Berichten

40 Zojuist gelezen… Nashville 2?

17 februari 2019

Dominee Rinie van Reenen uit Oldebroek wil dit keer ‘misverstanden voorkomen’ en komt als woordvoerder van de werkgroep met een aangepaste tekst/vertaling omtrent de Nashville-verklaring omdat hij meent dat de vorige keer niet alles goed werd begrepen door hen die wat verder van zijn kerk af staan…  [...]  Verder lezen

34 Nashvile? Je kunt nooit genoeg ageren tegen religie in de politiek!

11 januari 2019

Tennessee is een conservatief bolwerk van oudsher. De wet van Tennesse verbood b.v. ‘elke theorie die niet overeenkwam met het verhaal van de goddelijke schepping van de mens zoals de bijbel dat onderwijst’ (Apenproces, verbod op het onderwijzen van de evolutietheorie Butler Act in 1925). Tennessee was ook de bakermat (1866 in Pulaski) van de Ku Klux Klan. Al meer dan honderd jaren (en nog steeds!) een zeer extremistische gemeenschap dus waar wetenschap en waarheid ondergeschikt zijn aan geloof en predikant. Moet daar nu onze ‘wijsheid’ vandaan komen? Ik vind het persoonlijk de Christelijke variant op de IS-formule… een bedreiging dus voor de maatschappij. Dit laatste meen ik zeer serieus! Ook zij hebben de wens hun dogma’s over de wereld te verspreiden en hun normen tot wet te verheffen, ongeacht de inbreng van andersdenkenden. [...]  Verder lezen

1 De rol van Religie in de Maatschappij

Inleiding:
Natuurkunde verklaart veel (‘HOE’ zit het universum in elkaar), maar er blijft een groot ‘kennis-gat’ (‘WAAROM’ is er eigenlijk een universum en Waarom leven wij? enz… Dergelijke vragen zijn voor velen aanleiding om daar, al of niet met de Koran of Bijbel in de hand, een ‘God’ voor te benoemen. Maar ook een God is geen antwoord op de vraag “Waaróm bestaat er een God? en “En wie is daar dan weer de ‘vader’ van?” Een iteratief probleem dus waar in ieder geval de ratio/wetenschap tekort schiet. Elk antwoord verandert namelijk niets aan het fundament van de vraag. Voor gelovigen is dat niet rationele, dus het niet begrijpen, juist het fundament van het geloof. Interessante materie die echter wel zorgt voor veel discussies, onbegrip, strijd en ontkenning. Spiritualisten en Rationalisten vechten om hun gelijk terwijl ze naast elkaar kunnen bestaan zolang ze zich maar niet buiten hun eigen competenties wagen (de kerk die wetenschap ontkent of de wetenschap die God ontkent). Zonde dus, van al die verspilde energie… (Sisyphos, voor de liefhebber). Ik kan me een zinniger tijdsbesteding voorstellen want er is geen winnaar.

Mijn poging om vanaf de zijlijn wat verbreding aan het onderwerp te geven zal natuurlijk nooit de échte dogmaticus zélf bereiken want die heeft per definitie gelijk en geen enkele ruimte voor nuance. Voor hen die nog zoekende zijn of onder het juk van een dogmaticus moeten leven (door sociale druk bijvoorbeeld) biedt ze misschien wat extra voeding of ruimte om het eigen beeld op te bouwen of te versterken.

1. Mijn ‘wieg’… 
Ik ben opgevoed in een behoorlijk katholiek gezin. Mijn moeder was een gelovige vrouw en mijn vader knikte mee. Zij bepaalde dus de orde in huis… keurig ’s zondags in de kerk, de haren netjes gekamd… je wist niet beter. Ook geen gevoetbal voor het huis op zondag “Wat zullen de buren wel niet denken (heel belangrijk)… en dat kan ook niet want je hebt je nette kleren aan…” Kortom, een standaard katholiek gezin met zeven kinderen in een gewone ouderwetse Deventer buurt in de jaren vijftig – zestig…
Waar de preek van de pastoor over ging was ik bij de uitgang meestal al weer vergeten maar de muziek was wel aardig en vooral het orgel vond ik prachtig. Mijn moeder, een lieve vrouw die natuurlijk alles voor de kinderen over had, putte energie uit haar geloof. Het gaf haar duidelijkheid en richting en volgens mij ook een gevoel van rust en geborgenheid. Het was haar kader en tevens haar uitlaatklep en reflectiemechanisme (doe ik het wel goed genoeg?). Met hel en verdoemenis regeerde ze over haar zeven kinderen als een van hen iets buiten ‘de gebaande weg’ dreigde te gaan lopen… en als ik (oudste) daar dan een relativerende opmerking over maakte was het hooguit even stil, maar die vond niet echt gehoor. “De regels zijn duidelijk en die hoef je niet te relativeren” leek haar standpunt. Een kaplaan had aanzien, een pastoor had altijd gelijk, een bisschop was bijna een heilige en over misstanden werd liever niet gesproken, “die had je overal”. Dat was mijn jeugd en dat was toen dus ook mijn norm. Er breder over nadenken hielp nog niet echt en dus loop je daar gewoon in mee. Je hebt geen keus en weet niet beter. Het is op dat moment jouw werkelijkheid en je hele omgeving bevestigt dat vrijwel dagelijks… 

Als je ouder wordt kijk je wat evenwichtiger naar veel zaken in de samenleving en is er ook meer ruimte voor reflectie. Je hebt meer overzicht, verzuipt minder in details en relativeert de waarheden van vroeger aan de hand van je opgedane kennis, ervaring en inzichten. Tenminste, zo kijk ik er graag naar en zo ervaar ik dat zelf ook echt. Het verbreden van mijn gedachtegoed en het niet vastroesten in scherpe randjes en dogmatiek waren en zijn nog steeds mijn persoonlijke ambitie. In hoeverre ik dat doel behaal hangt natuurlijk af van mijn openstellen en van hetgeen ik krijg aangereikt. Ik doe op beide fronten m’n best maar dat betekent wel dat het eindresultaat per definitie beperkt is, zeker ook omdat ik een zeer sterke focus had/heb op de bèta wetenschappen. Ik ben me in dezen van die handicap zeer bewust. 

Het fenomeen Kerk heeft bij mij door de muziek als (amateur) organist/dirigent ondanks het voorgaande een groot aandeel in mijn leven gehad. Ik was weliswaar een (niet als zodanig profilerend) ongelovige in die gemeenschap, maar had desondanks een redelijk belangrijke rol en zolang de kerkleiders het mij niet moeilijk maakten en ik hen niet, konden we gezamenlijk waardevol zijn voor die gemeenschap. “Ik bepaal, want ik ben de pastoor/dominee” leidde tot een goed gesprek over dienen of heersen, maar over het algemeen kon ik prima met ze overweg. Zij en ik hebben geen van beiden de wijsheid in pacht en dat vond/vind ik een verstandig uitgangspunt. Het toont ook wederzijds respect. Ik heb dat spelen/dirigeren meer dan vijftig jaren mogen doen (in het begin wel vier of zelfs vijf diensten per week in kerken van diverse signatuur, afnemend naar slechts één per weekend in de laatste jaren) en ken derhalve de christelijke wereld ook behoorlijk van binnenuit. Een recente onenigheid met een dogmatisch R.K.-voorganger was voor mij aanleiding om mijn gedachten hierover toch eens ‘op papier’ te zetten… Enerzijds om mijn beeld beter te funderen natuurlijk, maar ook omdat schrijven dwingt tot ‘nog net wat meer nadenken’ hetgeen meestal weer leidt tot het nog beter nuanceren van je gedachtegoed. Hieronder het resultaat, gelijk in een wat breder kader… Ik hoop er niemand mee te kwetsen want het is slechts mijn (leken)visie op het fenomeen Geloof binnen onze maatschappij zoals ik dat als (vooral rationeel) wereldburger waarneem. Als u na lezing meent dat het een onzinverhaal is geworden, dan zou ik graag uw argumenten kennen om zo mijn inzicht weer te kunnen verbreden… 

Ik besef dat een gelovige acteert vanuit een heel ander denkmodel dan bijvoorbeeld een natuurwetenschapper (fysicus).
Dick Wursten (Dr. Theologie, België) verwoordt het als volgt:
“- De natuurwetenschapper verklaart, zoekt naar oorzaken en gevolgen, stelt hypothesen op, toetst deze aan de werkelijkheid en komt zo tot een theorie (die vervolgens weer verfijnd of getest wordt etc..). Het verstand (rede) is hier het aan het werk om de gegevens om te zetten tot kennis: het hoofd regeert. 
– De gelovige stelt zich anders op. Zijn belangrijkste kenorgaan is zijn hart (nee, niet het biologische, maar… ah ja, juist). Hij verklaart niet zozeer, maar verwondert zich; hij zoekt niet naar oorzaak en gevolg, maar naar zin en betekenis. Hij streeft niet naar een theorie, maar hij zoekt naar … ja naar wat eigenlijk? Ach laten we maar voor het gemak zeggen ‘God’. En als hij die vindt is hij dan klaar? Neen, dan verwondert hij zich nog meer en zegt dat hij God alleen maar heeft kunnen vinden, omdat hij al door God gevonden was.
We kunnen daarom maar beter duidelijk zijn. Bij geloof en wetenschap gaat het om twee heel verschillende benaderingen van dezelfde werkelijkheid, namelijk die van de mens. Daarbuiten is er geen en als die er al zou zijn dan is die voor mij niet toegankelijk. Ik weet het dat zullen niet alle gelovigen met me mee zeggen, maar ik zeg het wel.”  Einde citaat… maar click op zijn naam en lees gerust het gehele artikel over geloof en wetenschap want er spreekt volgens mij een verstandig mens!

Elk acteert dus vanuit een ander denkmodel en kent/verdedigt van daaruit een eigen ‘werkelijkheid’. De denkmodellen zijn grotendeels complementair en ik ken geen algemeen geaccepteerde bewijsgrond waarop ze elkaar op voorhand zouden mogen/kunnen uitsluiten. 
De natuurwetenschapper weet dat ie niet alles weet en op sommige vragen waarschijnlijk zelfs nooit een antwoord zal vinden. Daarnaast heeft hij geen enkel rationeel argument (dus vanuit zijn eigen domein) om ‘geloof’ te ontkennen. Hij weet het domweg niet en mag er dus hooguit aan twijfelen. Ook hij heeft geen antwoord op de ‘Waarom’ vragen, maar vindt die vragen op zich wel legitiem! 
Anderzijds ziet de gelovige in het dagelijks leven dat de wetenschap ook gewoon z’n werk doet. De aarde is niet plat en niet het middelpunt van het heelal, de radio werkt en de GPS (relativiteit) is ook heel handig… Ontkenning van de wetenschap is wellicht nog onverstandiger omdat hiervoor ons dagelijks leven bewijzen aandraagt. Begrijpen doen ze elkaar niet altijd zomaar omdat de denkmodellen nauwelijks overlap kennen, maar enig wederzijds respect zou er wel moeten zijn. Misschien moet er voor het ‘complete plaatje’ zelfs nog een derde (filosofisch?), vierde (kwantummechanisch?) of zelfs vijfde? denkmodel bij… we weten het eenvoudigweg niet want niemand kent het complete plaatje! Dat betekent tenmínste dat je vanuit een denkmodel om een oordeel te kunnen vellen over andere denkmodellen, wél het complete plaatje zou moeten kennen en dat is mensen niet gegeven. Degenen die dat wél menen te kunnen doen (rigide oordelen) acht ik dus op z’n minst onverstandig maar waarschijnlijk is narcisme hier een meer gepaste kwalificatie. Zij eigenen zichzelf kwalificaties toe die ze niet eens kúnnen hebben (boven alle denkmodellen staan en de werkelijkheid kennen). Zij zijn niet die alwetende ‘God’ dus hen zou enige bescheidenheid sieren!  Zo mag ook de atheïst de gelovige niet lastig vallen zolang die zich aan de voornoemde spelregel houdt. Beide denkmodellen moeten in dienst staan van de samenleving (elk dus toegankelijk voor hen die er behoefte aan hebben) en niet normerend zijn (geen dictaat) voor de gehele samenleving zo lang daar niet een uitdrukkelijke, algemeen geaccepteerde aanleiding, toe is. Leiders die menen ‘het te weten’ en als dictators hun ‘kudde’ denken te kunnen/moeten leiden en zelfs buiten de grenzen van hun eigen gemeenschap anderen de maat nemen (= schade berokkenen) zie ik als ‘ónbewust onbekwaam’, de ergste variant, zoals u wellicht weet… Een dergelijk gedrag kun je dus vanuit beide denkmodellen veroordelen.

Voor mijzelf  is er geen God in de zin van een richtinggevende of evaluerende macht (waar veel religies naar verwijzen), maar ik kan het bestaan rationeel evenmin ontkennen (

Alvin Plantinga: properly basic believe [...]  Verder lezen