaan oefenen. Het enig opvallende dat ik mezelf herinner als bijzonder, was dat ik als kind van vier, vijf, zes (weet ’t niet precies) toch echt wel viel voor de piano van oma. Of ik er ook wat van bakte? Nee natuurlijk, maar ik kon (en kan nu nog steeds) genieten van bijvoorbeeld het simpelweg indrukken van één toets en dan luisteren hoe het geluid zich in tijd en ruimte ontwikkelt en hoe het langzaam uitsterft en onderdeel van je wordt… Heel gek, maar een simpele toon uit een instrument heeft zoveel meer dan bijvoorbeeld een simpele elektronische toon en dat horen is al een ontdekking op zich. Mijn moeder speelde vroeger piano en dus kwam er een bij ons thuis. Ik was toen een jaar of 6 denk ik. De desillusie van de pianolessen van destijds maakte dat ik na drie maanden afhaakte op de muziekschool en dat voelde als een bevrijding. Dat weet ik nú nog… Ik speelde elke dag liedjes na van de radio, maar de stukken uit de boekjes, daar had ik een broertje dood aan.

Op school ging het wel aardig en volgens juffrouw Bruinenberg ‘kwam ik er wel’ maar zo’n genie was ik nu ook weer niet hoor dus ik viel meer op door kwajongensstreken (ik zat liever op het dak van de school dan in de klas) dan door hoge cijfers. Het feit dat ik me niet gauw uit het veld liet slaan en altijd wel de discussie aanging was, zo werd me pas veel later teruggekoppeld, meer dan gemiddeld maar dat is mezelf vroeger eigenlijk nooit echt opgevallen.
De literatuurlijst op de middelbare school heb ik nooit begrepen want het lezen van een roman vond ik sowieso zonde van de tijd. Je werd er, volgens mij, niet wijzer van. Biografieën over wetenschappers vond ik wel weer geweldig, maar ja, die mochten dan weer niet. Een rare wereld…

Het maken van een schilderij was voor mij slecht bestede verf, want een huis schilderen was veel zinvoller. Kunst (buiten muziek) was bij ons thuis dus niet echt een item. Hard werken en studeren wel. Het dilemma Conservatorium of HTS heeft maar heel even bestaan. M’n moeder gaf aan dat je wel héél goed moest zijn wilde je met een conservatoriumopleiding een fatsoenlijke boterham kunnen verdienen en ik kende bij ons in de stad twee jongens die, weliswaar iets ouder, technisch beter speelden dan ik. Omdat ik toch wel echt voor een tien ging, viel dat conservatorium alleen om die reden voor mij dus al af want muziekleraar worden wilde ik echt niet en dat leek me in zo’n geval het enige alternatief.

Zo’n toekomstbepalende keuze maak je natuurlijk met je kennis van dat moment, aangevuld door inbreng vanuit je directe omgeving. Ik ben achteraf heel erg tevreden met de weg die ik uiteindelijk gevolgd heb maar ik denk nog regelmatig terug aan het moment dat die keuze voorlag. Ik ben namelijk nog steeds nieuwsgierig wat er van me terecht gekomen zou zijn als ik wél naar het conservatorium was gegaan. Muziek maken is bij mij gelukkig altijd in de schaduw blijven staan van m’n dagelijkse werk. Het is op latere leeftijd zelfs op een heel redelijk niveau als dirigent hoofdmoot geweest van m’n tijdsbesteding en ik had er, zo bleek achteraf, zelfs m’n boterham mee kunnen verdienen. Muziek is ook nooit echt weg geweest, ook niet toen ik m’n eigen bedrijf begon. Nu nog, tijdens vakanties, ga ik nog steeds graag even in kerken kijken of er een mooi orgel staat en of ik er misschien op mag spelen. Spelen in kerken doe ik (als Agost) op aanvraag trouwens nog steeds en verder ben ik toetsenist in twee bandjes. Bij toeval (gebrek aan beter) ben ik op m’n 19e ook gaan dirigeren. Eerst een jongerenkoor, daarna een PopKoor en nog later een kerkkoor (10 jaar ad interim!). Dat alles bij gebrek aan een echte dirigent natuurlijk, maar toch wel met enig succes.

Ik had het ‘geluk’ dat ik op m’n 48ste door de bloedbank werd geweigerd vanwege een te hoge bloeddruk. Ik heb toen bewust een tijdje rustig aan gedaan en dat beviel me zo super dat ik mijn bedrijf vervolgens heb overgedaan aan m’n collega die het overigens nog steeds prima runt. Voor mij zelf kwam er toen de ruimte om met dat dirigeren een stap te maken. Eerst een amateur-Mozart-project (KV275) waarvoor iedereen zich kon inschrijven en waarmee we na een jaar repeteren een paar aardige amateur-concerten konden geven. Ik was onbewust redelijk bekwaam, want het resultaat mocht er zijn, zonder enige professionele training vooraf. Gabriëlla’s sang uit de prachtige film ‘As it was in heaven’ was het veel beluisterde ‘toetje’. Toen ik werd gegrepen door het Requiem van Mozart (KV626) had ik dus wel een probleem. Al met al heb ik me vier jaren ingeleefd en voorbereid, 25 uitvoeringen bekritiseerd en mijn beeld van het stuk tot in de puntjes uitgewerkt… (hoe ik het wilde hebben en waarom…). Zo’n stuk kun je niet doen met ongeoefende zangers en een amateurorkest dus van de 240 aanmeldingen bleven er na audities (dank aan zangpedagoge Ans Booy) 100 echt goede zangers over (er zaten zelfs twee beroepsdirigenten in m’n koor) en ik liep dus echt wel op m’n tenen. Ook zo’n beroepsorkest is iets dat je niet zomaar doet. Je hebt één repetitie vooraf en je moet dus wel de ‘taal van het orkest’ spreken om onmiddellijk duidelijk te maken wat de bedoeling is. Het gebaar van het moment moet de juiste sturing geven want anders gaan ze gewoon hun eigen gang… Ik ging ter voorbereiding bijna een jaar lang wekelijks naar vier bekende Nederlandse dirigenten voor privé-les en naar cursussen op het Conservatorium in Utrecht. Daar ging voor mij een wereld open. Ik voelde me er (net als op de HTS en UT trouwens) helemaal thuis en wilde er letterlijk wel een tentje opslaan in de tuin om er elke dag te kunnen zijn. Volgens mijn vrouw kwam ik elke avond ‘stuiterend’ thuis. Kortom, de wereld van de muziek was achteraf voor mij misschien ook wel een goede keuze geweest want het beroepsorkest heeft me meerdere malen gevraagd om als dirigent meer projecten met ze te gaan doen. Misschien had ik dus best een bovengemiddelde dirigent kunnen worden maar ik was me van die mogelijkheid destijds helemaal niet bewust. Het Avé Verum van Mozart gaf me vleugels als dirigent… laten zien hoe je toch een stempel zet op een stuk dat men niet gewend was om zo te spelen… Dát is wat ik in dát werk (dirigeren) geweldig vind…

Nu gaat het natuurlijk allemaal niet om de ‘optimale carrière’, voor zover zoiets al mogelijk zou zijn maar het kan dus wel zomaar zijn dat je op basis van te beperkte gronden een heel ongelukkige keuze maakt en dat lijkt me dus op z’n minst erg jammer. Ik weet dat de keuze voor mij destijds bijvoorbeeld binnen één avondje geregeld was… dus… dat dit nu zo’n evenwichtige afweging is geweest… nee! Hoewel, twee carrières in één leven is blijkbaar ook niet onmogelijk! Nee, drie zelfs wel want op dit moment ben ik ook ‘inval vrachtwagenchauffeur als het mij uitkomt’ bij een transportbedrijf. Ook superleuk trouwens, maar wel weer iets heel anders… Ik besef dat ik wel erg veel geluk heb gehad dat het allemaal is gegaan zoals het is gegaan, maar ik wil voor de jongere die dit leest vooral aangeven dat een iets bredere oriëntatie/voorlichting dan alleen het thuisfront zich misschien dubbel en dwars terugverdient. Dat is dus één van die dingen die tijd mogen kosten en een bredere afweging waard zijn… want dit soort keuzes maak je normaliter maar zelden…

Jeroen Teelen 2018 (nog steeds een gelukkig mens)

0405021 /2010

 

28 Waargebeurde ervaringen van Sinterklaas…

30 november 2018

Deze Sint heeft in de afgelopen 30 jaar toch wel wat bijzondere verjaardagen meegemaakt… een paar kleine voorbeeldjes (zou er een boekje mee kunnen vullen trouwens).  

1) Sinterklaas versieren… [...]  Verder lezen

27 Gezellig thuis bevallen? Stel dat er tóch onverwacht iets mis gaat, waar ben je dan liever… thuis of tóch in het ziekenhuis?

23 november 2018

Nee, ik wil heel graag thuis bevallen…
Ik heb een lieve schoonzus van 68. Ze ziet er uit alsof ze nog vijftig moet worden en da’s geweldig natuurlijk maar toch zou ik niet graag met haar willen ruilen. Zuurstoftekort bij de geboorte heeft haar hersenen beschadigd zodat bijvoorbeeld fijne motoriek maar ook lopen, praten et cetera allemaal traag en alleen met heel veel moeite gaan. Ze is dus lichamelijk en geestelijk beperkt. Ze heeft een rolstoel, een scootmobiel, een spraakcomputer (die ze door haar spasmen niet goed kan bedienen) en wij gaan iedere zondag met veel plezier naar haar toe maar dat maakt de situatie natuurlijk niet wezenlijk beter. Ze woont in een zorgcentrum en heeft haar leven lang een heel groot probleem. Dat gun je niemand en zeker je eigen kind niet dunkt me. Dat alles door een kleine stommiteit of omissie bij de bevalling en dat kan natuurlijk altijd en overal gebeuren. Zij is op zo’n moment niet de enige met een probleem, ook het gezin waarin ze geboren is heeft er de rest van hun leven mee te dealen. Daarnaast nog de maatschappelijke lasten in termen van zorgvraag, kosten et cetera.

Toch hoor ik nog steeds aanstaande moeders zeggen dat ze graag thuis willen bevallen omdat de zwangerschap zo goed gaat (alsof het een de voorwaarde is voor het ander), het veel romantischer is en ze willen geen gedoe. Ik ben wat dat betreft wel een boer want ik flap er dan vervolgens recht voor z’n raap uit dat je dan dit risico neemt met je kind en dat je niet zou moeten willen. Vervolgens, dat het ziekenhuis (waar m’n eigen kinderen trouwens zijn geboren) ook een superfijne omgeving kan zijn om toch op een hele mooie manier je  gezinsuitbreiding te vieren, en juist helemaal geen ‘gedoe’ is maar eerder gemak. Ik voel een soort plicht mijn ervaring te delen en hen duidelijk te maken dat je onnodig risico’s loopt en dat je met eventuele gevolgen de rest van je leven moet dealen, nog even los van wat je je kind aandoet. Ik ben ook geschrokken van het aantal dat hierover niet eens heeft nagedacht. Wij stimuleren hier als gemeenschap dus ook geen voorkeur.

Natuurlijk heb ik artikelen gelezen over dit onderwerp en het is opvallend dat voornamelijk baby-sterfte het criterium in de afweging is. Het ‘ongelukje’ met mijn schoonzus speelt dus blijkbaar in de opinievorming niet eens een rol en dat lijkt me op z’n zachtst uitgedrukt niet volledig. Helemaal verbaasd ben ik over een artikel van prof. Simone Buitendijk lees (2010 en ook later nog) waarin het thuis bevallen zelfs wordt gekoesterd! Ook hier weer de discussie over de interpretaties van baby – sterftecijfers en de wijze waarop andere landen de registraties doen zodat vergelijken problematisch wordt en zo maar foute conclusies worden getrokken. Dát begrijp ik natuurlijk wel. Daar zal ze dus heus een goed argument hebben, maar daarmee beschouwt ook zij het ‘ongelukje’ bij mijn schoonzus dus als geen element in de afweging terwijl ik denk dat het dat wel zou moeten zijn.

Citaat Simone: ‘Vrouwen die thuis willen bevallen, zijn het meest tevreden over hun bevalling. Ik denk dat we met zijn allen, dus ook de gynaecologen, het systeem van thuis bevallen moeten omarmen, en er trots op moeten zijn dat het in Nederland kan. De Canadezen, Australiërs en Amerikanen kijken naar Nederland als voorbeeld, terwijl we hier intussen van die enorme debatten hebben over de thuisbevalling. De discussie moet gewoon eens een keer ophouden, want de risico’s zijn laag en het is voor vrouwen een groot goed.’

Haar argumenten vóór thuis bevallen vind ik, netjes geformuleerd, onbegrijpelijk: 

Moeten we trots zijn omdat we onnodig risico’s nemen? Die risico’s zijn misschien gering… maar besef dat de eventuele gevolgen gigantisch kunnen zijn! Een kort feel-good bevallingsmomentje thuis kán je hele gezin en zelfs je hele familie een levenslange handicap opleveren! [...]  Verder lezen

26 Dèventer… monocultuur aan de IJssel?

16 november 2018

Ik denk dat vrijwel alle wat oudere Deventernaren het stempeltje nog wel kennen… Als je ergens meldde dat je in Deventer woonde kreeg je steevast als antwoord “Moskou aan de IJssel”. Ik ben er zelf geboren en getogen en nog steeds een groot liefhebber van die stad. Mijn vrouw is als jonge import hier gekomen en heeft eigenlijk ook bijna haar hele jeugd in Deventer beleefd. Ons eerste eigen huis was, eind jaren zeventig, een toen nog redelijke middenstandswoning aan een drukke straat (Veenweg 89). Het was eerst van mijn grootouders en daarna van mijn oom en tante geweest. De verbouwing deden we zelf dus die kwam nooit af… een dankbaar onderwerp voor verjaardagsfeestjes natuurlijk en een rechtvaardiging voor mijn gereedschapkooplust, dus je hoort me niet klagen. Na bijna tien jaren woonplezier nog steeds zonder plinten langs de vloer en met missende raampjes in sommige (nieuwe) deuren kwam er eind jaren tachtig de behoefte om, met de kinderen (toen vier en twee), toch te verhuizen naar een wat ruimer huis (ik heb veel hobby’s). M’n insteek is altijd geweest: “Ik wil best een keer verhuizen, maar dan ook in één keer goed”. Dat ge-hop dat we sommigen zagen doen was niets voor ons… We hebben vervolgens twee jaren, of nog iets langer, alles in Deventer bezocht dat te koop was, gekeken naar ontwikkelplannen, maar helaas…

Toen m’n moeder op een ochtend belde dat er een prachtig stukje grond te koop was op een mooie locatie in Twello waar we zelfs ons eigen ontwerp konden realiseren, hebben we dat gekocht en er vervolgens een mooi huis op gebouwd. Inderdaad… met heel veel hobbyruimte…

Omdat ik door mijn Teleac computercursussen blijkbaar toch wat bekendheid had gekregen (je had toen maar twee zenders dus je kon er ook niet omheen…) werd ik tijdens een bezoek aan de Deventer schouwburg aangesproken door onze toenmalige burgervader Cees Waal. Hij kwam naar me toe en zei: “Jeroen, ik heb gehoord dat je gaat verhuizen naar Twello. Waarom?”. Ik flapte er uit dat we inderdaad lang hadden rondgekeken in Deventer omdat we er graag wilden blijven maar we hadden ontdekt dat als je premie A zocht, je keuze genoeg had. Premie B werd al iets moeilijker en premie C was vrijwel onmogelijk. “Wij willen graag premie H dus moéten we de stad wel uit” was mijn reactie. Hij lachte… maar ik zei er achteraan dat het partij-ideaal op deze wijze wel leidt tot een monocultuur en dat me dat niet goed leek voor de gemeenschap. Ik heb hem daarna niet meer gesproken en hij heeft vast heel veel betekend voor de stad, maar op dit punt… Gelukkig herkende ik deze houding niet meer in de latere Deventer burgervaders, James van Lith (ook PvdA trouwens) en Andries Heidema (CU). Zij hebben er (samen met de lokale initiatieven en politiek natuurlijk) weer een mooie gemêleerde stad van gemaakt, maar je proeft en ziet nog steeds de gevolgen van het mono – beleid dat er destijds was. De terrasbingo is niet voor niets in Dèventer bedacht (64 velden met opschriften over voorbijgangers als; veel te dik, zwanger en rokend, T-shirt boven bierbuik uit, etc. etc.).

Een prachtige stad dus… en achteraf blij dat de tijd op momenten ook even heeft stilgestaan en er op momenten bijvoorbeeld geen geld was om (achteraf bezien natuurlijk) domme dingen te doen met het erfgoed. Helaas hebben we Huize Louise en hotel de Leeuwenbrug er niet mee behouden, maar het Bergkwartier heeft het, dankzij particulier initiatief overigens, gelukkig wel overleefd. Was dat er niet geweest dan waren de middeleeuwen (het hele ‘Dickens’-Bergkwartier) grotendeels uit Deventer verdwenen. Het is een beetje makkelijk om nu met een vingertje naar de politiek of ambtenarij te wijzen, maar het betekent wel dat er soms meer dimensies aan een onderwerp zitten dan slechts een financiële, functionele of politieke. We moeten altijd extra voorzichtig zijn met irreversibele stappen als het gaat om onze mooie binnenstad. Ik ben niet rechts of links en ook nooit lid geweest van een partij want ik ben er van overtuigd dat je bestuurlijk soms een linkse moet uitdelen en soms een rechtse (voor wie daar dan toch aan hecht). Maar ja, mijn insteek (partijloos) is niet aan de macht dus we moeten het doen met partijen en dus ook dealen met partijbelangen. Dat vind ik eigenlijk wel jammer want partijbelangen stroken lang niet altijd met het belang van de gemeenschap, en daarvan zijn voorbeelden te over! Het lijkt me veel meer van belang dat je vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid, luistert naar wat er leeft in de gemeenschap en oprecht probeert de benodigde wijsheid te mobiliseren (niet eens per se uit eigen gelederen) om de juiste beslissingen te nemen. Misschien komt dat er ooit wel van of misschien zijn we inmiddels al bijna zover maar die wijsheid heb ik, zeker toen, node gemist. Ook onlangs heb ik nog meegemaakt dat een partij in de krant opzettelijk onzin verkondigt…  “Anders komen we niet in het nieuws”, was de letterlijke reactie van de fractievoorzitter toen ik daar vragen over stelde! Dat de kosten die je dan als consequentie maakt wel door de burger moeten worden betaald, werd blijkbaar als minder belangrijk beschouwd en er waren zelfs ambtenaren vonden dat ik daar niet zo moeilijk over moest doen want “dat hoorde bij het politieke spel”. Ik vind dat zeer verwerpelijk. Er was dus geen enkele motivatie naar de samenleving, slechts een egoïstische naar de eigen partij en dat gevaar ligt bij partijen ‘natuurlijk’ altijd op de loer. Maar ik dwaal een beetje af…

Het belangrijkst voor de gemeenschap lijkt me wel het behouden van álle niveaus en denkrichtingen in een stad, dus de pluriformiteit. Je hebt elkaar nodig, ook de  ‘levensgoeroes’ (Joshka’s), de ‘dorpsgekken’ , de culturele verenigingen en zelfs de ‘buiten-de-lijntjes-kleurders’. Ze zijn, naast de functionele groeperingen die sowieso noodzakelijk zijn, allemaal belangrijk om een leuke leefbare gemeenschap te behouden. Ik hoop dat onze Raad, naast het nemen van verstandige beslissingen, er dus ook vooral voor waakt dat er ooit nog weer een blunderende mono-gedachte (vanuit welke partij dan ook) de boventoon kan gaan voeren en dat een overtuiging van gezamenlijke bestuurlijke verantwoordelijkheid het voortaan altijd mag winnen van een partijbelang.

Jeroen Teelen 2018 (Deventenaar in hart en nieren, maar nog steeds woon(pr)achtig in Twello) 

0405021 /1880

25 Bestaat Sinterklaas nu eigenlijk wel of niet?

9 november 2018

Elk jaar als ik op 5 december ‘s morgens rond 6.00 u. weer bij Grime-atelier Bessels aan de Rielerweg in Deventer het pand binnenstap, weet ik het helemaal zeker; Hij bestaat écht! Sterker nog, hij heeft veel, héél veel broers die er precies zo uitzien als hij. Dat komt goed uit want van elk kledingstuk hebben ze er daar tientallen aan de haak hangen of in de kast liggen. Sint is natuurlijk heel blij met zo’n grote familie want zonder die broers kan hij anders natuurlijk nooit al die scholen op één ochtend bezoeken. Van je familie moet je het dus inderdaad maar hebben in dit geval. Een héél enkele keer heb ik zelfs een zus gezien die in de Sintkleren ging, compleet met baard en haardos maar die herken je natuurlijk onmiddellijk want daar zit de buik veel te hoog… dus dat is natuurlijk gewoon een nepperd! Ik ga er zelf van uit dat dit dus ook een grapje was want Sint heeft op zich een zeer serieuze taak.

Door de jaren heen heb ik de meeste broers wel een beetje leren kennen. Je zit namelijk zo een half uur op de wachtstoel met al die drukte en dan nog eens een half uur in de grimeerstoel. Allemaal mensen die onbevangen, met een open blik, veel humor en vol verwachting in de stoel gaan zitten en sterke verhalen delen over belevenissen van vorige jaren… Het is vroeg, héél vroeg in de ochtend en de eerste Sint (in vol tenue en volledig in de rol) grapt… “Is de Sint eigenlijk getrouwd?” er is altijd wel iemand die “Nee!” zegt en dan de opmerking “Gelukkig, dan ben ik dus toch niet vreemd gegaan vannacht…”. Dat is wel een beetje de onderkant van het niveau Sinten, maar ik héb meegemaakt dat zelfs een intellectuele Sint uit de bocht vliegt op z’n verjaardag. Ook zijn er elk jaar weer Sinten die aangeven nu toch écht de pijp aan Maarten te gaan geven, maar het jaar erop blijkt steeds weer dat Sint Maarten al meer dan een jaar niet gezien natuurlijk. Kortom, eenmaal geraakt door het pepernotenvirus raak je het nooit meer kwijt. De grote pot koffie die al sinds vijf uur klaar staat, de grote bak met “diabetes type 2 noten” die vrijwel alleen door de pre-Sinten wordt geplunderd (dat kan namelijk nog zolang de baard er niet aan zit) zijn hier natuurlijk mede debet aan.

Sinten zitten bij Bessels in een heel andere ruimte dan Pieten, dus ik begrijp die zwarte Pieten discussie best. Niet iedereen kan ten slotte een echte zwarte Piet zijn. Die discussies zijn pogingen om alle zaken die zich écht onderscheiden van het gemiddelde, weer te vereffenen tot het gemiddelde… en… er zijn altijd tegenstanders, wat je ook doet. Ik zou me er dus niet te druk om maken als iemand roept dat zwarte Piet niet langer kan en dat zelfs een witte Kerst, een zwarte zaterdag of een blauwe maandag ter discussie zouden moeten staan. Discrimineren betekent onderscheid maken en het is historisch bewezen dat dit van groot belang is voor het voortbestaan van onze soort. Als je bijvoorbeeld iedere avond een zwarte Piet pakjes in de schoorsteen ziet gooien is het toch niet meer dan logisch dat je de associatie “zwarte Piet” met “Gooien van pakjes in Schoorsteen” legt? Volgens de normen van onze samenleving mag dat echter niet meer want dan discrimineren we. We moeten dus elke keer opnieuw verrast zijn dat het inderdaad weer zwarte Piet is die de pakjes door de schoorsteen gooit… Het doet me denken aan de verzorgster in het huis voor demente bejaarden die… Leren is blijkbaar niet langer toegestaan… 

Trouwens, ook qua kleur doen we het al vele jaren geweldig. De vele blauwe Pieten (avondploeg) doen het al vele jaren vrijwel net zo goed als de ouderwetse zwarte… dus dat onderscheid mag ook al weg. En, ook al zouden we het Sinterklaasfeest vanuit een multiculturele context wellicht nu niet meer in deze vorm bedenken (vele kleuren Pieten is ook niet verkeerd, maar wel ff wennen), dan betekent dat toch niet dat we daarmee heel krampachtig onze cultuur landelijk en per vandaag moeten verloochenen? Maak je niet druk, Sinten worden echt niet achtergesteld! Het worden natuurlijk nooit echte bruine, blauwe of zwarte Pieten, net zo min als niet iedereen vrachtwagenchauffeur kan zijn maar sommigen zich moeten opofferen om ons land te besturen of om dokter te worden. Maar ik dwaal af…

Het is raar wat het met je doet, die grime… De mantel heeft nog niet zoveel impact maar als ik Sint in de spiegel zie ontstaan met de baard, de snor, al dat haar en met z’n rode bril op de neus…  dan merk ik pas dat m’n stem ook ineens is veranderd… en dat geldt niet alleen voor mij maar voor iedereen die deze metamorfose doormaakt. Het wordt ook ondersteund door Ton en Joke, de (hoofd)grimeurs, want je wordt ook door hen steevast met Sint of Piet aangesproken (altijd fijn als blijkt dat ze je naam kennen). Trouwens, wist u dat midden op het haar een drukknoop is geïmplanteerd om het keppeltje op vast te klikken? Het nut van een Tattoo, een veiligheidsspeld door je oor of een ring door je neus heb ik nooit ontdekt, maar zo’n drukknoopje… Geniaal!

De onderlinge woordspelingen tussen Sinten en ook tussen de Sinten en Pieten zijn niet van de lucht. Soms op het randje, maar wel altijd vol humor en met de goede ondertoon… Het zou me echter desondanks niet verbazen als er straks ook een “Me Too” voor Sinten en voor Pieten komt want niet iedereen kan dat, uitgerekend op z’n verjaardag, waarderen natuurlijk. Als de staf, de mijter, de handschoenen en niet te vergeten de ring ook hun plekje hebben gevonden, wordt het tijd om de grime te bedanken, alle heiligmannen een superdag te wensen en aan de reis ‘naar school’ te beginnen. De Sinterklaas-commissie bepaalt elk jaar welk avontuur we nu onderweg weer gaan beleven. Het komt echter ook voor dat Sint zélf achter het stuur moet en hoewel dat volgens mij formeel niet is toegestaan, heeft oom agent er bij mij nog nooit een punt van gemaakt. Da’s eigenlijk ook wel weer logisch, want anders krijgen zijn kindertjes natuurlijk geen cadeautjes en zie dat als agent thuis maar eens te verkopen! Zo’n schoolplein vol enthousiaste kinderen, de tekeningen en cadeautjes die Sint krijgt van de kleintjes, de verlegen wegkijkende peutertjes op de arm van paps of mams… het zijn gouden momenten die alleen een Sint meemaakt en hem soms ook even een heel klein traantje uit z’n ooghoek doen laten ontsnappen, zó mooi! Dus ik weet het zéker… Sint bestaat echt! (en hij is nog lang niet toe aan een opvolger!)

Jeroen Teelen 2018

0405021 /2336